Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201327529 nr. 114

27 529 Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) in de Zorg

Nr. 114 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 november 2012

Bij brief d.d. 8 november heeft de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport mij verzocht de stand van zaken toe te lichten rond de landelijke elektronische uitwisseling van medische gegevens via de zorginfrastructuur (voorheen het landelijk elektronisch patiëntendossier (EPD)). Daarbij is verzocht met name in te gaan op de wettelijke verankering, de privacy van de patiënt en de naar verluidt weigerachtige houding van huisartsen om te participeren.

Net als uw Kamer vind ik het van groot belang dat het uitwisselen van gegevens in de zorg op een veilige manier gebeurt waarbij de privacy van de burger wordt gerespecteerd. Op basis van de huidige wet- en regelgeving (Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) en Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) gelden er al regels die een veilige uitwisseling van (medische) patiëntgegevens tussen zorgverleners moeten waarborgen. Daarnaast merk ik op dat College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) bij de beoordeling van de plannen rond de doorstart van de zorginfrastructuur geen aanleiding zag tot opmerkingen.

Het wetsvoorstel houdende wijziging van de Wet cliëntenrechten zorg, de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg de Wet marktordening gezondheidszorg en de Zorgverzekeringswet (cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens) dat ik in voorbereiding heb, is een aanvulling op de bestaande regels.

Het wetsvoorstel regelt:

  • De mogelijkheid voor de patiënt om elektronische inzage in en een elektronisch afschrift van het dossier te eisen;

  • De plicht van de zorgverlener om toestemming aan de patiënt te vragen voordat medische gegevens opvraagbaar worden gemaakt ten behoeve van elektronische uitwisseling (opt-in) en het vragen van toestemming voor het elektronisch opvragen van gegevens;

  • Het recht van de cliënt om (een) bepaalde (categorie van) hulpverleners op voorhand uit te sluiten van de gegevensuitwisseling;

  • Een verbod voor zorgverzekeraars om elektronische uitwisselingssystemen voor zorgaanbieders te raadplegen en aanzienlijk hogere straffen als ze dat wel doen;

  • Het stellen van specifieke functionele, technische en organisatorische eisen aan elektronische gegevensuitwisseling in zijn algemeenheid.

Het wetsvoorstel is door het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) van advies voorzien. Ook heb ik recent het advies van de Raad van State (RvS) ontvangen. Zo spoedig mogelijk na de verwerking van het advies van de RvS zal ik u het wetsvoorstel toezenden. Dit is naar verwachting nog voor het kerstreces.

Op 26 oktober hebben de bij de doorstart van de zorginfrastructuur betrokken partijen, waaronder de koepels van huisartsen en huisartsenposten, overeenstemming bereikt over het gebruik van de landelijke zorginfrastructuur van 2013 tot 2016. De huisartsen hebben hieraan van harte meegewerkt. Mij hebben dan ook geen signalen bereikt van een weigerachtige houding van huisartsen om te participeren aan de gegevensuitwisseling via de zorginfrastructuur.

De door de partijen gemaakte afspraken zijn vastgelegd in een convenant dat is ondertekend door: Zorgverzekeraars Nederland (ZN), de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF), de koepels van huisartsen, huisartsenposten en apothekers (Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP), Vereniging Huisartsenposten Nederland (VHN) en de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ)) organisaties van apotheekeigenaren (de Nederlandse Apothekers Coöperatie (NAPCO), de Associatie van Ketenapotheken (ASKA), Verenigde Kring-apothekers Nederland (VKAN)), stichting OZIS (een samenwerkingsverband van leveranciers van informatiesystemen) en diverse ICT-leveranciers, Nictiz (het landelijke expertisecentrum dat ontwikkeling van ICT in de zorg faciliteert) en de Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie (VZVZ).

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. I. Schippers