27 276
Wijziging van de Meststoffenwet in verband met een aanscherping van de normen van het stelsel van regulerende mineralenheffingen en de invoering van een stelsel van mestafzetovereenkomsten

nr. 16
AMENDEMENT VAN HET LID TH.A.M. MEIJER

Ontvangen 8 februari 2001

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel I, wordt artikel 19 als volgt gewijzigd:

A. In de aanhef van het eerste lid wordt «in 2002 is» vervangen door: in 2002 en in de daarop volgende jaren is.

B. In het eerste lid, onderdelen a en b, wordt «in 2002» telkens vervangen door: in het desbetreffende kalenderjaar.

C. De aanhef van het tweede lid, eindigend bij onderdeel a, komt te luiden: In afwijking van het eerste lid is het toelaatbare verlies van meststoffen, bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onder 3°, met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip gelegen na 2002:.

II

In artikel I, onderdeel N, wordt artikel 26 als volgt gewijzigd:

A. In de aanhef van het eerste lid wordt «in 2002 is» vervangen door: in 2002 en in de daarop volgende jaren is.

B. In het eerste lid, onderdelen a en b, wordt «in 2002» telkens vervangen door: in het desbetreffende kalenderjaar.

C. De aanhef van het tweede lid, eindigend bij onderdeel a, komt te luiden: In afwijking van het eerste lid is het toelaatbare mineralenverlies, bedoeld in artikel 24, onderdeel b, onder 2°, met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip gelegen na 2002:.

III

In artikel I, onderdeel W, wordt artikel 58ac als volgt gewijzigd:

A. In de aanhef wordt «in 2002 wordt» vervangen door: wordt.

B. In de onderdelen a en b wordt «in 2002» telkens vervangen door: in het desbetreffende kalenderjaar.

IV

In artikel I, onderdeel W, komt de aanhef van artikel 58ad, eindigend bij onderdeel a, te luiden: In afwijking van artikel 58ac wordt de mestplaatsingsruimte, bedoeld in artikel 58aa, met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip gelegen na 2002 bepaald door achtereenvolgens:.

V

In artikel I, onderdeel W, wordt artikel 58ah als volgt gewijzigd:

A. In de aanhef van het eerste lid wordt «mestplaatsingsruimte» vervangen door «mestplaatsingsruimte op enig moment» en vervalt «op enig moment in 2002».

B. In de onderdelen a en b wordt «in 2002» telkens vervangen door: in het desbetreffende kalenderjaar.

VI

In artikel I, onderdeel W, komt de aanhef van artikel 58ai, eindigend bij onderdeel a, te luiden: In afwijking van artikel 58ah wordt de mestplaatsingsruimte op enig moment, bedoeld in artikel 58af, met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip gelegen na 2002 bepaald door achtereenvolgens:.

VII

In artikel I, onderdeel W, komt de aanhef van artikel 58aj, derde lid, eindigend bij onderdeel a, te luiden: De mestaanvoerruimte van een bedrijf op het in het tweede lid bedoelde tijdstip wordt bepaald overeenkomstig artikel 58ah, tenzij dit tijdstip is gelegen na het tijdstip bedoeld in artikel 58ai, aanhef, in welk geval de mestaanvoerruimte wordt bepaald overeenkomstig artikel 58ai, met dien verstande dat:.

VIII

In artikel I wordt na onderdeel Y het volgende onderdeel ingevoegd:

YA

Na artikel 65 wordt het volgende artikel ingevoegd:

Artikel 65a

Onze Minister doet de voordracht voor het koninklijk besluit, bedoeld in de artikelen 19, tweede lid, 26, tweede lid, 58ad en 58ai, eerst nadat het ontwerp van het besluit aan beide Kamers der Staten-Generaal is voorgelegd en dertig dagen na de overlegging van het ontwerp zijn verstreken.

Toelichting

Met dit amendement wordt de inwerkingtreding van de thans in het wetsvoorstel voor 2003 en volgende jaren voorziene normen afhankelijk gesteld van een bij de Staten-Generaal in ontwerp voor te hangen koninklijk besluit. Mocht de evaluatie in 2002 bevestigen dat dit de juiste normen zijn, dan kunnen zij alsnog via het koninklijk besluit snel van toepassing worden. Mocht de evaluatie anders uitwijzen, dan zullen de normen voor 2002 ook na dat jaar van toepassing blijven tótdat bij wet, dan wel bij de flexibele procedure voorzien in artikel 51, tweede en vierde lid, van de Meststoffenwet en in artikel 58aq, tweede lid, van het wetsvoorstel (artikel I, onderdeel W, wetsvoorstel), nieuwe normen zijn vastgesteld. In het laatste geval zullen de normen neergelegd in de met dit amendement gewijzigde artikelen 19, tweede lid, 26, tweede lid, 58ad en 58ai, van het wetsvoorstel (artikel I, onderdelen I, N en W, wetsvoorstel) uiteraard geen gelding krijgen.

Th.A.M. Meijer

Naar boven