Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal1996-199725459 nr. 1;2

25 459
Wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met de invoering van het schoolplan, de schoolgids en het klachtrecht

nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet tot wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met de invoering van het schoolplan, de schoolgids en het klachtrecht.

De memorie van toelichting, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.

En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

's-Gravenhage

2 augustus 1997

Beatrix

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in het kader van gewijzigde bestuurlijke verhoudingen in het onderwijs nieuwe instrumenten voor kwaliteitsbeleid te introduceren;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet op het basisonderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 8 worden een vierde en een vijfde lid toegevoegd, luidende:

4. Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat:

a. de leerlingen in de eerste 4 schooljaren ten minste 3520 uren onderwijs en in de laatste 4 schooljaren ten minste 4000 uren onderwijs ontvangen,

b. de leerlingen in beginsel binnen een tijdvak van 8 aaneensluitende jaren de school kunnen doorlopen en

c. de leerlingen per dag ten hoogste 5,5 uren onderwijs ontvangen, waarbij een evenwichtige verdeling van de activiteiten in acht wordt genomen, tenzij afwijking van dit maximale aantal van belang is in verband met activiteiten in het kader van het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden.

5. Onze Minister kan op verzoek van het bevoegd gezag ermee instemmen dat wordt afgeweken van het vierde lid, aanhef en onder b. Hij kan daarbij voorwaarden en beperkingen stellen.

B

Artikel 10 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «in het schoolwerkplan opnemen» vervangen door: als onderwijsactiviteit aanbieden.

2. In het vierde lid wordt «artikel 11, vijfde lid» vervangen door: artikel 8, vierde lid, aanhef en onder a.

C

Na artikel 10 worden twee nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 10a. Kwaliteit onderwijs

Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder zorg dragen voor de kwaliteit van het onderwijs wordt in elk geval verstaan: het uitvoeren van het in het schoolplan, bedoeld in artikel 11, beschreven beleid op een zodanige wijze dat de wettelijke opdrachten voor het onderwijs en de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen aanvullende opdrachten voor het onderwijs, worden gerealiseerd.

Artikel 10b. Rapportage vorderingen van leerlingen

Het bevoegd gezag rapporteert over de vorderingen van de leerlingen aan hun ouders.

D

Artikel 11 wordt vervangen door een nieuw artikel, luidende:

Artikel 11. Schoolplan

1. Het schoolplan bevat een beschrijving van het beleid met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs dat binnen de school wordt gevoerd, en omvat in elk geval het onderwijskundig beleid, het personeelsbeleid en het beleid met betrekking tot de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Het schoolplan kan op een of meer scholen voor basisonderwijs en een of meer scholen voor ander onderwijs van hetzelfde bevoegd gezag betrekking hebben.

2. Het onderwijskundig beleid omvat in elk geval de uitwerking van de wettelijke opdrachten voor het onderwijs en van de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen aanvullende opdrachten voor het onderwijs in een onderwijsprogramma. Daarbij worden tevens betrokken de voorzieningen die zijn getroffen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften.

3. Het personeelsbeleid, voor zover dat in het schoolplan tot uitdrukking wordt gebracht, omvat in elk geval maatregelen met betrekking tot het personeel die bijdragen aan de ontwikkeling en de uitvoering van het onderwijskundig beleid alsmede het document inzake evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in de schoolleiding, bedoeld in artikel 15 van de wet.

4. Het beleid met betrekking tot de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs omvat in elk geval op welke wijze het bevoegd gezag bewaakt dat die kwaliteit wordt gerealiseerd en vaststelt welke maatregelen ter verbetering van de kwaliteit nodig zijn.

E

Onder vernummering van artikel 11a tot artikel 11c, worden na artikel 11 twee nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 11a. Schoolgids

1. De schoolgids bevat voor ouders, verzorgers en leerlingen informatie over de werkwijze van de school en bevat in elk geval informatie over:

a. de doelen van het onderwijs,

b. de wijze waarop prioriteit wordt gegeven aan het onderwijs gedurende de eerste vier schooljaren van de leerlingen en de resultaten die daarmee worden bereikt,

c. de wijze waarop aan de zorg voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften wordt vormgegeven,

d. de wijze waarop de verplichte onderwijstijd wordt benut,

e. de geldelijke bijdrage, bedoeld in artikel 24, eerste lid, vierde en vijfde volzin, waarbij een ontwerp van een overeenkomst voor een dergelijke bijdrage, die voldoet aan de eisen die in die volzinnen zijn geformuleerd, in de schoolgids wordt opgenomen en

f. de rechten en plichten van de ouders, de verzorgers, de leerlingen en het bevoegd gezag, waaronder de informatie over de klachtenregeling, bedoeld in artikel 11b, en de gronden voor vrijstelling van het onderwijs, bedoeld in artikel 25, tweede lid.

2. Het bevoegd gezag reikt de schoolgids uit aan de ouders dan wel de verzorgers bij de inschrijving en jaarlijks na de vaststelling van de schoolgids.

Artikel 11b. Klachtenregeling

1. Ouders dan wel verzorgers, en personeelsleden kunnen bij de klachtencommissie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, een klacht indienen over gedragingen en beslissingen van het bevoegd gezag of personeel dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen door het bevoegd gezag of het personeel.

2. Het bevoegd gezag treft een regeling voor de behandeling van klachten. Deze regeling vermeldt in ieder geval:

a. de instelling van een klachtencommissie, die klachten behandelt,

b. de wijze waarop de klachtencommissie haar werkzaamheden verricht,

c. de termijn waarbinnen de klager een klacht kan indienen en

d. de termijn waarbinnen mededeling plaatsvindt van het oordeel, bedoeld in het zesde lid, en hoe bij noodzakelijke afwijking van deze termijn wordt gehandeld.

3. Deze regeling strekt ter vervanging van klachtenregelingen op grond van andere voorschriften dan dit artikel en strekt niet ter vervanging van een andere voorziening die op grond van een wettelijke regeling, niet zijnde een klachtenregeling, voor de klager openstaat of heeft opengestaan.

4. Deze regeling

a. voorziet erin dat de klachten worden behandeld door een klachtencommissie die bestaat uit ten minste drie leden, waaronder een voorzitter die geen deel uitmaakt van het bevoegd gezag en niet werkzaam is voor of bij het bevoegd gezag en

b. waarborgt dat aan de behandeling van een klacht niet wordt deelgenomen door een persoon op wiens gedraging de klacht rechtstreeks betrekking heeft.

5. De klager en degene over wie is geklaagd krijgen de gelegenheid:

a. hun zienswijze mondeling of schriftelijk toe te lichten en

b. zich bij de behandeling van de klacht te laten bijstaan.

6. De klachtencommissie vormt zich een oordeel over de gegrondheid van de klacht en deelt dit oordeel, al dan niet vergezeld van aanbevelingen, schriftelijk mede aan de klager, degene over wie is geklaagd en het bevoegd gezag.

7. Het bevoegd gezag deelt de klager en de klachtencommissie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, binnen 4 weken na ontvangst van het in het zesde lid bedoelde oordeel van de klachtencommissie schriftelijk mede of hij het oordeel over de gegrondheid van de klacht deelt en of hij naar aanleiding van dat oordeel maatregelen zal nemen en zo ja welke. Bij afwijking van de in de eerste volzin bedoelde termijn, doet het bevoegd gezag daarvan met redenen omkleed mededeling aan de klager en de klachtencommissie onder vermelding van de termijn waarbinnen het bevoegd gezag zijn standpunt bekend zal maken.

8. Degene die betrokken is bij de uitvoering van dit artikel en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijze moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

9. Gegevens die betrekking hebben op een klacht worden bewaard op een plaats die uitsluitend toegankelijk is voor de leden van de klachtencommissie en het bevoegd gezag.

F

Artikel 13 komt te luiden:

Artikel 13. Vaststelling schoolplan en schoolgids

1. Het bevoegd gezag stelt ten minste eenmaal in de 4 jaar het schoolplan vast.

2. Het bevoegd gezag stelt jaarlijks de schoolgids vast ten behoeve van het eerstvolgende schooljaar.

3. Het bevoegd gezag zendt het schoolplan dan wel de wijzigingen daarvan en de schoolgids onmiddellijk na de vaststelling aan de inspecteur.

G

Artikel 21a vervalt.

H

Artikel 25 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid wordt vervangen door:

1. De leerlingen nemen deel aan alle voor hen bestemde onderwijsactiviteiten.

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In de eerste en derde volzin, wordt «activiteiten» telkens vervangen door: onderwijsactiviteiten.

b. In de tweede volzin wordt «indien het schoolwerkplan daarin voorziet, en op gronden daarbij vermeld» vervangen door: op door het bevoegd gezag vastgestelde gronden.

I

Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:

1. De eerste volzin wordt vervangen door: Het bevoegd gezag stelt de leerlingen in de gelegenheid op de school, binnen de schooltijden, godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te ontvangen.

2. In de tweede volzin wordt «artikel 11, vijfde lid» vervangen door: artikel 8, vierde lid, aanhef en onder a.

3. De laatste volzin wordt vervangen door: Voor de leerlingen die dit onderwijs niet volgen, voorziet het bevoegd gezag in andere onderwijsactiviteiten op de school.

J

Artikel 37 wordt als volgt gewijzigd:

1. De eerste volzin wordt vervangen door: Onverminderd artikel 9 kunnen de onderwijsactiviteiten godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs omvatten.

2. In de tweede volzin wordt «artikel 11, vijfde lid» vervangen door: artikel 8, vierde lid, aanhef en onder a.

K

De inhoudsopgave wordt als volgt gewijzigd:

1. Na het opschrift van artikel 10 wordt ingevoegd:

Artikel 10a. Kwaliteit onderwijs

Artikel 10b. Rapportage vorderingen van leerlingen

2. Het opschrift van artikel 11 komt te luiden:

Artikel 11. Schoolplan

3. Onder vernummering van artikel 11a tot artikel 11c, wordt na het opschrift van artikel 11 ingevoegd:

Artikel 11a. Schoolgids

Artikel 11b. Klachtenregeling

4. Het opschrift van artikel 21a komt te luiden:

Artikel 21a. (vervallen)

ARTIKEL II

De Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 11, derde lid, worden een vierde en een vijfde lid toegevoegd, luidende:

4. Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat de leerlingen die jonger zijn dan 7 jaar, per schooljaar ten minste 880 uren en de overige leerlingen per schooljaar ten minste 1000 uren onderwijs ontvangen.

5. De leerlingen ontvangen per dag ten hoogste 5,5 uren onderwijs, waarbij een evenwichtige verdeling van de activiteiten in acht wordt genomen, tenzij afwijking van dit maximale aantal van belang is in verband met activiteiten in het kader van het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden.

B

Na artikel 11 wordt een nieuw artikel ingevoegd:

Artikel 11a. Afwijking van minimum aantal uren onderwijs

De inspecteur kan op verzoek van het bevoegd gezag ermee instemmen dat wordt afgeweken van artikel 11, vierde en, voor zover het betreft het aantal uren onderwijs, vijfde lid.

C

Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «in het schoolwerkplan opnemen» vervangen door: als onderwijsactiviteit aanbieden.

2. In het vierde lid wordt «artikel 19, zevende lid» vervangen door: artikel 11, vierde lid.

D

Na artikel 18 worden twee nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 18a. Kwaliteit onderwijs

Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder zorg dragen voor de kwaliteit van het onderwijs wordt in elk geval verstaan: het uitvoeren van het in het schoolplan, bedoeld in artikel 19, beschreven beleid op een zodanige wijze dat de wettelijke opdrachten voor het onderwijs en de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen aanvullende opdrachten voor het onderwijs, worden gerealiseerd.

Artikel 18b. Rapportage vorderingen van leerlingen

Het bevoegd gezag rapporteert over de vorderingen van de leerlingen aan hun ouders dan wel aan de leerlingen zelf indien zij meerderjarig en handelingsbekwaam zijn.

E

Artikel 19 wordt vervangen door een nieuw artikel:

Artikel 19. Schoolplan

1. Het schoolplan bevat een beschrijving van het beleid met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs dat binnen de school wordt gevoerd, en omvat in elk geval het onderwijskundig beleid, het personeelsbeleid en het beleid met betrekking tot de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Het schoolplan kan op een of meer scholen voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs, voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, en instellingen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs en een of meer scholen voor ander onderwijs van hetzelfde bevoegd gezag betrekking hebben.

2. Het onderwijskundig beleid omvat in elk geval de uitwerking van de wettelijke opdrachten voor het onderwijs en van de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen aanvullende opdrachten voor het onderwijs in een onderwijsprogramma. Daarbij worden tevens betrokken de bijzondere voorzieningen die zijn getroffen voor leerlingen of groepen leerlingen.

3. Het personeelsbeleid, voor zover dat in het schoolplan tot uitdrukking wordt gebracht, omvat in elk geval maatregelen met betrekking tot het personeel die bijdragen aan de ontwikkeling en de uitvoering van het onderwijskundig beleid alsmede het document inzake evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in de schoolleiding, bedoeld in artikel 23 van de wet.

4. Het beleid met betrekking tot de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs omvat in elk geval op welke wijze het bevoegd gezag bewaakt dat die kwaliteit wordt gerealiseerd en vaststelt welke maatregelen ter verbetering van de kwaliteit nodig zijn.

F

Onder vernummering van artikel 19a tot artikel 19d, worden na artikel 19 drie nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 19a. Schoolgids

1. De schoolgids bevat voor ouders en leerlingen informatie over de werkwijze van de school en bevat in elk geval informatie over:

a. de doelen van het onderwijs,

b. de bijzondere voorzieningen voor leerlingen of groepen leerlingen,

c. de wijze waarop de verplichte onderwijstijd wordt benut,

d. de geldelijke bijdrage, bedoeld in artikel 32, eerste lid, derde en vierde volzin, waarbij een ontwerp van een overeenkomst voor een dergelijke bijdrage, die voldoet aan de eisen die in die volzinnen zijn geformuleerd, in de schoolgids wordt opgenomen en

e. de rechten en plichten van de ouders, de leerlingen en het bevoegd gezag, waaronder de informatie over de klachtenregeling, bedoeld in artikel 19b, en de gronden voor vrijstelling van het onderwijs, bedoeld in artikel 37, tweede lid.

2. Het bevoegd gezag reikt de schoolgids uit aan de ouders dan wel de meerderjarige en handelingsbekwame leerling bij de inschrijving en jaarlijks na de vaststelling van de schoolgids.

Artikel 19b. Klachtenregeling

1. Ouders en personeelsleden kunnen bij de klachtencommissie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, een klacht indienen over gedragingen en beslissingen van het bevoegd gezag of het personeel dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen door het bevoegd gezag of het personeel. Een zodanige klacht kan eveneens worden ingediend door:

a. leerlingen van scholen voor speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, die de leeftijd van 13 jaren hebben bereikt,

b. leerlingen van scholen voor voortgezet speciaal onderwijs.

2. Het bevoegd gezag treft een regeling voor de behandeling van klachten. Deze regeling vermeldt in ieder geval:

a. de instelling van een klachtencommissie, die klachten behandelt,

b. de wijze waarop de klachtencommissie haar werkzaamheden verricht,

c. de termijn waarbinnen de klager een klacht kan indienen en

d. de termijn waarbinnen mededeling plaatsvindt van het oordeel, bedoeld in het zesde lid, en hoe bij noodzakelijke afwijking van deze termijn wordt gehandeld.

3. Deze regeling strekt ter vervanging van klachtenregelingen op grond van andere voorschriften dan dit artikel en strekt niet ter vervanging van een andere voorziening die op grond van een wettelijke regeling, niet zijnde een klachtenregeling, voor de klager openstaat of heeft opengestaan.

4. Deze regeling

a. voorziet erin dat de klachten worden behandeld door een klachtencommissie die bestaat uit ten minste drie leden, waaronder een voorzitter die geen deel uitmaakt van het bevoegd gezag en niet werkzaam is voor of bij het bevoegd gezag en

b. waarborgt dat aan de behandeling van een klacht niet wordt deelgenomen door een persoon op wiens gedraging de klacht rechtstreeks betrekking heeft.

5. De klager en degene over wie is geklaagd krijgen de gelegenheid:

a. hun zienswijze mondeling of schriftelijk toe te lichten en

b. zich bij de behandeling van de klacht te laten bijstaan.

6. De klachtencommissie vormt zich een oordeel over de gegrondheid van de klacht en deelt dit oordeel, al dan niet vergezeld van aanbevelingen, schriftelijk mede aan de klager, degene over wie is geklaagd en het bevoegd gezag.

7. Het bevoegd gezag deelt de klager en de klachtencommissie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, binnen 4 weken na ontvangst van het in het zesde lid bedoelde oordeel van de klachtencommissie schriftelijk mede of hij het oordeel over de gegrondheid van de klacht deelt en of hij naar aanleiding van dat oordeel maatregelen zal nemen en zo ja welke. Bij afwijking van de in de eerste volzin bedoelde termijn, doet het bevoegd gezag daarvan met redenen omkleed mededeling aan de klager en de klachtencommissie onder vermelding van de termijn waarbinnen het bevoegd gezag zijn standpunt bekend zal maken.

8. Degene die betrokken is bij de uitvoering van dit artikel en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijze moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

9. Gegevens die betrekking hebben op een klacht worden bewaard op een plaats die uitsluitend toegankelijk is voor de leden van de klachtencommissie en het bevoegd gezag.

Artikel 19c. Uitvoering deel van schoolplan op school voor ander onderwijs

Een deel van een schoolplan kan voorzover het betrekking heeft op voortgezet speciaal onderwijs, worden uitgevoerd door een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, door andere vormen van regulier voortgezet onderwijs of door een instelling voor educatie en beroepsonderwijs.

G

Artikel 19d, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de eerste volzin, onderdeel a, wordt «artikel 19, elfde lid» vervangen door: artikel 19c.

2. In de eerste volzin wordt onderdeel b vervangen door:

b. de aard van en de eisen aan:

1°. de voorzieningen bedoeld in artikel 19c en

2°. de voorzieningen die door het bevoegd gezag worden getroffen ten behoeve van leerlingen die zijn geplaatst op of zijn overgeplaatst naar een school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs en die zonder deze voorzieningen zouden zijn aangewezen op het speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs;

3. In de eerste volzin, onderdeel c, en in de tweede volzin wordt «artikel 19, twaalfde lid» vervangen door: onderdeel b, onder 2°.

H

Artikel 21 komt te luiden:

Artikel 21. Vaststelling schoolplan en schoolgids

1. Het bevoegd gezag stelt ten minste eenmaal in de 4 jaar het schoolplan vast.

2. Het bevoegd gezag stelt jaarlijks de schoolgids vast ten behoeve van het eerstvolgende schooljaar.

3. Het bevoegd gezag zendt het schoolplan dan wel de wijzigingen daarvan en de schoolgids onmiddellijk na de vaststelling aan de inspecteur.

I

Artikel 29a vervalt.

J

Artikel 37 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid wordt vervangen door:

1. De leerlingen nemen deel aan alle voor hen bestemde onderwijsactiviteiten.

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In de eerste en derde volzin, wordt «activiteiten» telkens vervangen door: onderwijsactiviteiten.

b. In de tweede volzin wordt «indien het schoolwerkplan daarin voorziet, en op gronden daarbij vermeld» vervangen door: op door het bevoegd gezag vastgestelde gronden.

K

Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd:

1. De eerste volzin wordt vervangen door: Het bevoegd gezag stelt de leerlingen in de gelegenheid op de school, binnen de schooltijden, godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te ontvangen.

2. In de tweede volzin wordt «artikel 19, zevende lid» vervangen door: artikel 11, vierde lid.

3. De laatste volzin wordt vervangen door: Voor de leerlingen die dit onderwijs niet volgen, voorziet het bevoegd gezag in andere onderwijsactiviteiten op de school.

L

Artikel 46 wordt als volgt gewijzigd:

1. De eerste volzin wordt vervangen door: Onverminderd de artikelen 12 tot en met 15 kunnen de onderwijsactiviteiten godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs omvatten.

2. In de tweede volzin wordt «artikel 19, zevende lid» vervangen door: artikel 11, vierde lid.

M

De inhoudsopgave wordt als volgt gewijzigd:

1. Na het opschrift van artikel 11 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 11a. Afwijking van minimum aantal uren onderwijs

2. Na het opschrift van artikel 18 wordt ingevoegd:

Artikel 18a. Kwaliteit onderwijs

Artikel 18b. Rapportage vorderingen van leerlingen

3. Het opschrift van artikel 19 komt te luiden:

Artikel 19. Schoolplan

4. Onder vernummering van artikel 19a tot artikel 19d, wordt na het opschrift van artikel 19 ingevoegd:

Artikel 19a. Schoolgids

Artikel 19b. Klachtenregeling

Artikel 19c. Uitvoering deel van schoolplan op school voor ander onderwijs

5. Het opschrift van artikel 21 komt te luiden:

Artikel 21. Vaststelling schoolplan en schoolgids

6. Het opschrift van artikel 29a komt te luiden:

Artikel 29a. (Vervallen)

ARTIKEL III

De Wet op het voortgezet onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 16 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 17. Onderwijs in een multiculturele samenleving

Het onderwijs gaat er mede van uit dat de leerlingen opgroeien in een multiculturele samenleving.

B

Na artikel 23 worden twee nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 23a. Kwaliteit onderwijs

Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder zorg dragen voor de kwaliteit van het onderwijs wordt in elk geval verstaan: het uitvoeren van het in het schoolplan, bedoeld in artikel 24, beschreven beleid op een zodanige wijze dat de wettelijke opdrachten voor het onderwijs en de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen aanvullende opdrachten voor het onderwijs, worden gerealiseerd.

Artikel 23b. Rapportage vorderingen van leerlingen

Het bevoegd gezag rapporteert over de vorderingen van de leerlingen aan hun ouders, voogden of verzorgers, dan wel aan de leerlingen zelf indien zij meerderjarig en handelingsbekwaam zijn.

C

Artikel 24 wordt vervangen door een nieuw artikel, luidende:

Artikel 24. Schoolplan

1. Het schoolplan bevat een beschrijving van het beleid met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs dat binnen de school wordt gevoerd, en omvat in elk geval het onderwijskundig beleid, het personeelsbeleid en het beleid met betrekking tot de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Het schoolplan kan op een of meer scholen voor voortgezet onderwijs en een of meer scholen voor ander onderwijs van hetzelfde bevoegd gezag betrekking hebben.

2. Het onderwijskundig beleid omvat in elk geval de uitwerking van de wettelijke opdrachten voor het onderwijs en van de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen aanvullende opdrachten voor het onderwijs in een onderwijsprogramma. Daarbij worden tevens betrokken de voorzieningen die zijn getroffen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften.

3. Het personeelsbeleid, voor zover dat in het schoolplan tot uitdrukking wordt gebracht, omvat in elk geval maatregelen met betrekking tot het personeel die bijdragen aan de ontwikkeling en de uitvoering van het onderwijskundig beleid alsmede het document inzake evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in de schoolleiding, bedoeld in artikel 32d van de wet.

4. Het beleid met betrekking tot de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs omvat in elk geval op welke wijze het bevoegd gezag bewaakt dat die kwaliteit wordt gerealiseerd en vaststelt welke maatregelen ter verbetering van de kwaliteit nodig zijn.

D

Artikel 24a komt te luiden:

Artikel 24a. Schoolgids

1. De schoolgids bevat voor ouders, voogden, verzorgers en leerlingen informatie over de werkwijze van de school en bevat in elk geval informatie over:

a. de doelen van het onderwijs en de resultaten die met het onderwijsleerproces worden bereikt, waaronder, in ieder geval met betrekking tot het schooljaar voorafgaande aan het schooljaar waarin de schoolgids wordt vastgesteld en onderscheiden naar soort onderwijs, voor elk leerjaar

1°. het percentage leerlingen dat doorstroomt naar een hoger leerjaar of een ander soort onderwijs,

2°. het percentage leerlingen dat de school zonder diploma verlaat en het percentage leerlingen dat voor het eindexamen slaagt,

b. de wijze waarop aan de zorg voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften wordt vorm gegeven,

c. de wijze waarop de verplichte onderwijstijd wordt benut,

d. de geldelijke bijdrage, bedoeld in artikel 27, tweede lid, derde en vierde volzin, waarbij een ontwerp van een overeenkomst voor een dergelijke bijdrage, die voldoet aan de eisen die in die volzinnen zijn geformuleerd, in de schoolgids wordt opgenomen en

e. de rechten en plichten van de ouders, de voogden, de verzorgers, de leerlingen en het bevoegd gezag, waaronder de informatie over de klachtenregeling, bedoeld in artikel 24b, waarbij wat betreft de leerlingen kan worden volstaan met vermelding van de rechten en plichten opgenomen in het leerlingenstatuut, bedoeld in artikel 24g.

2. Het bevoegd gezag reikt de schoolgids uit aan de ouders, voogden, verzorgers dan wel de meerderjarige en handelingsbekwame leerling bij de inschrijving en jaarlijks na de vaststelling van de schoolgids.

E

Na artikel 24a worden twee nieuwe artikelen 24b en 24c ingevoegd, luidende:

Artikel 24b. Klachtenregeling

1. Ouders, voogden, verzorgers dan wel leerlingen, en personeelsleden kunnen bij de klachtencommissie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, een klacht indienen over gedragingen en beslissingen van het bevoegd gezag of het personeel dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen door het bevoegd gezag of het personeel.

2. Het bevoegd gezag treft een regeling voor de behandeling van klachten. Deze regeling vermeldt in ieder geval:

a. de instelling van een klachtencommissie, die klachten behandelt,

b. de wijze waarop de klachtencommissie haar werkzaamheden verricht,

c. de termijn waarbinnen de klager een klacht kan indienen en

d. de termijn waarbinnen mededeling plaatsvindt van het oordeel, bedoeld in het zesde lid, en hoe bij noodzakelijke afwijking van deze termijn wordt gehandeld.

3. Deze regeling strekt ter vervanging van klachtenregelingen op grond van andere voorschriften dan dit artikel en strekt niet ter vervanging van een andere voorziening die op grond van een wettelijke regeling, niet zijnde een klachtenregeling, voor de klager openstaat of heeft opengestaan.

4. Deze regeling

a. voorziet erin dat de klachten worden behandeld door een klachtencommissie die bestaat uit ten minste drie leden, waaronder een voorzitter die geen deel uitmaakt van het bevoegd gezag en niet werkzaam is voor of bij het bevoegd gezag, en

b. waarborgt dat aan de behandeling van een klacht niet wordt deelgenomen door een persoon op wiens gedraging de klacht rechtstreeks betrekking heeft.

5. De klager en degene over wie is geklaagd krijgen de gelegenheid:

a. hun zienswijze mondeling of schriftelijk toe te lichten en

b. zich bij de behandeling van de klacht te laten bijstaan.

6. De klachtencommissie vormt zich een oordeel over de gegrondheid van de klacht en deelt dit oordeel, al dan niet vergezeld van aanbevelingen, schriftelijk mede aan de klager, degene over wie is geklaagd en het bevoegd gezag.

7. Het bevoegd gezag deelt de klager en de klachtencommissie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, binnen 4 weken na ontvangst van het in het zesde lid bedoelde oordeel van de klachtencommissie schriftelijk mede of hij het oordeel over de gegrondheid van de klacht deelt en of hij naar aanleiding van dat oordeel maatregelen zal nemen en zo ja welke. Bij afwijking van de in de eerste volzin bedoelde termijn, doet het bevoegd gezag daarvan met redenen omkleed mededeling aan de klager en de klachtencommissie onder vermelding van de termijn waarbinnen het bevoegd gezag zijn standpunt bekend zal maken.

8. Degene die betrokken is bij de uitvoering van dit artikel en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijze moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

9. Gegevens die betrekking hebben op een klacht worden bewaard op een plaats die uitsluitend toegankelijk is voor de leden van de klachtencommissie en het bevoegd gezag.

Artikel 24c. Vaststelling schoolplan en schoolgids

1. Het bevoegd gezag stelt ten minste eenmaal in de 4 jaar het schoolplan vast.

2. Het bevoegd gezag stelt jaarlijks de schoolgids vast ten behoeve van het eerstvolgende schooljaar.

3. Het bevoegd gezag zendt het schoolplan dan wel de wijzigingen daarvan en de schoolgids onmiddellijk na de vaststelling aan de inspecteur.

F

Artikel 24g, tweede lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. De zinsnede «, de regeling van geschillen» wordt vervangen door: en.

2. De zinsnede «en de wijze waarop het bevoegd gezag zorg draagt voor de bewaking van de kwaliteit van het onderwijs» vervalt.

G

Artikel 39b vervalt.

H

In artikel 48, tweede lid, wordt «aan het schoolwerkplan zijn toegevoegd» vervangen door: worden gegeven.

I

In de artikelen 56, eerste lid, 57, onderdeel a, 58, eerste en tweede lid, wordt «schoolwerkplan» telkens vervangen door: schoolplan.

ARTIKEL IV

De Wet medezeggenschap onderwijs 1992 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt «schoolwerkplan» vervangen door: schoolplan.

2. Onderdeel d komt te luiden:

d. vaststelling van de schoolgids voor zover het een school voor basisonderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, dan wel een school of instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs betreft, en, voor zover het een school voor voortgezet onderwijs betreft, tevens vaststelling van de schooltijden;

B

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel b komt te luiden:

b. vaststelling of wijziging van de inzet, de samenstelling daaronder begrepen, van de formatie in het volgende schooljaar.

2. Aan het eind van onderdeel i vervalt: en

3. Onder vervanging van de punt aan het eind van onderdeel j door «; en» wordt na onderdeel j een onderdeel k toegevoegd, dat luidt:

k. vaststelling of wijziging van de klachtenregeling.

C

Artikel 9 wordt gewijzigd als volgt:

1. Aan het eind van onderdeel c vervalt na de puntkomma: en

2. Onder vervanging van de punt aan het eind van onderdeel d door «; en» wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

e. vaststelling of wijziging van de klachtenregeling.

D

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «schoolwerkplan, het activiteitenplan» vervangen door: schoolplan.

2. In het derde lid wordt «schoolwerkplan en het activiteitenplan» vervangen door: schoolplan.

ARTIKEL V

Op 1 augustus volgend op de datum waarop deze wet in werking treedt, komen artikel 11a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het basisonderwijs en artikel 19a, eerste lid, onderdeel a, van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs te luiden:

a. de doelen van het onderwijs en de resultaten die met het onderwijsleerproces worden bereikt.

ARTIKEL VI

1. Voor het schooljaar waarin deze wet in werking treedt, blijven de voorschriften voor het schoolwerkplan zoals die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet golden, van toepassing.

2. Het onderwijs in het schooljaar, bedoeld in het eerste lid, wordt gegeven volgens het schoolwerkplan dat is opgesteld op grond van de voorschriften die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet golden.

3. Indien een bevoegd gezag voor het schooljaar, bedoeld in het eerste lid, op grond van de wetgeving zoals die gold voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet een nieuw schoolwerkplan moet opstellen, kan het bevoegd gezag een nieuw schoolwerkplan vaststellen op grond van de voorschriften zoals die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet golden, met dien verstande dat dit slechts betrekking heeft op het schooljaar waarin deze wet in werking treedt of besluiten die vaststelling achterwege te laten en het onderwijs te geven overeenkomstig het schoolwerkplan dat gold voor het schooljaar voorafgaand aan inwerkingtreding van deze wet, onverminderd artikel VI, onderdeel E, van de wet van 2 juli 1997, tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met verbetering van de aansluiting van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en het hoger algemeen voortgezet onderwijs op het hoger onderwijs (Stb. 322).

ARTIKEL VII

1. Het eerste schoolplan dat op grond van deze wet wordt opgesteld, heeft betrekking op de 4 schooljaren die volgen op het schooljaar waarin deze wet in werking treedt en wordt door het bevoegd gezag voor 1 januari volgend op de datum van inwerkingtreding van deze wet aan de inspecteur gezonden.

2. De eerste schoolgids die op grond van deze wet wordt opgesteld, heeft betrekking op het schooljaar dat volgt op het schooljaar waarin deze wet in werking treedt en wordt door het bevoegd gezag voor 1 januari volgend op de datum van inwerkingtreding van deze wet aan de inspecteur gezonden.

ARTIKEL VIII

Voor zolang de aanspraak op bekostiging van een school voor middelbaar beroepsonderwijs op grond van artikel 12.3.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs in stand blijft, kan de uitvoering van een deel van een schoolplan op een school voor ander onderwijs als bedoeld in artikel 19c van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, eveneens plaatsvinden op die school voor middelbaar beroepsonderwijs.

ARTIKEL IX

1. De voorschriften in de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met het document inzake evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in de schoolleiding onderscheidenlijk leidinggevende functies en de daarmee samenhangende vermeldingen van die voorschriften in de inhoudsopgaven van die wetten, vervallen met ingang van 1 januari 2002.

2. Bij koninklijk besluit kan worden bepaald dat dit artikel vervalt.

3. Een voornemen tot het doen van een voordracht voor een besluit op grond van het tweede lid wordt medegedeeld aan de beide kamers der Staten-Generaal. Een voordracht voor een besluit op grond van het tweede lid wordt niet eerder gedaan dan nadat 4 weken na de mededeling zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een van de kamers de wens te kennen wordt gegeven dat van het doen van de voordracht wordt afgezien.

ARTIKEL X

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 augustus volgend op de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,