Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 31 maart 2016
Hierbij berichten wij u over hoe door ons uitvoering wordt gegeven aan de moties van
het lid Van Tongeren (Kamerstuk 25 422, nr. 129) en Jan Vos en Van Tongeren (Kamerstuk 25 422, nr. 131), ingediend bij het Verslag Algemeen Overleg Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming
op 17 december 2015 (Handelingen II 2015/16, nr. 39, item 8).
In de moties wordt de regering verzocht om te onderzoeken wat er nodig is om voldoende
reserves te vormen voor het ontmantelen van de kerncentrale Borssele (motie van het
lid Van Tongeren) en om met de N.V. Elektriciteits-Productiemaatschappij Zuid-Nederland
(EPZ) in overleg te treden en te bewerkstelligen dat het amoveringsfonds adequaat
gevuld wordt (motie van de leden Jan Vos en Van Tongeren).
Verplichting tot zekerheidstelling
EPZ heeft, als vergunninghouder van een kernenergiecentrale, de verplichting om financiële
zekerheid te stellen voor de dekking van de kosten die voortvloeien uit het buiten
gebruik stellen en het ontmantelen van de kerncentrale (artikel 15f van de Kernenergiewet,
Kew).
Het doel van de verplichting om financiële zekerheid te stellen is te zorgen dat de
vergunninghouder op het moment dat de centrale buitengebruik wordt gesteld en ontmanteld
over voldoende middelen beschikt om de kosten hiervan te dragen. Hiermee moet worden
voorkomen dat de kosten voor rekening komen van de belastingbetaler. De vergunninghouder
wordt op deze wijze verplicht om tijdig te beginnen met het opbouwen van voldoende
middelen om de ontmanteling te kunnen bekostigen.
De financiële zekerheid wordt gesteld in een of meer van de volgende vormen (artikel
15f Kew):
-
a. een borgtocht of een bankgarantie;
-
b. het deelnemen aan een daartoe ingesteld fonds dat naar het oordeel van Onze genoemde
Ministers voldoende waarborg biedt dat de in het eerste lid bedoelde kosten zijn gedekt;
-
c. het treffen van enige andere voorziening die naar het oordeel van Onze genoemde Ministers
voldoende waarborg biedt dat de in het eerste lid bedoelde kosten zijn gedekt.
De wijze van financiële zekerheidstelling moet door ons (Minister van Infrastructuur
en Milieu en Minister van Financiën) worden goedgekeurd. De aanvraag tot het stellen
van financiële zekerheid dient ten minste elke vijf jaar te worden geactualiseerd
op grond van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen (art. 29 en 44b).
Actualisering zekerheidsstelling
In maart 2012 hebben de Ministers van Economische Zaken en van Financiën de door EPZ
aangegeven zekerheid voor de ontmantelingkosten van de kerncentrale Borssele goedgekeurd.
In de aanvraag om goedkeuring van de financiële zekerheidstelling heeft EPZ aangegeven
hoe zij het benodigde doelvermogen voor de ontmanteling zal gaan bereiken.
Het doelbedrag zal op basis van de gestelde zekerheid op 31 december 2031 beschikbaar
zijn. Daarbij is er vanuit gegaan dat de kerncentrale op 31 december 2033 sluit, zoals
bepaald in de Kernenergiewet (artikel 15a, lid 1).
Conform de Kernenergiewet, het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen en
de Regeling buitengebruikstelling en ontmanteling nucleaire inrichtingen dienen het
ontmantelingplan en de financiële zekerheidstelling ervan regelmatig te worden geactualiseerd.
Deze actualisering moet volgens het Besluit iedere vijf jaar plaatsvinden. Reden hiervoor
is dat zowel de ingeschatte ontmantelingkosten, die in de toekomst liggen, als de
groei van de spaarpot met onzekerheden zijn omgeven. Dit houdt in dat EPZ in 2016
een geactualiseerd ontmantelingplan zal moeten indienen ter goedkeuring van de Autoriteit
Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS). Op basis van dit goedgekeurde
en geactualiseerde ontmantelingplan worden de kosten van de ontmanteling herberekend
en zal EPZ er zorg voor moeten dragen dat zij opnieuw een door ons goedgekeurde financiële
zekerheidstelling heeft.
Huidige situatie aangaande de vergunninghouder
Recent heeft de media meerdere malen bericht over de financiële positie van energiebedrijf
Delta. Delta is grootaandeelhouder van EPZ. Wij hebben contact met EPZ om te bezien
of dit gevolgen heeft voor de huidige financiële zekerheidstelling en blijven de ontwikkelingen
volgen. Indien in de toekomst blijkt dat de verplichtingen die voortkomen uit wet-
en regelgeving niet worden gerealiseerd, zal overleg plaatsvinden over te nemen stappen.
Hiermee wordt uitvoering gegeven aan uw moties.
De Minister van Infrastructuur en Milieu,
M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus
De Minister van Financiën,
J.R.V.A. Dijsselbloem