Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 december 2015
In de brief van de Minister van Economische zaken van 23 december 2014 over Telecommunicatie,
Media en Internet (hierna: TMI-brief) is aangekondigd dat ik zal kijken naar mogelijkheden
om bestaande knelpunten rondom veranderend mediagebruik en convergentie weg te nemen.1 Het gaat om knelpunten op de volgende terreinen: reclame (regels over sponsoring
en productplaatsing), maatschappelijke thema’s (zoals voorzieningen voor doven en
slechthorenden en bescherming minderjarigen) en toegankelijkheid van het media-aanbod
(must carry, omvang standaardpakket, due prominence). Deze brief stuur ik u in vervolg
hierop mede namens de Minister van Economische Zaken. Ik licht hieronder toe dat mijn
inzet op dit terrein zich met voorrang richt op het wegnemen van genoemde knelpunten
in de Europese mediawetgeving.
Op 6 mei 2015 verscheen de mededeling van de Europese Commissie over een strategie
voor een digitale eengemaakte markt voor Europa.2 In deze mededeling kondigt de Europese Commissie een voorstel tot herziening van
de Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten (AVMD-richtlijn) in 2016 aan. Vaststaat dat
de terreinen die in de TMI-brief worden genoemd, in deze herziening aan de orde komen.
Met de nabije herziening van de Europese mediawetgeving in het vooruitzicht heeft
het voor mij prioriteit om de inspanningen hierop te richten.
De Europese Commissie heeft ter voorbereiding van de komende herziening van de AVMD-richtlijn
op 6 juli 2015 een internetconsultatie gepubliceerd. Nederland heeft op 30 september
2015 zijn positie in een reactie op deze consultatie kenbaar gemaakt.3
In deze reactie heeft Nederland geschreven er geen voorstander van te zijn dat de
regels die nu gelden voor het lineaire domein worden uitgebreid naar de non-lineaire
omgeving. Nederland kent daarentegen juist prioriteit toe aan het opheffen van de
verschillen tussen lineaire aanbieders en «over the top» (via internet) aanbieders.
Het is nodig om de AVMD-richtlijn aan te passen zodat er een lichter regelgevend regime
komt en als gevolg daarvan een versoepeling van de reclameregels mogelijk wordt.
Nederland pleit in de reactie op de consultatie voor handhaving van een zekere mate
van nationale beleidsdiscretie bij het regime van bescherming van minderjarigen en
voor het bevorderen van toegankelijkheid van media voor doven en slechthorenden. Het
gaat er bij minderjarigen om dat de bescherming gebeurt op een wijze die past bij
onze samenleving. Dit geldt in het bijzonder voor het online domein.
In mijn positie bij de herziening van de richtlijn op het punt van de bescherming
van minderjarigen neem ik ook de motie van het lid Pieter Heerma (CDA) mee. Deze vraagt
om te bezien of het Kijkwijzer model van de NICAM op alle mediaplatforms kan gaan
gelden die in Nederland uitgezonden worden.4
Voor doven en slechthorenden is het belangrijk dat er afspraken komen over de technologie
die de toegankelijkheid van het media-aanbod mogelijk blijft maken. In het bijzonder
geldt dit voor nieuwe interactieve vormen verbonden met mediadistributie.5
Op het gebied van de toegankelijkheid houdt Nederland vast aan de huidige mogelijkheid
voor must carry / must offer. Dat betekent dat er een plicht blijft om de Nederlandse en Vlaamse publieke zenders
door te geven. Maar ook het vraagstuk van de toegankelijkheid van media en de keuzevrijheid
van de consument is in beweging. Dit onderwerp staat op de agenda sinds de motie over
het zogenoemde à la carte menu voor abonnees van aanbieders van pakketten met televisiezenders.6 Zoals ik u op 22 juni 2015 schreef, laat ik nader onderzoek doen naar de mogelijkheden
tot het al dan niet invoeren van het à la carte menu.7 Specifiek wordt onderzocht of het mogelijk en wenselijk is een à la carte menu in
te voeren met behoud van de must carry zenders.
In 2016 zal ik u nader informeren over de nadere inzet op het nog te ontvangen voorstel
van de Europese Commissie tot herziening van de Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten.
Tevens zal ik u, zoals reeds toegezegd, voor het zomerreces van 2016 informeren over
de resultaten van de onderzoeken naar een vorm van het à la carte menu.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker