Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 januari 2014
Bij brief van 26 september 2013 heeft de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
mij verzocht een afschrift van mijn antwoordbrief aan de Nederlandse Vereniging voor
Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) te sturen.
Eerder heb ik uw Kamer tijdens een Algemeen overleg op 23 mei 2013 (Kamerstuk 25 883, nr. 221) laten weten na de zomer van 2013 met een reactie te komen op het verzoek van de
NVAB inzake instroom van bedrijfsartsen en daarbij ook een tekort aan verzekeringsartsen
mee te nemen.
Bij brief van 4 december 2013 is er in antwoord op de verzoeken van de NVAB een subsidie1 verstrekt aan de NVAB voor een vijftal projecten. Hierna informeer ik u over recente
ontwikkelingen en de voorziene activiteiten in 2014.
Recente ontwikkelingen
In de afgelopen periode is er ambtelijk overleg geweest over genoemde brief van de
NVAB van 20 juni 2013. Naast de NVAB is daar ook de Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde
(NVVG) bij aangeschoven. De NVVG heeft zich bij brief van 25 juni 2013 aangesloten
bij het pleidooi van de NVAB inzake «arbeid in richtlijnen». Daarnaast heeft de GAV
(de Nederlandse vereniging van Geneeskundig Adviseurs in particuliere Verzekeringszaken)
zich bij brief van 8 oktober 2013 tot mij gericht om aandacht te vragen voor het belang
van een professionele infrastructuur voor de bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde.
Ook de beroepsvereniging van arboverpleegkundigen (V&VN Arboverpleegkundigen) heeft
een brief gestuurd waarin zij de waarde van hun vak voor de praktijk in bedrijven
benadrukken.
Eerder spraken wij in uw Kamer over de tekorten aan nieuwe instroom in de opleiding
van bedrijfsartsen. Uit de brieven van de NVAB en bovengenoemde beroepsverenigingen
komt ook het vraagstuk van de borging van kennis en kwaliteit voor de bedrijfs- en
verzekeringsgeneeskunde naar voren.
Activiteiten in 2014
Genoemde beroepsverenigingen hebben aangegeven de samenwerking te willen versterken,
onder meer op het gebied van de ontwikkeling van richtlijnen.
Ik ondersteun hen hierbij door het verstrekken van een subsidie aan de NVAB.
Er worden vijf projecten uitgevoerd:
-
1. De bedrijfsarts werkt! Activiteiten gericht op de korte termijn, om de instroom in
de opleiding van bedrijfsartsen te vergroten. Daarbij vindt ook een nadere verkenning
plaats naar de achtergronden van het vraagstuk van de tekorten qua instroom in de
opleiding voor bedrijfsarts.
-
2. Verkenning van het vraagstuk van structurele financiering van richtlijnen voor bedrijfs-
en verzekeringsartsen.
-
3. Ontwikkeling van een programma herziening NVAB-richtlijnen en VG-protocollen, om te
zorgen voor geactualiseerde richtlijnen, conform de stand van de wetenschap.
-
4. Ontwikkeling van een gezamenlijke richtlijn «depressie» voor bedrijfsartsen en verzekeringsartsen.
-
5. Arbeid in richtlijnen. Inbreng van de factor Arbeid in multidisciplinaire richtlijnen.
Evaluatie van het multidisciplinaire richtlijnprogramma Kennisbeleid Kwaliteit Curatieve
Zorg (KKCZ) van ZonMw laat zien dat inbreng van de factor arbeid in de zorg nodig
is om participatie en duurzame inzetbaarheid te versterken.
Ik begrijp dat ZonMw voornemens is een opdracht voor een preprogrammeringsstudie te
verstrekken aan genoemde beroepsverenigingen. Deze studie sluit aan bij de vijf genoemde
projecten is gericht op de kennisontwikkeling voor de langere termijn.
Dreigende tekorten
Duidelijk is dat er de laatste jaren erg weinig nieuwe instroom is in de opleiding
voor bedrijfsarts. De NVAB gaat gerichte wervingsactiviteiten ontplooien en zal zich
ook verdiepen in de achtergrondvraagstukken.
Voor het dreigende tekort aan verzekeringsartsen heeft het UWV een actief wervingsprogramma
ingezet.
Tot slot
Wat betreft de beleidsmatige ontwikkelingen inzake de arbeidsgerelateerde zorg ben
ik in afwachting van een advies van de SER. Ik verwacht dit advies dit voorjaar.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
L.F. Asscher