Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201326991 nr. 348

26 991 Voedselveiligheid

Nr. 348 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 april 2013

In deze brief informeren wij u over de stand van zaken van de lopende strafrechtelijke onderzoeken van de paardenvleesaffaire en andere vervolgonderzoeken bij Nederlandse bedrijven. Daarbij gaan wij ook in op de vragen die er in uw Kamer zijn gesteld specifiek naar aanleiding van de recall van vlees van de uitsnijderij in Oss. Daarnaast informeren wij u ook over de eindresultaten van het onderzoek in de vleesketen, dat de NVWA naar aanleiding van de paardenvleesaffaire in Nederland heeft uitgevoerd.

U ontvangt separaat, zoals toegezegd tijdens Algemeen Overleg Voedselfraude van 14 maart jl. tevens een brief over de wijze van sanctionering door de overheid in relatie tot de Wet Dieren en de Warenwet.

Stand van zaken specifieke onderzoeken:

Strafrechtelijke onderzoeken naar omkatten van vlees

Zoals gemeld in onze brief van 13 maart (Kamerstuk 26 991, nr. 342) voert de NVWA Inlichtingen en Opsporingdienst (NVWA-IOD), één van de vier bijzondere opsporingsdiensten in Nederland, onder leiding van het Openbaar Ministerie twee strafrechtelijke onderzoeken uit. Deze onderzoeken lopen nog.

Voor wat betreft de stand van zaken van het onderzoek bij een koel- en vrieshuis en een vleeshandelaar in Breda kan worden gemeld dat het onderzoek mogelijk lijnen heeft naar onderzoek door de Franse autoriteiten. Het Nederlandse onderzoeksteam werkt om deze reden nauw samen met het Franse onderzoeksteam.

Uit het lopende strafrechtelijk onderzoek bij de uitsnijderij in Oss is informatie beschikbaar gekomen over de administratie van het betreffende bedrijf. Hieronder lichten wij de bevindingen en de ingezette vervolgacties toe.

Recall vlees van uitsnijderij in Oss

Uit gedetailleerd onderzoek van de NVWA-IOD naar de administratie van de uitsnijderij in Oss is vast komen te staan dat in de periode van 1 januari 2011 tot 15 februari 2013:

  • partijen vlees (vermoedelijk paardenvlees) van onbekende herkomst zijn in- en uitgeslagen;

  • het bedrijf meer vlees uitslaat dan inslaat;

  • als rundvlees gekenmerkte partijen paardenvlees bevatten of paardenvlees zijn.

De bevindingen zijn op 26 maart uit het strafrechtelijk onderzoek met toestemming van het Openbaar Ministerie ten behoeve van het toezicht van de NVWA beschikbaar gekomen. De NVWA heeft het bedrijf daarna herhaaldelijk gewezen op zijn verantwoordelijkheid en gesommeerd de herkomst van al het vlees aan te tonen en heeft geconstateerd dat het bedrijf hiertoe niet in staat is. Vanwege de onduidelijke herkomst van de partijen vlees is niet zeker dat dit vlees aan alle voedselveiligheidsvoorschriften voldoet en bijvoorbeeld de vereiste keuringen heeft ondergaan. Daarom is de NVWA op grond van wet- en regelgeving genoodzaakt het product als niet geschikt voor humane consumptie of diervoeder aan te merken. Op dit moment zijn er geen concrete aanwijzingen dat er een gevaar is voor de volksgezondheid. Dit geldt zowel voor het vlees als voor de consumentenproducten die op de markt zijn gebracht.

De NVWA heeft op 9 april het bedrijf een last onder bestuursdwang opgelegd om het uitgeleverde vlees uit voorzorg terug te laten halen en de afnemers te laten informeren, zodat zij hetzelfde kunnen doen voor alle uitgeleverde producten waar het betreffende vlees in is verwerkt. Het bedrijf heeft hieraan geen gehoor gegeven, waarna de NVWA op 10 april zelf de afnemers heeft geïnformeerd teneinde de producten van de markt te laten halen. De NVWA houdt toezicht op deze terughaalactie.

De mogelijke afnemers van Selten hebben een brief van de NVWA ontvangen. In de brief is aangegeven dat de mogelijke afnemers van Selten alle tussen 1 januari 2011 en 15 februari 2013 door Selten geleverde vleespartijen moeten traceren en de producten die geproduceerd zijn met dit vlees – en waarvan de herkomst onduidelijk is – uit voorzorg van de markt moeten halen. Zij moeten hun afnemers informeren over de producten waarin het vlees van Selten is verwerkt en hen aangeven dat zij hetzelfde moeten doen richting hun afnemers, indien ze producten hebben doorgeleverd. Ondernemers zijn bij wet verplicht hun producten te kunnen traceren. De ondernemers moeten dit onmiddellijk doen, de NVWA verwacht dus direct actie van de individuele ondernemers. De NVWA ziet hier op toe. De NVWA hanteert hier in de praktijk een richttermijn van vier uur, als het gaat om een duidelijk afgebakende en herleidbare partij. In dit geval is er sprake van grote volumes, meerdere schakels en onvolledige informatie over specifieke partijen. In de Europese wetgeving is hier geen specifieke termijn voor opgenomen.

De directe afnemers van Selten en de afnemers in de volgende schakels in de keten moeten de genomen acties melden aan de NVWA. Aangezien de keten tussen uitsnijderij en winkelschap uit een aantal schakels kan bestaan, heeft de NVWA een uiterlijke rapportagetermijn van 14 dagen gesteld voor complete informatie over de betreffende producten en genomen acties van alle schakels in de keten.

De NVWA zet in de komende twee weken maximaal mogelijke capaciteit in om toezicht te houden op de uitvoering van de benodigde acties door de aangeschreven bedrijven. Daarnaast zijn de brancheorganisaties geïnformeerd. De NVWA heeft hen verzocht hun leden op te roepen om actief mee te werken hun verantwoordelijkheid snel en accuraat te nemen. De NVWA heeft de betrokken lidstaten via het Europese RASFF-systeem geïnformeerd. Tevens zijn alle lidstaten en de Europese commissie met een brief van de Nederlandse CVO op de hoogte gesteld en is Europol over het onderzoek geïnformeerd.

De lijst met bedrijfsnamen van de 132 afnemers kan om juridische redenen niet openbaar worden gemaakt. De betrokken autoriteiten zijn via de RASFF melding op de hoogte gebracht van de namen van de afnemers zodat ook zij de nodige stappen kunnen ondernemen. Alleen wanneer er sprake is van direct gevaar voor de volksgezondheid wordt ook de consument geïnformeerd. Hiervan is op dit moment geen sprake.

Volgens de administratie van het bedrijf is vanaf 1 januari 2011, over een periode van ruim 2 jaar, circa 50.000 ton vlees geleverd aan 502 afnemers, waarvan 132 in Nederland. De overige 370 afnemers bevinden zich in 15 lidstaten van de EU, waarvan de meeste in Duitsland, Frankrijk, Portugal en Spanje. De meest recente partijen, tot 15 februari jl., hebben prioriteit. De resterende partijen vlees worden, voor zover deze zich, waarschijnlijk in beperkte mate, op de markt bevinden, teruggehaald.

De recall beperkt zich tot vlees geleverd tot 15 februari omdat de NVWA op die datum de erkenning van de uitsnijderij heeft geschorst. Deze schorsing is op 21 februari jl. verlengd. Met tussenkomst van de rechter is de schorsing daarna opgeheven. Het bedrijf kon vanaf dat moment onder verscherpt dagelijks toezicht van de NVWA produceren. Het strafrechtelijk onderzoek gaat door. Zodra dat is afgerond zal het Openbaar Ministerie besluiten of tot vervolging wordt overgegaan. De erkenning is inmiddels ingetrokken.

Onderzoek verdacht vlees uit Polen

Zoals gemeld in onze brief van 13 maart bleek het als rundvleessnippers geëtiketteerde paardenvlees dat werd ontdekt in het ketenonderzoek, afkomstig te zijn van een bedrijf uit Polen. Dit was voor de NVWA aanleiding om bij het betrokken vrieshuis en verwerkingsbedrijf in Varsseveld een vervolgonderzoek in te stellen naar partijen vlees afkomstig van het betreffende Poolse bedrijf. In totaal zijn er in het vrieshuis negen partijen rundvlees uit Polen aangetroffen. In acht van deze partijen is paarden-DNA aangetroffen. Alle uitgeleverde vlees van deze partijen is teruggeroepen. Dit geldt ook voor de producten die van dit vlees zijn gemaakt door in totaal zes productiebedrijven. Het betrof uitsluitend leveranties binnen Nederland.

Uit residuonderzoek van de hierboven genoemde acht partijen bleek dat twee partijen van uit Polen afkomstig paardenvlees residuen van diergeneesmiddelen bevatten. In de ene partij is het antibioticum sulfadimidine aangetroffen. Dit lag onder de wettelijk vastgestelde toelaatbare residulimiet en vereiste derhalve geen verdere vervolgactie. In de tweede partij is het antibioticum oxytetracycline aangetroffen boven de wettelijke residulimiet. Deze partij vlees is verwerkt in rundvleesblokjes en gedistribueerd onder verwerkende bedrijven en horecagroothandels. De NVWA heeft het vleesproductenbedrijf gesommeerd om naast de reeds ingezette recall-actie in verband met het aantreffen van paarden-DNA de afnemers tot op eindverbruikersniveau specifiek te informeren over deze partij en waar mogelijk terug te halen. Vanwege het verdunningseffect bij verwerking in eindproducten, is er bij consumptie van de producten waar het vlees in is verwerkt geen gevaar voor de volksgezondheid.

De NVWA heeft Polen via een RASFF-melding over de bevindingen geïnformeerd en gevraagd om informatie over andere aan Nederland geleverde partijen vlees afkomstig van het betrokken Poolse bedrijf. De NVWA heeft daarop aanvullende informatie ontvangen over zeven verdachte partijen, waarvan er vier al in beeld waren in het eerder uitgevoerde onderzoek. De NVWA heeft een onderzoek ingesteld naar de overige drie partijen. Delen van de drie partijen konden nog getraceerd worden en worden teruggehaald voor nader onderzoek, een deel is uitgeleverd naar Duitsland. De NVWA heeft de Duitse autoriteiten via RASFF op de hoogte gebracht.

Het omkatten van het vlees vindt ergens op de lijn Polen-Nederland plaats. De Poolse autoriteiten hebben via het RASFF-systeem laten weten dat het betreffende Poolse bedrijf in meerdere RASFF-meldingen voorkomt. De Poolse autoriteiten hebben niet bevestigd dat de omkatting in Polen plaatsvindt.

Resultaten ketenonderzoek

In onze brief van 14 februari jl. (Kamerstuk 26 991, nr. 339) hebben wij u geïnformeerd over het grootschalige ketenonderzoek van de NVWA naar de aanwezigheid van paarden-DNA in producten, terwijl dit niet op het etiket vermeld is, en residuen van diergeneesmiddelen in paardenvlees. De NVWA heeft het onderzoek afgerond. In totaal zijn 174 bedrijven bezocht en 32 geïmporteerde partijen paardenvlees onderzocht. Er zijn 288 monsters geanalyseerd op het voorkomen van paarden-DNA en 225 monsters onderzocht op residuen van diergeneesmiddelen.

In de monsters die zijn onderzocht in het kader van het ketenonderzoek konden geen residuen worden aangetoond. Zoals gemeld zijn er bij het onderzoek naar het verdacht vlees uit Polen in twee gevallen wel residuen aangetroffen.

Zoals ook in onze brief van 13 maart jl. medegedeeld is in twee gevallen paarden-DNA aangetoond in rundvleesproducten terwijl dat niet op het etiket vermeld was. Eén geval betrof onjuist geëtiketteerde gehaktballen. De NVWA heeft een boeterapport opgemaakt. De geleverde partij is teruggehaald. Het tweede geval betrof een partij rundvleessnippers die 100% paardenvlees bleek te zijn. Dit heeft geleid tot een uitgebreid vervolgonderzoek, waarvan wij de bevindingen hierboven hebben toegelicht.

Onderzoek naar dioxine in petfood

Op maandag 8 april is de NVWA door de Belgische autoriteiten via het RASFF-systeem op de hoogte gebracht dat een premix (voormengsel) voor de bereiding van diervoeders een te hoog gehalte dioxine bevatte.

Als oorzaak van de contaminatie is door de Belgische autoriteiten de grondstof tocopherol (vitamine E) aangegeven. De premix is in Nederland aan vier bedrijven geleverd. Uit onderzoek van de NVWA blijkt dat deze bedrijven de premix gebruiken als onderdeel van droog petfood in zodanige verhouding, dat de wettelijke norm voor dioxine in petfood niet is overschreden. Derhalve zijn er geen acties noodzakelijk op deze eindproducten. Nog aanwezige verontreinigde premix is door de betreffende bedrijven geblokkeerd en wordt teruggestuurd naar het Belgische bedrijf.

Tot slot:

De onderzoeken van de NVWA laten zien dat enkele malafide bedrijven een grote impact kunnen hebben op de voedselproductie en mogelijk ook op de voedselveiligheid in Europa en daarmee het vertrouwen van de consument in de gehele voedselsector kunnen ondermijnen. Fraude met voedsel en misleiding zijn ontoelaatbaar en onacceptabel en moeten worden bestraft. Met de strafrechtelijke onderzoeken naar het omkatten van vlees zetten wij hierop in. Bedrijven die frauderen met etikettering van hun producten kunnen rekenen op sancties en moeten hun producten terughalen van de markt, hetzij uit eigen beweging, dan wel onder dwang van de NVWA.

De resultaten van het Nederlandse onderzoek naar residuen van diergeneesmiddelen in paardenvlees vormen geen reden tot ongerustheid. Alhoewel in één geval ontoelaatbare hoeveelheden residuen van diergeneesmiddelen zijn gevonden, is er geen sprake van een direct risico voor de volksgezondheid. Dit neemt niet weg dat dit ene geval er één teveel is en daarom ook streng moet worden aangepakt.

Wij zullen op nationaal niveau fraudeurs en voedselfraude blijven opsporen en wij leveren ook onze bijdrage ten aanzien van de opsporing en bestrijding van voedselfraude op Europees niveau.

Het is gebleken dat frauduleuze handelskanalen lang, vertakt en complex kunnen zijn. Dit onderzoek vraagt veel tijd en capaciteit, maar er is consensus in Europa dat door de samenwerking tussen lidstaten en een coördinerende rol van Europol en de Europese Commissie hiertegen kan en moet worden opgetreden. Nederland levert zijn bijdrage hieraan en zal dat ook in de toekomst blijven doen.

Wij verwelkomen het ondertussen gelanceerde 5 punten-actieplan dat door de Europese Commissie is opgesteld naar aanleiding van de paardenvleesaffaire.

Wij zullen in Brussel pleiten voor een sluitend verplicht EU-systeem voor identificatie en registratie van paarden, een Europees register voor fraudeurs en voor een verbeterde en snellere informatie-uitwisseling tussen lidstaten bij voedselfraude.

Het moet frauderende bedrijven zo moeilijk mogelijk gemaakt worden om hun illegale winsten te maken. Strafrechtelijk via de wet op de Economische delicten waarbij het illegaal voordeel ontnomen wordt. Daarnaast worden overtredingen van de wet Dieren bestuurlijk en strafrechtelijk beboet. Ook de sector heeft er belang bij dat de boetes worden uitgedeeld en dat deze voldoende afschrikwekkend en effectief zijn. Dit maakt deel uit van de opdracht aan de Taskforce Voedselvertrouwen die wij hebben ingesteld. Over de voortgang en voorstellen van de Taskforce Voedselvertrouwen informeren wij u voor de zomer.

De staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers