Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201726695 nr. 118

26 695 Voortijdig school verlaten

Nr. 118 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 februari 2017

Hierbij informeer ik u over de voortgang in de aanpak van voortijdig schoolverlaten (vsv) in schooljaar 2015/2016.

Ik kan u melden dat, dankzij de voortdurende inzet van docenten, RMC1-medewerkers, leerplichtambtenaren, loopbaanbegeleiders, verzuimcoördinatoren, wethouders en andere betrokkenen binnen scholen en gemeenten, de schooluitval opnieuw is afgenomen.

De teller staat nu op 22.948 nieuwe vsv’ers (voorlopig cijfer). Dat betekent dat er in schooljaar 2015/2016 ruim 1.400 vsv’ers minder waren dan het jaar ervoor. 2

Opnieuw een prestatie om trots op te zijn. Ik maak dan ook een groot compliment aan iedereen die zich voor de jongeren heeft ingezet. En die voor hen het verschil wil maken. De inspanningen die scholen en gemeenten plegen om leerlingen en studenten binnenboord te houden, zorgen ervoor dat jongeren meer gelijke kansen krijgen op de arbeidsmarkt en in hun maatschappelijke ontwikkeling.

Nog steeds stromen echter jaarlijks 22.948 jongeren zonder startkwalificatie uit het vo en mbo. Terwijl we weten dat iemand mét dat diploma op zak meer kans op werk heeft. Ook zijn er jongeren voor wie een startkwalificatie (tijdelijk) niet haalbaar lijkt. Voor hen heeft een goede voorbereiding op de overstap naar de arbeidsmarkt prioriteit. Daarom is het goed dat de aanpak van schooluitval een vervolg heeft gekregen en daarbij specifieke aandacht heeft voor jongeren in kwetsbare positie.3 Ik hanteer daarbij opnieuw een scherpe doelstelling: maximaal 20.000 nieuwe vsv’ers in 2021 (gemeten over schooljaar 19/20).

In de bijlage bij deze brief vindt u de resultaten per mbo-instelling en per RMC-regio4. De resultaten van de individuele vo-scholen komen eind maart beschikbaar, samen met gedetailleerde gegevens per mbo-instelling, vo-school, gemeente en RMC-regio. U ontvangt eind maart een brief waarin ik een nadere analyse geef van de uitvalcijfers. Ook zal ik ingaan op ontwikkelingen rond het vervolg van de samenwerking tegen vsv en voor jongeren in een kwetsbare positie. Ik informeer u dan tevens over de uitkomsten van de conferentie op 17 februari jl. met wethouders van de G32 over de knelpunten die zij ervaren bij de begeleiding van jongeren zonder startkwalificatie naar leren, werken of een combinatie daarvan (waarbij soms ook zorg een onderdeel is van het traject).

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker


X Noot
1

RMC staat voor Regionale Meld- en Coördinatiefunctie

X Noot
2

Vorig jaar meldde ik u over schooljaar 2014/2015 een voorlopig cijfer van 24.451 vsv’ers. Het definitieve cijfer is 24.353. Zie verder brief «Succesvolle aanpak vsv krijgt een krachtig vervolg», Kamerstuk 26 695, nr. 109

X Noot
3

Vorig jaar meldde ik u over schooljaar 2014/2015 een voorlopig cijfer van 24.451 vsv’ers. Het definitieve cijfer is 24.353. Zie verder brief «Succesvolle aanpak vsv krijgt een krachtig vervolg», Kamerstuk 26 695, nr. 109

X Noot
4

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl