Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 oktober 2016
Tijdens het wetgevingsoverleg met de Tweede Kamer van 23 juni jl. over het Jaarverslag
en de slotwet Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2015 (Kamerstuk 34 475 XVI, nr. 11) heb ik toegezegd de Tweede Kamer voor de begrotingsbehandeling VWS te zullen informeren
over de stand van zaken ten aanzien van de jaarrekening ggz.
In mijn brief aan de Tweede Kamer van 3 mei jl. (Kamerstuk 34 300 XVI, nr. 160), heb ik zorginstellingen die actief zijn in de geneeskundige ggz tot 1 december
uitstel gegeven voor het deponeren van hun jaarrekening 2015. Achtergrond van dit
uitstel was dat het overleg tussen ZN en GGZ Nederland over de afwikkeling van de
controles 2013 heel veel tijd had gekost, waardoor de afspraken over de controles
over de daaropvolgende jaren (relevant voor de jaarrekening 2015) niet tijdig waren
afgerond. Hierdoor en vanwege de onzekerheden als gevolg van de stelseltransities
2015, bleek een tijdige deponering van de jaarrekening 2015 voor de meeste ggz-instellingen
helaas niet meer mogelijk. Daarbij constateerde ik ook dat er met de bestuurlijke
afspraken tussen GGZ Nederland en ZN over het versneld (en vóór 2017) maken van afspraken
over de controles 2014 tot en met 2017, concreet zicht was ontstaan op de normalisering
van de jaarrekeningencyclus in de ggz.
De stand van zaken op dit punt is als volgt. Eind juni hebben GGZ Nederland en ZN
overeenstemming bereikt over de controles 2014, resulterend in het «Controleplan Zelfonderzoek
cGGZ 2014». Over de controles over 2015, 2016 en 2017 hebben in september overleggen
plaatsgevonden. In die overleggen hebben verzekeraars en zorgaanbieders vorderingen
gemaakt. Op onderdelen is nog aanvullend overleg nodig. Verzekeraars en zorgaanbieders
beogen die overleggen in een bestuurlijk overleg op 14 november 2016 af te ronden.
De planning van partijen is zodoende nog steeds om vóór 2017 tot afspraken te komen
over de controles 2015, 2016 en 2017.
Partijen geven aan dat met de reeds vastgestelde controleplannen het knelpunt van
de ervaren normonduidelijkheid voor de jaarrekeningen al voor een belangrijk deel
is weggenomen. Met de beoogde afspraken over de controles over 2015, 2016 en 2017
worden de controlepunten en -normen verder geactualiseerd en aangescherpt, waardoor
partijen, waaronder de sectorcommissie zorg van de Nederlandse Beroepsorganisatie
van Accountants (NBA), verwachten dat dit daarmee geen knelpunt voor de jaarrekeningen
meer zal zijn.
Zorgaanbieders en hun accountants vinden de administratieve last van de controles
nog wel te hoog en zien graag dat de controles efficiënter worden ingericht. Ook dit
is onderwerp van de besprekingen over de controles over 2015, 2016 en 2017. Nu moeten
instellingen en hun accountants vaak nog alle zeilen bijzetten om de betreffende onderzoeken
tijdig af te ronden. Efficiëntere controles verlagen de administratieve lasten en
maken ook de tijdige deponering van toekomstige jaarrekeningen makkelijker. Zorgaanbieders
en zorgverzekeraars hebben mede daarom eerder in een bestuurlijk overleg gezamenlijk
het toekomstperspectief van «horizontaal toezicht» omarmd en willen geleidelijk toewerken
naar de situatie waarbij zorgaanbieders die hun interne processen aantoonbaar goed
op orde hebben, minder zwaar gecontroleerd worden. Het tempo waarin dat gebeurt is
onderwerp van gesprek in de overleggen over de controles 2015, 2016 en 2017.
Ook rond de verantwoordingsvraagstukken in verband met de stelseltransities 2015 (met
betrekking tot de jeugdzorg en het sociaal domein) zijn en worden stappen gezet. Daarover
wordt u separaat geïnformeerd door de Staatssecretaris.
De voornoemde afspraken en maatregelen zijn er allemaal op gericht de jaarrekeningencyclus
met ingang van aankomend voorjaar weer te normaliseren.
Van belang is dat de genoemde afspraken ook echt tot stand komen en dat gemaakte afspraken
conform planning worden uitgevoerd. Ik blijf wat dat betreft nadrukkelijk betrokken
bij het proces, zoals ik dat ook gedaan heb met betrekking tot de problematiek 2013
en 2014 waarover nu overeenstemming bestaat. Zodra er stagnatie optreedt bekijkt VWS
samen met partijen waar dat aan ligt en bespreekt VWS met partijen wat er moet gebeuren
om tot een oplossing te komen.
Ik blijf ook alert op eventuele nieuwe of andere signalen van risico’s die van invloed
kunnen zijn op de tijdige deponering van de jaarrekeningen. GGZ Nederland noemt daarbij
bijvoorbeeld nog de financiële onzekerheden die voor een instelling kunnen voortvloeien
uit de samenloop van contractafspraken die met zorgverzekeraars en gemeenten zijn
gemaakt. Ik blijf ook wat dit soort signalen betreft vinger aan de pols houden en
spreek waar nodig partijen aan op hun verantwoordelijkheid.
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zal u over de verdere ontwikkelingen
blijven informeren.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers