Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 juni 2015
Zoals toegezegd in mijn brief van 10 april 2014 (Kamerstuk 21 501-32, nr. 780) informeer ik u hierbij over de onderzoeken naar de invasiviteit van de wasbeerhond
in Nederland. Tevens reageer ik op de ingediende motie van het lid Thieme van 21 mei
2014 (Kamerstuk 32 563, nr. 43).
Op basis van de onderzoeken heeft Bureau Risicobeoordeling & Onderzoeksprogrammering
van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) een advies opgesteld. Dit NVWA-advies
is opgenomen als bijlage bij deze brief1. Na een kenschets van dit advies en daarmee van de resultaten van de uitgevoerde
onderzoeken geef ik u mijn reactie.
Advies NVWA
Het NVWA-advies is gebaseerd op twee onderzoeken naar voorkomen, verspreiding en ecologische
gevolgen van de wasbeerhond in Nederland en een rapportage over de volksgezondheidsrisico’s
van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Deze rapporten zijn
gepubliceerd op http://www.vwa.nl/actueel/risicobeoordelingen/bestand/2208583/invasieve-exoten-advies-over-de-wasbeerhond-buro.
Het NVWA-advies beschrijft dat de wasbeerhond ofwel marterhond, die zijn natuurlijke
verspreidingsgebied in Oost-Azië heeft, na uitzetting in voormalige Sovjet-Unie inmiddels
Nederland heeft bereikt. In 2012 en 2013 is in Drenthe voortplanting waargenomen.
Na vestiging kan een populatie zich snel uitbreiden, zo is in Litouwen, Polen en Duitsland
geconstateerd.
Bij de huidige populatieomvang schat de NVWA de invloed op de biodiversiteit in als
beperkt. Geïsoleerde amfibiepopulaties en grondbroedende vogels in moerasgebieden
kunnen gevoelig zijn voor predatie. Als het aantal wasbeerhonden groeit, dan zullen
ook deze negatieve effecten toenemen. Mocht de soort op de Waddeneilanden terechtkomen,
dan vormt hij daar een groot ecologisch risico voor amfibieën en inheemse grondbroeders.
Bij een groei van de populatie is er ook een toenemend risico dat mensen in aanraking
komen met zoönotische pathogenen: ziekteverwekkers waarvoor de wasbeerhond een drager
is en die ook mensen kunnen besmetten.
Refererend naar de gezondheidsrisicoanalyse van het RIVM noemt de NVWA onder meer
de vossenlintworm Echinococcus multilocaris, een rondworm Trichinella spiralis en de bacterie Francisella tularensis (veroorzaker van hazenpest of tularemie). De risico’s zijn groter bij mensen die
vanwege beroep of hobby in contact komen met wilde dieren.
Tot slot geeft de NVWA in het advies ook aan dat een toename van de wasbeerhondenpopulatie
ook leidt tot een grotere kans op overdracht van ziekten op de (vooral buitengehouden)
varkens. Samengevat adviseert de NVWA om de volgende maatregelen te (laten) nemen:
-
– delen van het advies met de directie Publieke Gezondheid van het Ministerie van VWS
vanwege de zoönotische risico’s;
-
– beschermen van lokaal kwetsbare soorten tegen de wasbeerhond (in het bijzonder indien
de wasbeerhond op de Waddeneilanden terecht komt);
-
– bijhouden van de populatieontwikkeling van de wasbeerhond in Nederland, indien mogelijk
met bestaande cameravallen;
-
– monitoren van het voorkomen van de zoönosen Echinococcus multilocularis, Trichinella spiralis en Francisella tularensis in de wasbeerhondenpopulatie;
-
– als de populatie wasbeerhonden toeneemt, gerichte risicocommunicatie voeren;
-
– als beheer van de populatie nodig is, dit gecoördineerd en planmatig uitvoeren.
Ik volg het advies van de NVWA, dat ik inmiddels onder de aandacht heb gebracht van
de directie Publieke Gezondheid van het Ministerie van VWS. Ik zal de NVWA verzoeken
om samen met betrokken partijen de monitoring van de wasbeerhond en zoönosen uit te
werken.
De motie van het lid Thieme van 21 mei 2014 (Kamerstuk 32 563, nr. 43) verzoekt de regering om het afschieten van wasbeerhonden niet meer toe te staan.
Het NVWA-advies geeft aan dat een groeiende populatie wasbeerhonden leidt tot een
toename van de risico’s voor biodiversiteit, voor menselijke gezondheid en voor de
diergezondheid in de varkenshouderij. Momenteel is de wasbeerhond (ofwel marterhond)
op grond van artikel 2 van de Regeling beheer en schadebestrijding dieren, in bijlage
1 aangewezen als «andere diersoort» (exoot) waarvan de stand door gedeputeerde staten
kan worden beperkt volgens gronden genoemd in artikel 67, eerste lid, van de Flora-
en faunawet. Als de populatie wasbeerhonden toeneemt kan het nodig zijn om beheermaatregelen
te nemen. Daarom zal ik vooralsnog de wettelijke status van de wasbeerhond niet wijzigen.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
S.A.M. Dijksma