Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201326991 nr. 339

26 991 Voedselveiligheid

Nr. 339 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 februari 2013

Zoals toegezegd tijdens het AO Landbouwraad van 13 februari jl. informeer ik u, mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), over de laatste stand van zaken met betrekking tot het aantreffen van paarden-DNA in rundvlees. Het betreft mogelijke foutieve vermelding op het etiket en daarmee misleiding van de consument. Ook wordt er gekeken naar aanwezigheid van residuen van diergeneesmiddelen in het kader van de voedselveiligheid en de volksgezondheid.

Het is ontoelaatbaar dat consumenten doelbewust worden misleid voor eigen gewin. Op voorverpakte producten hoort een etiket te staan waarop staat vermeld welke ingrediënten het product bevat. Bedrijven horen hier zich aan te houden.

In deze brief willen wij uw Kamer eerst de context schetsen. Vervolgens wordt ingegaan op de acties die de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) onderneemt in Nederland. Deze acties vinden plaats op basis van signalen uit andere landen en op basis van eigen informatie. Vooruitlopend op een beslissing van de Europese lidstaten om te komen tot controles op het niet vermelden van paardenvlees in producten en residuen van diergeneesmiddelen in eindproducten, is de NVWA van start gegaan met onderzoek in de gehele keten. Indien daar aanleiding toe is zal, naast bestuursrechtelijk optreden, ook strafrechtelijk worden opgetreden. Strafrechtelijke en bestuursrechtelijke maatregelen richten zich op de handel en de bronbedrijven. Voor zover dat zich in andere EU lidstaten bevindt is het aan die landen om daar op actie te ondernemen. Hierover is contact met andere lidstaten. Indien noodzakelijk en mogelijk worden vergunningen ingetrokken of geschorst.

Keten

Het paardenvlees kan oorspronkelijk zowel uit Nederland als uit andere Europese landen afkomstig zijn. Een deel van het vlees gaat naar de vleesverwerker, waarna deze vervolgens wordt verwerkt in consumptieproducten. De consumptie van paardenvlees is toegestaan. Echter de productinformatie op het etiket dient aan te geven welke ingrediënten het product bevat.

Alle exploitanten van levensmiddelenbedrijven binnen de EU dienen te voldoen aan de traceerbaarheidseisen zoals gesteld in de Europese Algemene levensmiddelenverordening ((EG) 178/2002). Iedere exploitant moet weten van wie hij het product ontvangt en aan wie hij die verzendt (1 stap terug / 1 stap vooruit principe). Bij het product moet de verzender eveneens gedetailleerde informatie over de aard en inhoud van de partij beschikbaar stellen aan de ontvanger. De NVWA oefent toezicht uit op zowel de verzendende als ontvangende bedrijven.

Acties NVWA

Door de NVWA wordt er actie ondernomen op basis van zowel signalen uit andere landen als op basis van eigen informatie.

Op 16 januari 2013 heeft de Ierse Voedsel- en Warenautoriteit (FSAI) voor het eerst melding gemaakt dat in rundvleesburgers in Verenigd Koninkrijk en Ierland DNA van paarden is aangetroffen. Ook in grondstoffen vanuit Nederland zouden sporen zijn aangetroffen van paarden-DNA. De NVWA heeft direct onderzoek ingesteld bij vier bedrijven die mogelijk betrokken waren. Drie onderzoeken zijn afgerond, waarbij geen aanwijzingen zijn aangetroffen van mogelijke fraude. Eén onderzoek loopt nog.

Op 8 februari heeft het Verenigd Koninkrijk via het Europese Rapid Alert System for Food and Feed (RASFF) een eerste melding gedaan. Via het RASFF is de melding binnen gekomen van de aanwezigheid van meer dan 60% paardenvlees in lasagne met rundvlees, van het Zweedse merk Findus Beef. Bedrijven zijn op basis van de Algemene Levensmiddelenverordening ((EG) 178/2002) verplicht om bij een RASFF melding passende maatregelen te nemen en de overheid daarover te informeren.

De volgende acties zijn in Nederland ondernomen:

  • De importeur heeft conform de verplichting uit de Algemene Levensmiddelenverordening, de betreffende winkels opgedragen het product uit de schappen te halen, hetgeen is gebeurd («stille recall»).

  • De NVWA ziet erop toe dat de afnemers van dit product het product uit de winkelschappen halen en niet verder in de handel brengen.

De NVWA heeft op 13 februari lasagne Bolognaise uit de recall bemonsterd op de aanwezigheid van paardenvlees en residuen van diergeneesmiddelen. De uitslagen zijn nog niet bekend.

De NVWA heeft voorts met het Centraal Bureau Levensmiddelen (CBL) afgesproken dat deze organisatie ook zelf zal toezien op het voorkomen van het in de handel brengen van producten met onjuiste etikettering.

Op vrijdag 8 februari heeft een derde supermarktketen vanwege onjuiste productinformatie op het etiket een recall uitgevoerd van het product lasagne Bolognaise van het huismerk. In het product is naast rundvlees ook paardenvlees aangetroffen.

Op 12 februari is een tweede RASFF-melding binnen gekomen bij de NVWA over de opslag van diepgevroren rund- en paardenvlees uit Roemenië via Nederland en Cyprus. Het betreffende opslagbedrijf in Breda heeft op 12 februari contact opgenomen met de NVWA. Naar aanleiding van de RASFF-melding en het contact met het bedrijf heeft de NVWA op 13 februari het bedrijf bezocht en is het opgeslagen paardenvlees bemonsterd. De uitslagen zijn nog niet bekend. Op basis van het bestuursrecht is de partij vlees die nog aanwezig is bij het bedrijf geblokkeerd in afwachting van de uitslagen van het onderzoek. Indien daar aanleiding toe is zal ook strafrechtelijk worden opgetreden.

Ketenonderzoek NVWA

Vooruitlopend op een beslissing van de Europese lidstaten om te komen tot controles op het niet vermelden van verwerking van paardenvlees en residuen van diergeneesmiddelen, is de NVWA van start gegaan met onderzoek in de gehele keten. De hieronder vermeldde aantallen monsters zijn een minimum en zal indien daar aanleiding toe is worden bijgesteld. Het volgende actieplan is reeds door de NVWA gestart:

Onderzoek bij paardenslachthuizen

Er vindt steekproefsgewijze bemonstering van paardenvlees plaats op residuen van geneesmiddelen. Daarbij worden 40 monsters genomen in de periode tot eind maart.

Uitsnijderijen die zowel runder- als paardenkarkassen verwerken

Bij 50 bedrijven vinden inspecties plaats op het omkatten van vlees of vermenging. Daarbij worden 100 monsters genomen in de periode tot eind maart waarbij wordt getoetst op vermenging van rundvlees met paardenvlees en residuen van diergeneesmiddelen.

Koel- en vrieshuizen van vlees

In de periode tot half maart vindt er steekproefsgewijs bij 40 bedrijven inspectie plaats. Daarbij wordt controle gedaan op etikettering, herkomst en administratie van opgeslagen rundvlees en paardenvlees. Er zullen tevens monsters worden genomen wanneer partijen vleessnippers/gehakt van rundvlees of paardenvlees aanwezig zijn. Wanneer deze positief worden getest op paardenvlees worden deze ook getest op residuen van diergeneesmiddelen.

Vleesverwerkende productiebedrijven

Er worden steekproefsgewijs 100 monsters afgenomen bij 50 bedrijven. Daarbij worden monsters genomen van grondstoffen die verwerkt worden in levensmiddelen en eindproducten waarbij wordt getoetst op vermenging van rundvlees met paardenvlees en indien positief op paardenvlees, op sporen van medicijnen. Tevens zal er monstername plaatsvinden op eindproducten.

Import

Er worden 150 monsters genomen bij de import van paardenvlees waarbij wordt getoetst op vermenging van rundvlees met paardenvlees en residuen van diergeneesmiddelen.

Export

Er vindt intensivering plaats van controle bij exportcertificering van rundvlees en -producten.

Europees overleg

De ministers van landbouw van de meest betrokken lidstaten (Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Polen, Roemenie, Zweden, Luxemburg en het Ierse voorzitterschap) hebben op woensdag 13 februari in Brussel met elkaar gesproken op uitnodiging van het Ierse voorzitterschap. Het Ierse voorzitterschap heeft Nederland hiervoor niet uitgenodigd. In het overleg is door de Europese Commissie voorgesteld om de komende periode in alle lidstaten controles te houden. Er worden 2500 testen, verdeeld over alle lidstaten, gedaan op aanwezigheid van paarden DNA in vleesproducten. Er worden 2500 testen uitgevoerd op paardenvlees op de aanwezigheid van diergeneesmiddelen waaronder fenylbutazon en 1500 testen bij import. De Europese Commissie stelt voor deze testen uit te voeren in maart en april. Daarnaast wordt Europol ingeschakeld als Europees coördinator. En tot slot wordt zo spoedig mogelijk het rapport van de Europese Commissie openbaar gemaakt over mogelijkheid van herkomstlabelling van vleesproducten.

Fenylbutazon is een pijnstiller en ontstekingsremmer voor gebruik bij paarden. Het middel kan schadelijk zijn voor de mens. Paarden die met dit middel behandeld zijn moeten worden uitgesloten van de voedselketen. De bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk hebben heden bekend gemaakt dat er sporen van fenylbutazon aangetroffen zijn in vlees van onderzochte karkassen.

Aanstaande vrijdag zal een extra bijeenkomst plaatsvinden van de Standing Committee of the Food Chain and Animal health (SCoFCAH) waarin met alle lidstaten de situatie en het voorstel van de commissie besproken zal worden. Nederland wordt hierin vertegenwoordigd door de ministeries van VWS, EZ en de NVWA. Op basis van de discussie in dit Comité zullen de voorstellen tijdens de Raad van 25 en 26 februari worden besproken.

Tot slot

Uit het voorgaande blijkt dat we de situatie zeer serieus nemen. We zullen de Kamer informeren zodra meer resultaten van het onderzoek beschikbaar zijn.

De staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma