26 234 Vergaderingen Interim Committee en Development Committee

Nr. 173 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 21 mei 2015

De vaste commissie voor Financiën en de algemene commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking hebben een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Financiën en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over twee brieven van 17 november 2015 en van 3 april 2015 inzake het IMF (26 234, nrs. 166 en 169), over zijn brief van 28 maart 2015 met informatie inzake toetreding van Nederland tot de Asian Infrastructure Investment Bank als prospective founding member (Kamerstuk 33 625, nr. 152) en over brief van 8 april 2015 inzake de Nederlandse inzet bij de Wereldbank Voorjaarsvergadering 2015 (Kamerstuk 26 234, nr. 170).

Bij brief van 20 mei 2015 heeft de Minister van Financiën heeft, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de vragen en opmerkingen beantwoord.

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, Duisenberg

De voorzitter van de algemene commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, De Roon

De griffier van de vaste commissie voor Financiën, Berck

De griffier van de algemene commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Van Toor

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties van de vaste commissie voor Financiën

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de VVD

De leden van de fractie van de VVD hebben met belangstelling kennisgenomen van de stukken ter voorbereiding van de vergadering van het IMF. Deze leden hebben nog een aantal vragen.

Op de vergadering van het IMF zal gesproken worden over de economische situatie. Het IMF geeft aan dat monetair beleid moet bijdragen aan het herstel van de economie maar tegelijkertijd gewaakt moet worden dat de financiële stabiliteit gewaarborgd blijft. Kan de Minister aangeven aan welke maatregelen het IMF concreet denkt en naar welk monetair beleid specifiek verwezen wordt? Ziet het IMF risico’s rond het door de ECB aangegane beleid van quantative easing? Hoe kijkt de Minister aan tegen het IMF wanneer het zegt dat landen meer moeten doen om «hun potentiële groei» te verbeteren? Aan welke maatregelen wordt dan gedacht? Het IMF voorziet een lagere groei van de wereldhandel, onder meer omdat er in het verleden exceptionele uitvindingen zijn gedaan, die nu misschien niet meer ontstaan. Hoe kijkt de Minister hier tegenaan?

Al enkele jaren speelt de noodzakelijke 14e quotaherziening van het IMF. Voor de houdbaarheid van instituties als het IMF vinden de leden van de VVD-fractie het van belang dat rekening wordt gehouden met de huidige economische verhoudingen. Deze leden zijn voorstander van deze quotaherziening en betreuren de overbodige vertraging die de implementatie van de herziening nu al heeft opgelopen vanwege verzet in het Amerikaanse Congres. Wat gaat het IMF doen als de VS ook de komende tijd nog altijd nalaat om de hervormingen te ratificeren? In het debat in de aanloop naar de vorige IMF-vergadering werd gesproken om opties in kaart te brengen om buiten de VS om alsnog tot ratificatie te komen. Wanneer verwacht de Minister die lijst met opties? Hoelang gaat dat in kaart brengen duren? Wanneer verwacht de Minister dat er vervolgens op zijn vroegst over besloten kan worden en mogelijk tot ratificatie overgegaan kan worden?

Als optie noemt de Minister het ad-hoc verhogen van de quota’s van bepaalde kiesgroepen. Aan welke kiesgroepen wordt dan gedacht? Waarom hoeft het Congres met zo’n ad-hoc verhoging niet in te stemmen? Als het IMF ad-hoc de invloed van kiesgroepen kan wijzigen, waarom wordt er dan überhaupt aan brede quotaherziening gedaan? Hoe is gewaarborgd dat er geen situatie kan bestaan waarbij tegen de wil van een land de quota van een bepaalde kiesgroep wordt aangepast, met andere woorden zijn er mogelijkheden tot verzet en zo ja, welke?

De Minister stelt dat de volgende quotaherziening voorlopig uitgesteld wordt. Kan de Minister al aangegeven welke veranderingen op de agenda zouden komen om in deze vijftiende herziening te regelen?

Wellicht in reactie op de gang van zaken rond de quotaherziening bij het IMF zijn verschillende landen voornemens om de AIIB op te richten. De leden van de fractie van de VVD staan positief tegenover de oprichting van de AIIB, mede vanwege het toegenomen belang van Azië voor de wereldeconomie en daarmee voor Europa. De leden van de VVD-fractie wachten met belangstelling de verdere besprekingen en de Nederlandse deelname en inbreng in de AIIB af, en hebben nog een aantal vragen daarover.

Hoe kijkt de Minister aan tegen de Aziatische Investeringsbank (AIIB) en de New Development Bank in relatie tot de rol van het IMF? De Minister betreurde bij het afgelopen algemeen overleg IMF de oprichting van alternatieve banken als landen er in het IMF zelf niet uitkomen. Zijn er nog pogingen vanuit het IMF om China of de andere BRICS-landen een «handreiking» te doen of op andere wijze nauw betrokken te houden bij het IMF? Verwacht de Minister dat de instelling van de AIIB nog effect heeft op de neiging van het Congres om de 14e quotaherziening van het IMF te ratificeren? Hoe wordt in het IMF aangekeken tegenover de oprichting van de AIIB? Kan de Minister de relatie tussen het IMF en de AIIB schetsten? Hoe wil de Minister voorkomen dat de beide instituties met elkaar gaan concurreren in plaats van samen te werken of aanvullend te werken?

In de komende maanden vinden de onderhandelingen over de oprichtingsclausules van de AIIB plaats. Hoe zorgt de Minister dat de Kamer hierbij betrokken blijft? Kan de mnister een lijst geven van landen die nu bij de onderhandelingen betrokken zullen worden (met andere worden, die zich aangemeld hebben)? Hoe groot verwacht de Minister dat het inlegkapitaal en het totale kapitaal van de AIIB zal zijn? Hoe groot verwacht de Minister dat de Nederlandse inbreng ongeveer zal zijn en heeft de Minister al een verwachting rond de verdere verdeelsleutel? Hoe staat het met de oprichting van de BRICS-bank? Is er een relatie tussen de AIIB en de BRICS-bank?

Hoe zorgt de Minister ervoor dat de oprichting van verscheidene (semi)publieke banken of financieringsinstellingen zoals de AIIB maar ook EFSI in Europa private initiatieven niet zullen worden vervangen en onverhoopt zal zorgen voor een «crowding out» van private initiatieven?

De samenstelling van de Special Drawing Rights bij het IMF wordt elke vijf jaar geëvalueerd. Verschillende bronnen in de media geven aan dat er sprake van zal zijn dat de Chinese Yuan aankomende keer meegenomen wordt in de samenstelling van de SDR. Hoe staat de Minister hier tegenover? Kan de Minister aangeven of de huidige economische verhoudingen een andere samenstelling van het mandje rechtvaardigen, bijvoorbeeld door toevoeging landen als China en India? Wat zijn de voorwaarden om een nieuwe valuta toe te voegen en welk gremium binnen het IMF beslist daarover? Zijn er consequenties van aanpassing van de samenstelling van de SDR en zo ja, wat zijn deze?

Het IMF kent een aantal programmalanden, waaronder Griekenland. De leden van de fractie van de VVD zijn een voorstander van de betrokkenheid en de expertise van het IMF bij deze programma’s. In het vorige algemeen overleg IMF spraken wij nog over een Griekenland dat haar leningen aan het IMF vervroegd af wilde lossen, inmiddels bevinden wij ons mogelijk aan de andere kant van het spectrum. Zo heeft Griekenland in de afgelopen weken in de media gespeculeerd op het niet op tijd aflossen van leningen van het IMF. Kan de Minister de precieze gang van zaken rond een mogelijke wanbetaling van een programmaland aan het IMF aangeven? Hoe reageert het IMF in zo’n geval en wat zijn de procedures? In de geannoteerde agenda worden verschillende programma’s genoemd van het IMF voor kwijtschelding aan ontwikkelingslanden met IMF-leningen. Kan de Minister uitsluiten dat dergelijke kwijtscheldingen voor andere programmalanden zoals Griekenland bedacht zullen worden?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PvdA

De leden van de fractie van de PvdA hebben kennisgenomen van de inzet van Nederland voor de voorjaarsvergadering van het IMF op 17 en 18 april 2015, en steunen deze inzet. Zij hebben daarbij enkele vragen.

In 2010 is afgesproken het bestuur binnen het IMF te moderniseren en de stemgewichten evenwichtiger te verdelen. Tot op het heden heeft het Amerikaanse congres deze wijziging tot niet geratificeerd, waardoor deze nog niet in werking is getreden. Waarom heeft het Amerikaanse congres deze wijzigingen nog niet geratificeerd? Kan de Minister een inschatting geven op welke termijn wel tot ratificatie overgegaan kan worden?

Op dit moment worden interim opties in kaart gebracht om de quota en governance van het IMF te versterken zolang ratificatie uitblijft. In hoeverre is voor deze interim opties medewerking van de Verenigde Staten nodig? Denkt de Minister dat de Verenigde Staten hun medewerking zullen verlenen zolang het congres de wijzigingen in governance nog niet heeft geratificeerd? Welke landen hebben behalve de Verenigde Staten deze wijzigingen nog meer niet geratificeerd?

De leden van de PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de deelname van Nederland aan de onderhandelingen over de «Articles of Agreement» van de Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB). De investeringen in infrastructuur en de economische ontwikkeling die daaruit voortkomen bieden veel kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven in Azië. Voor de opkomende economieën in Azië is de AIIB van groot belang omdat deze landen momenteel lastig toegang hebben tot financiering voor infrastructuur.

Het is essentieel dat Nederland zich bij de onderhandelingen over de AIIB overeenkomst in zal zetten voor het naleven van internationale standaarden op het gebied van arbeid, milieu, anticorruptie, fraude en transparantie, voor een goede governance structuur en voor de schuldhoudbaarheid van de deelnemende landen. Dit geldt ook voor de inzet voor de samenwerking van de AIIB met de Wereldbank en de Aziatische Ontwikkelingsbank.

De Wereldbank herziet momenteel haar sociale en milieu standaarden om beter aan te sluiten bij de hedendaagse onderwerpen die centraal staan bij ontwikkeling, zoals klimaatverandering en arbeidsvoorwaarden. De leden van de PvdA-fractie vinden dat de AIIB standaarden moet opnemen in haar «Articles of Agreement» die overeenkomen met de nieuwe standaarden van de Wereldbank. Deelt de Minister deze mening, en zo ja, welke gevolgen verbindt hij aan het onderhandelingsproces indien deze standaarden niet overeenkomen?

Voor de leden van de PvdA-fractie is de opname van sterke sociale en milieu standaarden en moderne aanbestedingsrichtlijnen in de «Articles of Agreement» een voorwaarde voor de uiteindelijke toetreding van Nederland tot de AIIB. Kan de Minister een idee geven van waar de onderhandelingen op dit moment staan? In hoeverre zijn sociale en milieu standaarden reeds onderdeel van de onderhandelingen? Een ander punt waarover snel duidelijkheid moet komen zijn de mensenrechten. Zonder duidelijke uitgangspunten op dit gebied kan wat betreft de leden van de PvdA-fractie niet tot deelname aan de AIIB worden overgegaan. Op welke wijze wordt met mensenrechten rekening gehouden in de «Articles of Agreement» en in de toekomstige werkwijze van de AIIB?

Wat is de rol van China in de AIIB? Zijn er waarborgen voor een onderhandelingsproces waarbij ieder deelnemend land een stem heeft? Hoe wordt de stemverdeling tussen deelnemende landen verdeeld? Hoe ziet de Minister de verhouding tussen de AIIB en de Wereldbank? Op welke wijze is deze verhouding betrokken in de overwegingen om toe te treden tot de onderhandelingen? In hoeverre is van tevoren overleg geweest met andere Europese landen? Is er coördinatie en/of overleg tussen de deelnemende Europese landen? Kwam het voor de Minister als verrassing dat het Verenigd Koninkrijk, als eerste van de Europese landen, toetrad?

Is er al enig zicht op de hoogte van de Nederlandse bijdrage aan het kapitaal van de AIIB? Op welke wijze wordt de kapitaalbijdrage voor deelnemende lidstaten bepaald? In hoeverre is de bijdrage van belang voor de zeggenschap? Welke bijdrage levert China ten opzichte van de andere deelnemende staten? Hoe worden eventuele positieve resultaten tussen deelnemende staten verdeeld?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de stukken die gerelateerd zijn aan de Nederlandse inbreng tijdens de voorjaarsvergadering van het IMF. De leden hebben daarover de volgende vragen.

In het verslag van de jaarvergadering van 10 en 11 oktober 2014 lezen de leden dat het IMF beleidsmakers aanspoort om voldoende aandacht te hebben voor risico’s van financiële stabiliteit als het gaat om schaduwbankieren. Gezien Nederland een grote schaduwbancaire sector kent, kan de Minister aangeven of en hoe zij uitvoering heeft gegeven aan het advies van het IMF?

In het verslag zegt de Minister dat de bewering dat structurele hervormingen op de korte termijn de groei zouden schaden, een mythe is, zo lezen de leden. Waarop is deze uitspraak gebaseerd? Kan de Minister tevens aangeven welke hervormingen uit deze kabinetsperiode een positief effect hebben gehad op de vraag- en aanbodzijde van de economie?

Voorts lezen de leden van de SP-fractie in het verslag dat uitgebreider macro-economisch en financieel toezicht, versterking van risico en spillover analyses en de integratie van bilateraal en multilateraal toezicht en heldere communicatie over beleidsaanbevelingen voor de komende tijd belangrijk zijn in het kader van de rol van het IMF op het gebied van surveillance. Kan de Minister aangeven hoe deze werkzaamheden van het IMF zich verhouden tot de toezichthoudende taken van DNB en de ECB? Welke (informele) afspraken zijn of worden er tussen de toezichthoudende instanties gemaakt met betrekking tot het toezichthoudende mandaat en informatie-uitwisseling?

De afgelopen tijd is er veel kritiek uitgeoefend op de hervormingseisen die het IMF stelt aan landen aan wie het fonds geld uitleent, zowel door aan het IMF gelieerde critici als buitenstaanders, zo constateren de leden van de SP-fractie. Drie recente voorbeelden zijn de door de ebola getroffen landen (Sierra Leone, Guinee en Liberia), Griekenland en Oekraïne.

Drie Britse wetenschappers schreven op de site van The Lancet Global Health dat Guinee, Sierra Leone en Liberia door jarenlange bezuinigingen nauwelijks in de gezondheidszorg hebben geïnvesteerd. De leden van de SP-fractie zijn van mening dat een dergelijk verband op zijn minst nader onderzocht zou moeten worden, opdat het IMF-beleid eventueel herzien en verbeterd kan worden om schadelijke effecten voor de samenleving te voorkomen. Hoe beziet de Minister dit verband? Is de Minister bereid om tijdens de IMF-vergadering te verzoeken om het IMF-beleid dat in de jaren voorafgaand aan het uitbreken van de ebola-crisis gevoerd is te evalueren, en een dialoog te openen over welke lessen hieruit getrokken kunnen worden?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brieven van het kabinet. Zij hebben nog wel enkele vragen.

Economische situatie en beleidsaanbevelingen

Ten opzichte van de laatste jaarvergadering van het IMFC op 10 en 11 oktober zijn de zaken in de wereld gewijzigd. Tijdens deze laatste vergadering werd al gewaarschuwd voor de lagere economische groei. De leden van de CDA-fractie vragen wat de visie van het kabinet nu is op de economische groei nu de situaties in Oekraïne en het Midden-Oosten nog steeds onzeker zijn. Wat zijn de (verwachte) effecten van deze beide regio’s op de wereldeconomie?

Daarnaast heeft er in de afgelopen maanden in Griekenland ook een koerswijziging plaatsgevonden op regeringsniveau. In de brief wordt aangegeven dat bijvoorbeeld het hervormingsbeleid van Spanje, Portugal en Ierland zijn vruchten afwerpt. Wat is de kijk van het Nederlandse kabinet op het hervormingsbeleid van Griekenland? Ook het IMF heeft immers geld uitgeleend aan Griekenland.

Ook geeft het kabinet aan dat flexibilisering op de arbeidsmarkt voor ontwikkelde landen op korte termijn de economie zullen stimuleren. De leden van de fractie van het CDA vragen op welke concrete manier het Nederlandse kabinet in gaat zetten op de flexibilisering van de arbeidsmarkt en wanneer die voorstellen kunnen worden verwacht?

IMF governance en beleid

In oktober is er ook gesproken over de ratificatie van quotaherziening. De VS had tot het eind van 2014 de tijd gekregen om dit goed te keuren. Tot nog toe is er echter nog niet geratificeerd. De leden van de CDA-fractie vragen hoe het Nederlandse kabinet hier tegenover staat. Wat gaat Nederland doen om er alsnog voor te zorgen dat de VS hun belofte nakomen? In de brief wordt ook aangegeven dat mocht de ratificatie uitblijven het IMF alternatieve opties op tafel zal leggen om de governance te versterken. De leden van de CDA-fractie vragen of er al zicht is op deze opties en voor welke opties het kabinet een voorkeur uitspreekt?

Overig

In maart werd bekend dat Nederland naast een aantal andere Westerse landen zich aansluit bij de AIIB (Asian Infrastructure Investment Bank). De VS heeft zich kritisch uitgelaten over deze nieuwe bank en vraagt zich af er bij deze bank wel de juiste normen worden gehanteerd. De leden van de CDA-fractie kijken positief tegen het oprichten van deze bank aan en vragen het kabinet of het oprichten van de bank kan worden gezien als een tegenreactie op het weigeren van de VS om de governance van het IMF te ratificeren? Wat is het oordeel van het kabinet op de kritiek van de VS? Daarnaast vragen deze leden wat de toegevoegde waarde voor Nederland is om deel te nemen aan deze nieuwe bank?

Ondertussen wordt er ook gespeculeerd over een nieuwe Wereldbank die wordt opgezet door de BRICS-landen. De leden van de CDA-fractie vragen wat het standpunt van het Nederlandse kabinet is mocht er daadwerkelijk sprake zijn van deze nieuwe bank? Acht het kabinet het mogelijk dat Nederland hieraan deelneemt?

De leden van de CDA-fractie vragen in het algemeen wat de insteek van het Nederlandse kabinet zal zijn op de komende IMFC-meeting zal zijn?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PVV

De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het verslag jaarvergadering van het IMF van 10 en 11 oktober 2014, de agenda voor de voorjaarsvergadering IMF van 17 en 18 april 2015 en de informatie over de toetreding tot de Asian Infrastructure Investment Bank als prospective founding member.

Naar aanleiding van de genoemde punten brengen de leden van de PVV-fractie het volgende naar voren.

Allereerst merken de leden van de PVV-fractie op dat Nederland als prospective founding member voornemens is toe te treden tot de Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB). Hiermee krijgt Nederland directe invloed op de vormgeving van het beleid van de AIIB. De leden van de PVV-fractie willen hierbij weten welke bevoegdheden Nederland precies krijgt. Waarom wil Nederland toetreden tot de AIIB en wat zijn de verwachtingen van het kabinet ten aanzien van deze toetreding? Welke landen nemen hier precies aan deel?

Voorts stellen de leden van de PVV-fractie vast dat er naar aanleiding van de onderhandelingen over de Articles of Agreement van de AIIB besloten zal worden of Nederland definitief toetreedt tot de nieuwe investeringsbank. De leden van de PVV-fractie willen graag weten op basis van welke criteria besloten zal worden of Nederland toe mag treden.

Tevens merken de leden van de PVV-fractie op dat Nederland zich tijdens deze onderhandelingen mede zal inzetten voor een complementair stelsel van Internationale Financiële Instellingen in Azië waarin de AIIB samenwerkt met instellingen als de Aziatische Ontwikkelingsbank en Wereldbank. De leden van de PVV-fractie willen weten om wat voor soort samenwerking het hier zal gaan.

Verder merken de leden van de PVV-fractie op dat het kabinet aangeeft dat een goede economische ontwikkeling van de Aziatische regio voordelen oplevert voor de Europese en Nederlandse economie. De leden van de PVV-fractie willen weten in hoeverre het investeren in infrastructuurprojecten een bijdrage zal leveren aan voordelen voor de Nederlandse economie en wat deze voordelen precies zullen zijn.

Daarnaast stellen de leden van de PVV-fractie vast dat deelname aan de AIIB een kapitaalstorting en garantiekapitaal vereist. Op dit moment is een eventuele Nederlandse bijdrage echter onduidelijk. De leden van de PVV-fractie willen weten wanneer bekend zal worden gemaakt hoe hoog deze bijdrage zal zijn. Wat zal de inzet van Nederland hierbij zijn en welke bijdrage acht Nederland maximaal toelaatbaar?

Tevens merken de leden van de PVV-fractie op dat deelname aan de AIIB door een kapitaalstorting geen effect heeft op het EMU-saldo maar wel meetelt in de EMU-schuld. De leden van de PVV-fractie willen weten wat de inzet van Nederland hierbij zal zijn en welke stijging van de EMU-schuld maximaal toelaatbaar.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66

De leden van D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het verslag van de najaarsvergadering, de agenda voor de voorjaarsvergaderingen en de brief van de Minister met betrekking tot Nederlandse betrokkenheid bij de Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB) Deze leden hebben nog enkele vragen.

De directe invloed van Nederland op de vormgeving van het beleid van de AIIB schept kansen. De export van Nederland naar China groeit elk jaar substantieel. In 2013 bedroeg de Nederlandse export naar China 7,7 miljard en in 2014 7,9 miljard. Om dit te bevorderen en deze stijgende lijn vast te houden, zijn het onderhouden, maar vooral het uitbreiden van contacten met Azië van groot belang. De betrokkenheid bij de AIIB kan hier mede aan bijdragen. De aan het woord zijnde leden vinden het van belang dat naleving van internationale standaarden en normen een grote rol spelen bij de besprekingen.

De leden van de D66-fractie vinden het zeer waardevol dat Nederland inspraak heeft in de onderhandelingen over de opzet van de AIIB. Nauwe betrokkenheid bij de Articles of Agreement van de AIIB achten deze leden van grote waarde. Kan het kabinet nader verklaren welke onderwerpen zij zal prioriteren bij onderhandelingen over de Articles of Agreement? Deze leden zouden graag meer informatie krijgen met betrekking tot de insteek van het kabinet bij onderhandelingen over de opzet van de bank, de stemverhoudingen, de transparantie van de bank en de gevolgen van het niet naleven van internationale standaarden. Hoe zullen de verhoudingen in zeggenschap vormgegeven worden met betrekking tot de opzet van de bank tussen de deelnemende lidstaten? Kan de Minister toelichten hoe de invloed van kleine deelnemende lidstaten geborgd kan worden?

De leden van de D66-fractie constateren dat de aanbevelingen van de najaarsvergadering zich onder meer richtten op de stabilisering van de financiële situatie. Deze leden vinden dat het vermijden van financiële risico’s een grote rol moet blijven spelen. Hoe kan Nederland verder bijdragen aan gedegen aandacht op internationaal niveau voor de risico’s die kunnen leiden tot financiële instabiliteit? Er zijn grote stappen gezet, maar deze leden horen graag of, en zo ja welke, opvolging het kabinet verder nog zal geven aan de aanbevelingen ten aanzien van de financiële stabiliteit?

Vragen en opmerkingen van de heer Van Vliet

Over het verslag van de jaarvergadering van het International Monetary and Financial Committee (IMFC) van 10 en 11 oktober 2014 heeft de heer Van Vliet de volgende vragen.

Hoe verloopt de samenwerking met de Belgen in de nieuwe kiesgroep? Zijn er knelpunten?

In de IMFC statement wordt gesteld dat Nederland en België samen 1 zetel hebben ingeleverd en dat deze landen daarmee de helft van de inspanning leveren die geavanceerde Europese economieën hadden toegezegd. Kunt u al aangeven welke andere Europese landen een vergelijkbaar offer gaan brengen als Nederland en België? Op welke wijze worden Nederland en België gecompenseerd door andere «geavanceerde Europese economieën» die geen zetel hoeven in te leveren?

Het voorzitterschap van de kiesgroep Nederland – België rouleert op gelijkwaardige basis. Nederland is echter 60% groter dan België, zowel voor wat betreft het aantal inwoners als voor wat betreft de omvang van de economie. Wat is de reden om dit verschil in omvang niet tot uitdrukking te laten komen in de termijnen van het voorzitterschap van de kiesgroep? Kunt u in dit verband tevens uitleggen waarom het verschil in omvang tussen Nederland en België nauwelijks tot uitdrukking komt in de aantallen SDR’s en in de stemverhouding?

Over het agendapunt Informatie over toetreding tot de Asian Infrastructure Investment Bank als prospective founding member heeft de heer van Vliet de volgende vragen.

Kunt u een orde van grootte aangeven van het bedrag wat Nederland voornemens is te investeren in de AIIB?

Kunt u een orde van grootte aangeven van de gewenste of beoogde omvang van het aandeel van Nederland in de nieuw op te richten AIIB?

Welke andere EU landen hebben concrete belangstelling om prospective founding member te worden van de AIIB?

Wordt de AIIB een instelling die geheel in handen is van overheden of zijn er ook andere investeerders? Is een beursnotering van de AIIB een optie die op tafel ligt?

Indien de bank geheel in handen komt van overheden, dan heeft de beoogde investering naar de mening van de heer Van Vliet wel het karakter van ontwikkelingssamenwerking. Immers, Nederland heeft expertise waar Aziatische partners profijt van kunnen hebben terwijl er andersom geen Chinese investeringen plaatsvinden in, bijvoorbeeld, de EIB. Mocht de AIIB ooit in financiële problemen komen dan moet Nederland afboeken op de waarde van het bezit. Kan ik er vanuit gaan dat deze eventuele afboeking ten laste zal komen van de begroting voor ontwikkelingssamenwerking?

II Vragen en opmerkingen vanuit de fracties van de algemene commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de Nederlandse inzet van het kabinet bij de voorjaarsvergadering van de Wereldbank. Zij maken graag van deze gelegenheid gebruik om enkele vragen te stellen aan de Minister.

De leden van de fractie van de Partij van de Arbeid hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief over de Nederlandse inzet bij de Wereldbank Voorjaarsvergadering 2015. De genoemde leden hebben hierover een aantal vragen.

De leden van de SP-fractie hebben kennis genomen van de Nederlandse inzet bij de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank Groep. De leden hebben daarover de volgende vragen en opmerkingen.

De leden van de CDA-fractie danken de bewindspersonen voor het toezenden van de Nederlandse inzet bij de Wereldbank Voorjaarsvergadering van de Wereldbank Groep (WBG) en hebben kennis genomen van de stukken. Zij hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen over.

1. Algemeen

De leden van de VVD-fractie lezen in de brief van de Minister dat ze wil dat de Wereldbank de kans krijgt om zich te herpositioneren. Wat bedoelt de Minister hier precies mee? Op welke manier moet de Wereldbank zich volgens haar herpositioneren? Wat voor rol moet de Wereldbank gaan spelen zodra de Asian Infrastructure and Investment Bank (AIIB) echt gaat groeien? Verder schrijft de Minister dat Nederland de ontwikkeling van nieuwe financieringsinstrumenten steunt. Aan welke nieuwe instrumenten denkt de Minister? Aan welke voorwaarden moeten nieuwe financieringsinstrumenten voldoen volgens de Minister?

De leden van de VVD-fractie danken de Minister voor het formuleren van kernboodschappen in de brief. Wel zouden de leden van de VVD-fractie graag een suggestie doen om een kernboodschap toe te voegen. Dat zou het volgende kunnen zijn: Kan de Minister aansturen op een transparanter beleid van de Wereldbank? Kan de Minister ook duidelijkheid vragen over de controle van de besteding van gelden door de Wereldbank en de effecten daarvan?

De Minister schrijft dat Nederland een vinger aan de pols houdt als het gaat om de nieuwe themadirecties, die de kans moeten krijgen zich te richten op het behalen van de voor hen relevante Sustainable Development Goals (SDG’s). Hoe is de Minister van plan dit te gaan doen? Welke instrumenten kan de Minister gebruiken om te controleren of de SDG’s wel behaald worden?

In de kabinetsbrief lezen de leden van de SP-fractie dat de twee centrale doelstellingen van de Wereldbankgroep, het einde van extreme armoede en gedeelde welvaart, goed aansluiten op de post-2015 agenda. De leden van de SP-fractie wijzen er echter op dat het thema mondiale ongelijkheid ook een belangrijke prioriteit is van de post-2015 agenda, en tevens een speerpunt voor de Nederlandse Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Is de regering bereid tijdens de Voorjaarsvergadering (VJV) te bespreken hoe de ambities van de Wereldbank ten aanzien van het terugdringen van mondiale ongelijkheid verankerd kunnen worden in haar beleid en in de herziening van de safeguards?

2. Financing for Development

De leden van de VVD-fractie horen graag van de Minister hoe zij denkt dat een effectieve ontwikkelingssamenwerking tussen de verschillenden banken en organisaties vorm moet gaan krijgen. Wat kan de Minister doen om een effectieve werkverdeling tussen ontwikkelingspartners te bevorderen, en kan de Minister Nederlandse bijdragen heroverwegen indien blijkt dat verschillende banken en organisaties te weinig hierop inzetten?

De leden van de VVD-fractie zijn met de Minister zeer verheugd dat het Development Finance Forum op 21 en 22 mei a.s. in Rotterdam wordt georganiseerd. Ziet de Minister kansen om in aanloop naar het Development Finance Forum Nederland dan ook een groter rol te laten spelen? Ziet de Minister ruimte om meer invloed uit te oefenen?

Onlangs heeft Oxfam Novib een rapport gepresenteerd1, waar de Minister op reageert in haar brief. Eerder dit jaar kwam het bericht «De Wereldbank overtreedt haar eigen regels»2 naar buiten over een rapport van een inspectiepanel bij de WBG. Ook daar werd kritisch gekeken naar initiatieven en financiering van de WBG. Wat betekenen de uitkomsten van deze rapporten volgens de Minister voor de bespreking van het onderwerp Financing for Development tijdens de Voorjaarsvergadering van de WBG? Neemt de Minister de uitkomsten van deze rapporten mee in haar inbreng over Financing for Development? Kan de Minister reflecteren op de vraag of er voldoende transparantie is in de uitgaven van de WBG?

Wat zal de Minister concreet inbrengen tijdens het diner van gelijkgezinden tijdens de discussie over hoe deze groep kan bijdragen aan het succes van de Addis Conferentie? Met welke uitkomst van deze discussie is de Minister tevreden? Welke punten wil Nederland graag op de agenda krijgen tijdens het Development Finance Forum?

4. Ontwikkelingen Wereldbank Groep (WBG)

Herziening safeguards

De leden van de PvdA-fractie zijn blij dat de voor Nederland belangrijke uitgangspunten voor de herziening van de safeguards lijken te zijn geland bij de Wereldbankgroep (WBG). In haar brief geeft de Minister aan dat op het terrein van arbeidsrecht en rechten van inheemse volkeren er nog slagen te maken zijn en dat zij hierop zal toe zien. Kan de Minister toelichten wat deze slagen inhouden? Wat is haar inzet aangaande deze twee onderwerpen? Wat zijn haar verwachtingen van het nieuwe voorstel voor de safeguards dat medio 2015 wordt gepresenteerd door de WBG?

In de eerste ontwerptekst van de safeguards wordt als tweede milieu en sociale standaard arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden genoemd. Als doelstellingen worden de bescherming van kwetsbare arbeiders zoals kinderen en het vermijden van het gebruik van gedwongen of kinderarbeid genoemd. Kan de Minister aangeven of deze standaard in de nieuwe concept safeguards behouden blijft? Als dit niet het geval is zal zij zich in gaan zetten om deze doelstellingen toch onder de nieuwe safeguards te brengen? Kan de Minister aangeven of the Children’s Rights and Business Principles als richtlijnen zullen worden gebruikt bij deze standaard?

De leden van de PvdA-fractie hebben vernomen dat de safeguards niet van toepassing zijn op de hele portfolio van de WBG. «Development policy lending» (DPL) beslaat bijvoorbeeld ongeveer 40% van de leningen van de WBG maar is grotendeels ontheven van de safeguards. Kan de Minister toelichten waarom dit het geval is? Zal dit veranderen bij de nieuwe safeguards? Zo nee, waarom niet? En zo ja, zullen de safeguards gaan gelden voor alle DLPs?

De leden van de PvdA-fractie hebben begrepen dat onder de nieuwe safeguards er een grotere verantwoordelijkheid ten aanzien van het risico management van een project komt te liggen bij het land dat de lening aangaat. Hoewel de leden van mening zijn dat dit een belangrijke stap is voor de capaciteitsopbouw van deze landen vragen zij zich wel af welke rol de WBG zal innemen bij landen waarbij bijvoorbeeld de rechtsstaat nog in ontwikkeling is en de rechten van inheemse volkeren onder druk staan. Kan de Minister dit toelichten? Vindt de Minister dat in het voorstel voor de nieuwe safeguards er voldoende voorwaarden worden gesteld aan het risico management door de landen die de lening aangaan, zodat de rechten van gemarginaliseerde groepen worden beschermd? Zo ja, kan de Minister aangeven hoe dit wordt gedaan? Zo nee, waarom is dit niet het geval en is zij van plan zich hiervoor in te zetten?

In de brief lezen de leden van de SP-fractie dat er in aanloop naar de herziening van de safeguards een inclusief consultatieproces heeft plaatsgevonden. Voor de volgende conceptversie van de safeguards beoogt de Wereldbank een online-consultatie. Uit eerdere consultaties blijkt echter dat deze niet altijd probleemloos verliepen. Zo waren niet alle documenten beschikbaar, en was de verslaglegging soms onvolledig. Deelt de Minister deze kritiek, en is zij bereid om deze over te brengen tijdens de VJV?

De leden van de SP-fractie lezen in de brief dat de safeguards van de Minister wel gebruiksvriendelijker mogen worden, maar niet zwakker. De positie van Nederland ten aanzien van de nieuw voorgestelde safeguards blijft echter summier. Diverse maatschappelijk organisaties hebben zorgen geuit over de herziening van de safeguards, in de veronderstelling dat de nieuwe regels een verzwakking van het huidige beleid impliceren. In hoeverre deelt de Minister die mening? Kan de Minister haar positie in meer detail toelichten en aangeven waar zij het accent op wil leggen?

De leden van de SP-fractie vinden het van groot belang dat onder meer de bescherming van kwetsbare groepen, zoals inheemse volkeren, vrouwen en LGBT’s, de bescherming tegen gedwongen verhuizingen, en de ILO-standaarden en rechten van de vakbonden gewaarborgd zijn in de herziene safeguards. Deelt de Minister die mening? In hoeverre is dat het geval in de voorgestelde herziening?

Voorts vragen de leden van de SP-fractie of de Minister bereid is om een dialoog te faciliteren met het maatschappelijk middenveld over de Nederlandse positie ten aanzien van de herziening van de safeguards. Kan de Minister haar antwoord zo concreet mogelijk maken en motiveren?

De herziene safeguards hebben slechts betrekking op de helft van de projecten van de Wereldbank. Is dit volgens de Minister voldoende, zo vragen de leden van de SP-fractie, en zo nee, tot welke stappen is zij bereid om daar verandering in te brengen?

De taak van de implementatie van de safeguards verschuift met de herziening naar de landen zelf. Een probleem daarbij is dat de guidelines van de Wereldbank lang niet altijd goed nageleefd worden in veel landen. Zo vinden er soms bijvoorbeeld geen impact assessments plaats als het gaat om de gevolgen van projecten voor specifieke groepen. Erkent de Minister dit probleem, zo vragen de leden van de SP-fractie, en zo ja, heeft zij een oplossing voor ogen die zij kan voordragen tijdens de VJV?

Voice

De leden van de VVD-fractie vragen zich af waarom met steun van Nederland de stem van ontwikkelingslanden is gegroeid binnen de Wereldbank en niet de Nederlandse stem. Graag ontvangen de leden van de VVD-fractie een reactie van de Minister hierop.

Salarissen

De leden van de PvdA-fractie vinden het teleurstellend dat het aanbrengen van verandering van het beloningsbeleid van de WBG een harde dobber blijkt te zijn en kijken uit naar het onderzoeksrapport van het Verenigd Koninkrijk en Zweden. Kan de Minister aangeven wat het VK en Zweden zullen gaan doen met de conclusies van het rapport? Komt er een follow up en hoe zal deze eruit gaan zien? En welke rol ziet zij weggelegd voor Nederland hierbij?

Rapport Oxfam

De leden van de VVD-fractie zijn verheugd te lezen dat de Minister het rapport van Oxfam «the suffering of others» zeer serieus neemt. De leden van de VVD-fractie zijn bezorgd over het gebrek aan transparantie bij de International Finance Corporation (IFC) en de schending van de performance standards door de IFC. Zij brengen in herinnering dat zij onlangs vragen hebben gesteld naar aanleiding van het rapport. De leden van de VVD-fractie danken de Minister dat zij zich stevig blijft inzetten voor de naleving van de performance standards van de IFC. Wel vragen de leden van de VVD-fractie hoe de Minister denkt meer invloed te hebben op het naleven van the performance standards dan nu het geval is? Wat zijn de stappen die de Minister kan nemen, indien zij de reactie van de IFC op het rapport van Oxfam en de voortgang op het actieplan dat IFC in 2014 heeft opgesteld naar aanleiding van de Honduras casus onvoldoende vindt? Is de Minister bijvoorbeeld bereid om Nederlandse bijdrage aan de IFC te heroverwegen? Graag ontvangen de leden van de VVD-fractie een reactie van de Minister.

5. Recente ontwikkelingen BRICS Bank

De leden van de PvdA-fractie hebben vernomen dat de President van de Wereldbank de komst van de Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB) heeft verwelkomd en heeft aangekondigd innovatieve manieren te willen vinden om samen te werken met de AIIB.

De leden van de PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de deelname van Nederland aan de onderhandelingen over de «Articles of Agreement» van de Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB). De investeringen in infrastructuur en de economische ontwikkeling die daaruit voortkomen bieden veel kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven in Azië. Voor de opkomende economieën in Azië is de AIIB van groot belang omdat deze landen momenteel lastig toegang hebben tot financiering voor infrastructuur.

Het is essentieel dat Nederland zich bij de onderhandelingen over de AIIB-overeenkomst in zal zetten voor het naleven van internationale standaarden op het gebied van arbeid, milieu, anticorruptie, fraude en transparantie, voor een goede governance structuur en voor de schuldhoudbaarheid van de deelnemende landen. Dit geldt ook voor de inzet voor de samenwerking van de AIIB met de Wereldbank.

De leden van de PvdA-fractie vinden dat de AIIB standaarden moet opnemen in haar «Articles of Agreement» die overeenkomen met de nieuwe standaarden van de Wereldbank. Deelt de Minister deze mening, en zo ja, welke gevolgen verbindt de regering aan het onderhandelingsproces indien deze standaarden niet overeenkomen?

Nederland is een prospective founding member van de Asian Infrastructure and Investment Bank (AIIB), maar lijkt minder enthousiast te zijn over de New Development Bank. Kan de Minister verklaren waarom dit het geval is, zo vragen de leden van de SP-fractie.

Recent heeft de Nederlandse regering de Tweede Kamer geïnformeerd over het voornemen om «prospective founding member» te worden van de Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB). Wat zal, indien Nederland besluit toe te treden tot de AIIB, volgens de Minister het gevolg zijn voor de Nederlandse relatie met de WBG? Hoe voorziet de Minister de verhouding tussen de AIIB en de WGB? Welke rol voorziet de Minister voor de WBG na oprichting van de AIIB?

6. Recente ontwikkelingen

Ebola

De leden van de SP-fractie lezen instemmend dat Nederland een actieve deelnemer wil zijn bij het verbeteren van de mondiale paraatheid bij gezondheidscrises. In het kader hiervan zal Nederland deelnemen aan een evenement tijdens de VJV over het economisch herstel van de drie door ebola getroffen landen. Kan de Minister concretiseren wat zij gaat inbrengen tijdens dit evenement, naar welke resultaten zij streeft als uitkomst, en verslag uit brengen van de bijeenkomst?

Beleidsoverleg, Washington DC

De leden van de VVD-fractie onderschrijven het belang van nauwere samenwerking tussen organisaties op de thema’s veiligheid & rechtsorde (fragiele staten), gender en private sectorontwikkeling. De leden van de VVD-fractie lezen dat Nederland meer gaat bijdragen aan het Umbrella Facility Gender Equality. Kan de Minister een nadere toelichting geven over de activiteiten van het Umbrella Facility Gender Equality? Waar bestaan de bijdragen uit die Nederland hieraan levert en welke invloed krijgt Nederland in dit platform?

De leden van de PvdA-fractie zijn blij dat op de thema’s veiligheid & rechtsorde (fragiele staten), gender, SRGR en private sectorontwikkeling vooruitgang is geboekt. Kan de Minister toelichten welke effectieve interventies zullen worden opgeschaald in het kader van het genderbeleid? En kan zij meer inzicht geven in de innovatieve partnerschappen waaraan wordt vormgegeven onder het genderbeleid?

De leden van de PvdA-fractie feliciteren de Minister met haar zetel in de Advisory Council on Gender and Development. Kan de Minister toelichten wat haar inzet zal zijn voor het advies dat deze raad uit zal brengen over de nieuwe genderstrategie.

III Reactie van de regering

Toetreding

De leden van de fracties van het CDA en de PVV vragen waarom Nederland wil toetreden tot de AIIB, wat de verwachtingen zijn van het kabinet ten aanzien van deze toetreding, wat de toegevoegde waarde voor Nederland is voor Nederland om deel te nemen aan deze nieuwe bank en in hoeverre het investeren in infrastructuurprojecten een bijdrage zal leveren aan voordelen voor de Nederlandse economie en wat deze voordelen precies zullen zijn.

Er is momenteel een groot tekort aan financiering voor infrastructuurprojecten in Azië. De AIIB is een investeringsbank die tegemoet kan komen aan de vraag naar financiering van opkomende economieën in de regio. Financiering van deze projecten draagt bij aan de economische ontwikkeling van een land en uiteindelijk van de gehele regio, wat via onder meer handel een positief effect kan hebben op de Nederlandse economie. Nederland wil hier dan ook graag aan bijdragen. Deelname is tevens in het belang van de brede relatie met Aziatische partners en oprichter China. Investeren in deze relaties kan de positie van het Nederlandse bedrijfsleven in Azië ten goede komen en is ook vanuit politiek oogpunt belangrijk.

Door toe te treden kan Nederland tenslotte invloed proberen uit te oefenen op het beleid van de Bank, bijvoorbeeld met betrekking tot de safeguards op het terrein van milieu en sociale normen en de aanbestedingsregels. Nederland is van mening dat de kwaliteit van de geleverde goederen of diensten een belangrijke rol moet spelen in aanbestedingsbeleid en zal zich hiervoor inzetten. Dit kan ten gunste komen aan Nederlandse bedrijven die hoge kwaliteit nastreven en die kunnen meedingen naar projecten die door de AIIB gefinancierd worden. Wat betreft de safeguards zet Nederland zich er voor dat best practices op dit terrein worden gehanteerd.

De leden van de fractie van de PvdA vragen in hoeverre van tevoren overleg geweest in met andere Europese landen, of er coördinatie en/of overleg is tussen de deelnemende Europese landen en of het voor de Minister als verrassing kwam dat het Verenigd Koninkrijk als eerste van de Europese landen toetrad?

Nederland heeft zelfstandig de afweging gemaakt om als prospective founding member tot de AIIB toe te treden, net als de overige Europese deelnemende landen. Sinds dit besluit is er veelvuldig overleg tussen de deelnemende Europese landen over de inzet bij de onderhandelingen. Ook tijdens de onderhandelingen trekken de prospective founding members gezamenlijk op.

Onderhandelingen

De leden van de fracties van de VVD, PvdA, PVV, D66 en van Vliet verzoeken om een lijst van landen, waaronder ook andere EU landen, die nu bij de onderhandelingen betrokken zullen worden en zich dus hebben aangemeld om prospective founding member te worden van de AIIB. Wanneer mag NL toetreden? Kan de Minister een idee geven van waar de onderhandelingen op dit moment staan? Welke onderwerpen zal het kabinet prioriteren bij de onderhandelingen over de Articles of Agreement? Hoe zorgt de Minister dat de Kamer hierbij betrokken blijft?

Op 27 en 28 april jl. vond de vierde onderhandelingsbijeenkomst van de AIIB plaats in Beijing, China. Dit was de eerste vergadering waar Nederland aan heeft deelgenomen. Nederland heeft niet deelgenomen aan eerdere onderhandelingbijeenkomsten omdat we nog niet officieel waren geaccepteerd als prospective founding member, dit vond op 12 april jl. plaats.

In totaal zijn er 57 prospective founding members, waarvan 20 niet-regionale landen. De prospective founding members zijn: Australië, Azerbeidzjan, Bangladesh, Brazilië, Brunei, Cambodja, China, Finland, Frankrijk, Denemarken, Duitsland, Egypte, Filippijnen, Finland, Georgië, India, Indonesië, IJsland, Iran, Italië, Israel, Jordanië, Kazakstan, Koeweit, Kirgizië, Laos, Luxemburg, Maleisië, Malediven, Malta, Mongolië, Myanmar, Nederland, Nepal, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oezbekistan, Oman, Oostenrijk, Pakistan, Polen, Portugal, Qatar, Rusland, Saoedi-Arabië, Singapore, Spanje, Sri Lanka, Tadzjikistan, Thailand, Turkije, Verenigde Arabische Emiraten, Verenigd Koninkrijk, Vietnam, Zuid-Korea, Zweden, Zwitserland.

Tijdens de bijeenkomst werd gesproken over de oprichtingsartikelen van de bank, de Articles of Agreement (AoA). De AoA lijken sterk op soortgelijke documenten van andere internationale financiële instellingen (IFIs) zoals de Wereldbank (IBRD), Asian Development Bank (AsDB), European Bank for Reconstruction and Development (EBRD) en de African Development Bank (AfDB). De artikelen bestaan uit verschillende onderdelen, ze gaan onder meer in op het doel, de functie, lidmaatschap, kapitaal, operaties, financiën en bestuur van de bank.

Het beleid van de bank wordt niet in de AoA beschreven maar in aparte beleidsdocumenten. Het gaat hier om bijvoorbeeld beleid op gebied van safeguards voor met name milieu en sociale impact, aanbestedingen en schuldhoudbaarheid van landen. Het is nog niet precies duidelijk wanneer deze documenten beschikbaar komen. Nederland heeft – samen met een groot aantal met name Europese landen – benadrukt dat we een roadmap willen hebben waarin vastligt wanneer deze documenten beschikbaar komen voorafgaand aan de volgende onderhandelingsronde (20 t/m 22 mei) en alvorens we tot ondertekening van de AoA over kunnen gaan. Daarnaast heeft Nederland zich ervoor ingezet dat de AoA een duidelijke referte krijgen met betrekking tot de internationale best practices op gebied van standaarden en safeguards, aanbestedingen en schuldhoudbaarheid. Dit wordt lang niet door alle prospective founding members, met name uit Azië, onderschreven, maar Nederland zal zich hier – samen met de andere Europese lidstaten – hard voor blijven maken.

De discussie tijdens de vergadering in Beijing focuste zich met name over het bestuurlijk model dat de AIIB zal hanteren. De governance van de bank zal bestaan uit drie lagen. Het hoogste beslisorgaan is de Raad van Gouverneurs. Ieder land wordt vertegenwoordigd door een gouverneur. Daaronder valt de Raad van Bewindvoerders die naar verwachting zal bestaan uit 12 leden, waarbij niet-regionale landen worden vertegenwoordigd door 3 bewindvoerders. De bewindvoerders keuren het beleid van de AIIB en projecten goed. Deze bevoegdheid kan in bepaalde gevallen echter worden overgedragen aan het management van de bank dat verantwoordelijk is voor de dagelijkse werkzaamheden.

Het bestuurlijk model van de bank wordt alleen in deze hoofdlijnen in de oprichtingsartikelen uiteengezet, details zullen worden beschreven in additionele documenten. Nederland heeft zich echter, gesteund door de andere Europese prospective founding members, ingezet om de rol en daarmee de bevoegdheden van de Raad van Bewindvoerders en management wel al sterker te verduidelijken in de AoA. De AIIB zal een non-resident board hebben die een beperkt aantal keer per jaar zal samenkomen. Hierdoor wordt een deel van de dagelijkse beslisbevoegdheid overgedragen aan management. Hoeveel wordt gedelegeerd aan het management, binnen welk kader dit zal gebeuren en met welke beslisregel bevoegdheden kunnen worden overgedragen is onderwerp van discussie. In de praktijk gaat het er om wie welke projecten en beleidsdocumenten goedkeurt. Nederland zet er op in om dit beter vastgelegd te krijgen in de AoA en delegatie alleen mogelijk te maken via goedkeuring van een supermajority (te denken valt aan een minimum aantal gouverneurs die in totaal niet minder dan 75 procent stemgewicht representeren). Andere Europese landen, maar ook een flink aantal relatief grote regionale landen, delen deze inzet. Nederland heeft daarnaast gepleit voor het opnemen van een minimum aantal vergaderingen van de Raad van Bewindvoerders per jaar (vier) evenals voor het vastleggen van de regel dat de President maar één verlening van zijn termijn kan krijgen. Het is nu nog niet met zekerheid te zeggen of de Nederlandse punten worden opgenomen in de AoA.

De discussie in Beijing focuste zich verder op de verdeling van kapitaal en stemgewicht. De Nederlandse inzet hierop wordt in de paragraaf Allocatie van Kapitaal verder beschreven.

De volgende en laatste onderhandelingsbijeenkomst vindt plaats van 20–22 mei in Singapore. Tijdens deze bijeenkomst moet een akkoord worden bereikt over de AoA. Eind juni zullen de AoA tijdens een ceremonie in Beijing ondertekend worden door landen die definitief toetreden.

Ik zal u na de bijeenkomst in Singapore middels een brief over de definitieve uitkomst van de onderhandelingen informeren. Naar gelang de uitkomst zal ik de Kamer verzoeken voor toestemming tot het ondertekenen van de AoA en het in gang zetten van het ratificatieproces. Na ratificatie kunnen landen een Gouverneur benoemen.

Safeguards

De leden van de fracties PvdA en CDA vragen of de Minister en Minister Ploumen de mening deelt dat de AIIB standaarden moet opnemen in haar «Articles of Agreement» die overeenkomen met de nieuwe standaarden van de Wereldbank, en zo ja, welke gevolgen verbindt hij aan het onderhandelingsproces indien deze standaarden niet overeenkomen? In hoeverre zijn sociale en milieu standaarden reeds onderdeel van de onderhandelingen? Op welke wijze wordt met mensenrechten rekening gehouden in de «Articles of Agreement» en in de toekomstige werkwijze van de AIIB? Wat is het oordeel van het kabinet op de kritiek van de VS?

Standaarden op het gebied van milieu, sociale normen, en mensenrechten vormen gewoonlijk geen onderdeel van de oprichtingsartikelen van internationale financiële instellingen. De AoA van de AIIB zijn daar geen uitzondering op. In de AoA wordt wel gesteld dat de AIIB er voor zal zorgen dat de operaties van de bank voldoen aan het gebruikelijke beleid op het gebied van milieu en sociale impact. Het beleid op het gebied van safeguards en mensenrechten maakt evenwel als zodanig geen deel uit van de AoA. Dit is bij vergelijkbare internationale financiële instellingen als de Wereldbank, Asian Development Bank en African Development Bank ook niet het geval.

Tijdens de volgende onderhandelingsronde in Singapore zullen naar verwachting wel documenten beschikbaar zijn waarin de ambitie uit de AoA wordt herbevestigd en verder uitgewerkt. Nederland deelt de visie van de VS dat het essentieel is dat de AIIB best practices gaat volgen op het terrein van de mensenrechten en de safeguards en zal zich er dan ook samen met de andere Europese prospective founding members voor inzetten dat deze documenten een voldoende ambitieus en specifiek niveau krijgen, en gecombineerd worden met een duidelijke roadmap om de inhoud vast te leggen in het beleid van de AIIB.

Allocatie van kapitaal

De leden van de fracties VVD en PvdA en lid van de fractie Van Vliet vragen hoe groot de Minister verwacht dat het inlegkapitaal en het totale kapitaal van de AIIB zal zijn? Hoe groot verwacht de Minister dat de Nederlandse bijdrage aan het kapitaal van de AIIB ongeveer zal zijn en heeft de Minister al een verwachting rond de verdere verdeelsleutel? Op welke wijze wordt de kapitaalbijdrage voor deelnemende lidstaten bepaald? Wanneer zal bekend worden gemaakt hoe hoog deze bijdrage zal zijn? Wat zal de inzet van Nederland hierbij zijn en welke bijdrage acht Nederland maximaal toelaatbaar?

Tevens merken de leden van de PVV-fractie op dat deelname aan de AIIB door een kapitaalstorting geen effect heeft op het EMU-saldo maar wel meetelt in de EMU-schuld. De leden van de PVV-fractie willen weten wat de inzet van Nederland hierbij zal zijn en welke stijging van de EMU-schuld maximaal toelaatbaar.

Leden van de fractie van de PvdA vragen de Minister hoe eventuele positieve resultaten tussen deelnemende staten worden verdeeld?

Het totale kapitaal van de AIIB is nog niet definitief vastgesteld. Dit is onderdeel van de onderhandelingen. Ik verwacht dat het totale kapitaal dat wordt ingelegd door prospective founding members tussen de USD 50 en 100 miljard zal liggen. Waarvan 80% garantiekapitaal is en 20% een kapitaalstorting. Vanwege de garantie is het garantiekader van toepassing. De kapitaalbijdrage voor regionale landen wordt gebaseerd op de relatieve grootte van ieders economie (BBP). Voor de niet-regionale landen is geen verdeelsleutel afgesproken. Deze landen kunnen onderling bespreken welke verdeelsleutel zal worden gehanteerd. De niet-regionale landen hebben hierover met elkaar gesproken en de meerderheid, waaronder Nederland, wil graag op basis van dezelfde formule als de regionale landen werken en dus bijdragen baseren op een rules-based approach. Op basis van de formule zal Nederland circa 1% van het kapitaal voor haar rekening nemen. Dit is de maximale inzet voor Nederland en 20% hiervan (de kapitaalstorting) zal meetellen in de EMU-schuld. Dit ligt echter nog niet vast. In de begroting van Financiën wil ik voldoende middelen reserveren om aan de ambities van de AIIB gevolg te kunnen geven, maar de daadwerkelijke inleg wil ik laten afhangen van het verloop van de onderhandelingen, en kan ook lager worden. Het is namelijk nog niet duidelijk of alle landen de berekende kapitaalbijdrage daadwerkelijk kunnen leveren. In de AoA zal de kapitaalverdeling tussen regionale en niet-regionale landen vastgelegd worden. Regionale landen zullen niet minder dan 75 procent van het kapitaal inleggen. Dit betekent dat niet-regionale landen tot 25 procent kunnen inleggen. In de brief die ik zal sturen over de uitkomst van de onderhandelingen in Singapore op 20–22 mei, zal ik verder ingaan op het totaalbedrag van de AIIB, alsmede de Nederlandse bijdrage hierin. Hoe en of eventuele positieve resultaten worden verdeeld tussen deelnemende staten is nog niet definitief vastgesteld.

Verdeling stemgewicht

Leden van de fracties van de PvdA en D66 vragen de Minister hoe de stemverdeling tussen deelnemende landen wordt verdeeld? In hoeverre is de bijdrage van belang voor de zeggenschap? Welke bijdrage levert China ten opzichte van de andere deelnemende staten? Zijn er waarborgen voor een onderhandelingsproces waarbij ieder deelnemend land een stem heeft? Hoe zullen de verhoudingen in zeggenschap vormgegeven worden met betrekking tot de opzet van de bank tussen de deelnemende lidstaten? Kan de Minister toelichten hoe de invloed van kleine deelnemende lidstaten geborgd kan worden? Kan de Minister een orde van grootte aangeven van de gewenste of beoogde omvang van het aandeel van Nederland in de nieuw op te richten AIIB?

Het stemgewicht van de aandeelhouders binnen de raad van Gouverneurs en de Raad van Bewindvoerders wordt afgeleid van het ingelegde kapitaal. Daarnaast krijgt ieder land dat toetreedt een aantal basisstemmen en stemmen speciaal voor founding members. Door het toepassen van basisstemmen wordt de invloed van kleine deelnemende landen vergroot. Dit gebruik wordt ook gehanteerd bij andere Internationale Financiële Instellingen. China’s stemgewicht wordt ook op basis van deze drie elementen berekend. De bijdrage (kapitaal) die China levert is hoger dan andere deelnemende lidstaten vanwege de veel grotere economie (BBP bij koopkrachtpariteit) ten opzichte van de andere deelnemende landen. Hierdoor is het stemgewicht van China ook hoger dan andere deelnemende staten. Bij een 75/25 kapitaalinleg zal China net meer dan 25 procent van de stemmen krijgen. Hiermee heeft China een de facto veto en veel invloed op de beslissingen die zullen worden genomen. Een aantal landen heeft gepleit om door ophoging van de basisstemmen het veto van China terug te dringen. Het uiteindelijke stemgewicht van China hangt ook af van de bereidheid van de regionale prospective fouding members om hun deel te leveren. Tenslotte hangt het stemaandeel af van eventuele nieuwe toetreders. Als een aantal grote economieën toetreedt, zal China op basis van de huidige regels onder de 25% kunnen zakken. Op dit moment is niet duidelijk wanneer en welke landen in de toekomst zullen toetreden.

Complementariteit bestaande instellingen en BRICS-bank

De leden van de fracties van de VVD, PvdA en CDA vragen hoe het staat met de oprichting van de BRICS-bank, wat het standpunt van het Nederlandse kabinet is mocht er daadwerkelijk sprake zijn van deze nieuwe bank, of het kabinet het mogelijk acht dat Nederland hieraan deelneemt en of er een relatie is tussen de AIIB en de BRICS-bank. Hoe ziet de Minister de verhouding tussen de AIIB en de Wereldbank en op welke wijze deze verhouding betrokken is in de overwegingen om toe te treden tot de onderhandelingen? Wat voor rol moet de Wereldbank gaan spelen zodra de Asian Infrastructure and Investment Bank (AIIB) echt gaat groeien? Wat zal, indien Nederland besluit toe te treden tot de AIIB, volgens Minister Ploumen het gevolg zijn voor de Nederlandse relatie met de WBG, hoe voorziet de Minister de verhouding tussen de AIIB en de WGB, en welke rol voorziet de Minister voor de WBG na oprichting van de AIIB?

De leden van de fractie van de SP vragen aan Minister Ploumen om te verklaren waarom Nederland minder enthousiast lijkt te zijn over de New Development Bank.

De leden van de fractie van de PVV merken op dat Nederland zich tijdens deze onderhandelingen mede zal inzetten voor een complementair stelsel van Internationale Financiële Instellingen in Azië waarin de AIIB samenwerkt met instellingen als de Aziatische Ontwikkelingsbank en Wereldbank. Om wat voor soort samenwerking zal het hier gaan?

De leden van de fractie van de VVD vragen hoe de Minister tegen de AIIB en de New Development Bank in relatie tot de rol van het IMF aankijkt? De Minister betreurde bij het afgelopen algemeen overleg IMF de oprichting van alternatieve banken als landen er in het IMF zelf niet uitkomen. Zijn er nog pogingen vanuit het IMF om China of de andere BRICS-landen een «handreiking» te doen of op andere wijze nauw betrokken te houden bij het IMF? Verwacht de Minister dat de instelling van de AIIB nog effect heeft op de neiging van het Congres om de 14e quotaherziening van het IMF te ratificeren? Hoe wordt in het IMF aangekeken tegenover de oprichting van de AIIB? Kan de Minister de relatie tussen het IMF en de AIIB schetsten? Hoe wil de Minister voorkomen dat de beide instituties met elkaar gaan concurreren in plaats van samen te werken of aanvullend te werken?

De leden van de fractie van het CDA vragen het kabinet of het oprichten van de bank kan worden gezien als een tegenreactie op het weigeren van de VS om de governance van het IMF te ratificeren?

De BRICS-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) hebben op 15 juli 2014 tijdens de BRICS-top in Fortaleza een overeenkomst getekend voor de oprichting van de New Development Bank (NDB) en een valutareservefonds genaamd Contingent Reserve Agreement (CRA). De oprichting van de NDB en CRA komt mede voort uit de onvrede van de BRICS-landen over de huidige ondervertegenwoordiging in zowel de Wereldbank als het IMF. Het is onduidelijk in hoeverre de NDB en CRA tot verdere ontwikkeling zullen komen. Het kabinet is niet voornemens om zich bij de NDB aan te sluiten. Ik zal desalniettemin verdere ontwikkelingen rond de NDB en haar activiteiten en het CRA nauwlettend blijven volgen. Er is geen formele relatie tussen de AIIB en de NDB.

President Kim van de Wereldbank en MD Lagarde van het IMF hebben hun steun uitgesproken voor de AIIB en aangegeven deze als complementair te zien aan de bestaande internationale financiële instellingen. Ik geloof net als Kim en Lagarde niet dat er sprake zal zijn van concurrentie tussen de AIIB en het IMF en de Wereldbank. Het IMF kent een ander mandaat en is geen bank. De Wereldbank focust zich in brede zin op armoede bestrijding en gedeelde welvaart, en heeft dus een veel breder mandaat dan infrastructurele investeringen. Daarnaast is de vraag naar financiering voor infrastructuur dermate hoog, dat elk nieuw initiatief, mits best practices op gebied van internationale standaarden en safeguards zijn toepast, complementair kan zijn aan bestaande investeringen en kan bijdragen aan duurzame economische groei in de regio. Dit vraagt uiteraard wel om een goede samenwerking tussen de verschillende instellingen.

Nederland zal daarom in de onderhandelingen blijven benadrukken dat het van belang is dat de AIIB nauw samenwerkt met de bestaande internationale financiële instellingen die actief zijn in de Aziatische regio, waaronder ook de Aziatische Ontwikkelingsbank (ADB). Mogelijke samenwerkingsvormen met de Wereldbank en AsDB zijn bijvoorbeeld projecten waarbij cofinanciering wordt toegepast, maar ook kennisoverdracht en het verlenen van technische assistentie behoren tot de mogelijkheden.

Ik kan geen inschatting geven wanneer het Amerikaanse Congres tot ratificatie van de 14e IMF quota herziening zal overgaan en of de oprichting van de AIIB de druk op het Congres verhoogt. De Minister van Financiën van de VS zet zich al geruime tijd in voor een snelle ratificatie en Nederland blijft het belang hiervan benadrukken.

Aandeelhouderschap

Het lid van de fractie van Van Vliet vraagt of de AIIB een instelling wordt die geheel in handen is van overheden of zijn er ook andere investeerders? Is een beursnotering van de AIIB een optie die op tafel ligt? Indien de bank geheel in handen komt van overheden, dan heeft de beoogde investering naar de mening van de heer Van Vliet wel het karakter van ontwikkelingssamenwerking. Immers, Nederland heeft expertise waar Aziatische partners profijt van kunnen hebben terwijl er andersom geen Chinese investeringen plaatsvinden in, bijvoorbeeld, de EIB. Mocht de AIIB ooit in financiële problemen komen dan moet Nederland afboeken op de waarde van het bezit. Kan ik er vanuit gaan dat deze eventuele afboeking ten laste zal komen van de begroting voor ontwikkelingssamenwerking?

Overheden worden door het storten van kapitaal in de AIIB aandeelhouders van de bank. Andere investeerders kunnen geen kapitaal inleggen en worden dus ook geen aandeelhouder van de Bank. Tegelijkertijd kan de AIIB middelen aantrekken op de kapitaalmarkt. Er ligt evenwel geen beursnotering van de AIIB op tafel. De investeringen die de AIIB eenmaal zal doen wanneer de bank operationeel is, zijn in principe niet concessioneel. Als de bank in «zwaar weer» komt, zal in eerste instantie ingeteerd worden op de voorzieningen die zijn getroffen voor eventuele verliezen, zoals gebruikelijk is bij een bank. Als deze genomen voorzieningen niet afdoende blijken te zijn, zal respectievelijk het netto inkomen en de reserves en ingehouden winsten worden aangesproken. Pas daarna zal het nog niet gestorte paid-in capital van lidstaten worden ingezet, met als laatste stap het inroepen van een deel van de garanties. In dit geval zou er sprake zijn van afboekingen, welke Nederland probeert te voorkomen door in de onderhandelingen in te zetten op good and sound banking policies. Uit de AoA blijkt dat de AIIB volgens deze principes wordt ingericht. Nederland zal inzetten op een goed risicobeleid. De inleg in de AIIB telt niet als ODA waarmee deze ten laste komt van de begroting van Financiën. Het is overigens nog niet voorgekomen dat een IFI niet aan zijn verplichtingen kan voldoen.

Crowding out private sector

Leden van de fractie van de VVD vragen hoe de Minister ervoor zorgt dat de oprichting van verscheidene (semi)publieke banken of financieringsinstellingen zoals de AIIB maar ook EFSI in Europa private initiatieven niet zullen worden vervangen en onverhoopt zal zorgen voor een «crowding out» van private initiatieven?

De EIB moet bij alle projecten die zij voorlegt voor financiering bepleiten wat de additionaliteit van de EIB financiering is. Dat zal bij het EFSI ook het geval zijn. Doordat de EIB/EFSI aanvullend aan de markt werkt, zal crowding out van private partijen zoveel mogelijk voorkomen worden. Integendeel, EIB en EFSI financiering hebben als doel om aan crowding in te doen; dus doordat de EIB/EFSI instapt wordt comfort afgegeven voor private partijen om ook een deel van de financiering op zich te nemen.

Ook in het geval van de AIIB verwacht ik niet dat private initiatieven worden vervangen. Er is sprake van een enorm gat in het financieren van infrastructuur in Azië, dat niet alleen door private partijen kan worden gevuld. Bovendien zal de bank bij de financiering van projecten, naar verwachting en net zoals andere IFI’s, de private sector betrekken. Dit levert zowel een «leverage» op ten opzichte van het ingelegde publieke kapitaal als mogelijkheden voor de private sector om mee te financieren en rendement te halen.

Naar boven