Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201425764 nr. 77

25 764 Reisdocumenten

Nr. 77 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 april 2014

Op 4 juli 2012 heeft uw Kamer de motie Heijnen cs1 aangenomen, waarin de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt verzocht om nut en noodzaak cq. de effectiviteit van de Europese regelgeving met betrekking tot de normen voor de veiligheidskenmerken en biometrische gegevens in paspoorten en reisdocumenten op Europees niveau aan de orde te stellen.

Tijdens de plenaire behandeling op 18 september 2013 van het wetsvoorstel tot wijziging van de Paspoortwet in verband met onder meer de status van de Nederlandse identiteitskaart, is de uitvoering van de motie ter sprake gekomen. Ik heb toen gemeld dat Nederland een aantal lidstaten heeft benaderd waarvan werd gedacht dat er enige steun zou kunnen zijn voor de Nederlandse positie. Dat blijkt echter niet het geval te zijn. In betreffende lidstaten denkt men eventuele problemen te kunnen oplossen. Ook heb ik gezegd dat in de andere lidstaten de politieke discussie geheel niet of in veel mindere mate speelt2. Volledigheidshalve merk ik op dat op ambtelijk niveau ook met de Europese Commissie over dit onderwerp is gesproken. Ook hier is geen steun gevonden.

Omdat de ambtelijke rondgang langs de lidstaten en de Europese Commissie niet tot resultaat leidde, heb ik het onderwerp in een brief onder de aandacht gebracht van de verantwoordelijke EU-commissaris, mevrouw Malmström. Mijn brief aan haar voeg ik hierbij3.

Uit het van haar ontvangen antwoord (tevens bijgevoegd4) blijkt dat de Europese Commissie geen aanleiding ziet om nut en noodzaak cq. de effectiviteit van de Europese regelgeving met betrekking tot de normen voor de veiligheidskenmerken en biometrische gegevens in paspoorten en reisdocumenten ter discussie te stellen.

Gelet op het voorafgaande zie ik momenteel geen mogelijkheden om in de Europese Unie dit onderwerp verder effectief aan de orde te stellen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Kamerstuk 25 764, nr. 60.

X Noot
2

Handelingen II, 2013/14, nr. 2, item 4.

X Noot
3

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

X Noot
4

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.