Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201326448 nr. 486

26 448 Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)

Nr. 486 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 februari 2013

In het kader van de invulling van de taakstelling van de Sociale Verzekeringsbank is ervoor gekozen om de persoonlijke dienstverlening aan grensarbeiders via de Bureaus Belgische en Duitse zaken te beëindigen, ten faveure van verbeterde elektronische dienstverlening. Naar aanleiding van dit voornemen is met uw Kamer overleg gevoerd en is op 14 juni 2011 de motie-Van den Besselaar aangenomen (Kamerstuk 32 500 XV, nr. 90).

Bij de toezending van de jaarplannen 2012 van de SUWI-zbo’s heeft mijn voorganger u geïnformeerd over de aanpak die de SVB heeft gekozen bij de uitvoering van het voornemen, rekening houdend met de motie. In de uitwerking heeft de SVB voorzien in een onderzoek naar de toepasselijkheid van e-dienstverlening voor de doelgroep en een onderzoek naar mogelijke financiële bijdragen van stakeholders voor de persoonlijke dienstverleningscomponent. Met deze brief wil ik u graag op de hoogte brengen van de stand van zaken bij de uitvoering van de motie.

Het onderzoek naar de toepasselijkheid van e-dienstverlening vindt in fases plaats. In de eerste fase is deskresearch gedaan naar gebruik van e-dienstverlening door de doelgroep van grensarbeiders. Vervolgens is geïnventariseerd welke instrumenten er nu al zijn en hoe het bereik en de mogelijkheden daarvan verbeterd kunnen worden. Hieruit is niet gebleken dat de inzet van de e-dienstverlening niet toereikend zou kunnen zijn voor de doelgroep, voor zowel algemene vragen als vragen met betrekking tot hun specifieke situatie.

De SVB zal in de komende periode stapsgewijs verbeteringen doorvoeren en de resultaten meten. Hieruit zal moeten blijken dat het aantal vragen om individuele ondersteuning afneemt. Gaandeweg dit jaar zullen de eerste meetresultaten zichtbaar worden. De uitkomsten van het onderzoek zullen worden meegenomen in de besluitvorming over de bureaus.

In het kader van het onderzoek naar mogelijke financiering door stakeholders heeft de SVB – na een in november 2011 georganiseerde startconferentie – het veld breed aangeschreven over hun mogelijkheden om bij te dragen aan de vertraagde afbouw van de persoonlijke dienstverlening. Daarnaast heeft de SVB met een groot aantal stakeholders individuele gesprekken gevoerd. Ik ben daarom van mening dat de SVB op zorgvuldige wijze de partijen in het veld heeft benaderd.

De inzet van de SVB ten spijt is de constatering van het onderzoek dat slechts enkele gemeenten zich bereid hebben verklaard een financiële bijdrage te willen leveren. Wel is vanuit de Provincies de mogelijkheid geopperd om te onderzoeken of – een deel van – de persoonlijke dienstverlening aan grensarbeiders in de toekomst met Europese subsidie vorm gegeven kan worden.

De uit het onderzoek gebleken toezeggingen zijn onvoldoende om een vertraagde afbouw van de persoonlijke dienstverlening vorm te geven. Voorts blijf ik van mening dat ook voor deze doelgroep elektronische dienstverlening afdoende zal zijn. Desalniettemin ben ik bereid om de SVB de ruimte te geven voor een nadere verkenning naar de mogelijkheden van Europese financiering. Daarbij heb ik de SVB verzocht te streven naar samenwerking met partners die nu betrokken zijn bij de internetportalen voor België en Duitsland, die door het Secretariaat Generaal van de Benelux beheerd worden. In de komende maanden zal moeten blijken of in deze richting daadwerkelijk een alternatief ligt.

Een en ander neemt niet weg dat ik er vanuit ga dat de SVB onverminderd voortgaat met de verbetering van de elektronische dienstverlening en de daarmee verbonden afbouw aan persoonlijke ondersteuning. Uiteraard zal, indien de verkenning naar Europese bijdragen geen resultaat oplevert, de persoonlijke dienstverlening zoals gepland beëindigd dienen te worden.

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Klijnsma