nr. 62
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR VREEMDELINGENZAKEN EN INTEGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 juli 2004
Hierbij bied ik u de achtste en tevens laatste voortgangsrapportage aan
in het kader van het Groot Project Inburgering Oudkomers (GPIO)1. Parallel aan het proces van vormgeving van het nieuwe inburgeringsstelsel
is de zeer intensieve informatieverzameling over het lopende oudkomersbeleid
voortgezet. In het licht van het besluit van de Tweede Kamer tot afschaffen
van de Groot Projectstatus zal deze wijze van rapporteren in de huidige vorm
geen vervolg kennen. In de laatste paragraaf van deze brief ga ik hier verder
op in.
Resultaten
Centraal in de achtste voortgangsrapportage staan de gegevens uit de Monitor
Oudkomers, tweede helft 2003, geleverd door de 54 gemeenten (de G54). Daarnaast
wordt voor de tweede maal gerapporteerd over de gegevens van gemeenten die
onder de eind 2002 in werking getreden Regeling inburgering oudkomers vallen.
In totaal omvat de Monitor Oudkomers nu gegevens vanaf 2000 tot december
2003. Uit de aangeleverde gegevens blijkt dat, in die periode, in totaal 42 752
oudkomers zijn gestart met een inburgeringsprogramma. Daarvan hebben 14 935
oudkomers (35%) het programma inmiddels afgerond en zijn 9 487 oudkomers
(22%) uitgevallen. Iets minder dan de helft, nl. 20 792 oudkomers (48%)
blijven in het programma. Doordat niet alle gemeenten gegevens voor alle peilperioden
hebben geleverd zijn deze gegevens waarschijnlijk een onderschatting van de
werkelijke aantallen.
Vanaf de eerste helft van 2002 zijn de gegevens over het aantal starters/deelnemers
en de geboekte resultaten echter voldoende betrouwbaar om, met de nodige voorzichtigheid,
een vergelijking te kunnen maken tussen de vier cohorten die tussen januari
2002 en december 2003 zijn gestart (zie voortgangsrapportage, hoofdstuk 1).
Omdat de looptijd nog kort is betreft het vooral een vergelijking van de startperiode
van de vier cohorten, maar ook daaruit blijken al significante verschillen.
Zo daalt de uitval aanzienlijk. Het cohort dat in de eerste helft van
2002 startte had in deze periode een uitval van 14%. De twee volgende cohorten
hadden een uitval van 6%. Het laatste cohort, dat in de tweede helft van 2003
startte, had in haar eerste periode een uitval van 4%.
Uit de analyse blijkt verder dat van de G54 maar liefst 53 gemeenten de
vragenlijst elektronisch hebben ingevuld, wat een respons geeft van 98%1. Voor het eerst werden alle vragen ingevuld. De kwaliteit
van de beantwoording nam echter licht af.
Wachtlijstonderzoek voor Oudkomers voor NT2
Het onderzoek naar de wachtlijsten voor oudkomers voor NT2 wordt uitgevoerd
vanaf 1 juli 2000. Vanaf de eerste meting van 1 juli 2000 zijn
in totaal, inlcusief de meting van 1 mei 2004, negen metingen uitgevoerd.
De omvang van de wachtlijst op 1 mei 2004 bedraagt 8 029 personen.
Dit is een positieve ontwikkeling, omdat dit in vergelijking met de vorige
wachtlijst een afname is van 2 042 personen.
Deze afname is echter met name het resultaat van een verminderde instroom,
vooral in de G4. Het onderzoek toont daarentegen aan dat de doorstroom, van
personen die al eerder op de wachtlijst stonden, stagneert. Dit betekent een
trendbreuk met alle voorafgaande metingen.
Reactie op rapport departementale auditdienst
Gelijktijdig met de voortgangsrapportage wordt u het rapport van de departementale
auditdienst (DAD) aangeboden2. In dit rapport
geeft de DAD een positief oordeel over de projectorganisatie en de voortgangsrapportage
zelf. Tegelijkertijd merkt de DAD op dat er onvoldoende voortgang is geboekt
in de verslagperiode op het verantwoordings- en controleprotocol. Daarbij
wordt opgemerkt dat inmiddels een concept gereed is en de gemeenten daarvan
zo spoedig mogelijk op de hoogte zullen worden gesteld.
Tijdens een conferentie op 1 juli jl. zijn de betreffende gemeenten
inmiddels op de hoogte gesteld van de strekking van bedoelde protocollen.
Beëindiging Groot Projectstatus
In de voorgaande voortgangsrapportages is herhaaldelijk gewezen op de
administratieve lastendruk die de Groot Project-status, naast positieve effecten,
genereert. Tijdens het Algemeen Overleg van 1 april 2004 is voorgesteld
de Groot Project-status van de Inburgering Oudkomers te beëindigen. De
Kamer heeft hier inmiddels toe besloten.
In de toelichting bij haar advies verzoekt de Kamer wel regelmatig op
de hoogte te worden gehouden van de resultaten in het oudkomersbeleid. Ik
denk hieraan te kunnen voldoen door een jaarlijkse rapportage, sluitend op
de VBTB-cyclus. Daarmee blijft u verzekerd van informatie, terwijl de administratieve
lastendruk van de gemeenten wordt gehalveerd.
De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,
M. C. F. Verdonk