Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 november 2017
Tijdens de regeling van werkzaamheden van 14 november jl. (Handelingen II 2017/18,
nr. 21, Regeling van Werkzaamheden) is door het lid van uw Kamer Asscher (PvdA) verzocht
om een aanvullende brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
over de beïnvloeding van de publieke opinie door statelijke actoren.
Er is gevraagd naar voorbeelden van heimelijke politieke beïnvloeding. In deperiode
voorafgaand aan de Tweede Kamerverkiezingen is in Russische media opeen onjuiste wijze
bericht over de Nederlandse politiek. De AIVD hield om diereden rekening met de opstart
van een beïnvloedingcampagne gericht op deTweede Kamerverkiezingen. Het kabinet is
hier gedurende de verkiezingsperiodeextra waakzaam op geweest, immers eerder is desinformatie
verspreid rondomhet Oekraïnereferendum van 2016. Zo verscheen op internet een video
metvermeende leden van het Azov-bataljon, een militante Oekraïense groepering diede
Nederlandse vlag verbrandde en dreigde met terroristische aanslagen alsNederlandse
kiezers niet voor het Associatieakkoord stemden.
Ook in andere Europese landen is aandacht voor (Russische) inmenging indemocratische
processen. Ik verwijs daarbij naar recente uitspraken van Europeseregeringsleiders
en autoriteiten. Zo heeft de Britse premier Theresa May op 13november jl. verklaard
dat Rusland zich heeft gemengd in het Britsedemocratische proces door het verspreiden
van desinformatie. Tevens hebben deSpaanse autoriteiten deze week aangegeven dat er
sprake is geweest vandesinformatiecampagnes vanuit Rusland rondom het Catalaanseonafhankelijkheidreferendum.
In aanloop naar de parlementsverkiezingen inDuitsland van november vorig jaar waarschuwde
bondskanselier Angela Merkelvoor Russische cyberaanvallen en desinformatiecampagnes,
mede in relatie tot dehack op de Duitse Bondsdag in 2015 waarbij gevoelige informatie
werd gestolen.
Het campagneteam van de toenmalige presidentskandidaat Emmanuel Macronmaakte tijdens
de campagne melding van een cyberaanval waarbij ook werdverwezen naar mogelijke Russische
betrokkenheid.
De problematiek staat ook in Brussel op de agenda. In 2015 is door de RBZbesloten
om een EU «East StratCom Taskforce» (StratCom) binnen de EuropeseDienst voor Extern
Optreden (EDEO) op te richten. De taakgroep richt zich ondermeer op het tegengaan
van desinformatie door pro-Kremlin media. Het kabinetsteunt de vraag van verschillende
lidstaten om binnen de EDEO meer capaciteitvrij te maken voor deze initiatieven. Tijdens
de Raad Buitenlandse Zaken (RBZ)van 13 november jl. is door de Ministers van Buitenlandse
Zaken gesproken overde aanpak van desinformatie. Begin 2018 zal de RBZ wederom over
StratCom spreken. Nederland zet in op intensivering van de initiatieven bij het tegengaanvan
desinformatie. Tevens zal Nederland actief bijdragen aan het initiatief van deCommissie
om in een High Level Expert Group diepgaand uit te zoeken hoe de verspreiding van
desinformatie kan worden tegengegaan. In de lente van 2018 wordt een strategie voorzien.
Ik wijs u erop dat, zoals ik in mijn eerdere brief aangaf, het kabinet daarnaast op
nationaal niveau in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen en het referendum van
maart 2018 werkt aan een aanpak die is gebaseerd op de ervaringen die zijn opgedaan
rondom de Tweede Kamerverkiezingen. Bij deze aanpak zijn de Ministeries van Buitenlandse
Zaken, Justitie en Veiligheid (NCTV), Defensie en mijn eigen ministerie nauw betrokken.
Heimelijke politieke beïnvloeding is volstrekt onwenselijk. Attributie is echter inveel
gevallen problematisch. Als het al om strafbare feiten gaat zijn dezebovendien veelal
moeilijk te bewijzen. Het kabinet kiest voor een brede aanpak.
Zoals ik in mijn Kamerbrief van 14 november jl. (Kamerstuk 26 643, nr. 496) heb aangegeven spelen media-, en technologiebedrijven een belangrijke rol bij het
tegengaan van het verspreiden van desinformatie via sociale media en inmenging van
buitenlandse actorengericht op politieke beïnvloeding. Daarom ga ik met de collega
van Justitie en Veiligheid met deze bedrijven in gesprek om te bezien op welke wijze
zij ervoorkunnen zorgen dat hun platforms niet worden misbruikt voor politiekebeïnvloeding
of het verspreiden van onwaarheden. Wij willen met hen sprekenover de rol van social
mediaplatforms bij het identificeren van desinformatie enhet beleid ten aanzien van
politieke advertenties die ingekocht worden uit landendie op dubieuze wijze trachten
te beïnvloeden. Over de uitkomsten van dezegesprekken zal ik uw Kamer zo spoedig mogelijk
informeren.
In mijn Kamerbrief van 1 november jl. (Kamerstuk 34 700, nr. 52) heb ik reeds opgemerkt dat voor de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten
een gemoderniseerd wettelijkkader noodzakelijk is om zicht te (blijven) houden op
de dreigingen, waarheimelijke politieke beïnvloeding er een van is. De benodigde zorgvuldigheidvraagt
echter om meer tijd voor het benoemen, screenen en inwerken van deleden van de onafhankelijke
Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB). Dezetoets van de commissie vormt immers
een van de belangrijkste nieuwewaarborgen van de Wiv 2017.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren