27 017 Homo-emancipatiebeleid

Nr. 75 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 april 2011

Tijdens de begrotingsbehandeling Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 11 november 2010 heb ik, naar aanleiding van de motie Pechtold c.s. (Kamerstuk 27 017, nr. 59), aangegeven de Tweede Kamer zo spoedig te melden of, en zo ja op welke wijze, ik de aanbevelingen van de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) inzake modernisering van bestaande kerndoelen in het primair en voortgezet onderwijs op het gebied van seksuele weerbaarheid, een veilig schoolklimaat, tolerantie en acceptatie van homoseksualiteit, zal overnemen.

In de enkele dagen geleden verschenen Emancipatienota geef ik aan dat ik een veilig schoolklimaat, waar jongeren respectvol met elkaar omgaan, waar homoseksuele jongeren zich veilig voelen om uit de kast te komen en waar jongeren zich bijvoorbeeld ook beschermd voelen tegen ongewenste seksuele handelingen, belangrijk vind. Een veilige school doet recht aan jongeren om te zijn wie zij willen zijn, maar doet ook recht aan de ambities van dit kabinet op het vlak van onderwijs.

Immers veilige scholen vormen de basis voor goede leerprestaties en excellentie. Het bevorderen van een veilige school waar respect is voor een ieder kan op tal van manieren, bijvoorbeeld door burgerschapsvorming, waar onder meer aandacht is voor de waarden uit de democratische rechtsstaat, zoals verdraagzaamheid, begrip en non-discriminatie, maar tevens door loopbaanoriëntatie- en begeleiding, waar actief gekeken wordt naar de talenten van leerlingen bij het nemen van beslissingen voor zichzelf, voor het vervolgonderwijs en voor de arbeidsmarkt. De GGD kan tevens vanuit het programma «gezonde school» scholen adviseren over veiligheid en gezondheid.

De kerndoelen – sinds 2005 voor het primair onderwijs, en sinds 2006 voor het voortgezet onderwijs – zijn bewust globaal geformuleerd om scholen veel ruimte te geven in het licht van de gewenste ontwikkeling naar meer autonomie voor scholen. De kerndoelen bieden de wettelijke basis voor de inhoudelijke eisen aan het curriculum. Scholen kunnen dit uitwerken en verdiepen in concrete onderwijsprogramma’s. De huidige kerndoelen bieden naar mijn mening voldoende basis voor het vormgeven van onderwijsprogramma’s op het gebied van seksuele weerbaarheid en diversiteit. Scholen zijn in staat om dergelijke programma’s te realiseren en er is bovendien veel lesmateriaal beschikbaar dat hen daarbij kan ondersteunen.

Bovendien zie ik ook buiten het landelijk voorgeschreven curriculum mogelijkheden om de (seksuele) weerbaarheid van jongeren via het emancipatiebeleid actief te bevorderen en ondersteunen. Zo zal een campagne worden ontwikkeld voor en door jongeren zelf, die aansluit bij de wijze waarop jongeren met elkaar communiceren via «social media» en bestaande jongerennetwerken. Doel van deze campagne is om machtsmisbruik en seksueel geweld onder jongeren tegen te gaan en weerbaarheid en gevoel van eigenwaarde te bevorderen. Ik zal daarbij zelf ook actief in gesprek en dialoog gaan over (on)veiligheid en weerbaarheid – samen met rolmodellen – om zo de eigen kracht van jongeren zichtbaar te maken en bij te dragen aan een veilig leefklimaat voor homojongeren en meisjes. Daarbij zijn homo- en heteroseksuele leerlingen zelf ook een belangrijke kracht binnen de school. Op dit moment zijn er ruim 150 Gay en Straight Scholenallianties op scholen die er voor zorgen dat op scholen openlijk over homoseksualiteit gesproken kan worden. Dit kabinet wil het COC met een financiële impuls ondersteunen om het aantal scholen met een dergelijk alliantie te vergroten. Ook zal ik de steun aan lokale homo-organisaties voor het geven van voorlichting aan jongeren over homoseksualiteit voortzetten.

Voor de gemeenten is een belangrijke rol weggelegd bij homo-emancipatie. Ik zal met de gemeenten afspraken maken over preventie en veiligheid, Afgelopen jaren zijn er al verschillende goede voorbeelden ontwikkeld, zoals de brede aanpak discriminatie op PO en VO scholen in Amsterdam. Tot slot, ben ik bezig om scholen voor te bereiden om vanaf schooljaar 2012–2013 incidenten te registreren. Door incidenten, zoals homodiscriminatie en seksuele intimidatie, te registreren krijgen scholen beter inzicht in de eigen veiligheidssituatie. Ik ondersteun scholen met het uitvoeren van hun veiligheidsbeleid met het Centrum School en Veiligheid.

Alles in overweging nemend ben ik tot de conclusie gekomen dat aanpassing van de kerndoelen niet het geëigende middel is om maatschappelijke kwesties via het onderwijscurriculum te borgen en dat uitbreiding van de maatschappelijke taak van het onderwijs niet spoort met de focus op kennisoverdracht, kernvakken en de kwalificerende functie van het onderwijs waar dit kabinet welbewust voor kiest. Hiermee neem ik de aanbevelingen van SLO dan ook niet over.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

Naar boven