27 529 Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) in de Zorg

Nr. 123 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 Februari 2013

Naar aanleiding van het Algemeen Overleg van 20 december 2012 (Kamerstuk 27 529, nr. 122) zal ik in deze brief ingaan op een aantal onderwerpen die tijdens genoemd overleg aan de orde zijn gekomen: de uitkomsten van het overleg tussen de Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie (VZVZ) en CSC, het bedrijf dat het LSP heeft gebouwd en beheert, over de borging van de naleving van de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP), het verzoek aan de VZVZ de realisatie van een aantal functionaliteiten van het patiëntenportaal te versnellen en het verwijderen van aanmeldgegevens van degenen aan wie voor 1 januari 2013 nog niet om toestemming was gevraagd.

Bij deze brief voeg ik tevens de antwoorden op de vragen van de Kamerleden Van Gerven (SP) en Voortman (GL) over de vermeende verwevenheid van Nictiz en VZVZ (Aanhangsel Handelingen II, 2012/13, nrs. 1149 en 1148).

Uitkomsten overleg VZVZ en CSC

In het Algemeen Overleg van 20 december 2012 heb ik u toegezegd u te informeren over de uitkomsten van het overleg tussen de Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie (VZVZ) en CSC, het bedrijf dat het LSP heeft gebouwd en beheert, over de borging van de naleving van de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP).

Van de VZVZ heb ik begrepen dat de inhoud van de lopende overeenkomst het uitgangspunt is geweest in het overleg met CSC. VZVZ en CSC hebben vastgesteld dat in het lopende contract de naleving van de Nederlandse (privacy) wet- en regelgeving voldoende is geborgd, doordat dit als voorwaarde is gesteld. CSC heeft zich hiermee verplicht te voldoen aan onder andere de WBP bij het beheer van het landelijk Schakelpunt (LSP). Overtreding van de WBP wordt in het contract aangemerkt als wanprestatie en is reden voor ontbinding van het contract en schadeloosstelling.

Naar aanleiding van de discussie over de bevoegdheden van buitenlandse overheden ten aanzien van CSC, heeft de VZVZ met CSC de aanvullende afspraak gemaakt dat eventuele aanwijzingen van de toezichthouders – in het kader van de WBP is dit het College Bescherming Persoonsgegevens – ten aanzien van de uitvoering van het LSP, door CSC moeten worden verwerkt. Het niet kunnen of willen verwerken van deze aanwijzingen door CSC is als aanvullende reden benoemd voor ontbinding van het contract door VZVZ.

Ik ben van mening dat de VZVZ op deze wijze de opvolging van wet- en regelgeving heeft geborgd. Ik zal het CBP hiervan op de hoogte stellen.

De vraagstukken rondom de Patriot Act betreffen niet alleen de zorgsector. Het betreft een rijksbreed vraagstuk, bijvoorbeeld ook de vingerafdrukken op paspoorten. Ik heb dit ook aangegeven in het Algemeen Overleg van 20 december 2012. Ik heb richting mijn collega van Veiligheid en Justitie mijn zorgen voor wat betreft medische gegevens aangegeven. Bij een informele Europese raad in Dublin afgelopen januari heeft mijn collega de problematiek rondom de Patriot Act aan de orde gesteld.

Mijn collega van Veiligheid en Justitie is betrokken bij de onderhandelingen die gaande zijn over een nieuwe EU-privacyverordening. Het doorgeven van persoonsgegevens aan andere landen voortvloeiend uit wettelijke voorschriften of rechterlijke bevelen, komt daarbij in algemene zin aan de orde. Het tot stand komen van een Verordening vraagt de nodige tijd. De Verordening zal naar verwachting in 2014 gereed zijn.

Versnelde realisatie functionaliteiten patiëntenportaal

De realisatie van een patiëntenportaal door de VZVZ is voorzien rond medio 2013. Op verzoek van uw Kamer heb ik de VZVZ de vraag voorgelegd of het mogelijk is om -onder het voorbehoud van kwaliteit en veiligheid – de realisatie van het patiëntenportaal te bespoedigen en indien mogelijk te vervroegen.

In het businessplan van de VZVZ staat aangegeven dat de VZVZ voornemens is een patiëntenportaal te ontwikkelen waarbij de patiënt:

  • a. Een (email of sms-) bericht ontvangt als zijn gegevens worden opgevraagd.

  • b. Elektronische inzage kan krijgen in hoe hij staat geregistreerd en welke gegevens door welke zorgaanbieder(s) zijn opgevraagd.

  • c. Een persoonlijk toestemmingsprofiel kan maken en zo voor gedifferentieerd toestemming kan geven voor gegevensuitwisseling via de zorginfrastructuur.

Van de VZVZ heb ik begrepen dat activiteit b, de elektronische inzage in hoe men staat geregistreerd en welke gegevens door welke zorgaanbieder(s) zijn opgevraagd, kan worden bespoedigd. Voor alle duidelijkheid: het gaat hierbij niet om elektronische inzage in de (eigen) medische gegevens. Het streven is erop gericht deze functionaliteit rond april, mei 2013 gereed te hebben. Vanwege het belang van de borging van de privacy en adequate beveiliging kunnen de activiteiten a en c niet worden versneld. Op dit moment onderzoekt VZVZ de wijze waarop deze kunnen worden gerealiseerd.

Verwijderen aanmeldgegevens per 1 januari 2013

Voor de volledigheid meld ik u dat ik van de VZVZ heb begrepen dat de aanmeldgegevens van patiënten die in de afgelopen jaren al bij de zorginfrastructuur zijn aanmeld maar aan wie nog geen toestemming is gevraagd voor 1 januari 2013, conform het advies van het CBP uit het LSP zijn verwijderd. Dat betekent dat het LSP nu alleen nog gegevens bevat van degenen die expliciet toestemming hebben gegeven aan hun zorgaanbieder voor het mogen uitwisselen van gegevens via de zorginfrastructuur.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

Naar boven