Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 maart 2012
Met deze brief geef ik uitvoering aan:
-
– de motie Dibi/Jacobi, Kamerstuk 32 123 XIV, nr. 109, inzake een onderzoek naar de hindernissen die wandelaars ondervinden bij het wandelen
langs watergangen bij waterschappen;
-
– een toezegging aan de Kamer inzake een verkenning naar het realiseren van «low budget»
recreatiemogelijkheden op het platteland;
In aanvulling op de beantwoording van vragen van de leden Smeets en Jacobi, Aanhangsel
van de Handelingen vergaderjaar 2010–2011, nr. 2082 informeer ik u tevens over de nieuwe Recron-voorwaarden inzake vaste kampeerplaatsen.
Uitvoering motie Dibi/Jacobi
Op 3 december 2009 heeft de Kamer een motie aangenomen van de leden Dibi/Jacobi (32 123 XIV, nr. 109), waarin de regering wordt verzocht een inventarisatie te maken van de hindernissen
voor wandelaars op oeverpaden en met de waterschappen om de tafel te gaan om de hindernissen
op te lossen. De toenmalige minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft
daarop de Unie van Waterschappen (UvW) per brief verzocht een inventarisatie uit te
voeren naar hindernissen voor wandelaars. Op 10 mei 2010, Kamerstuk 32 123 XIV, nr. 198 heeft de minister u gemeld dat de UvW verzocht was een inventarisatie uit te voeren.
Bijgaand treft u het resultaat aan in de vorm van het onderzoeksrapport «Hindernissen
voor wandelaars; een inventarisatie bij waterschappen»1, opgesteld door het Kenniscentrum Recreatie. Belangrijke conclusies uit het onderzoek
zijn dat vrijwel alle schouw- en oeverpaden opengesteld en toegankelijk zijn voor
wandelaars; dat er niettemin sprake kan zijn van hindernissen voor wandelaars; en
dat waterschappen wandelrecreatie op waterschapsterreinen zoveel mogelijk faciliteren.
Tevens voeg ik de aanbiedingsbrief van de Unie van Waterschappen bij1, waarin wordt ingegaan op de belangrijkste resultaten en conclusies van het onderzoek.
De UvW heeft in haar brief aangegeven de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport over
te nemen en met de waterschappen in gesprek te gaan. Verder zal de UvW door middel
van een workshop voor waterschappen de kennisuitwisseling faciliteren over oplossingen
voor hindernissen voor wandelrecreatie. De UvW zal daar ook andere waterbeheerders
bij betrekken.
Overigens beschouwt dit kabinet de zorg voor wandelroutes als een regionale aangelegenheid.
Het is daarom goed te constateren dat de UvW en de afzonderlijke waterschappen dit
onderwerp op deze manier hebben opgepakt en recreatie als een neventaak beschouwen.
Low budget recreatiemogelijkheden
Tijdens de begrotingsbehandeling 2011, Handelingen TK 2010–2011, nr. 26, heb ik de
toezegging gedaan dat ik de Taskforce Multifunctionele Landbouw zou vragen om te kijken
naar «low budget» manieren om recreatiemogelijkheden in en om de stad te realiseren.
De Taskforce Multifunctionele Landbouw heeft mijn verzoek opgepakt en in samenwerking
met bureau BUITEN en Veelzijdig Boerenland de brochure «De stad uit, het groen in»
gemaakt. De brochure is tijdens een symposium op 29 november jl. gepresenteerd en
verspreid onder medewerkers van provincies, gemeentes en recreatieschappen, enkele
ondernemers, provinciale politici, onderwijs en adviseurs. Deze brochure treft u bijgaand
aan.
RECRON voorwaarden vaste kampeerplaatsen
In aanvulling op in april 2011 beantwoorde vragen van de leden Smeets en Jacobi deel
ik u mede dat RECRON, ANWB en de Consumentenbond tot een akkoord zijn gekomen over nieuwe
voorwaarden inzake vaste kampeerplaatsen.
In mei 2010 heeft mijn ambtsvoorganger de RECRON om deze voorwaarden verzocht, en
sinds begin januari 2012 zijn ze beschikbaar. De voorwaarden regelen de verhuur van
grond aan recreanten ten behoeve van de plaatsing van verblijfsaccommodaties en leggen
de rechten en plichten van verhuurder en huurder vast. In de nieuwe voorwaarden is
herstructurering niet langer opgenomen als opzeggingsgrond voor niet-verplaatsbare
vakantiehuisjes. Dat betekent dat recreatieondernemer en recreant in een dergelijk
geval met elkaar in overleg moeten treden en als partijen daar niet uitkomen, ze de
zaak kunnen voorleggen aan de Geschillencommissie Recreatie of de rechter.
Deze regeling komt in de plaats van een voorziening voor schadevergoeding die eerder
in de voorwaarden was opgenomen. De voorwaarden zijn tot stand gekomen in het kader
van het SER-Zelfreguleringsoverleg Recreatie en zijn vanaf 1 januari 2013 van toepassing
op nieuwe en bestaande overeenkomsten.
De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
H. Bleker