Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201925424 nr. 424

25 424 Geestelijke gezondheidszorg

Nr. 424 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 september 2018

Hierbij bied ik u aan, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de eindrapportage van het Schakelteam Personen met Verward Gedrag, getiteld: «Op weg naar een persoonsgerichte aanpak»1. Ook bijgevoegd is het advies van de heer Van der Vlist van ABD Topconsult, getiteld «Doorschakelen»2. De eindrapportage van het Schakelteam personen met verward gedrag (hierna: het Schakelteam) geeft een beeld waar alle regio’s en gemeenten nu staan in het realiseren van een goed werkende aanpak en een inhoudelijke agenda voor de komende jaren. Het rapport van de heer Van der Vlist bevat een advies over de manier waarop deze inhoudelijke doelen de komende periode gerealiseerd zouden moeten worden. Ik ben het Schakelteam en de heer Van der Vlist erkentelijk voor hun stevige en heldere boodschap.

Mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, reageer ik hieronder op beide rapporten. Hiermee voldoe ik aan de toezegging aan uw Kamer en aan de Eerste Kamer en aan de motie van het lid Sazias.3

Vanwege deze toezeggingen is deze brief zowel gericht aan de Eerste Kamer als aan de Tweede Kamer. Recent heeft u de tussenrapportage ontvangen van de heer Hoekstra4 over de verbetermaatregelen naar aanleiding van het onderzoek naar de zaak van Bart van U. Op de tussenrapportage van de heer Hoekstra ontvangt uw Kamer een aparte beleidsreactie.

De stand van het land: waar staan we?

Het Schakelteam constateert dat er de afgelopen jaren veel is gebeurd in de aanpak van de problemen van mensen met verward gedrag en tegelijkertijd maakt het Schakelteam duidelijk dat er ook nog veel verbetering nodig is. Het advies van de heer Van der Vlist bevestigt dit beeld. Er is nu een fundament gelegd waarop de komende jaren stevig moet worden voortgebouwd. De urgentie om dit vraagstuk structureel op te lossen is – mede door de actualiteit – onverminderd hoog. Uit de inventarisatie van de stand van het land, die als bijlage bij het eindrapport is gevoegd, blijkt dat een versnelling te zien is van de activiteiten in regio’s en gemeenten. Hierbij is vast behulpzaam geweest dat gemeenten van welke bij de vorige meting geen respons werd ontvangen, actief zijn benaderd. Het feit dat er een 95% respons is op de gemeentelijke vragenlijst geeft aan dat het onderwerp leeft bij gemeenten. Dit was bij de start van dit traject in 2015 echt anders. Dat is zeker ook de verdienste van het Schakelteam.

Er is in 23 regio’s een landelijk dekkend netwerk gerealiseerd waarin gemeenten, verzekeraars, politie, openbaar ministerie (verder: OM), de geestelijke gezondheidszorg (hierna: GGZ), de zorg voor licht verstandelijk beperkten (hierna: LVB), de GGD, ambulancezorg en cliëntorganisaties met elkaar samenwerken aan een goed werkende aanpak. Vaak met als basis bestuurlijke afspraken tussen de belangrijkste partijen. Cliënten, ervaringsdeskundigen en families zijn in iedere regio betrokken bij de aanpak. Alle betrokkenen zijn het erover eens dat er sprake is van een verbeterde samenwerking tussen de verschillende disciplines. Er is veel enthousiasme en betrokkenheid. Dat is goed nieuws. De regio’s geven hierbij echter tevens aan dat de aanpak voor personen met verward gedrag nog structureel geborgd dient te worden in de eigen lokale en regionale structuren. Dit proces loopt, maar is nog niet afgewikkeld. Het Schakelteam stelt vast dat de problematiek en de aanpak over vele grenzen heen complex zijn: het is een enorm weerbarstige maatschappelijke opgave die veranderingen vraagt in houding en gedrag van alle betrokken professionals. Dat kost tijd. Daarnaast geven de regio’s aan dat er op een aantal punten binnen de aanpak, en dan met name op gebied van vervoer, behoefte is aan spoedige duidelijkheid over de structurele oplossingen op landelijk niveau.

Dankzij alle inspanningen is er op 1 oktober 2018 in Nederland een goede basis gerealiseerd, maar is er nergens een goed werkende aanpak waarbij alle negen bouwstenen in samenhang zijn opgepakt en gevolg wordt gegeven aan het gedeelde perspectief, zoals eerder geformuleerd door het Aanjaagteam. Ik sluit me daarom ook volledig aan bij het advies van het Schakelteam om de ingezette beweging en verbeteringen met hoge mate van urgentie en een duidelijke focus door te zetten, te blijven ondersteunen, te verdiepen en te verbreden. De plannen moeten de komende tijd verder worden vertaald naar acties en concrete resultaten zodat voor de direct betrokkenen en professionals in de dagelijkse praktijk nog meer dan nu al het geval is daadwerkelijk positieve effecten merkbaar zijn.

Adviezen Schakelteam voor blijvende ondersteuning

Het Schakelteam benoemt in zijn rapportage vier concrete onderwerpen waarop ook na 1 oktober specifiek ondersteuning nodig is:

  • 1. Zorg voor 24/7 advies- en meldpunten voor niet acute meldingen met een landelijk nummer.

  • 2. Maak een persoonsvolgend budget mogelijk.

  • 3. Maak de regio-indeling congruenter.

  • 4. Behoud de opgebouwde samenwerkingsstructuur en zet die breder in.

Adviezen de heer Van der Vlist

Mede naar aanleiding van de genoemde motie Sazias hebben de drie opdrachtgevers de heer Van der Vlist verzocht advies uit te brengen over de inrichting van het vervolg op de werkzaamheden van het Schakelteam. Het advies treft u als bijlage bij deze brief. De kern van het advies luidt als volgt:

  • Continueer vanuit de drie opdrachtgevers de ondersteuning van de implementatie van de goed werkende aanpak, en leg het accent op lokaal en regionaal niveau. Dat is van belang omdat volgens alle betrokkenen daar de oplossing ligt.

  • Breng meer samenhang in programma’s die zich (grotendeels) richten op dezelfde doelgroep; zowel in de regio als ook op een geïntegreerde landelijke tafel. Daarmee voorkom je verkokerde implementatie.

  • Benut de opgebouwde infrastructuur voor personen met verward gedrag voor stapsgewijze verbreding naar het bredere sociale domein: zorg, veiligheid, straf, wonen, inkomen. Blijf in alle schakels van de structuur de mens centraal stellen.

  • Vorm ter ondersteuning een landelijk projectteam vanuit verschillende disciplines en bestuurslagen. Onder leiding van iemand die bestuurlijk en ambtelijk gezaghebbend is, die de weg weet op alle bestuurlijke niveaus en die oog heeft voor de praktijk.

  • De term «personen met verward gedrag» is nu een sterk label, dat beweging tot stand brengt. Neem er daarom nog geen afscheid van. Kijk op termijn echter naar een bredere doelgroep (bijvoorbeeld: kwetsbare mensen), die logischerwijs voortvloeit uit het verbinden van verschillende trajecten.

Reactie op beide adviezen

Advies- en Meldpunt 24/7 voor niet acute meldingen met landelijk nummer

In de rapportage «stand van het land» wordt geconstateerd dat het realiseren van een advies- en meldpunt voor niet-acute signalen nog een zoekproces is voor alle regio’s. Er is wel een start gemaakt. Diverse regio’s hebben een visie ten aanzien van een advies- en meldpunt, breiden de bereikbaarheid en beschikbaarheid uit en organiseren samenhang tussen verschillende reeds bestaande meldpunten. Om de keten van acute en niet-acute zorgmeldingen te verbeteren worden sinds het voorjaar van dit jaar binnen het actieprogramma van ZonMw pilots gefaciliteerd.

Met deze pilots zal worden getest op welke manier 24/7 bereikbaarheid van de gemeentelijke of regionale advies- en meldpunten voor niet-acute meldingen doelmatig en doeltreffend georganiseerd kan worden. Met GGDGHOR en ZonMw bekijk ik op welke wijze extra gestimuleerd kan worden dat er meer initiatieven ontstaan voor niet-acute meldfuncties.

Het landelijke meldnummer 24/7 is het slotstuk van regionale meldpunten, waarnaar het kan doorverwijzen. Ik constateer dat de lokale en regionale infrastructuur waarnaar een dergelijk landelijk nummer kan verwijzen door alle recente initiatieven zodanig is verbeterd, dat ik nu positief kijk naar de mogelijkheden van een landelijk meldnummer en dat ik eventuele financiële consequenties zal meenemen in de voorjaarsbesluitvorming 2019. Daarna zal ik u informeren over de stand van zaken van het landelijk nummer en de regionale punten.

Overigens vallen of staan deze meldpunten met een goed voor- en na-traject. Cruciaal is dat zorgwekkende signalen vroegtijdig worden gezien en gemeld. En, als signalen eenmaal zijn gemeld bij het meldpunt is belangrijk dat is voorzien in voldoende mogelijkheden van doorverwijzing naar passende zorg en ondersteuning. De meldpunten kunnen niet los van de andere bouwstenen worden vormgegeven.

Persoonsvolgend budget

Het Schakelteam constateert dat mensen met verward gedrag ondersteuning en zorg nodig hebben van verschillende partijen die elk een eigen financieringsstroom kennen. Door de schotten tussen deze financieringsstromen krijgen mensen niet of niet tijdig de zorg en steun die ze nodig hebben en daardoor worden cliënten en naasten onnodig belast. Daarom adviseert het Schakelteam om een klein percentage van alle betrokken financieringsstromen regionaal of lokaal samen te voegen in één «pot» die het voor deze doelgroep mogelijk maakt gelijk te doen wat nodig is en geen tijd te verspillen met uitzoeken wie er moet betalen.

De heer Van der Vlist adviseert in een aantal pilotregio’s te experimenteren met een «levensloopfinanciering» voor mensen met een langdurige maar wisselende zorgbehoefte. Hij adviseert te oefenen met verschillende arrangementen die tot doel hebben blijvende en passende zorg en begeleiding te verlenen en zorgprofessionals te ontlasten voor deze volgens hem kleine doelgroep. Deze pilots zouden door het Rijk gefaciliteerd moeten worden en worden voorzien van een goede wetenschappelijke begeleiding.

Schotten in financiering kunnen voor meer doelgroepen dan voor mensen met verward gedrag belemmerend werken. De Taskforce «De Juiste Zorg op de Juiste Plek» heeft benoemd dat binnen de wettelijke kaders vaak meer kan dan men denkt. Als men zegt dat het niet kan volgens wet- en regelgeving is dat in de praktijk vaak een andere formulering voor «ik wil het niet» of «ik ik weet niet hoe». Dat er meer kan tonen de vele goede voorbeelden in het rapport aan, voorbeelden die nu in de praktijk worden toegepast. In het kader van het ZonMw actieprogramma rond mensen met verward gedrag bestaat al geruime tijd de mogelijkheid van ondersteuning bij het experimenteren met het bieden van begeleiding en zorg in wisselende mate van intensiteit. Ten slotte noemen wij nog de subsidieregeling preventiecoalities waarmee VWS de structurele samenwerking tussen zorgverzekeraars en gemeenten op het gebied van preventieactiviteiten voor risicogroepen wil stimuleren en activeren. Willen zorgverzekeraar en gemeente samen stappen kunnen zetten, dan is samenwerking en coördinatie nodig. Zorgverzekeraars en gemeenten kunnen met de subsidieregeling Preventiecoalities een derde van de kosten van de coördinatie van een gezamenlijke aanpak van preventieactiviteiten voor risicogroepen financieren. Dit kan en zal vaak gaan om de inzet van de juiste expertise om problemen van kwetsbare mensen vroegtijdig te signaleren en hen adequaat te voorzien van hulp en ondersteuning. Hoewel er meer kan dan men denkt wordt het partijen in de praktijk niet altijd eenvoudig gemaakt. Daarom is mijn reactie tweeledig. Enerzijds roep ik, net als de Taskforce, partijen op hun verantwoordelijkheid te nemen. Anderzijds gaan we misverstanden over wet- en regelgeving wegnemen en zaken vereenvoudigen waar mogelijk.

Vervolg op het Schakelteam

Ik bedank de heer Van der Vlist en het Schakelteam hartelijk voor hun bruikbare adviezen. Met de andere opdrachtgevers deel ik het standpunt dat er de afgelopen jaren veel is bereikt, maar dat we er nog niet zijn en dat het nog te kwetsbaar is om de ondersteuning nu al los te laten. Ook zie ik het belang van het aanbrengen van samenhang van verschillende trajecten waarin lokale en regionale samenwerking wordt gevraagd. Onnodige bestuurlijke drukte dient te worden voorkomen. Overigens zie ik dat veel regio’s in de praktijk al combinaties aanbrengen. Zo hebben sommige al een plan «beschermd wonen, maatschappelijke opvang en personen met verward gedrag». Hieronder reageer ik op het advies van de heer Van de Vlist en de aandachtspunten drie en vier van het Schakelteam.

In het Interbestuurlijk programma is afgesproken dat de problematiek rondom personen met verward gedrag één van de thema’s is waarop Rijk en gemeenten zich de komende jaren gaan richten. Deze gemeenschappelijke ambitie sluit goed aan bij het advies om nu door te pakken en te werken aan verdere ontwikkeling en borging. De komende maanden zullen de opdrachtgevers besluiten over de inrichting van een volgende fase in het traject rond personen met verward gedrag. Het is van groot belang dat er continuïteit isin de maanden tussen 1 oktober en de nieuwe start. De leden van het Schakelteam hebben aangegeven dat zij ten behoeve van een warme overdracht bereid zijn om op de achtergrond beschikbaar te blijven. Dat wil zeggen dat in voorkomende gevallen een beroep op de voorzitter en de leden van het Schakelteam kan worden gedaan. Dit is van groot belang en ik ben hen hiervoor bijzonder erkentelijk.

De opdrachtgevers doen daarnaast het volgende om de voortgang te bewaken:

  • o Ook de komende periode ligt het zwaartepunt in de regio’s.

  • o Het huidige ondersteuningsteam, dat het Schakelteam de afgelopen jaren bijstond, wordt behouden. Het blijft op de achtergrond en op verzoek van de opdrachtgevers doorlopende werkzaamheden uitvoeren en blijft beschikbaar ter ondersteuning van de regio’s.

  • o Het contract van de brigadier vervoer wordt verlengd, evenals het contract voor de brigadier hulpkaart. (Op de hulpkaart geef je aan wat jouw wensen zijn wanneer er een crisis is.)

  • o Het ZonMw actieprogramma «lokale initiatieven voor mensen met verward gedrag», dat gemeenten en hun partners ondersteunt bij het starten van trajecten voor deze doelgroep, loopt door. Met ZonMw en betrokken partijen evalueren we de inzet van de middelen en passen we deze inzet zonodig aan.

  • o Net als het kernteam blijven de opdrachtgevers beschikbaar voor vragen uit de regio.

  • o We betrekken de regionale projectleiders en de ketenpartners bij besluitvorming over het vervolg.

  • o We zullen vanzelfsprekend zo snel mogelijk duidelijkheid geven over de volgende fase; in elk geval voor 1 december 2018.

Er komt een vervolg dat we in elk geval met de drie opdrachtgevers samen vorm geven. Over de volgende zaken die in de vervolgfase een plek moeten krijgen, zijn de opdrachtgevers het eens:

  • o We houden gezamenlijk de urgentie vast. Inmiddels heeft ook de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties haar blijvend commitment uitgesproken voor betrokkenheid bij het vervolg.

  • o Het vervolg op het Schakelteam moet vooral gericht zijn op het ondersteunen en waar wenselijk integreren van de bestaande regionale structuren en aansluiten bij wat werkt voor de regionale partners. Het gaat om verdieping, om samenhang, en om het benutten van opgedane ervaring en opgebouwde netwerken in leeromgevingen.

  • o Om de regionale structuren te ondersteunen zoeken we regionale boegbeelden uit de verschillende domeinen (een wethouder, een burgemeester, een directeur van een zorginstelling). Zij kunnen tevens schakelen met landelijke partijen.

  • o De regionale structuren worden ondersteund en aangesproken door een kernteam dat breed is samengesteld uit vertegenwoordigers van betrokken partijen en projecten. Dit is een team met gezaghebbende mensen die op verschillende vlakken kunnen helpen.

  • o In de volgende fase leggen de opdrachtgevers een focus op de huidige zorgpunten van het Schakelteam: niet-acute meldpunten, financiering, samenwerking tussen gemeenten en verzekeraars, informatie-uitwisseling, beveiligde zorg, passend vervoer, wonen en de hulpkaart.

  • o Trajecten waarbij meer aansluiting per direct gewenst en mogelijk is zijn: wetten gedwongen zorg, omdat deze in de implementatiefase zijn en bepalend zijn voor het inrichten van de zorg voor een belangrijk deel van de doelgroep; beveiligde zorg/continuïteit van zorg omdat hierop het komend jaar belangrijke stappen worden gezet; zorg- en veiligheidshuizen, omdat zij goede praktijken hebben ontwikkeld voor gegevensverwerking en een persoonsgerichte aanpak.

  • o Ik verken daarnaast ook of en op welke wijze aansluiting bij de meerjarenagenda beschermd wonen en maatschappelijke opvang effectief is.

De uitgangspunten van het gedeeld perspectief, zoals eerder geformuleerd door het Aanjaagteam, zijn daarbij nog steeds actueel. Dit perspectief duidt op een goed samenspel van alle betrokken partners, die persoonsgericht en domeinoverstijgend werken en denken, waarbij wordt uitgegaan van de mogelijkheden en leefwereld van de persoon zelf en oog is voor de belangen van de samenleving. Er moet sprake zijn van heldere regie door gemeenten, een gedeeld gevoel van eigenaarschap bij partners en een kanteling naar de voorkant van de problematiek, gericht op vroegtijdig signaleren en het voorkomen en beperken van leed. Hieraan heeft het Schakelteam een vijfde element toegevoegd, namelijk de noodzakelijke betrokkenheid van alle mensen in de samenleving, wat helder tot uiting komt in het Manifest Oog voor Elkaar. Dat laatste onderschrijf ik van harte.

In dat kader vraag ik in deze brief aandacht voor de nog te vaak stigmatiserende berichtgeving over mensen met verward gedrag. In de media wordt – onlangs ook weer naar aanleiding van de recente berichtgeving rond het verschijnen van de tussenrapportage van de heer Hoekstra – nog steeds de suggestie gewekt dat alle mensen met verward gedrag gevaarlijk zijn. Ik herhaal dat het grootste deel van de groep personen met verward gedrag niet gevaarlijk is en geen overlast veroorzaakt. Het gaat ook om kwetsbare mensen die vaak hulp nodig hebben om volwaardig aan de maatschappij te kunnen deelnemen. Het Schakelteam hanteert terecht een brede definitie van verwardheid: het gaat om mensen die de grip op hun leven (dreigen te) verliezen, waardoor het risico aanwezig is dat zij zich zelf of anderen schade berokkenen. Ik roep iedereen op die genuanceerde insteek te volgen.

Overige aanbevelingen Schakelteam

Naast adviezen over de vier genoemde onderwerpen, bevat het eindrapport van het Schakelteam nog andere adviezen. Hieronder ga ik in op de meest actuele en belangrijke adviezen.

Preventie en vroegsignalering

Vroegsignalering, een persoonsgerichte benadering voor de complexe cases en een sterk netwerk van hulp en ondersteuning in de wijken zijn essentieel. Omdat we graag zelf een goed beeld heb van de problematiek en uitdagingen, hebben de Minister van JenV en ik meerdere werkbezoeken afgelegd en met eigen ogen gezien hoe er in het land hard aan deze opdracht wordt gewerkt. Ook hebben we gezien hoe belangrijk het is dat vroegtijdig signalen van personen worden opgepikt door naasten – familie, buren – en zij weten waar ze terecht kunnen. In navolging van de wijk GGD’ers in de gemeente Vught zijn, met subsidie van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, 13 gemeenten gestart met pilots waarin mensen van de GGD in de wijk preventief ingrijpen, overlast beperken en voorkomen en indien nodig bemiddelen naar de juiste zorg. Een eerste bevestiging van dat we hiermee op de goede weg zijn, is dat de twee wijk-GGD’ers uit Vught recent zijn verkozen tot meest invloedrijke persoon in de publieke gezondheid van 2017. Er wordt nu samen met het Actieprogramma van ZonMW hard gewerkt om de wijk-GGD’er nog breder in het land uit te rollen.

Om professionals in de eerste lijn te helpen in het omgaan met personen met verward gedrag zijn opleidingen verzorgd voor professionals uit het zorg-, sociaal- en veiligheidsdomein. Vanuit het Ministerie van JenV is een extra impuls gegeven door dit jaar al 1000 professionals uit de openbare orde- en veiligheidssector extra op te leiden met Mental Health First Aid, een internationaal effectief bewezen opleiding in de eerste hulp bij psychische nood. Om de opleiding de komende tijd nog toegankelijker te maken zal met ondersteuning van het Ministerie van JenV de opleiding ook digitaal naar een e-learningmodule worden ontwikkeld. Hiernaast hebben partijen ook zelf initiatieven genomen. Zo richt de politie zich op ontwikkelinterventies waarbij in het bijzonder aandacht is voor het globaal kunnen herkennen van ziektebeelden, de-escalerend optreden, het betrekken van ervaringsdeskundigheid en het handelingsrepertoire ten gevolg van nieuwe wet- of regelgeving. De ontwikkelinterventies worden in samenwerking met partners en experts vormgegeven.

Kennis- en informatiedeling

Kennis- en informatiedeling moet volgens het Schakelteam continu hoog op de agenda staan en er moet goed worden gekeken of professionals uit de voeten kunnen met de ontwikkelde handreikingen.

Met de andere opdrachtgevers onderschijf ik het belang van het ondersteunen van professionals bij het verkrijgen van duidelijkheid over de mogelijkheden en onmogelijkheden van het verwerken en delen van persoonsgegevens. We brengen samen met de betrokken partijen precies in kaart wat de juridische basis voor het delen van gegevens tussen samenwerkingspartners zijn. Op basis daarvan bieden we handreikingen, concrete instrumenten en trainingen voor juristen, professionals, hun managers en bestuurders.

Tegelijkertijd worden echte knelpunten in de regelgeving in relatie tot de aanpak van personen met verward gedrag geïdentificeerd en opgepakt. Het is mijn wens om hierbij waar mogelijk aan te sluiten bij bestaande trajecten. Zo vormt binnen het Programma Sociaal Domein – waarin gemeenten, Rijk en maatschappelijke partners samenwerken – gegevensdeling en privacy één van de thema’s waar oplossingen worden gezocht voor knelpunten die zich in de praktijk voordoen.

Daarnaast brengen we in kaart op welke wijze er in regio’s gebruik wordt gemaakt van beschikbare gegevens ten behoeve van een persoonsgerichte aanpak. Dit wordt al in diverse regio’s opgepakt, meestal vooral ten behoeve van de ondersteuning van de doelgroep met zwaardere problematiek, waarbij vaak ook sprake is van gevaar. Met betrokkenen bekijken we of en hoe dergelijke initiatieven kunnen worden verspreid. De inventarisatie die het Schakelteam heeft laten uitvoeren van de manier waarop in tien regio’s wordt samengewerkt rond de E33 meldingen is hierbij zeer behulpzaam.

Op het moment dat iemand uit deze categorie zich verplaatst naar een andere regio is het voor het borgen van de veiligheid van belang dat de regio hier weet van heeft. Met de zorg- en veiligheidshuizen wordt gewerkt aan een landelijke check op bekendheid. Ongeacht welk ICT-systeem het zorg- en veiligheidshuis gebruikt, is het dan mogelijk om te checken of de persoon al bekend is bij een ander zorg- en veiligheidshuis. Ook vanaf de ZSM-tafel is deze check mogelijk. De planning is dat begin volgend jaar deze landelijk check op bekendheid mogelijk is.

Beveiligde zorg en ketenveldnorm

Het Schakelteam adviseert om blijvende aandacht te geven aan de beveiligde zorg. Onder andere dankzij de oproepen van het Schakelteam zijn er de afgelopen tijd belangrijke stappen gezet bij de realisatie van een keten van beveiligde zorg. Uw Kamer heeft de ketenveldnorm voor levensloopfunctie en beveiligde zorg in het kader van Continuïteit van zorg op 13 september 2018 ontvangen5. Naar aanleiding van eerdere afspraken over het realiseren van extra capaciteit is een uitvraag uitgegaan van zorgverzekeraars. Een dezer weken wordt bekend wat dit betekent voor de uitbreiding van de capaciteit van beveiligde zorg. De aanbeveling om de voortgang van de ketenveldnorm levensloopfunctie en beveiligde intensieve zorg te monitoren volg ik op.

Bemoeizorg

Het Schakelteam heeft eerder gevraagd om het verhelderen van de verantwoordelijkheden van gemeenten en andere partijen voor de toeleiding naar zorg voor mensen zonder eigen hulpvraag (de zogeheten «bemoeizorg»). Op verzoek van het Schakelteam heb ik hierover een brief aan alle gemeenten opgesteld, die binnenkort verstuurd wordt. Deze is als bijlage bij deze brief gevoegd6.

Acute GGZ keten, onderzoek IGJ

Het Schakelteam heeft regelmatig aandacht gevraagd voor de inrichting en verbetering van de acute GGZ keten. De crisisdiensten zijn een belangrijke schakel in de acute GGZ keten. De afgelopen periode heeft de IGJ een reeks crisisdiensten in de GGZ bezocht. De bevindingen voeg ik als bijlage bij deze brief7.

Tenslotte

Ik besluit deze brief met het nogmaals bedanken van de leden van het Schakelteam voor hun bijdrage aan dit belangrijke vraagstuk. Dit vraagstuk vergt een lange adem, maar mede dankzij de inspanningen van alle individuele leden en hun ondersteuning zijn er veel stappen gezet naar een betere ondersteuning van mensen met verward gedrag. Aan ons en onze partners de belangrijke taak om voort te bouwen op het werk van het Schakelteam.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
3

Toezegging aan EK: De Staatssecretaris van VWS zal de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Don, na beëindiging van het schakelteam personen met verward gedrag, informeren over de verdere aanpak. Uit Parlementaire agenda [15-01-2018] – Gezamenlijke behandeling wetsvoorstellen.

Toezegging aan TK: Na de zomer wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over borging Schakelteam uit Parlementaire agenda [31-05-2018] – AO GGZ.

Toezegging aan TK: De Tweede Kamer ontvangt naar aanleiding van de eindrapportage van het Schakelteam (1 oktober) met daarin de stand van zaken over regionale nummers, een reactie over de noodzaak/het nut van het opzetten van een landelijk nummer uit Parlementaire agenda [18-04-2018] – Zorg van verwarde personen.

Motie (Kamerstuk 25 424, nr. 399) aan TK: Motie van het lid Sazias over de inzet van het Schakelteam uit Parlementaire agenda [18-04-2018] – VAO Zorg van verwarde personen.

Toezegging aan EK: De Staatssecretaris van VWS zal de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Barth, via een brief op de hoogte houden van de uitkomsten van het gesprek met de politie en de Minister van Justitie en Veiligheid over de E33-meldingen en over de acceptatie van ambulante zorg. Uit Parlementaire agenda [15-01-2018] – Gezamenlijke behandeling wetsvoorstellen.

X Noot
4

Kamerstuk 32 399, nr. 88.

X Noot
5

Kamerstuk 33 628, nr. 37.

X Noot
6

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
7

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.