Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201625847 nr. 127

25 847 Evaluatie Wet voorzieningen gehandicapten

Nr. 127 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 november 2015

Met deze brief wil ik u op de hoogte stellen van een onderzoek naar de toegang tot het Valysvervoer dat ik, in goed overleg met cliëntorganisaties, heb gestart.

Dit kabinet streeft naar een inclusieve samenleving, waaraan iedereen ongeacht zijn of haar beperking kan deelnemen. Op het terrein van mobiliteit is het uitgangspunt van dit en van vorige kabinetten, dat mensen zoveel mogelijk gebruik maken van algemene voorzieningen. Daar waar en voor zo lang dat niet mogelijk is vanwege de beperkingen van de burger en/of de mate van toegankelijkheid van de algemene (OV) voorzieningen, worden specifieke voorzieningen aangeboden. Dit is tevens het uitgangspunt van het Valysvervoer.

In het Algemeen Overleg van 14 november 2013 (Kamerstuk 25 847, nr. 124) heb ik met uw Kamer gesproken over de toegang tot het Valysvervoer. Ik heb daarbij aangegeven de verkenning naar een scherpere indicatie op een later moment voort te zetten zodat de doelgroep van Valys nog beter kan worden bediend.

Op dit moment is de toegang tot het Valysvervoer op indirecte wijze geregeld. Een persoon komt in aanmerking voor een Valys-pas wanneer deze beschikt over:

  • (i) een verklaring met betrekking tot een door of vanwege de gemeente verstrekte vervoersvoorziening;

  • (ii) of een OV-begeleiderskaart, als bedoeld in artikel 45 Besluit personenvervoer 2000, sub b en de Regeling van 18 december 1987 (Staatscourant 248) (Aanwijzing instanties afgifte legitimatiebewijs voor gehandicapten);

  • (iii) of een Gehandicaptenparkeerkaart.

Ik constateer dat deze wijze van organisatie huidige toegang niet op alle fronten optimaal is, hetgeen mij er toe heeft bewogen om tot dit onderzoek over te gaan. Allereerst bestaat het beeld dat een deel van de gebruikers van Valys ook gebruik zou kunnen maken van het toegankelijk openbare vervoer. Daarnaast is het denkbaar dat de invoering van de Wmo 2015 in zijn doorwerking gevolgen heeft voor de toegang tot het Valysvervoer. De nieuwe Wmo, die 1 januari 2015 is in werking is getreden, legt meer nadruk op eigen kracht en het netwerk; daarna wordt gekeken wat gemeenten als algemene voorzieningen kunnen aanbieden, zo nodig daarna komen maatwerkvoorzieningen (zoals Wmo-vervoer) aan de orde. Dit kan ertoe leiden dat voor meer mensen in de lokale vervoersbehoefte wordt voorzien door middel van het eigen netwerk en een algemene voorziening en minder mensen een vervoersindicatie via een maatwerkvoorziening krijgen. Dit zou de toegang tot Valys ongewild kunnen beperken. Tot slot zijn de «bijzondere indicaties» een aandachtspunt. Zoals in de commissiebrief van 24 juni 2014 aan uw Kamer gemeld, zijn er voorheen door de toenmalige uitvoerder in grotere aantallen bijzondere indicaties zoals «solo-vervoer» en «voorin zitten» afgegeven aan de pashouders. Alhoewel deze indicaties niet officieel een onderdeel uitmaken van het Valys vervoer, heb ik met cliëntorganisaties besproken te zullen verkennen wat de mogelijkheden en de implicaties van bijzondere indicaties voor het Valysvervoer zijn.

Ik vind het van belang dat het Valysvervoer aansluit bij de behoeften van de doelgroep zodat deze voorziening kan worden ingezet voor de mensen die het echt nodig hebben. Het onderzoek naar de toegang tot Valys heeft derhalve tot doel om enerzijds inzicht te geven in de vervoersbehoeften van de doelgroep en anderzijds de verschillende mogelijkheden die er zijn om de toegang tot het Valys vervoer te organiseren evenals de gevolgen en praktische uitwerkingen van deze opties in kaart te brengen. De uitkomst van dit onderzoek stelt VWS in staat om een onderbouwde afweging te kunnen maken over een toekomstbestendige toegang tot het Valysvervoer dat aansluit bij de vervoersbehoeften van de doelgroep. Ik zal uw Kamer op de hoogte stellen van de resultaten van het onderzoek, die ik begin 2016 verwacht.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn