25 424 Geestelijke gezondheidszorg

Nr. 354 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 juni 2017

De Tweede Kamer heeft in het Algemeen Overleg GGZ van 21 mei 20151 gevraagd naar mogelijke verdringing van beveiligde zorg in het reguliere ggz kader door forensische zorg. De hogere tarieven in de forensische zorg zijn hierbij als mogelijke oorzaak genoemd.

In het programma Continuïteit van zorg (Cvz) is met alle betrokken partijen geïnventariseerd hoe de aansluiting tussen forensische en reguliere zorg verloopt, welke knelpunten er zijn en wat er nodig is om deze op te lossen. Ook de vraag naar de verdringing van de reguliere zorg door forensische zorg is hierbij aan de orde geweest. Het rapport dat naar aanleiding van dit programma is opgesteld, Beletselen in de Continuïteit van zorg, is op 22 mei 2017 aan uw Kamer aangeboden.

De conclusie in het onderzoek op dit punt is dat er geen indicaties naar voren zijn gekomen dat er sprake is van verdringing van reguliere zorg door forensische zorg. De tarieven voor forensische zorg vanuit Forzo/JJI zijn gedaald in de afgelopen jaren. Daardoor zijn deze bijna gelijk aan de tarieven in de reguliere zorg.

Zowel voor de forensische zorg in strafrechtelijk kader als voor gedwongen zorg op grond van de Wet Bopz (artikel 10 van de Wet bopz) is er een opnameplicht. De financiers (zorgverzekeraars voor de Zvw-zorg en Forzo/JJI voor de forensische zorg) moeten met de instellingen vaststellen welke capaciteit noodzakelijk is. Omdat het aanbod goed op elkaar moet aansluiten om continuïteit te waarborgen is het van belang dat de financiers afspraken maken over de inkoop van beveiligde zorg. In het programma Cvz zijn over de wijze waarop deze afstemming gestalte moet krijgen diverse afspraken gemaakt. Ook is afgesproken dat partijen een veldnorm zullen ontwikkelen die bijdraagt aan evenwicht tussen de vraag naar en aanbod van beveiligde zorg. GGZNederland, de beroepsgroepen en ZN zijn gevraagd deze veldnorm voor 1 april 2018 gereed te hebben. Voor de financiering van deze veldnorm zullen de ministeries van VenJ en VWS middelen beschikbaar stellen.

Voor de inhoud van deze afspraken verwijs ik naar de eerder genoemde brief aan de Tweede Kamer en het rapport van het programma Continuïteit van zorg.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers


X Noot
1

Kamerstuk 25 424, nr. 283.

Naar boven