Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201526396 nr. 105

26 396 Vervanging pantservoertuigen M577 en YPR

Nr. 105 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 juli 2015

Inleiding

Met deze brief informeer ik u over de resultaten van de C-fase (studiefase) van het project Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen (DVOW). Het project DVOW behelst de vervanging van ca. 5.800 voertuigen en ca. 1.400 containers.

Het project DVOW bestaat uit zeven deelprojecten:

  • (1) Voertuig 7,5 kN.

  • (2) Voertuig 12 kN Air Assault.

  • (3) Voertuig 12 kN overig.

  • (4) Voertuigen 50 kN, 100 kN, 150 kN.

  • (5) Containers.

  • (6) Brandstofcontainers, en

  • (7) Containerhefmiddel.

Het deelproject Voertuig 7,5 kN is na de B-fase (voorstudiefase) voor verdere uitvoering gemandateerd aan de directeur van de Defensie Materieel Organisatie (DMO). U bent over dit deelproject geïnformeerd met mijn brief van 23 september 2011 (Kamerstuk 26 396, nr. 88). Het deelproject bevindt zich, sinds de ondertekening van het leverings- en onderhoudscontract op 5 december 2013, in de realisatiefase.

Over de voortgang van de overige deelprojecten bent u eerder geïnformeerd met mijn brief over de B-fase van 31 mei 2012 (Kamerstuk 26 396, nr. 92). Hierin is onder andere gemeld in hoeverre de industrie in de behoefte kan voorzien en dat de sourcingvariant «samenwerking met de industrie» de voorkeur verdient.

Resultaten marktverkenning

Uit de prijsinformatie die is ontvangen tijdens de marktverkenning in de studiefase, is duidelijk geworden dat de realisatie van de behoefte zoals beschreven in de brief van 31 mei 2012, niet mogelijk is binnen de huidige budgettaire kaders. De redenen hiervoor zijn onder meer prijsstijgingen in de militaire markt en ervaringen die zijn opgedaan tijdens recente missies die leiden tot beter beschermde voertuigen.

Er zijn maatregelen getroffen om tot besparingen te komen. Na de vermindering in de voorstudiefase, is het niet mogelijk om de aantallen voertuigen verder te verlagen. Daar waar mogelijk is er gekozen voor verlaging van niet absoluut noodzakelijke eisen en voor meer civiele voertuigen. Hiermee kan Defensie nog steeds aan de operationele taakuitvoering voldoen. De nieuwe verdeling is weergegeven in onderstaande tabel.

Product B-fase

Behoefte B-fase

Product C-fase

Aangepaste behoefte

C-fase

7,5 kN

1.667

7,5 kN

2.079

(in realisatie)

12 kN

1.557

12 kN Air Assault

540

12 kN overig

919

Quad

217

50/100 kN

2.040

50/100/150 kN

inclusief laadbakken

2.037

Container

1.691

Container

1.432

Brandstofcontainer

34

Brandstofcontainer

36

Containerhefmiddel

31

Containerhefmiddel

68

Beschermingspakket

620

Beschermingspakket

550

Voertuigwapenstation

120

Voertuigwapenstation

120

Affuit

575

Affuit

478

Deze maatregelen zijn echter niet toereikend om de prijsstijging volledig te compenseren. Een verhoging van het projectbudget bleek derhalve onvermijdelijk (zie paragraaf over financiën).

Ieder deelproject leidt tot een separaat aanbestedingstraject. Omdat er in de toekomst additionele behoeftes kunnen ontstaan als gevolg van uitbreidingen, materieelverliezen of nieuwe behoeftes vanuit andere projecten, zal in de contracten een mogelijkheid worden opgenomen om grotere aantallen voertuigen, containers, beschermingspakketten, etc. af te nemen.

Voertuig 7.5 kN

In de brief van 31 mei 2012 (Kamerstuk 26 396, nr. 92) heeft mijn ambtsvoorganger u gemeld dat de gedeeltelijke vervanging van de huidige Mercedes Benz en Landrover voertuigen door 1.667 civiele terreinvoertuigen 7,5 kN de meest voordelige keuze voor Defensie is. Tevens staat vermeld dat dit aantal zou kunnen toenemen tot maximaal 2.500 stuks. Bij de herziening van de mix van lichte voertuigen in de C-fase, is gekozen voor minder 12 kN voertuigen. In plaats hiervan worden 412 goedkopere 7,5 kN voertuigen extra verworven via het in 2013 afgesloten afroepcontract. Deze extra voertuigen kunnen worden ingezet bij lichte operationele taken in het lagere deel van het geweldspectrum.

De 7,5 kN is een product «van de plank». De leverancier voert vanaf september 2015 een wijziging door in de configuratie. Voor Defensie is het voor de instandhouding van de voertuigen en het beheersen van de levensduurkosten belangrijk om configuratieverschillen zoveel mogelijk te voorkomen. Hiervoor is het nodig om voor 1 september een aanvullend contract met de leverancier te kunnen afsluiten. Ik zal daarom de directeur van de Defensie Materieel Organisatie mandateren 412 additionele voertuigen 7,5 kN te verwerven.

Voertuig 12 kN

De voertuigcategorie 12 kN wordt gescheiden in twee varianten. De variant 12 kN Air Assault moet vervoerd kunnen worden in een Chinook-helikopter en kent daarom beperkingen ten aanzien van gewicht en afmetingen. Dit voertuig kan worden voorzien van een lichte bepantsering en is geschikt voor inzet bij luchtmobiele operaties. Een beperkt deel van deze behoefte (25 stuks) moet versneld worden aanbesteed ter ondersteuning van de missie MINUSMA. Door het versneld aanbesteden (vierde kwartaal 2015) van deze voertuigen wordt voorzien in een urgente behoefte.

De tweede variant 12 kN Overig bestaat uit robuustere voertuigen die voorzien kunnen worden van zwaardere bepantsering. Hiermee zijn ze geschikt voor inzet in het hogere deel van het geweldspectrum.

Het beschermingspakket, voertuigwapenstation en affuit die zijn bestemd voor de 12kN-voertuigen worden gezamenlijk met deze voertuigen aangekocht. Uit kostenoverwegingen zijn de aantallen die daadwerkelijk worden gekocht verlaagd en de optionele aantallen verhoogd.

Om een verdere vermindering van 12 kN-voertuigen te kunnen realiseren, wordt een deel hiervan ingevuld met quads. Deze behoefte zal worden gecombineerd met een reeds bestaande behoefte aan quads.

Voertuig 50/100/150 kN inclusief laadbak

De voertuigen 50/100/150 kN zijn middelzware en zware operationele vrachtauto’s. Om de kosten te beperken, worden alleen die voertuigen van bescherming voorzien die worden ingezet in het hoger deel van het geweldspectrum. Dit is toereikend om de huidige inzetbaarheidsdoelstellingen af te dekken.

Het beschermingspakket dat is bestemd voor de 50/100/150 kN voertuigen wordt gezamenlijk met deze voertuigen aangekocht. Uit kostenoverwegingen zijn de aantallen die daadwerkelijk worden gekocht verlaagd en de optionele aantallen verhoogd. De laadbakken zijn ondergebracht bij de vrachtauto’s, omdat ze tegelijk met deze voertuigen worden geleverd.

Overige deelprojecten

Uit kostenoverwegingen zijn de containers in aantallen neerwaarts bijgesteld en waar mogelijk zijn de eisen verlaagd. Voorts zullen de containers ten dele gepoold gaan worden. Hiermee wordt nog steeds voldaan aan de huidige inzetbaarheidsdoelstellingen.

De brandstofcontainer moet geschikt zijn voor het aftanken van voertuigen en grondmaterieel. Deze container wordt geleverd door specialistische marktpartijen.

Om het pooling-concept van vrachtauto’s en containers beter te ondersteunen, wordt het aantal containerhefmiddelen uitgebreid.

Overige aspecten

Sourcing

Zoals in de brief van 31 mei 2012 (Kamerstuk 26 396, nr. 92) vermeld staat, is in de voorstudiefase een sourcingstoets uitgevoerd. Destijds is gekozen voor het scenario «samenwerken». Dit is in de studiefase nader uitgewerkt. In deze variant verzorgen industrie en een militaire kerncapaciteit samen het onderhoud onder kostenverantwoordelijkheid van de industrie op zowel dealerlocaties als op enkele overblijvende militaire locaties. Dit leidt tot een ontvlechting van personeel waarvan de exacte omvang in 2016 wordt bepaald. Overtolligheid van personeel is daarbij niet uit te sluiten. Hierover zal worden gesproken met de centrales van overheidspersoneel en de medezeggenschap.

Verwervingsstrategie

De deelprojecten 12kN Air Assault, 12 kN Overig, 50/100/150 kN, Containers en Brandstofcontainers zullen separaat worden aanbesteed volgens de Aanbestedingswet Defensie & Veiligheid. Het deelproject Containerhefmiddel wordt aanbesteed volgens de Aanbestedingswet 2012. Bij alle systemen geldt dat de investering en de exploitatie als één pakket worden aanbesteed.

Internationale samenwerking

Onder meer met de brief van 31 mei 2012 heb ik u gemeld dat pogingen om tot internationale samenwerking te komen, niet tot een positief resultaat hebben geleid. Verder onderzoek van samenwerkingsmogelijkheden in de C-fase heeft niet geleid tot veranderende inzichten. Van schaalvoordelen als gevolg van internationale samenwerking is in dit programma geen sprake omdat het uitontwikkelde voertuigen betreft die «van de plank» verkrijgbaar zijn.

Industriële participatie

Gedurende de C-fase is overleg gevoerd met de Stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIDV) en met het Ministerie van Economische Zaken (EZ) over de rol van de Nederlandse industrie. Voor de 12 kN en de containers zal industriële participatie worden gezocht. Voor onderhoud zal samenwerking met Nederlandse industrie worden gezocht.

Financiën

De commercieel vertrouwelijke brief1 die ik gelijktijdig met deze C-brief aan uw Kamer aanbied, bevat gedetailleerde informatie over de geraamde investeringen en exploitatie. Ondanks de neerwaartse bijstelling van de behoefte, is het noodzakelijk gebleken het projectbudget te verhogen ten opzichte van de B-fase. Zoals eerder vermeld zijn de belangrijkste redenen hiervoor prijsstijgingen in de militaire markt en een aangepaste behoefte (hogere eisen aan bescherming).

Ook de jaarlijkse exploitatiekosten worden hoger ingeschat dan in de B-fase. Ook hierbij zijn de belangrijkste redenen prijsstijgingen en een aangepaste behoefte (meer voertuigen, meer differentiatie, hogere eisen aan bescherming). Daarnaast speelt ook het rekenen van BTW over de personele uitbestedingskosten een rol. Op basis van dezelfde rekenmethode en genoemde verschillen met de B-fase, zouden in het scenario «zelf doen» de exploitatiekosten navenant zijn gestegen, waardoor het gekozen scenario «samenwerking» nog steeds voordeliger is.

Projectrisico’s

Voor dit project is in eerdere fasen een belangrijke aanzet gegeven voor de risicoanalyse. De risico’s zijn in de C-fase wederom geëvalueerd. Het grootste risico betreft prijsverhogingen als gevolg van «industriële participatie» (zie ook de aparte paragraaf in deze brief). Een ander risico is dat bepaalde eisen niet of tegen meerkosten haalbaar zijn. Ook zit er een risico in het kennisverlies binnen de projectorganisatie. Voor alle risico’s geldt dat er maatregelen zijn genomen om deze te mitigeren. Het evalueren en mitigeren van risico’s is een continue bezigheid gedurende het project. Hiertoe is een risicoreservering in het project aangelegd.

Ten slotte

Gelet op de financiële omvang ben ik voornemens de directeur van de Defensie Materieel Organisatie te mandateren om de deelprojecten Brandstofcontainer en Containerhefmiddel uit te laten voeren. De quad zal worden betrokken in de aanschaf van een reeds bestaande behoefte aan quads.

Naar verwachting kan ik u begin 2017 informeren over de resultaten van de D-fase. Er zullen twee D-brieven worden opgesteld: een voor de deelprojecten «Voertuig 50-100-150 kN» en «Containers» en een voor de deelprojecten ’12 kN overig incl. voertuigwapenstation en ’12 kN Air Assault». De vier aanbestedingstrajecten lopen parallel.

De ondertekening van de contracten is voorzien voor 2017. Vanaf 2018 tot en met 2022 stromen de diverse systemen in bij de krijgsmacht. Dat is twee jaar later dan de verwachting was in de brief van 31 mei 2012 (Kamerstuk 26 396, nr. 92).

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert


X Noot
1

Ter vertrouwelijke inzage gelegd, alleen voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer