Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201526448 nr. 537

26 448 Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)

Nr. 537 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 juni 2015

Tijdens het Algemeen Overleg WWB en de Participatiewet op 24 juni 2015 heeft de heer van Weyenberg het Aanvalsplan beveiliging persoonsgegevens Suwinet aan mij overhandigd. Met deze brief stuur ik u de door mij toegezegde reactie op dit plan. Verder informeer ik uw Kamer met deze brief dat ik UWV toesta om, anticiperend op de inwerkingtreding van de regelgeving die de aangepaste werkprocessen doelgroep beoordeling banenafspraak regelt, vanaf 1 juli 2015 volgens de aangepaste werkprocessen te werken.

Suwinet

Ik onderschrijf de door de aanwezige Tweede Kamerleden geuite hoge urgentie en het grote belang om door te pakken met het op orde brengen van de beveiliging van het Suwinet. Bescherming van persoonsgegevens is een grondrecht en het is niet acceptabel dat de overheid hierin tekortschiet. Gemeenten die de beveiliging van het Suwinet niet op orde hebben, moeten worden gesanctioneerd. Vanuit deze intentie heb ik het plan in ontvangst genomen en toegezegd op korte termijn mijn reactie te geven op de daarin gedane suggesties. Ik volg hierbij de punten in het plan.

  • 1. Afsluiten van gemeenten die hun zaken niet op orde hebben

    Zoals gemeld, is er ten opzichte van het vorige onderzoek van de Inspectie SZW in november 2013 wel enige verbetering in de beveiliging van Suwinet bij gemeenten. Het is echter nog lang niet voldoende. Per 1 september aanstaande gaat de Inspectie SZW vervolgonderzoek doen naar de beveiliging van Suwinet bij alle gemeenten. De inspectie is gestart met het voorbereiden van de werkzaamheden. Het komende onderzoek van de inspectie gaat uitwijzen in hoeverre iedere gemeente aan de 7 essentiële beveiligingsnormen voldoet. Gemeenten die vervolgens nalaten om de beveiliging op orde te brengen, zal ik na een aantal stappen in het escalatieprotocol, als ultimum remedium afsluiten. Ik stuur u in de zomer het escalatieprotocol toe en informeer u over de doorlooptijd van het onderzoek en de tijdpaden van de stappen in het protocol. Verder informeer ik de colleges van burgemeester en wethouders en de gemeenteraden over het onderzoek van de Inspectie en het escalatieprotocol.

  • 2. Op zeer korte termijn bestuurlijk overleg met de VNG

    Op 17 juni jl. heb ik met de VNG over de bevindingen van de inspectie betreffende de beveiliging van Suwinet gesproken. In de afgelopen anderhalf jaar heeft het onderwerp Suwinet veelvuldig op de agenda van mijn overleg met de VNG gestaan. Ik heb het afgelopen jaar ook regelmatig overleg gevoerd met de VNG, UWV, SVB en het CBP over de beveiliging van Suwinet door gemeenten. De VNG is ook van mening dat de verbeteringen onvoldoende zijn en intensiveert haar acties richting gemeenten. De leden van de commissie Werk en Inkomen van de VNG nemen contact op met alle wethouders van gemeenten die in het inspectieonderzoek aan 3 of minder normen voldeden. Deze week organiseert de VNG de eerste van aantal informatiebijeenkomsten naar aanleiding van het laatste inspectierapport. De Inspectie SZW geeft hierbij een toelichting op de uitkomsten van het onderzoek en de wijze waarop gemeenten aan de onderzochte beveiligingseisen kunnen voldoen. Verder heeft de VNG een visitatiecommissie informatieveiligheid ingesteld. De commissie betrekt de beveiliging van Suwinet bij het selecteren van de te bezoeken gemeenten.

  • 3. Onderzoek door de Inspectie SZW bij alle gemeenten

    De Inspectie SZW gaat per 1 september 2015 onderzoek doen bij alle gemeenten (zie punt 1). In de eerdere rapportages heeft de inspectie reeds per onderzochte gemeente vermeld aan welke normen wordt voldaan. Ik heb afgesproken dat de inspectie ook in de komende rapportage per gemeente en per norm gaat rapporteren. De rapportages van de inspectie zijn openbaar. Over de doorlooptijd van het onderzoek informeer ik u in de zomer (zie punt 1).

  • 4. Aanpassen systeem Suwinet zodat medewerkers alleen toegang hebben tot gegevens van eigen cliënten en conform de motie Ulenbelt-Van Weyenberg niet breder dan op burgerservicenummer kunnen zoeken

    Met het programma «Borging veilige gegevensuitwisseling via Suwinet» nemen UWV, SVB en gemeenten een aantal verbetermaatregelen gericht op het beperken van de toegang van medewerkers tot gegevens.1 In 2015 wordt de toegang van medewerkers tot de gegevens van personen die cliënt zijn van de betreffende organisatie beperkt. Om het aantal de gegevens dat een medewerker van een persoon kan raadplegen te beperken, wordt in 2015 een aantal aanvullende inkijk-pagina’s ontwikkeld. In 2016 volgt het beperken van de toegang van medewerkers tot de gegevens van cliënten die medewerkers zelf behandelen.

    Op basis van wettelijke bepalingen zijn er uitzonderingen die noodzaken dat medewerkers toegang dienen te krijgen tot de gegevens van personen zoals huisgenoten en (ex)partners. Onderzocht wordt onder welke condities de toegang tot andere personen dan cliënten wordt verleend en op welke wijze deze toegang wordt vormgegeven.

    De meeste medewerkers krijgen alleen via de zoeksleutel burgerservicenummer toegang tot persoonsgegevens. Voor een aantal specifieke taken zoals het opsporen van uitkeringsfraude is toegang via andere zoeksleutels, zoals het adres, verleend. Op dit moment worden de condities voor het toekennen van andere zoeksleutels dan het burgerservicenummer nader onderzocht en worden de procedures voor het toegang geven van medewerkers tot andere zoeksleutels aangescherpt.

    De onderzoeken naar het beperken van de toegang tot relevante personen en de zoeksleutels worden in het vierde kwartaal van 2015 afgerond en daarbij van een privacy impact assessment voorzien. Ik zal u de uitkomsten hiervan toesturen.

    Daarnaast worden de rapportages over het gebruik van gegevens verbeterd ten behoeve van een snellere en meer gerichte controle achteraf. Een belangrijke maatregel betreft verder het bevorderen van het privacybewustzijn en de kennis bij medewerkers over wat wel en niet is toegestaan. Hiertoe worden de volgende maatregelen genomen: aanvullende voorlichting, het stellen van eisen aan het kennisniveau van medewerkers en het afnemen van een test waarbij slechts na een positief resultaat toegang tot het Suwinet wordt verleend.

  • 5. Meer bekendheid geven aan de mogelijkheid in bepaalde gevallen gegevens binnen Suwinet af te schermen, in het bijzonder adressen van personen in een blijf-van-mijn-lijf huis

    Ik vind het van groot belang dat de gegevens van personen die verblijven in een blijf-van-mijn-lijf-huis geheim blijven. Bij het doorgeven van het nieuwe adres aan de gemeenten kan een burger gebruik maken van de Indicatie Geheim Adres of het opgeven van een briefadres. Verder heeft de beheerder van Suwinet het technisch mogelijk gemaakt voor gemeenten om gegevens van burgers die in een blijf-van-mijn-lijf-huis verblijven, op te nemen in een blacklist. De gegevens van burgers die zijn opgenomen in een blacklist worden niet uitgewisseld. Ik treed met de Federatie Opvang in overleg om vast te stellen in hoeverre aanvullende maatregelen voor het afschermen van gegevens nodig zijn. Ook ga ik nog meer bekendheid geven aan de mogelijkheden voor burgers en op Suwinet aangesloten organisaties om gegevens af te schermen.

  • 6. Onderzoeken of aan Suwinet een functie kan worden toegevoegd waarmee mensen met behulp van DigiD zelf kunnen zien wie hun gegevens hebben bekeken

    Als onderdeel van het programma «Borging veilige gegevensuitwisseling via Suwinet» wordt in 2015 onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de transparantie naar burgers over het opvragen van gegevens via Suwinet te verbeteren. Het met behulp van DigiD bieden van inzage in opgevraagde gegevens is onderdeel van dit onderzoek.

In de zomer stuur ik u het escalatieprotocol toe. Verder informeer ik u in oktober over de voortgang van het programma «Borging veilige gegevensuitwisseling via Suwinet».

Wijzigingen werkprocessen doelgroepbeoordeling banenafspraak

In overleg met de sociale partners, de VNG en het UWV heb ik op basis van aanbevelingen van de Werkkamer nieuwe afspraken gemaakt over een aantal noodzakelijke wijzingen in de werkprocessen van de doelgroepbeoordeling banenafspraak. De belangrijkste afspraken zijn als volgt:

  • Vso/pro en mbo-entree-leerlingen kunnen zich rechtstreeks bij UWV aanmelden voor de doelgroepbeoordeling voor de banenafspraak,

  • Het werkproces bij UWV wordt zo ingericht dat UWV bij een Wajong- beoordeling tevens nagaat of iemand die afgekeurd wordt voor de Wajong 2015 wel in het doelgroepregister kan worden opgenomen.

  • De voorgaande aanpassingen betekenen ook dat mensen zich rechtstreeks tot UWV kunnen wenden voor een Wajong/doelgroepbeoordeling.

  • De middelen voor de doelgroepbeoordeling worden gecentraliseerd, met inachtneming van het uitgangspunt van budgettaire neutraliteit.

Ik heb de Kamer hierover geïnformeerd bij brief van 8 mei jl.2 Ook heb ik hierover met uw Kamer gesproken tijdens het algemeen overleg WWB-onderwerpen en Participatiewet op 24 juni jl.

Voor het optimaal in beeld houden van mensen met een arbeidsbeperking en een goede vulling van het doelgroepregister is het belangrijk dat UWV zo snel mogelijk met de aangepaste werkwijze kan werken. Daarvoor is een aanpassing van regelgeving nodig. Met deze brief wil ik uw Kamer informeren dat ik UWV toesta, anticiperend op de inwerkingtreding van de regelgeving die de aangepaste werkprocessen regelt, om volgens de aangepaste werkprocessen te werken vanaf 1 juli 2015.

Het is van belang dat mensen met een arbeidsbeperking in beeld blijven en dat het doelgroepregister zo snel mogelijk goed gevuld wordt met mensen uit de Participatiewet van wie is vastgesteld dat zij het wettelijk minimumloon niet kunnen verdienen. Over het gebruik van het doelgroepregister heb ik eerder Kamervragen beantwoord (Aanhangsel Handelingen II 2014/15, nrs. 1500 en 1501). Het doelgroepregister wordt beheerd door UWV en is al goed gevuld. Mensen in de Wajong, mensen met een Wsw-indicatie en mensen met een ID/Wiw-baan zijn al opgenomen in het register. Zoals op 19 december 2014 aan de Tweede Kamer gemeld, bevat het doelgroepregister ruim 300.000 mensen.3

Om van de mogelijkheid gebruik te maken om te anticiperen op inwerkingtreding van aangepaste wet- en regelgeving, moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. Zo moet het gaan om een situatie waarin sprake is van in voorbereiding zijnde wetgeving, en waarin sprake is van zodanige onbillijkheden of uitvoeringstechnische problemen dat het anticiperen op een wetswijziging wenselijk wordt geacht voor de mensen om wie het gaat, voor de werkgevers die de mensen in dienst moeten nemen en voor gemeenten en de uitvoerders. Ook moet voorafgaand aan het gebruikmaken van dit zogenoemde gedogen onderzocht zijn of aan een aantal andere criteria is voldaan. Zo moeten de belangen zorgvuldig zijn afgewogen.

De Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten en het daarop gebaseerde uitvoeringsbesluit zijn op 1 mei 2015 in werking getreden. De afspraken voor de aanpassingen van de werkprocessen worden breed gedragen. Alle relevante partijen onderschrijven het doel en de urgentie van de extra banen voor de doelgroep van de banenafspraak en het belang van een goed gevuld doelgroepregister. De aanpassing van de werkprocessen dragen hieraan bij. Zij hebben immers als doel om het werkproces voor de beoordeling beter te stroomlijnen en ervoor te zorgen dat aanvragen voor verschillende indicaties, die alle het arbeidsvermogen van een belanghebbende beoordelen, zo veel mogelijk gecombineerd kunnen verlopen. En om ervoor te zorgen dat het UWV waar mogelijk gebruik kan maken van beschikbare indicaties en informatie over het arbeidsvermogen van belanghebbende.

De wijzigingen betreffen wijzigingen in de werkprocessen. Gelet op het belang van mensen met een beperking, voor wie de beoordeling meer kans genereert op werk, het belang van werkgevers om te kunnen voldoen aan de banenafspraak, alsook het belang van gemeenten en UWV bij het kunnen plaatsen van mensen bij werkgevers, ben ik van mening dat anticiperen begunstigend werkt voor alle hiervoor genoemde partijen. Verder geldt als criterium dat de «contra legem» situatie van beperkte duur moet zijn. Omdat de regelgeving naar verwachting uiterlijk 1 januari 2016 in werking kan treden, is dit het geval.

Alle voorwaarden beoordelend, heb ik besloten om van de mogelijkheid om te anticiperen op inwerkingtreding van aangepaste wet- en regelgeving gebruik te maken. Ik zal UWV dan ook via een brief vragen om vooruitlopend op de inwerkingtreding van de regelgeving die de aangepaste werkprocessen regelt, vanaf 1 juli 2015 te werken volgens de aangepaste werkprocessen. Uiteraard wil ik dit niet doen zonder daarover ook volledige openheid aan de Eerste Kamer te bieden en om die reden stuur ik hierover ook een brief aan de Voorzitter van de Eerste Kamer.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Klijnsma


X Noot
1

Kamerstuk 26 448, nr. 530.

X Noot
2

Kamerstuk 29 544, nr. 614.

X Noot
3

Kamerstuk 33 981, nr. 46.