25 424 Geestelijke gezondheidszorg

Nr. 509 MOTIE VAN DE LEDEN DIERTENS EN VAN DEN BERG

Voorgesteld 30 januari 2020

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de geestelijke gezondheidszorg dermate is georganiseerd dat er onvoldoende verantwoordelijkheid wordt genomen voor het organiseren van de geestelijke gezondheidszorg voor mensen met complexe psychiatrische aandoeningen en er te weinig plaatsen zijn voor mensen met complexe psychiatrische aandoeningen;

constaterende dat het tot op heden nog niet is gelukt om regionale taskforces voldoende en op eenduidige wijze doorzettingsmacht te laten organiseren;

overwegende dat patiënten met een complexe zorgvraag te maken krijgen met te lange wachttijden ruim boven de treeknormen en van het kastje naar de muur worden gestuurd;

overwegende dat de invulling van de motie-Van den Berg c.s. (25 424, nr. 448) niet heeft geleid tot voorstellen voor het toekennen van regionale doorzettingsmacht;

verzoekt de regering, om voor de zomer per regio zo veel mogelijk op eenzelfde wijze doorzettingsmacht te organiseren, daar probleemeigenaarschap aan toe te kennen, en de Kamer voor december 2020 te informeren over de voortgang hiervan,

en gaat over tot de orde van de dag.

Diertens

Van den Berg

Naar boven