Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 september 2012
Conform mijn toezegging in mijn brief over de NVWA (TK 26 991, nr. 322, 9 november 2011) stuur ik u hierbij het rapport van de door de NVWA uitgevoerde
audit van het QLL kwaliteitssysteem*). Ik zal eerst de hoofdpunten van de bevindingen
weergeven en vervolgens mijn bevindingen.
Resultaten audit rapport
Het auditteam van de NVWA concludeert dat de borging van het kwaliteitssysteem QLL
ten opzichte van de audit uit 2011 weliswaar verbeterd is, maar dat op een aantal
punten nog steeds onvoldoende waarborgen worden geboden op het terrein van de toegekende
toezichtsmodaliteiten in relatie tot de naleving van de onderliggende regelgeving.
Het uitvoeren van onaangekondigde controles vormt één van deze waarborgen.
Zorgelijk is dat het auditteam door een gebrekkige medewerking van de certificerende
instanties zich onvoldoende een beeld heeft kunnen vormen over de uitvoering hiervan.
Uit de audit blijkt dat de controles van de certificerende instanties (CI) onvoldoende
gericht zijn op de naleving van eisen die betrekking hebben op de aan QLL toegekende
modaliteiten. Alhoewel aan QLL deelnemende varkenstransporteurs een betere naleving
laten zien, schiet de naleving bij stalkeuring ten behoeve van exportcertificering
tekort. Verder zijn er aanwijzingen dat de verzamelcentra structurele overtredingen
begaan die betrekking hebben op de aan de deelnemers toegekende modaliteiten terwijl
door de Cl geen overtredingen worden geconstateerd.
Er blijkt nog steeds gebrek aan ervaring en kennis bij de CI te zijn waardoor controles
onvoldoende diepgang hadden om naleving op belangrijke punten na te gaan. Verder blijkt
op het gebied van de preventieregeling dat overtredingen wel door de NVWA maar niet
door rie CI worden geconstateerd. Het auditteam concludeert verder dat juist aan QLL
deelnemers toegekende modaliteiten als stalkeuring van varkens zonder wagens op de
boerderij ten behoeve van de export onvoldoende geborgd worden door QLL.
Vervolgstappen
Hoewel het rapport aantoont dat er op een aantal terreinen vooruitgang is geboekt,
zijn er nog veel verbeterpunten geconstateerd. Ik vind dit teleurstellend.
Gelet op deze resultaten zal ik de komende periode gebruiken om de volgende zaken
te doen. Daar bij het bestuur van QLL de wil om de kwaliteit te verbeteren aanwezig
is, heb ik QLL per brief de vraag gesteld hoe zij concreet en op zeer korte termijn
(voor 15 september a.s.) denkt de noodzakelijke verbeteringen door te voeren en voor
1 december 2012 in praktijk toe te passen. Dit plan van aanpak dient met name gericht
te zijn op de volgende punten:
-
– de naleving van de eisen van QLL door de deelnemers, vooral bij de toezichtmodallteiten
stalkeuring en verzamelcentra;
-
– de uitvoering van het toezicht door de CI, met name de controle op de kritische punten
(CCP's);
-
– de uitvoering van de jaariijkse evaluatie van het systeem QLL, zoals voorgeschreven
In de regeling QLL.
Verder heb ik het bestuur van QLL dringend verzocht voor het auditteam van de NVWA
alsnog mogelijk te maken de nog niet uitgevoerde onaangekondigde controles vòòr 15 september
2012 uit te laten voeren.
De NVWA zal in december 2012 middels een mini-audit toetsen of de geconstateerde problemen
zijn opgelost. In januari 2013 zal ik u informeren over de resultaten van deze audit
en eventuele vervolgstappen.
In de tussenfase zal de status quo worden gehanteerd voor de huidige modaliteiten
onder de voorwaarde dat de onderliggende regelgeving door de deelnemers wordt nageleefd.
De NVWA zal hierop in de komende maanden intensiever toezicht houden. Indien op bedrijfsniveau
alsnog wordt geconstateerd dat dit niet het geval is, zal de NVWA QLL daar op aanspreken
met het doel dat QLL actie onderneemt naar het betreffende bedrijf om deelname aan
QLL te schorsen of in te trekken.
Voorts ga ik met de NVWA voorbereidingen treffen om, indien de geconstateerde problemen
niet zijn opgelost, de handhaving zelf ter hand te nemen. De extra tijd die de NVWA
dan nodig heeft voor het uitvoeren van controles zal, voor zover retribueerbaar, voor
rekening komen van de transport- en veehouderijsector. Het gaat hierbij om de klepkeuringen
die in de plaats komen van de stalkeuringen.
De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
H. Bleker
*) Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer