Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201625834 nr. 113

25 834 Problematiek rondom asbest

Nr. 113 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 juni 2016

Tijdens de regeling van werkzaamheden van 2 juni 2016 is gevraagd om een reactie op het Volkskrantartikel over het pamflet «Laten we eindelijk normaal doen over asbest» (Handelingen II 2015/16, nr. 91, item 9). In het pamflet wordt opgeroepen om een realistische aanpak te hanteren voor het asbestprobleem.

Ik sta voor een nuchtere en pragmatische aanpak van asbest in de leefomgeving. In 2010 constateerde de Gezondheidsraad dat asbest gevaarlijker is dan tot dan toe werd aangenomen. Gegeven deze constatering is de focus van het asbestbeleid nadrukkelijker dan in het verleden gericht op het maximaal beheersen van de risico’s van asbest, om zo de gezondheidsrisico’s te beperken. Dit is in eerste instantie gebeurd door asbesthoudende remvoeringen van auto’s te verbieden. In 1994 volgde een verbod op het gebruik van nieuw asbest. Vervolgens zijn de bestaande asbestwegen uitgefaseerd. Asbestdaken worden vanaf 2024 verboden omdat deze daken verweren en een gevaar kunnen vormen voor de leefomgeving.

In deze brief schets ik de aanpak van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu voor asbest in gebouwen en de Aanpak Asbestdaken. In algemene zin geldt dat waar asbest een gezondheidsrisico vormt, het verantwoord moet worden verwijderd. Daar waar asbest hechtgebonden aanwezig is, kan het blijven zitten.

Asbest in gebouwen

Sinds 1994 mag asbest niet meer worden gebruikt, ook niet in gebouwen. Waar asbest veilig aanwezig is, kan het blijven zitten. Zolang asbest in gebouwen niet geraakt wordt, vormt dit geen gezondheidsrisico. Zodra asbest niet meer hechtgebonden is (bijvoorbeeld afbrokkelt), moet het op verantwoorde wijze verwijderd worden.

Als er verbouwd, gerenoveerd of gesloopt wordt, moet asbest eerst geïnventariseerd worden en vervolgens op de voorgeschreven wijze verwijderd worden.

Aanpak Asbestdaken

Het verbod op asbestdaken heeft tot doel mens en milieu tegen de gevaren van blootstelling aan asbestvezels te beschermen. Het verbod ziet uitsluitend op asbesthoudende toepassingen in daken die in contact staan met de buitenlucht (bijvoorbeeld asbestgolfplaten en dakleien met asbest).

Er is voor gekozen om asbestdaken te verbieden vanaf 2024, zijnde 30 jaar na de laatste toepassing. De keuze voor 2024 is gebaseerd op een MKBA1 waarin verschillende scenario’s zijn geschetst voor het versneld saneren van asbestdaken. Uit deze MKBA bleek onder meer dat het zonder verbod tot 2044 zou duren voordat de asbestdaken vervangen zouden zijn. Door verwering van het asbesthoudend materiaal waarvan daken zijn gemaakt, vindt verspreiding plaats van asbestvezels naar het milieu. Dit vormt een gevaar voor de gezondheid van mensen. Door te verplichten asbestdaken uiterlijk 2024 te saneren, wordt die periode van blootstelling aanmerkelijk verkort en wordt de kans op het oplopen van aan asbest gerelateerde ziekten verkleind.

De hierboven omschreven aanpak is naar mijn mening nuchter en pragmatisch.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

Kamerstuk 25 834, nr. 76