Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201626442 nr. 57

26 442 Legionella

Nr. 57 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 september 2015

Eind oktober 2014 heb ik van Actal een advies ontvangen over legionellapreventie: «Regeldruk bij legionellapreventie». In dit (ongevraagde) advies geeft Actal een aantal aanbevelingen voor het verbeteren van de uitvoering van het legionellabeleid en het verlagen van de administratieve lasten bij legionellapreventie.

Het Actal advies is direct online beschikbaar gekomen. Tijdens het Wetgevingsoverleg Water van 17 november 2014 (Kamerstuk 34 000 J, nr. 23) heb ik u toegezegd dit advies te zullen bestuderen. Dit heb ik inmiddels opgepakt, onder andere door een werkbezoek af te leggen samen met de inspecteur-generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) om met eigen ogen te zien hoe zo’n inspectie plaatsvindt en hoe dit door bedrijven wordt ervaren. Tijdens het AO Water in juni dit jaar heeft Uw Kamer aandacht gevraagd voor vereenvoudiging van legionella-regelgeving (Kamerstuk 27 625, nr. 280).

Met deze brief geef ik u mijn reactie op dit advies, op basis van het Actal-advies, de eerdere besprekingen met uw Kamer en mijn eigen ervaringen tijdens bovengenoemd werkbezoek. Bij de uitwerking van de voorstellen zal ik graag gebruik maken van de inbreng van uw Kamer en de aangekondigde voorstellen van de VVD, wanneer die beschikbaar komen.

Reactie op advies Actal

Risico’s van legionellose en legionellabacteriën

Actal definieert Legionellose als een weinig voorkomende infectieziekte, die schadelijk kan zijn voor mensen met een verminderde weerstand, maar die bij een tijdige diagnose goed te behandelen is. Desalniettemin lopen in Nederland elk jaar zo’n 180 tot 280 mensen Legionellose op. Jaarlijks overlijden daarvan rond 8 tot 11 mensen en velen houden er lange tijd – soms zelfs levenslang – ernstige gezondheidsklachten aan over.

Ook in het buitenland vinden regelmatig besmettingen plaats. In Portugal heeft vorig jaar een grote uitbraak van Legionellose plaatsgevonden via een natte koeltoren, met 11 doden en 336 zieken. En in Spanje (Catalonië) was er op twee plaatsen een uitbraak, met totaal 7 doden en ruim 50 zieken tot gevolg.

Dit geeft aan dat een zorgvuldige afweging tussen eenvoud van regelgeving en gezondheidsrisico’s van groot belang is.

De ontwikkeling van het aantal gerapporteerde Legionellosepatiënten

Een rechtstreeks verband tussen de regelgeving en het aantal gerapporteerde legionellosepatiënten is volgens het Actal-advies lastig te leggen. De afgelopen jaren is de aandacht voor en diagnose van Legionellose-infecties sterk verbeterd, wat zou kunnen verklaren dat het aantal gerapporteerde Legionellosepatiënten niet daalt. Tegelijkertijd is bij heel veel Legionellosepatiënten niet bekend wat de bron van de infectie is, en worden de voorschriften voor legionellapreventie in leidingwater door slechts 50 procent van de prioritaire locaties nageleefd. In de Beleidsnota Drinkwater (Kamerstuk 27 625, nr. 316) heb ik daarom aangekondigd dat een evaluatie wordt uitgevoerd naar de oorzaken van de slechte naleving en de maatregelen die kunnen worden genomen om de naleving te verbeteren.

Verbetering resultaten brononderzoek

Actal constateert dat bij ruim 80% van de in Nederland besmette Legionellose-patiënten geen bron gevonden kan worden. Dat heeft te maken met het feit dat legionellose in het begin niet als zodanig wordt herkend en er dus geen onderzoek naar de bron plaatsvindt. Ik zal samen met mijn collega van VWS onderzoeken hoe dit kan worden verbeterd, want hiermee kan verdere besmetting worden voorkomen en kunnen er eerder maatregelen worden genomen. Ook ben ik in gesprek met mijn collega van VWS hoe huisartsen bij legionellose-patienten eerder de bron van besmetting kunnen achterhalen.

Aandacht voor alle mogelijke besmettingsbronnen

Actal stelt dat de aandacht voor legionellabeheersing evenwichtiger verdeeld zou moeten worden over alle mogelijke besmettingsbronnen. Ik deel de mening van Actal dat tot nu toe te weinig aandacht uitgaat naar de legionellarisico’s van natte koeltorens. Belangrijk probleem daarbij is dat deze installaties, waarvan er naar schatting zo’n 4.000 in Nederland voorkomen, vaak niet zo makkelijk te herkennen zijn. Om handhaving en toezicht te vereenvoudigen wordt in de Atlas Leefomgeving een module «Natte koeltorens» ingebouwd. Daarmee worden de reeds bekende koeltorens voor een ieder zichtbaar en krijgen burgers en bedrijven de mogelijkheid om (vermoedelijke) natte koeltorens die nog niet in de Atlas staan, alsnog te melden. Deze module wordt naar verwachting eind dit jaar operationeel.

De opmerking van Actal dat rond de legionellarisico’s van potgrond nog niets geregeld is, is eveneens onderwerp van gesprek in mijn contacten met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Aantal bedrijven dat te maken heeft met legionellapreventie

Waar het gaat om legionellapreventie in leidingwater betreft de regelgeving uitsluitend de prioritaire locaties zijnde tijdelijke verblijfplaatsen. Daarnaast gaat het om bedrijven waar specifieke (aerosolvormende) installaties aanwezig zijn, zoals natte koeltorens, proceswaterinstallaties of zwembadwaterinstallaties.

De meeste ondernemers in de vrijetijdseconomie zullen in de praktijk slechts één of twee soorten installaties hebben waarvoor preventievoorschriften gelden, met name de leidingwaterinstallatie en de zwembadwaterinstallatie.

In opdracht van de Inspectie Leefomgeving en Transport is hiervoor nu een regelhulp ontwikkeld, specifiek voor legionellapreventie in leidingwater. Met deze regelhulp kan elke ondernemer in enkele stappen zien aan welke wettelijke verplichtingen hij in zijn specifieke situatie moet voldoen. Gekeken wordt of zo’n regelhulp ook ontwikkeld kan worden voor legionellapreventie in natte koeltorens.

Aantal toezichthouders en de legionellaregelgeving

Actal geeft in haar advies aan dat er veel verschillende toezichthouders zijn. Dit heeft te maken met het feit dat regelgeving betrekking heeft op de desbetreffende installatie. Zo zijn de voorschriften rond legionellapreventie opgenomen in de regelgeving die op de betreffende installatie betrekking heeft, zoals de Drinkwaterwet (leidingwater), de Whvbz (whirlpools en andere zwembadinstallaties), de Wet milieubeheer (natte koeltorens) en de Arbowet (proceswaterinstallaties). Er zijn dus inderdaad verschillende toezichthouders bij de preventie betrokken.

Dit betekent niet dat het aantal toezichthouders is toegenomen. Wel ben ik het met Actal eens dat een goede afstemming tussen de toezichthouders gewenst is. Dit onderwerp vraagt blijvende aandacht van de Inspectieraad en het Interdepartementaal Legionellaplatform, waarin alle toezichthoudende instanties vertegenwoordigd zijn.

Legionellaveilig ontwerpen en bouwen

Actal merkt op dat preventieve maatregelen gericht op het voorkomen van «hotspots» – zoals legionellaveilig ontwerpen en bouwen -te weinig aandacht krijgen van wetgever en handhavers. Dit is een terecht punt. De bij de bouw gebruikte leidingmaterialen hebben invloed op legionellabacteriën. Zoals reeds aangekondigd in de Beleidsnota Drinkwater (Kamerstuk 27 625, nr. 316) ben ik samen met de Minister voor Wonen en Rijksdienst bezig om de Regeling materialen en chemicaliën drink- en warmtapwatervoorziening te wijzigen. Daarbij wordt, in lijn met de ontwikkelingen in andere lidstaten van de Europese Unie, een criterium ingevoerd voor de beoordeling van microbiële aangroei van leidingmaterialen.

Met mijn collega voor Wonen en Rijksdienst bekijk ik hoe we binnen de bouwregelgeving meer bekendheid kunnen geven aan het belang van legionellaveilig ontwerpen en bouwen, o.a. door betere informatievoorziening voor architecten, projectontwikkelaars en aannemers.

Versoepeling van de regelgeving

Actal gaat in haar rapport in op mogelijke versoepelingen van de regelgeving voor zowel verschillende categorieën waarvoor de legionellaregelgeving geldt alsmede met betrekking tot de omvang van een bedrijf. Actal noemt als voorbeeld de versoepeling in de Vlaamse regelgeving voor legionellapreventie uit 2007.

Een vergelijkbare versoepeling heeft in Nederland in 2004 ook plaatsgevonden. De regelgeving voor legionellapreventie in leidingwater werd toen beperkt tot de meest risicovolle locaties en tot die locaties waar personen min of meer gedwongen verblijven (zoals gevangenissen en asielzoekerscentra).

De regelgeving rond legionellapreventie in leidingwater is in 2007 opnieuw geëvalueerd, resulterend in een RIVM-rapport (nr. 703719020 – Evaluatie legionellapreventie Waterleidingwet). Deze evaluatie gaf geen aanleiding om de regelgeving aan te passen.

In 2011 is de regelgeving verder versoepeld door Bed & Breakfast-bedrijven met minder dan 6 slaapplaatsen uit te zonderen. Ook is de meldplicht versoepeld van 100 naar 1.000 kve/l (kolonievormende eenheden per liter) en is bepaald dat de legionellanorm alleen geldt voor een aantal specifieke legionellasoorten.

De lijst met meest risicovolle locaties wordt bijgehouden door het Centrum Infectieziektebestrijding, dat onderdeel is van het RIVM. Het gaat om zo’n 19.000 zogeheten prioritaire locaties, zoals ziekenhuizen, hotels, campings en jachthavens. Er wordt reeds onderscheid gemaakt tussen grote en kleine bedrijven. Ik ben graag bereid om samen met het RIVM te kijken of we op verantwoorde wijze tot een verruiming van de uitzonderingscriteria kunnen komen. Dat betekent dat er een goede afweging moet plaatsvinden tussen enerzijds een voldoende beschermingsniveau en anderzijds de wens tot vereenvoudiging en verlichting van de administratieve lasten.

Afschrift van deze brief heb ik gezonden naar de Collegevoorzitter van Actal.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus