Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202025424 nr. 523

25 424 Geestelijke gezondheidszorg

29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde

Nr. 523 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 maart 2020

Per brief van 9 oktober 2019 is door de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid aan mij verzocht een reactie te geven op het artikel in het Tijdschrift voor Psychiatrie »Reflecties op «instellingsfeiten»: de overwegingen van rechters over strafbare feiten gepleegd in de ggz», zoals gepubliceerd in augustus 2019.1 Specifiek is gevraagd om duidelijkheid te krijgen over het vervolgingsbeleid van het Openbaar Ministerie (OM) ten aanzien van instellingsfeiten. Met deze brief reageer op dit verzoek.

Het artikel gaat in op een aantal interviews met rechters over strafzaken met betrekking tot agressie en geweld in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ), zogenaamde «instellingsfeiten», en de knelpunten die daarbij worden gesignaleerd. Het artikel stelt dat de geïnterviewde rechters bij de beoordeling en bestraffing van instellingsfeiten knelpunten ervaren om drie redenen: de ontoereikende informatievoorziening over de toerekenbaarheid van de verdachte; onvoldoende informatie over de impact die een straf eventueel op het slachtoffer van instellingsfeiten heeft; en de wens om een verslechterende toestand van de dader door strafoplegging en vergrote kans op recidive te voorkómen.

Graag wil ik beginnen met te benadrukken dat agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak – waaronder mensen die in de GGZ werken vallen – ernstig is en nooit mag worden geaccepteerd. Slachtoffers moeten kunnen rekenen op steun van hun werkgevers en daders moeten door de politie en het OM worden aangepakt. Een stoornis waarvoor iemand behandeld wordt is geen vrijbrief om strafbare feiten te plegen. Geweld is in zijn algemeenheid geen symptoom van een psychiatrisch toestandsbeeld, en aanpakken van geweld tegen hulpverleners staat hoog op de agenda bij het OM. Feiten tegen hulpverleners in de GGZ gelden als VPT-zaken (zaken die vallen onder het label «Veilige Publieke Taak», agressie en geweld tegen mensen met een publieke taak) en vallen daarom onder de afspraken die in de Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA) tussen het OM en de politie zijn vastgelegd.

Vervolgingsbeleid Openbaar Ministerie

Het OM hanteert voor alle VPT-feiten dezelfde uitgangspunten en verhoging van de strafeis met 200%, zoals geformuleerd in de Aanwijzing kader voor strafvordering meerderjarigen en de toepasselijke richtlijnen.2 De verhoging van de strafeis is echter slechts één factor in het bepalen van de strafeis. Hiernaast zijn ook andere factoren van toepassing, zoals bijvoorbeeld de omstandigheden van het geval en de persoon van de verdachte.

Tegelijkertijd is het belangrijk om te beseffen dat de verdachte/patiënt al ingesloten is als het gaat om instellingsfeiten binnen de GZZ. Ook al is dat niet op een strafrechtelijke titel, en ook al is het beveiligings- en dwangregime in een GGZ-instelling niet gelijk aan het regime in het gevangeniswezen, als de verdachte/patiënt (gedwongen) opgenomen is in een instelling ligt het eisen van gevangenisstraf niet per se voor de hand. Maatwerk is dus noodzakelijk; binnen de kaders van de wet en bestaande aanwijzingen maken officieren die individuele afweging. Het is daarom belangrijk dat het OM, juist in deze gevallen, zo volledig mogelijke informatie over de zaak geeft aan de rechter, opdat deze een weloverwogen, passende sanctie kan opleggen.

Het OM heeft mij laten weten dat in alle arrondissementen er inmiddels een speciaal team is dat zich bezighoudt met verplichte zorg en de WvGGZ. Het OM heeft de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in het ontwikkelen van kennis over de BOPZ, de nieuwe WvGGZ en de betreffende problematiek opdat het OM de rechter volledig en juist kan informeren. In alle arrondissementen vindt overleg plaats met politie en GGZ en namens het OM zijn hier officieren van justitie en secretarissen bij betrokken.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


X Noot
1

«Reflecties op «instellingsfeiten»: de overwegingen van rechters over strafbare feiten gepleegd in de GGZ». Visscher, Tonkens en Braam. Tijdschrift voor Psychiatrie, augustus 2019, p.536.

X Noot
2

(2019A003) inw. 1 april 2019.