Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201525657 nr. 202

25 657 Persoonsgebonden Budgetten

Nr. 202 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 september 2015

Met deze brief informeer ik de Kamer over de overeenstemming die de partners van het trekkingsrecht pgb (VNG, de SVB, ZN, Per Saldo, de BVKZ, SZW en VWS) tijdens een Bestuurlijk overleg op 3 september jl. hebben bereikt over de aanpak en het tijdsschema van de herindicaties, het verbeterplan en het terugvorderen van onterechte betalingen. Hiermee voldoe ik tevens aan het verzoek van de Kamer van 19 augustus jl. om een reactie op het bericht dat herbeoordelingen op 1 oktober a.s. moeten zijn afgerond en voldoe ik aan de motie van de leden Dik-Faber en Dijkstra over het continueren van indicaties1.

Uitgangspunt voor alle betrokken partijen bij de herindicaties is dat de budgethouder op tijd duidelijkheid heeft over zijn budget en daarmee weet of zorg kan worden gecontinueerd of moet worden aangepast. Dit is in overeenstemming met de aanbevelingen van de Nationale ombudsman om het perspectief van de budgethouder centraal te stellen. Daarnaast zijn de afspraken er op gericht de bedrijfsprocessen van alle ketenpartners op elkaar af te stemmen. Gezamenlijk is ingestemd met het bijgesloten voorstel van de ketenregisseur dat vanuit de gehele keten is geformuleerd en waarbij partijen in de keten de rol krijgen die aansluit bij hun taken en verantwoordelijkheden. In aanvulling op dit voorstel zijn afspraken gemaakt over de communicatie naar en ondersteuning van de budgethouders door gemeenten, zorgkantoren, SVB en Per Saldo. Met de afgesproken aanpak wordt de budgethouder rust en duidelijkheid geboden en wordt gewerkt aan een zo stabiel mogelijke en voorspelbare jaarovergang 2015–2016. Naast afspraken over tijdige duidelijkheid aan budgethouders zijn ook afspraken gemaakt over de gewenste verbeteringen, vooral vereenvoudigingen, van het trekkingsrecht. Dit verbeterplan zal nu gezamenlijk worden voorzien van een ambitieus en tegelijkertijd realistisch tijdpad.

1. Aanpak van herindicaties

Concreet is het volgende overeengekomen ten aanzien van budgethouders voor wie het overgangsrecht eind dit jaar afloopt:

  • Gemeenten informeren voor 1 oktober a.s. al hun budgethouders of hun situatie vanaf 1 januari 2016 kan wijzigen (op basis van een herbeoordeling of andere tarieven) of dat hun budget voorlopig wordt verlengd.

  • Gemeenten zorgen ervoor dat de formele toekenningen tijdig en correct bij de SVB worden aangeleverd: voor budgethouders met maandlooncontracten is dit uiterlijk 1 oktober a.s., voor budgethouders zonder maandlooncontracten is dit uiterlijk 1 november a.s.

  • Als een gemeente niets wil veranderen of meer tijd wil nemen voor een herbeoordeling dan zal het budget in ieder geval tot 1 mei 2016 worden verlengd. Hiermee wordt uitwerking gegeven aan de motie van de leden Dik-Faber en Dijkstra. Ook deze toekenningen worden voor de hiervoor genoemde data bij de SVB aangeleverd.

  • Communicatie naar en ondersteuning van de budgethouder is belangrijk in dit traject. Gemeenten en SVB gaan – onder leiding van de ketenregisseur – samen in gesprek hoe zij de ondersteuning en communicatie naar de budgethouder vormgeven. Daarbij wordt tevens de organisatie van de rapid response betrokken.

  • Deze aanpak en de voortgang van de herindicaties zal de ketenregisseur actief monitoren. De uitkomsten zullen periodiek gezamenlijk bestuurlijk worden besproken, zo nodig worden interventies in gang gezet.

  • De budgettaire gevolgen van de afgesproken aanpak voor gemeenten worden in kaart gebracht en zijn onderwerp van nader overleg (art 2 FvW).

Gelet op de gemaakte afspraken, is het goed dat in de komende fase de gemeentelijke inbreng in de ketenregie wordt versterkt. Daarom heeft mevrouw van Es haar werkzaamheden beëindigd en zal vanuit gemeentelijke kring de ketenregie worden versterkt. Ik wil haar zeer bedanken voor haar inzet. De heer Van Gastel zal zijn rol als ketenregisseur vervolgen.

Met de zorgkantoren is afgesproken dat alle budgethouders in de Wlz uiterlijk begin oktober een informatiebulletin van Zorginstituut Nederland ontvangen met de pgb-tarieven voor 2016.

2. Verbeterplan: ambitieus en realistisch

In debatten met uw Kamer is gezamenlijk geconstateerd dat het huidige systeem van trekkingsrechten te complex is en – in het belang van de budgethouder – verbeterd en eenvoudiger moet worden. Ik heb de Kamer daarom toegezegd met betrokken organisaties te werken aan een gezamenlijk gedragen verbeterplan. Hierbij is o.a. voortgebouwd op voorstellen uit het KPMG-onderzoek dat ik uw Kamer op 4 augustus jl. heb toegezonden (Kamerstuk 25 657, nr. 199) en de inbreng van Per Saldo en de BVKZ. In het bestuurlijk overleg van 3 september jl. is bijgesloten verbeterplan gezamenlijk vastgesteld2.

Partijen zijn het er over eens dat de inrichting aanmerkelijk klantvriendelijker en efficiënter kan. Het verbeterplan draagt hieraan bij door:

  • 1. het bieden van meer mogelijkheden voor de budgethouder;

  • 2. minder «hoepels» en vereenvoudiging voor de budgethouder door het verplaatsen van werkzaamheden en controles naar de verstrekker;

  • 3. het inzetten op standaardiseren en digitaliseren.

De drie kernpunten van verbeteren zijn uitgewerkt in een breed pakket van maatregelen. De keten wordt eenvoudiger gemaakt door bij de start van het proces de gemeente of het zorgkantoor een grotere rol te geven. Hierdoor hoeft de budgethouder niet bij meerdere loketten te zijn en heeft hij één duidelijk aanspreekpunt. Ook in de rest van het proces wordt deze vereenvoudiging doorgezet. Zo wordt gewerkt aan mogelijkheden die het declareren vergemakkelijken, bijvoorbeeld door het mogelijk te maken in dagdelen of kilometers te declareren.3 Ook worden de mogelijkheden onderzocht om zorgverleners via elektronische weg hun declaraties via de budgethouder te laten indienen. Drempels die leiden tot onnodige bureaucratie of onduidelijkheid voor budgethouders, zoals de maximumtarieven of de wens van gemeenten dat budgethouders op verschillende functiecodes gaan declareren, worden aangepakt.4 Zo wordt zo spoedig als mogelijk toegewerkt naar één budget per wet.

2016 en 2017 staan daarmee in het teken van het vereenvoudigen van het voeren van de eigen regie door de budgethouder. Afgesproken is een ambitieuze en tegelijkertijd realistische agenda op te stellen, voorzien van een planning en impactanalyse per stakeholder. Ambitieus, omdat we zo snel mogelijk vereenvoudigingen willen doorvoeren. Realistisch om het betaalproces niet te verstoren. Dit sluit aan bij de lessen die ik trek uit de rapporten van de Algemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman. Uiteraard zal «laaghangend fruit» indien mogelijk wel direct worden geplukt.

3. Rechtmatigheid en terugvorderen

De problemen met de invoering van trekkingsrecht en het instellen van terugvalscenario’s om betalingsproblemen te voorkomen, kunnen tot onrechtmatige pgb-betalingen hebben geleid. Deze betalingen zijn terug te draaien door ze terug te vorderen. Op 3 september hebben partners – op voorstel van de ketenregisseur – bestuurlijke afspraken gemaakt over wanneer onjuiste of onrechtmatige betalingen wel en niet teruggevorderd worden. Uitgangspunt bij deze afspraken is dat de budgethouder of zorgverlener niet de dupe mag worden van de problemen bij de invoering van het trekkingsrecht en dat zij bij twijfels over de rechtmatigheid niet met terugvorderingen zullen worden geconfronteerd.

Het volgende is afgesproken:

  • De SVB vordert terug als er sprake is van evidente (vaak administratieve) fouten bij de uitbetaling, bijvoorbeeld als een declaratie dubbel is uitbetaald, een spoedbetaling een reguliere betaling heeft doorkruist of als een declaratie bruto in plaats van netto is uitbetaald.

  • De gemeente of het zorgkantoor kan besluiten tot terugvorderen als zij constateert dat de geleverde zorg niet voldoet aan de voorwaarden in de door hen vastgestelde zorgovereenkomst, bijvoorbeeld als de zorgverlener andere zorg heeft geleverd dan is afgesproken in de zorgovereenkomst.

  • Terugvordering in andere situaties vindt niet plaats als er sprake was van een ambtshalve budget of zorgovereenkomst op het moment van betalen.

Besloten is om het proces van terugvordering verder uit te werken.

4. Ten slotte

Over de voortgang op de overige onderwerpen van het trekkingsrecht, waaronder de stand van zaken rondom het betalen, het plan voor de jaarovergang en de contouren van de compensatie-regeling, zal ik de Kamer voor het algemeen overleg van 14 september a.s. informeren.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn


X Noot
1

Kamerstuk 25 657, nr. 196.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
3

Dit is conform de motie Dijkstra/Bergkamp, Kamerstuk 25 657, nr. 126.

X Noot
4

Dit is conform de motie Voortman c.s., Kamerstuk 25 657, nr. 193.