Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 mei 2026
Naar aanleiding van het verzoek van de Tweede Kamer om een afschrift te krijgen van
het antwoord op de brief van Lentis cs. 2025 over toepassing van de Wet DBA binnen
de geestelijke gezondheidzorg, informeert het kabinet de Tweede Kamer als volgt.
Lentis cs. vraagt in de brief om een oplossing voor de gevolgen die de wet DBA heeft
voor de toegankelijkheid en continuïteit van de geestelijke gezondheidszorg in Noord-Nederland.
Zij geven uitdrukkelijk aan de doelstelling van de wet DBA te onderschrijven. Het
uitvoeren van de wet DBA vergroot echter de bestaande personeelstekorten en resulteert
daarmee volgens hen in een spanning met het nakomen van de zorgplicht.
Naar aanleiding van deze brief heeft het kabinet de volgende stappen ondernomen.
Op 2 februari heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de betrokken zorginstellingen,
vertegenwoordigers van de grootste verzekeraars in de regio en ambtenaren van de ministeries
van VWS, SZW en Financiën/de Belastingdienst. In het gesprek kwam aan de orde dat
de problematiek breder is dan alleen de wet DBA. Lentis cs. benadrukten in dit gesprek
dat in de regio Noord-Nederland sprake is van een urgente situatie. Door een tekort
aan regiebehandelaren staat de toegankelijkheid, kwaliteit en continuïteit van de
cruciale ggz (crisiszorg) in Noord-Nederland onder grote druk, waarbij naleving van
de wet DBA – en het niet inzetten van zelfstandigen – leidt tot een zorgplichtprobleem.
In het gesprek is expliciet onderkend dat partijen (zorgaanbieders, zorgverzekeraars,
beroepsgroepen en overheidspartijen) elkaar nodig hebben om oplossingen te vinden
voor de door Lentis cs. geschetste problematiek hoe het aantal beschikbare regiebehandelaren
bij de kerninstellingen te vergroten.
Tijdens het gesprek zijn verschillende oplossingsrichtingen besproken, met name voor
de middellange termijn, waaronder de uitvoering van de AZWA-afspraken rond arbeidsmarkt
ggz.
Naar aanleiding van het gesprek is de problematiek rond bemensing van cruciale ggz
bij kerninstellingen in Noord-Nederland geagendeerd voor het Bestuurlijk overleg (BO)
cruciale ggz van 11 maart jl.
Het BO cruciale ggz heeft daarop besloten dat er een «taskforce» zal worden ingesteld.
Doel van deze taskforce is om zicht te krijgen op welke ruimte binnen het huidige
systeem nog onbenut is om de problematiek in Noord-Nederland rond bemensing van cruciale
ggz op te lossen en waar eventueel maatwerk nodig is. De eerste bijeenkomst van de
taskforce heeft 22 mei jl. plaatsgevonden.
Hierbij merkt het kabinet op dat een uitzondering op de bestaande wet- en regelgeving
voor de inzet van zzp’ers geen optie is. Betrokken zorginstellingen hebben tijdens
het gesprek van 2 februari aangegeven dat zij het belang onderstrepen om de schijnzelfstandigheid
in de sector zorg en welzijn terug te dringen en voorstander zijn van de handhaving
door de Belastingdienst. SZW en de Belastingdienst hebben aangegeven dat bij de beoordeling
van een arbeidsrelatie alle feiten en omstandigheden worden gewogen. Indien organisaties
twijfels hebben of bepaalde werkzaamheden als zzp’er kunnen worden uitgevoerd, is
het verstandig juridisch advies in te winnen.
Het kabinet hecht eraan te benadrukken dat het de urgentie van de problematiek ziet.
Met de instelling van de taskforce zet het kabinet de betrokken partijen gezamenlijk
in hun kracht om zo concrete verandering te realiseren. De Tweede Kamer zal het kabinet
in de tweede helft van 2026, zo mogelijk in de kabinetsreactie op het IBO Mentale
gezondheid & ggz informeren over de stand van zaken van de taskforce.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans