Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 oktober 2016
Over wachttijden in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) en de acties die ik onderneem,
heb ik u op 22 september jongstleden uitgebreid geïnformeerd door middel van het verslag
van een schriftelijke overleg1. De wachttijden in de ggz staan niet alleen scherp op mijn netvlies maar ook op het
netvlies van de partijen in de zorg die in de dagelijkse praktijk de wachttijden binnen
de geldende normen kunnen en moeten houden.
Wachttijden algemeen
Ik vind het onwenselijk als mensen te lang moeten wachten op zorg. Te lang is langer
dan de (Treek)normen die door het zelf veld zijn opgesteld: maximaal 4 weken wachten
tot een eerste intake, en daarna nog maximaal 10 weken tot de start van de daadwerkelijke
behandeling. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) monitort de wachttijden jaarlijks
via de Marktscan. Hieruit blijkt dat de totale wachttijd binnen de afgesproken norm
van 14 weken blijft. Desondanks vind ik ze toch te lang, met name de wachttijd tot
een eerste intake, waar de norm van 4 weken die er voor staat te vaak wordt overschreden.
Ik heb daarom verschillende acties ingezet en geef hieronder de stand van zaken aan
bij die acties. De NZa beziet op mijn verzoek of de afgesproken normen voor wachttijden
überhaupt nog adequaat zijn en is nu in gesprek hierover met patiëntenorganisaties,
aanbieders en verzekeraars. Daarnaast onderzoekt de NZa momenteel de lange wachttijden
voor de behandeling van specifieke diagnoses zoals autisme. De resultaten hiervan
zijn in november/december te verwachten. Ook hebben zorgverzekeraars bij de NZa verbeterplannen
ingediend over inzicht in de wachttijden voor hun verzekerden. Eind van deze maand
zal de NZa aangeven of er en zo ja welke vervolgstappen nodig zijn. Verder heeft de
NZa zorgaanbieders sinds april dit jaar verplicht om wachttijden op hun website te
plaatsen, zodat dit inzichtelijk wordt voor mensen zelf en voor zorgverzekeraars,
zodat zij op basis hiervan in actie kunnen komen.
In het bestuurlijk overleg van 29 september over de Agenda voor gepast gebruik en
transparantie hebben partijen gevraagd of ik regie wil nemen om op regionaal niveau
de situatie in kaart te brengen omdat de problematiek vaak per regio nogal verschilt.
Daarom wordt binnenkort in vier regio’s met partijen de gehele keten doorlopen, waarbij
in kaart gebracht wordt of en waar de doorstroom in de keten stokt. Ook de achterliggende
knelpunten (bijvoorbeeld: is er te weinig ingekocht, zijn er te weinig behandelaren,
is de informatievoorziening onvoldoende etc.) worden met elkaar besproken en benoemd.
De geïnventariseerde knelpunten moeten vervolgens leiden tot een plan waarin concreet
wordt aangegeven hoe de wachttijden worden aangepakt en wat daarvoor nodig is. De
knelpunten worden belegd bij de partij waar de verantwoordelijkheid ligt. Daarnaast
kunnen we met deze praktische aanpak de lessen die we leren ook weer overbrengen naar
andere plekken in Nederland.
Wachttijden quickscan GGZ Nederland
GGZ Nederland heeft in de zomer van 2016 een quickscan gehouden die door 24 leden
is ingevuld. In de quickscan wordt de relatie gelegd tussen oplopende wachttijden
en de scherpe afspraken die zorgverzekeraars maken met zorgaanbieders. De quickscan
laat geen nieuwe informatie zien ten opzichte van de marktscan van de NZa; met name
de wachttijd tot een eerste intake wordt overschreden (52% geeft een aanmeldtijd langer
dan 4 weken voor volwassenen), de wachttijd voor de daadwerkelijke behandeling blijft
binnen de gestelde Treeknorm van 10 weken (96% van de respondenten voldoet hieraan).
Zorgaanbieders die te maken hebben met wachttijden moeten dit altijd aangeven bij
hun zorgverzekeraar. Verzekeraars hebben in het hierbovengenoemde bestuurlijk overleg
van 29 september jl. dit nogmaals aangegeven in de richting van patiënten en aanbieders.
Zorgverzekeraars hebben een zorgplicht voor hun verzekerden. Als de oorzaak van de
wachttijden gelegen is in contractafspraken moeten partijen samen kijken naar een
passende oplossing. Een voorbeeld van een oplossing is dat de verzekerde door de zorgverzekeraar
bemiddeld wordt naar een zorgaanbieder die wel nog plek heeft. De zorgaanbieder kan
de verzekerde ook op de mogelijkheid van wachtlijstbemiddeling door de zorgverzekeraar
wijzen. Overigens gaf de NZa in haar onderzoek van november 2015 aan dat de wachttijden
niet zo zeer te maken lijken te hebben met dat er te weinig zorg is ingekocht, maar
dat de budgetten niet goed verdeeld zijn tussen de verschillende aanbieders. Er is
voldoende budgettaire ruimte in het GGZ kader voor zorgverzekeraars om adequate afspraken
te maken met zorgaanbieders. Tevens gaf de NZa aan dat er ook andere oorzaken zijn,
zoals onvoldoende informatie over wachttijden en de mogelijkheid van wachtlijstbemiddeling,
en het aanbod dat in de ggz beschikbaar is.
De quickscan van GGZ Nederland gaat ook over de wachttijden in de jeugdzorg. Daarover
informeert de Staatssecretaris van VWS u binnenkort door middel van de voortgangsbrief
Jeugdwet.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E.I. Schippers