Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201326448 nr. 493

26 448 Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)

Nr. 493 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 mei 2013

Tijdens het algemeen overleg van 11 april jl. heb ik toegezegd met de culturele sector in overleg te gaan over de afschaffing van de uitzonderingen voor musici en artiesten en u op de hoogte te stellen van de uitkomsten van dit overleg. Op 24 april jl. heb ik dit overleg gevoerd.

Uitkomst van dit overleg is dat de culturele sector bereid is te zoeken naar alternatieve oplossingen binnen de sector. De ministeries van SZW en OCW en het UWV zullen hierbij indien gewenst inhoudelijke ondersteuning bieden. De WW-premiegelden, die vrijvallen als gevolg van de afschaffing van de uitzonderingen voor musici en artiesten, kunnen door de culturele sector hiervoor aangewend worden. Tijdens het overleg heb ik enkele concrete suggesties gedaan.

In het overleg kwam naar voren dat de afschaffing van de genoemde uitzonderingen per 1 juni aanstaande kort dag is en dat men meer tijd nodig heeft om eventuele alternatieve oplossingen uit te werken. Deze tijd wil ik de culturele sector gunnen. Bij uitzondering heb ik daarom besloten een aparte tijdelijke compensatieregeling te treffen. Deze zal de musici en artiesten die getroffen worden door de afschaffing tijdelijk een uitkering bieden met dezelfde uitkeringsvoorwaarden als die tot 1 juni aanstaande voor hen gelden in de WW. Het gaat om een regeling die afloopt op 31 december 2013 voor iedereen die de compensatie ontvangt. UWV voert de regeling uit. Met de regeling is een bedrag gemoeid van maximaal € 5 miljoen, waarvoor ruimte is gevonden op de begroting.

De culturele sector is verheugd dat door de tijdelijke regeling ruimte komt om in te spelen op de nieuwe situatie die ontstaat na 1 juni aanstaande. Met de compensatieregeling is er geen belemmering meer om per 1 juni met het nieuwe Dagloonbesluit van start te gaan.

Ik heb het overleg ook benut om toe te lichten waarom ik van mening ben dat er onvoldoende argumenten zijn om de uitzonderingen voor musici en artiesten te handhaven. Ik heb gememoreerd dat er een groeiende groep personen is, die evenals musici en artiesten onregelmatig werk hebben. Tevens is geconstateerd dat in de praktijk musici en artiesten nu ook al vaak een gemengde praktijk hebben waarbij zij afwisselend in de sector en in andere beroepen werkzaam zijn. Gelet daarop acht ik een aparte behandeling van de beroepsgroep niet langer verdedigbaar.

Tot slot. Tijdens het algemeen overleg van 11 april jl. hebben leden van verschillende fracties gevraagd naar de gevolgen van de afschaffing van de uitzonderingen voor musici en artiesten voor de besparingen, voor de premies en het EMU-saldo. In de bijlage van deze brief treft u deze informatie aan. Daarnaast heb ik toegezegd het UWV te vragen onderzoek te doen naar het percentage WW-gerechtigde musici en artiesten dat nu al voldoet aan de reguliere wekeneis. In de bijlage staat het resultaat van dit onderzoek.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

Bijlage Cijfermateriaal afschaffing uitzonderingen musici en artiesten

In deze bijlage wordt ingegaan op de gevolgen van de afschaffing van de uitzonderingen voor musici en artiesten voor de besparingen, voor de premies en het EMU-saldo. Tevens wordt ingegaan op de vraag welk percentage van de huidige WW-gerechtigde musici en artiesten nu al voldoet aan de reguliere wekeneis.

Omvang van de besparing a.g.v. afschaffen uitzondering musici en artiesten

De afschaffing van de uitzonderingen voor musici en artiesten leidt tot minder, en minder hoge, uitkeringen. Het aantal WW-uitkeringen zal afnemen doordat minder musici en artiesten voldoen aan de voorwaarden voor toekenning van de uitkering als gevolg van een aanscherping van de wekeneis. De hoogte van de WW-uitkeringen zal gemiddeld lager worden vastgesteld doordat het loon voor de dagloonvaststelling van de werkloosheidsuitkering niet meer wordt verhoogd met een factor 100/70. De hoogte van een aantal WGA-uitkeringen (Werkhervattingsregeling gedeeltelijk arbeidsgeschikten) zal dalen doordat minder werknemers voldoen aan de voorwaarden voor toekenning van een loongerelateerde uitkering.

De besparing op de uitkeringslasten bedraagt structureel € 11 miljoen per jaar. Deze besparing ontstaat doordat de WW/WIA-lasten zullen dalen en tegelijkertijd zullen de bijstandslasten stijgen omdat een deel zal doorstromen naar de bijstand (zie tabel 1).

Tabel 1. Besparing uitkeringslasten (in mln.)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Afschaffen uitzondering M&A

-2

-8

-11

-11

-11

-11

De afschaffing van de uitzonderingen voor musici en artiesten betekent een besparing op de uitvoeringskosten van € 1,1 miljoen structureel per jaar (zie tabel 2).

Tabel 2. Besparing uitvoeringskosten (in mln.)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Afschaffen uitzondering M&A

-0,6

-1,1

-1,1

-1,1

-1,1

-1,1

Besparingsverlies bij uitstel afschaffen uitzondering musici en artiesten tot 1-1-2014.

Tijdens het algemeen overleg heb ik aangegeven dat een uitstel van de afschaffing van de uitzonderingen voor musici en artiesten zou betekenen dat er een besparingsverlies optreedt van cumulatief minstens € 45 miljoen over de periode 2013–2015. Het besparingsverlies ontstaat doordat uitstel van de afschaffing van de uitzondering voor musici en artiesten, ook betekent dat de invoering van de nieuwe dagloonregeling tot minstens 1 januari 2014 uitgesteld moet worden. De geplande invoeringsdatum hiervan is 1 juni 2013. De technische implementatie van beide maatregelen is aan elkaar gekoppeld. UWV heeft aangegeven dat het loskoppelen van een van beide onderdelen niet mogelijk is. Het besparingsverlies bestaat uit drie elementen (zie tabel 3):

  • Uitstel van het afschaffen van de uitzonderingen voor musici en artiesten: cumulatief ruim € 7 miljoen (uitkeringslasten en uitvoeringskosten). Vanwege het ingroeipad van de besparingen, loopt het besparingsverlies bij uitstel 3 jaar door.

  • Uitstel van nieuwe dagloonbesluit leidt tot niet gerealiseerde besparingen op de uitvoeringskosten over de periode 2013–2015: cumulatief € 30 miljoen. Voor het nieuwe dagloonbesluit zijn er geen besparingsverliezen in verband met de uitkeringslasten, omdat deze maatregel geen effect heeft op de uitkeringslasten. Ook hier loopt het besparingsverlies 3 jaar door als gevolg van het ingroeipad van de besparingen.

  • Eenmalige kosten voor ontvlechting en gescheiden implementatie van beide maatregelen: € 7,5 miljoen.

Tabel 3. Besparingsverlies (in mln. €) bij uitstel tot 1-1-2014
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Cumulatief

Musici en artiesten

2,6

3,0

1,5

     

7

Dagloonbesluit

10

11

9

     

30

Incidentele kosten

7,5

         

7,5

Totaal (afgerond)

20

14

10

     

45

Effect op de premies

De premies voor de financiering van de werkloosheidsuitkeringen worden betaald door de werkgevers. Werkgevers dragen deze premie af over het loon dat ze betalen aan hun werknemers. De WW-uitgaven worden gefinancierd uit twee premies: de premie voor het sectorfonds en de premie voor het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf). De eerste zes maanden van de werkloosheidsuitkering worden gefinancierd uit de premie voor het sectorfonds en de daarna volgende periode van de werkloosheidsuitkering wordt gefinancierd uit de AWf-premie1.

De WW-lasten van het sectorfonds Culturele instellingen bedroegen in 2011 € 43,5 miljoen, in 2012 € 48,5 miljoen en worden in 2013 geraamd op € 53,1 miljoen. De WGA-lasten waren in die jaren € 2,8 miljoen, € 3,7 miljoen respectievelijk € 4,6 miljoen2. Deze uitgaven hebben betrekking op alle werklozen en personen met een WGA-uitkering uit de sector Culturele instellingen en niet alleen de musici en artiesten waarop nu de verlaagde wekeneis en de bijzondere dagloonberekening voor de WW van toepassing is. De omvang van de uitgaven ten laste van het AWf voor musici en artiesten is niet bekend.

De gemiddelde premie voor het sectorfonds in 2013 bedraagt 5,04%, de hoge premie 12,38% en de lage premie 3,03%3. Het WW-deel daarvan is 4,3%, 11,68% en 2,34%4. De rest van deze premie wordt geheven voor de financiering van ZW en WGA. Voor werknemers met een contract van een jaar of langer geldt de lage premie en voor werknemers met een contract van korter dan een jaar de hoge premie. Het doel van deze differentiatie per premiegroep is om te bevorderen dat werkgevers meer vaste of langer durende contracten aanbieden, en langs deze weg kortdurende contracten te ontmoedigen waaruit repeterend gebruik van de WW ontstaat.

De premie voor het sectorfonds Culturele instellingen wordt in beginsel lastendekkend vastgesteld. Lastendekkend betekent dat de premie in een jaar toereikend is om in dat jaar de uitkeringen ten laste van het sectorfonds te kunnen betalen. De premie stijgt of daalt in grote lijn mee met stijging of daling van de uitgaven voor de werknemersverzekeringen. Bij de vaststelling van de premie wordt rekening gehouden met meer factoren, zoals de conjunctuur en de financiële positie (overschotten en tekorten) van het sectorfonds.

De WW-uitkeringslasten zullen dalen als gevolg van de afschaffing van de uitzonderingen voor musici en artiesten. Het afschaffen van de uitzonderingen voor musici en artiesten zal vooral leiden tot een daling van de uitkeringslasten in de eerste zes maanden van de WW. Dit betekent dat werkgevers op termijn een deel van de € 17 miljoen (besparing uitkeringslasten WW) minder premie aan het sectorfonds hoeven te betalen. Uiteraard is deze daadwerkelijke premiedaling, zoals aangegeven, ook afhankelijk van andere factoren, zoals de conjunctuur en de financiële positie van het sectorfonds.

Voor een deel van de besparingen op de werkloosheidsuitkeringen wordt er ook minder beroep gedaan op het Algemeen Werkloosheidsfonds. Dit betreft de werkloosheidsuitkeringen die langer duren dan zes maanden. Dit heeft geen invloed op de premie voor dit fonds die in 2013 1,7% bedraagt voor alle werkgevers in het bedrijfsleven in Nederland. De hoogte van deze premie is niet rechtstreeks gerelateerd aan de hoogte van de uitgaven het AWf, maar wordt jaarlijks ingepast in het lastenkader voor het bedrijfsleven. Het kabinet hanteert een scheiding tussen inkomsten en uitgaven. Dit betekent concreet dat als de (AWf-)uitgaven stijgen of dalen, dit niet betekent dat de (AWf-) premies mee moeten stijgen of dalen. Een tekort in de sociale fondsen komt ten laste van het EMU-saldo5.

Gevolgen voor het EMU-saldo

De afschaffing van de uitzonderingen voor musici en artiesten heeft een dempend effect op de premie voor het sectorfonds. Aan de inkomstenkant van de rijksbegroting gaat het kabinet uit van een vast lastenkader. Conform deze begrotingssystematiek worden premiewijzigingen van beleidsmatige aard – zoals het beschreven dempende effect op de premie voor het sectorfonds – gecompenseerd via een lastenverzwaring elders. Deze begrotingsregel is ingesteld om te voorkomen dat een ombuiging aan de uitgavenkant leidt tot lagere inkomsten, waardoor de verbetering van het EMU-saldo verdwijnt. Dat betekent dat deze maatregel enkel gevolgen heeft aan de uitgavenkant van de begroting en daarmee leidt tot een verbetering van het EMU-saldo.

Het besparingsverlies dat zou ontstaan bij een eventueel uitstel van het nieuwe dagloonbesluit en de afschaffing van de uitzonderingen voor musici en artiesten komt dus volledig ten laste van het EMU-saldo. Over de jaren 2013–2015 gaat het cumulatief om minstens € 45 miljoen.

Reguliere wekeneis

Het UWV heeft een steekproef genomen uit het bestand van musici en artiesten die op dit moment een WW-uitkering ontvangen. Daarbij heeft het UWV vastgesteld dat een derde van deze personen ook zou voldoen aan de reguliere wekeneis en twee derde niet. Dit is in lijn met de gemaakte raming. Het UWV tekent daarbij aan dat de groep die nu niet voldoet aan de reguliere wekeneis wellicht op een later moment wel voldoet aan de reguliere wekeneis. Wanneer musici en artiesten hun beroepspraktijk meer gaan afstemmen op de nieuwe situatie door aanvaarding van ander werk, zullen er in de toekomst toch meer musici en artiesten voldoen aan de reguliere wekeneis.


X Noot
1

Artikel 100 en 104 Wet financiering sociale verzekeringen

X Noot
2

Premienota 2013 sector Culturele instellingen, UWV

X Noot
3

Besluit vaststelling sectorpremies 2013, Staatscourant 2012, 22294.

X Noot
4

Het onderscheid tussen premie voor korte contracten en de premie voor lange contracten en de verhouding zijn geregeld in artikel 2.3 Besluit Wfsv en artikel 3.12 Regeling Wfsv.

X Noot
5

Het AWf heeft per einde 2013 een geraamd tekort van 7,9 mld euro: Januarinota 2013, pag 43, UWV http://www.uwv.nl/overuwv/Images/UWV%20Januarinota%202013.pdf