26 448
Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)

nr. 427
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 maart 2010

Hierbij informeer ik u over de stand van zaken met betrekking tot de uitputting van re-integratiemiddelen 2010 voor WW-gerechtigden naar aanleiding van vragen van uw Kamer en recente berichtgeving in de media. In deze brief komen achtereenvolgens aan de orde een toelichting op de feitelijke stand van zaken en de te treffen en reeds getroffen maatregelen. Daarbij zal ik ingaan op de gevolgen voor de dienstverlening van het UWV.

De stand van zaken

Voor 2010 is aan UWV een taakstellend re-integratiebudget voor inkoop van middelen beschikbaar gesteld van € 126 mln. Dit budget is gelijk aan het budget voor 2009. Daarbij is uitgegaan van een selectieve inzet van middelen. Dit ligt ook in de rede omdat de inzet van het re-integratiebudget is bedoeld voor het wegnemen van in de persoon gelegen belemmeringen die werkaanvaarding in de weg staan. De nieuwe instroom van werklozen bestaat in toenemende mate uit goed gekwalificeerde mensen zonder persoonlijke belemmeringen. Vanuit het oogpunt van selectiviteit zijn deze mensen meer gebaat bij de begeleiding, stimuleren van zelfstandig zoeken naar banen en zo nodig bemiddeling van het UWV dan bij de inzet van re-integratietrajecten.

Vorig jaar zijn met UWV afspraken gemaakt over de nadere invulling van een selectieve inzet van re-integratiemiddelen in 2010:

• € 20 mln voor periode van – 4 maanden tot 3 maanden werkloosheid;

• € 20 mln voor de periode van 3 maanden tot 12 maanden werkloosheid; en

• € 86 mln voor > 12 maanden werkloosheid.

Door de inzet van re-integratiemiddelen langs deze lijnen vorm te geven is er naast de inzet voor langdurig werklozen ook ruimte voor preventieve inzet van middelen (gericht op voorkomen van werkloosheid) en inzet voor klanten die in het eerste jaar van werkloosheid (intensievere) ondersteuning nodig hebben.

In de goedkeuringsbrief bij het jaarplan UWV 2010 (Kamerstuk 26 448, nr. 421) die ik aan uw Kamer heb gezonden heb ik UWV gevraagd de middelen voor re-integratie selectief in te zetten. Daarbij is aangegeven dat de met UWV gemaakte afspraken er op neer komen dat met betrekking tot de inzet van re-integratiemiddelen prioriteit wordt gegeven aan werklozen die 12 maanden of langer in de uitkering zitten.

Bij het re-integratiebeleid is zelfredzaamheid een belangrijk uitgangspunt. Veel mensen zijn immers in staat om grotendeels op eigen kracht werk te vinden. Lang niet iedereen heeft hulp nodig bij het vinden van werk. Zeker in de WW blijkt dat een groot deel binnen één jaar weer uitstroomt (momenteel ongeveer 70%, waarbij wordt opgemerkt dat de uitstroom naar werk ongeveer 60% betreft).

In 2009 is er in verband met de economische crisis veel aandacht geweest voor het bevorderen van van-werk-naar-werk transities. Daarmee heeft in 2009 de aandacht grotendeels gelegen op de klanten die korter dan één jaar werkloos waren. Uit voorlopige cijfers over 2009 van UWV blijkt dat met de inzet van de (basis)dienstverlening en de re-integratiemiddelen de volgende resultaten zijn geboekt op uitstroom naar werk:

• Preventie (< 0 maanden WW): 13 017

• Frictie WW (0–3 maanden WW): 94 436

• Middellangdurig WW (3–12 maanden WW): 89 273

• Langdurig WW (> 12 maanden WW): 16 215

Hierbij wordt opgemerkt dat de inzet van re-integratietrajecten/-diensten leidt tot een plaatsingsresultaat van 57%.

Eind februari 2010 werd door UWV aan SZW een eerste signaal afgegeven dat de uitputting van het re-integratiebudget WW voor 2010 sneller verliep dan verwacht en dat UWV een analyse naar de feitelijke situatie was gestart.

Analyse

Gebleken is dat UWV onvoldoende gestuurd heeft op een selectieve inzet van middelen en daarbij te weinig rekening gehouden heeft met de afspraken die gemaakt zijn met betrekking tot de inzet van middelen per doelgroep.

UWV heeft op de sterke stijging van het aantal werklozen als gevolg van de economische crisis, gereageerd door in 2009 flink meer re-integratiedienstverlening in te kopen. Hierbij is onvoldoende rekening gehouden met de afspraken over de wijze van inzet van deze middelen en het financiële beslag dat deze intensivering in 2009 legt op de in 2010 beschikbare middelen.

Tezamen met een te hoog uitgavenpatroon in de eerste twee maanden van 2010 heeft dit ertoe geleid dat de verplichtingen die zijn aangegaan vrijwel het gehele re-integratiebudget WW voor 2010 beslaan.

De maatregelen voor de korte termijn

Naar aanleiding van de uitgevoerde analyse heeft de Raad van Bestuur van UWV ter voorkoming van budgetoverschrijding in 2010 het aangaan van verdere verplichtingen in maart vooralsnog opgeschort. Deze pas op de plaats wordt gebruikt om helder zicht te krijgen op de aangegane verplichtingen en toezeggingen en daarmee het resterende budget. Tevens is er een centrale re-integratiedesk ingericht die bepaalt of traject-inkoop nog mogelijk is. Voor zover inkoop nog mogelijk blijkt, is besloten om voorlopig nog uitsluitend trajecten in te kopen voor klanten die langer dan 1 jaar werkloos zijn en er moet sprake zijn van een baangarantie van minimaal 6 maanden.

Het opschorten van het aangaan van verdere verplichtingen betekent overigens niet dat UWV geen dienstverlening meer kan aanbieden aan WW-gerechtigden. Naast de inkoop van trajecten voor WW-gerechtigden heeft UWV budget beschikbaar voor andere vormen van dienstverlening aan WW-gerechtigden:

• Basisdienstverlening en intensievere bemiddeling/begeleiding door de WERKcoach (bijvoorbeeld vacaturematching en bemiddeling, persoonlijke e-dienstverlening zoals de werkm@p, competentietests, workshops, groepsbijeenkomsten, sollicitatietrainingen etc);

• Inzet van crisismaatregelen EVC/EVP en scholingsbonus;

• Inzet van loonkostensubsidies voor klanten die langer dan 12 maanden werkloos zijn;

• Inzet van proefplaatsing en premiekorting ouderen.

Deze vormen van dienstverlening worden door UWV onverkort ingezet.

Afspraken met UWV

In deze tijden van economische crisis en oplopende werkloosheid is het niet wenselijk om geen middelen meer beschikbaar te hebben voor de inkoop van trajecten. In 2010 is ingezet op een selectieve inzet van de beschikbare middelen voor de eerder genoemde doelgroepen. Ik heb UWV gevraagd de beoogde inzet van middelen in 2010 alsnog te realiseren. Uit de reeds aangegane verplichtingen blijkt dat onvoldoende is ingezet op de doelgroep langdurig werklozen. Dit betekent dat hiervoor additionele middelen dienen te worden vrijgemaakt.

Ik concludeer, rekening houdend met de beschikbare budgetten naar onderverdeling per doelgroep, dat voor de inkoop van trajecten voor de doelgroep langdurig werklozen nog een budget van € 55 mln benodigd is, waarvan € 30 mln ten laste zal komen van 2010 en € 25 mln ten laste van 2011.

Voor de preventieve inzet / frictiewerkloosheid en de periode tot 12 maanden werkloosheid zijn de middelen al besteed conform de voorgenomen toedeling voor verdeling van 2010. Voor deze doelgroepen zijn de overige vormen van dienstverlening beschikbaar, zoals onder meer de basisdienstverlening, intensieve bemiddeling en begeleiding door de werkcoaches alsmede de inzet van de crisismaatregelen. Aanvullend zal ik € 5 mln reserveren voor een selectieve inzet van middelen voor die personen die in het eerste jaar van werkloosheid al extra ondersteuning nodig hebben.

Bovenstaande betekent dat voor de begroting van 2010 dekking gezocht moet worden voor in totaal extra budget ad € 35 mln. De € 25 mln doorlopende verplichtingen naar 2011 zullen op de gebruikelijke wijze ten laste van het re-integratiebudget WW voor 2011 worden gebracht. Hiermee komt het totaal aan overlopende verplichtingen in 2011 op € 50 mln, hetgeen een gebruikelijk niveau aan jaarlijks doorlopende verplichtingen is.

Voor de dekking van het extra benodigd budget ad € 35 mln worden middelen uit het uitvoeringsbudget UWV gerealloceerd. Hierbij worden incidentele middelen ingezet zoals besparingen in 2010 door een voorziening VUT, besparing op extra huisvestingskosten voor extra werkcoaches en vrijval van gereserveerde middelen voor de gevolgen van een rechterlijke uitspraak inzake werkuren.

Met dit budget kan de beoogde selectieve inzet gerealiseerd worden en kunnen de WW-gerechtigden die het meeste behoefte hebben aan ondersteuning geholpen worden bij het vinden van een baan.

Het mag duidelijk zijn dat de ontstane situatie ongewenst is en dat het tegelijk dringend noodzakelijk is dat budgetoverschrijdingen voorkomen worden. UWV heeft daartoe inmiddels de volgende maatregelen getroffen:

• het re-integratiebudget WW per vestiging toegedeeld;

• het Werkbedrijf heeft onlangs een stuur- en verantwoordingsmodel geïmplementeerd (inclusief kosten en instroomgegevens naar re-integratiemiddelen);

• iedere vestiging heeft in de eerste week van februari een instrument ontvangen waarmee op vestigingsniveau inzichtelijk wordt wat de uitgaven, lopende verplichtingen en resterend budget zijn;

• het resterende budget wordt in 2010 beheerd door een centrale re-integratiedesk binnen het UWV. De centrale re-integratiedesk bepaalt wat er aan re-integratie WW wordt ingekocht.

In aanvulling hierop heb ik met het UWV afgesproken dat ik, in ieder geval tot het einde van dit jaar, maandelijks een rapportage ontvang over de besteding van het budget.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. P. H. Donner

Naar boven