25 295 Infectieziektenbestrijding

U VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 1 december 2021

De leden van de commissies voor Justitie en Veiligheid (J&V)1, Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)2, en Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat/Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ)3 hebben kennisgenomen van de brief van 3 september 2021 over het ontwerpbesluit, houdende tijdelijke bepalingen ter uitvoering van de Europese verordening over certificaten met betrekking tot covid-19 (Tijdelijk besluit DCC).4 De leden van de PVV-fractie hebben naar aanleiding van de nota van toelichting nog enige vragen.

Naar aanleiding hiervan is op 8 oktober 2021 een brief gestuurd aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

De Minister heeft op 5 november 2021 aangegeven dat het beantwoorden van de vragen niet binnen de gestelde termijn mogelijk is.

De Minister heeft op 1 december 2021 inhoudelijk gereageerd.

De commissies brengen bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier voor dit verslag, De Boer

BRIEF VAN DE VOORZITTERS VAN DE VASTE COMMISSIES VOOR JUSTITIE EN VEILIGHEID, VOOR VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT EN VOOR BINNENLANDSE ZAKEN EN DE HOGE COLLEGES VAN STAAT/KONINKRIJKSRELATIES ALGEMENE ZAKEN EN HUIS VAN DE KONING

Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Den Haag, 8 oktober 2021

De leden van de commissies voor Justitie en Veiligheid (J&V), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), en Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat/Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van 3 september 2021 over het ontwerpbesluit, houdende tijdelijke bepalingen ter uitvoering van de Europese verordening over certificaten met betrekking tot covid-19 (Tijdelijk besluit DCC).5 De leden van de PVV-fractie hebben naar aanleiding van de nota van toelichting nog enige vragen.

Op pagina 1 van de nota van toelichting staat: «De verordening kent een werkingsduur van 12 maanden. Afhankelijk van de epidemiologische situatie met betrekking tot de pandemie van covid-19, kan in Europees verband eventueel besloten worden tot verlenging.» De leden van de PVV-fractie vernemen graag op basis van welke concrete indicatoren een eventuele verlenging in Europees verband wordt afgewogen en wat specifiek de Nederlandse insteek daarbij is.

Op pagina 2 staat vermeld: «Een belangrijk verschil met de nationale coronatoegangsbewijzen is dat de Europese certificaten meer gegevens bevatten en dat deze gegevens ook kunnen worden gelezen bij het tonen van het certificaat». Kan worden aangegeven welke gegevens dit specifiek betreft en hoe dit zich verhoudt tot de uitgangspunten van dataminimalisatie en privacybescherming?

Over het COVID-vaccinatie Informatie- en Monitoringsysteem (CIMS) van het RIVM wordt op pagina 3 opgemerkt: «Dit systeem is opgezet om informatie te vergaren ten behoeve van de infectieziektebestrijding; ook kunnen gevaccineerde personen zo nodig geïnformeerd worden over bijwerkingen van vaccins.» Welke informatie wordt hiermee vergaard en op welke wijze? Hoe werkt dit informeren over bijwerkingen van vaccins concreet? De leden van de PVV-fractie willen ook graag weten waarom alleen gevaccineerde personen over de bijwerkingen worden geïnformeerd en hoe deze informatie over bijwerkingen tot stand komt. Wordt dit bijvoorbeeld door het Bijwerkingencentrum Lareb aangeleverd? Hoe wordt bepaald of en wanneer deze informatie wordt gedeeld? Kunt u een overzicht van de thans beschikbare informatie over de bijwerkingen van vaccins?

In de nota van toelichting staat op pagina 5: «Met het oog op het bevorderen van het vrij verkeer van personen voorziet de verordening in afgifte, verificatie en aanvaarding van interoperabele vaccinatie, test en herstelcertificaten». De leden van de PVV-fractie vragen in hoeverre het «bevorderen van vrij verkeer van personen» ook onverminderd van toepassing is op personen die (vrijwillig) de keus maken om niet te vaccineren of te testen of uit principe geen gebruik willen maken van een QR-coronacertificaat. Zijn voor deze groep de certificaten niet juist belemmerend in plaats van bevorderend in het vrij verkeer van personen?

«Bij het gegevensverkeer worden daarnaast gegevens gebruikt zoals een Ip-adres». De leden van deze fractie vragen voor welk doel, met welke noodzaak en onder welke voorwaarden in dit verband een Ip-adres wordt gebruikt.

«Teneinde de persoonsgegevens voor certificaten beschikbaar te kunnen maken, treft de Minister van VWS verder de benodigde technische voorzieningen om zorgaanbieders, GGD'en en het RIVM in staat te stellen hun automatiseringssystemen voor dit doel aan te sluiten op CoronaCheck, de webapplicatie en de portalapplicatie. Bij het aanbieden van deze software worden gebruiks- en aansluitvoorwaarden gesteld, waarbij het vooral om veiligheid en betrouwbaarheid van de gegevens en het gegevensverkeer gaat.» Kunt u aangeven hoe deze op pagina 5 vermelde gebruiks- en aansluitvoorwaarden tot stand komen, wat de concrete strekking van deze voorwaarden wordt en in hoeverre hier gebruik wordt gemaakt van open source software?

«Wat betreft het RIVM en de GGD'en wordt nog opgemerkt dat deze ook bestuurlijk kunnen worden aangesproken op een adequate uitvoering van de verordening en de regeling. Het RIVM ressorteert onder de Minister van VWS en de GGD'en vallen onder de colleges van burgemeester en wethouders, al dan niet via een gemeenschappelijke regeling» (pagina 8 van de nota van toelichting). Tot nu toe is altijd gesteld dat de GGD’en het coronabeleid uitvoeren in opdracht van het Ministerie van VWS en er daarmee dus geen directe betrokkenheid en verantwoordelijkheid is vanuit de lokale overheid. De leden van de PVV-fractie krijgen graag uitgelegd waarom nu toch de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de colleges van B&W wordt genoemd en wat dan concreet hun rol, betrokkenheid en verantwoordelijkheid is bij de uitvoering van dit beleid. Kunt u tevens aangeven hoe de gemeenteraden betrokken worden als er sprake is van aanspreekbaarheid van de colleges van B&W?

«De uitgifte door de Minister van VWS is niet gericht op enig rechtsgevolg. Ook de verordening verbindt geen juridische consequenties aan het al dan niet bezitten van een certificaat.» Nu op pagina 9 gesteld wordt dat het certificaat niet gericht is op enig rechtsgevolg en er geen juridische consequenties aan verbonden worden, vragen deze leden of er in het verlengde van deze redenering dus ook geen rechtsgevolg of consequenties zitten aan het niet overleggen van dit certificaat en er dus vanwege het niet tonen van dit certificaat ook op geen enkele manier boetes of andere maatregelen kunnen worden opgelegd.

Ingevolge artikel 5, derde lid, van de Europese Verordening moet het certificaat duidelijk vermelden of de vaccinatie voltooid is, zo staat op pagina 12 van de nota van toelichting: «Daarvan is uiteraard sprake als alle doses van de vaccinatiecyclus zijn toegediend. Een vaccinatie wordt ook als voltooid aangemerkt indien één van de twee doses van een cyclus is toegediend aan iemand die eerder geïnfecteerd was met het coronavirus.» Kunt u uitsluiten dat in dit kader voor een voltooide vaccinatie om meer dan twee doses zal worden gevraagd? De leden van de PVV-fractie vernemen graag hoe met de toepassing van het certificaat wordt omgegaan als andere landen wel meer dan twee doses eisen voor de status van voltooide vaccinatie. Zij vragen ook of de geldigheid van het certificaat behouden blijft indien de gebruiker na vaccinatie of herstel alsnog positief op corona test.6 Zorgen deze maatregelen hierdoor niet louter voor schijnveiligheid?

De EU heeft onlangs afspraken gemaakt met niet-EU landen zoals Marokko en Turkije over het erkennen van de corona-certificaten.7 De leden van de PVV-fractie vragen tot slot in hoeverre deze landen daarmee inzage krijgen in medische gegevens en andere privacygevoelige data.

De leden van de commissies voor Justitie en Veiligheid (J&V), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat/Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag bij voorkeur voor vrijdag 5 november 2021.

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, De Boer

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Adriaansens

De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat/Koninkrijksrelaties Algemene Zaken en Huis van de Koning, Dittrich

BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 november 2021

De reactie op uw brief van 5 november 2021 inzake Uitvoering Europese verordening certificaten met betrekking tot covid-19 kan tot mijn spijt niet binnen de verzochte termijn (voor vrijdag 5 november 2021) worden beantwoord).

De reden van het uitstel is dat er meer tijd nodig is om intern de beantwoording van uw brief af te stemmen, zodat u een gedegen inhoudelijke reactie ontvangt.

Ik zal u uiterlijk woensdag 17 november 2021 mijn reactie doen toekomen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 december 2021

Hierbij treft u de antwoorden aan op de vragen van de PVV-fractie van 8 oktober 2021 over de nota van toelichting met betrekking tot het Tijdelijk besluit DCC.

Op pagina 1 van de nota van toelichting staat: «De verordening kent een werkingsduur van 12 maanden. Afhankelijk van de epidemiologische situatie met betrekking tot de pandemie van covid-19, kan in Europees verband eventueel besloten worden tot verlenging.» De leden van de PVV-fractie vernemen graag op basis van welke concrete indicatoren een eventuele verlenging in Europees verband wordt afgewogen en wat specifiek de Nederlandse insteek daarbij is.

Het EU Digitaal Corona Certificaat (DCC) maakt het mogelijk om op een verantwoorde manier vrij te kunnen reizen binnen de Europese Unie, en tussen de EU en derde landen die zijn aangesloten op het DCC-systeem via de DCC-equivalentieprocedure.

De uitgifte van DCC’s wordt geregeld in de verordening betreffende het Europees Digitaal Corona Certificaat. Uiterlijk op 31 maart 2022 dient de Commissie bij het Europees parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van de verordening. Het verslag kan vergezeld gaan van wetgevingsvoorstellen, met name om de toepassingsperiode van deze verordening te verlengen, rekening houdend met de ontwikkeling van de epidemiologische situatie betreffende de COVID-19-pandemie. De uitgifte van DCC’s blijft noodzakelijk zolang landen het DCC als reismaatregel verplichten.

In welke gevallen het DCC wordt gevraagd aan inreizigers is aan de lidstaten zelf. Dit wordt niet geregeld in de Europese verordening. Wel zijn hier Europese afspraken over gemaakt in Raadsaanbeveling 2020/1475. Voor Nederland geldt dat de huidige epidemiologische situatie in Nederland, maar ook in het buitenland, reden vormt om voorlopig vast te houden aan het DCC voor inreizen. Bij een te hoge besmettingsgraad in Nederland bestaat het risico op acute druk op de ziekenhuiszorg en de IC’s. Om dat risico te verkleinen, acht ik het van belang om het DCC voor reizen in stand te houden zolang de epidemiologische situatie binnen Europa daar om vraagt.

Op pagina 2 staat vermeld: «Een belangrijk verschil met de nationale coronatoegangsbewijzen is dat de Europese certificaten meer gegevens bevatten en dat deze gegevens ook kunnen worden gelezen bij het tonen van het certificaat». Kan worden aangegeven welke gegevens dit specifiek betreft en hoe dit zich verhoudt tot de uitgangspunten van dataminimalisatie en privacybescherming?

Het internationale DCC bevat meer gegevens dan het nationale coronatoegangsbewijs. Hiertoe is door de EC besloten omdat lidstaten eigen inreisregels wilden kunnen stellen aan reizigers, afhankelijk van het land van herkomst. In de bijlage van de Verordening, als ook op www.coronacheck.nl/privacy, vindt u een overzicht van de gegevensvelden van de verschillende certificaten.8

Afhankelijk van het soort bewijs (test-, vaccinatie-, of herstelbewijs) bevat het Europese certificaat in ieder geval de voor- en achternaam, geboortedatum, alsook de uitgever van het certificaat en de unieke certificaatidentificatiecode. In het geval van een testbewijs bevat deze aanvullend daarop het testtype, de testnaam, testproducent, testdatum, testuitslag, testinstantie, en lidstaat waar de test is afgenomen. In het geval van een vaccinatiebewijs worden de volgende gegevens getoond: vaccintype, vaccin en producent, het aantal gekregen doses, vaccinatiedatum en lidstaat waarin is gevaccineerd. Herstelbewijzen tonen de datum van de eerste positieve test, lidstaat waar de test is afgenomen als ook de geldigheid van dit type certificaat. Dit in tegenstelling tot nationale coronatoegangsbewijzen die naast de geldigheidsduur van het bewijs enkel summiere persoonsgegevens zoals de eerste letter van de voornaam, eerste letter van de achternaam, geboortedag en de geboortemaand bevatten.

Over het COVID-vaccinatie Informatie- en Monitoringsysteem (CIMS) van het RIVM wordt op pagina 3 opgemerkt: «Dit systeem is opgezet om informatie te vergaren ten behoeve van de infectieziektebestrijding; ook kunnen gevaccineerde personen zo nodig geïnformeerd worden over bijwerkingen van vaccins.» Welke informatie wordt hiermee vergaard en op welke wijze?

Het RIVM registreert de gegevens van gevaccineerde mensen in het COVID-vaccinatie Informatie- en Monitoringssysteem (CIMS) als zij daar toestemming voor geven. Het RIVM gebruikt de gegevens om de effectiviteit van het vaccinatieprogramma te meten, te weten hoeveel mensen in Nederland zijn gevaccineerd en om de effectiviteit van de verschillende vaccins te monitoren. Ook kan het RIVM contact opnemen met de gevaccineerde persoon als dat nodig is, bijvoorbeeld als er een probleem met een bepaalde batch zou blijken te zijn of een onverwachte ernstige bijwerking zou optreden.

Als betrokkene toestemming geeft om de gegevens te delen met het RIVM, dan geeft de zorgverlener die de vaccinatie zet, de volgende gegevens door aan het RIVM: burgerservicenummer (BSN), geboortedatum, naam, adres, reden van vaccinatie (zoals medische indicatie, beroep of leeftijd), datum en plaats van vaccinatie, naam vaccin en serienummer. De juridische grondslag voor het verwerken van de vaccinatiegegevens (medische persoonsgegevens) voor het RIVM is geregeld in artikel 6 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Indien mensen geen toestemming verlenen voor het delen van hun gegevens, dan kunnen zij nog steeds een coronavaccinatie krijgen. Het RIVM krijgt dan alleen anoniem gemaakte gegevens over het proces. Deze gegevens zijn niet naar de gevaccineerde persoon te herleiden.

Het RIVM mag persoonsgegevens gebruiken voor het versturen van uitnodigingen en herinneringen voor vaccinatie. Daarvoor hoeft het RIVM geen toestemming te vragen. De persoonsgegevens ontvangt het RIVM uit de Basis Registratie Personen (BRP). Dit vloeit voort uit artikel 3 van de Wet op het RIVM. Het RIVM mag ook persoonsgegevens verwerken in het CIMS.

Een persoon heeft altijd het recht om zijn of haar persoonsgegevens en vaccinatiegegevens in te zien bij het RIVM en desgewenst te laten verwijderen.

Hoe werkt dit informeren over bijwerkingen van vaccins concreet? De leden van de PVV-fractie willen ook graag weten waarom alleen gevaccineerde personen over de bijwerkingen worden geïnformeerd en hoe deze informatie over bijwerkingen tot stand komt. Wordt dit bijvoorbeeld door het Bijwerkingencentrum Lareb aangeleverd? Hoe wordt bepaald of en wanneer deze informatie wordt gedeeld? Kunt u een overzicht van de thans beschikbare informatie over de bijwerkingen van vaccins?

Bijwerkingencentrum Lareb kan door alle Nederlanders worden geraadpleegd over mogelijke bijwerkingen van de coronavaccins. Dit gebeurt voornamelijk via de eigen website www.lareb.nl waar deze informatie voor iedereen toegankelijk is. Elke twee weken is er een update met de meest recente stand van zaken.

Lareb krijgt informatie over bijwerkingen van vaccins door meldingen en door het actief volgen van mensen via vragenlijsten. Elke Nederlander kan een melding bij Lareb doen. Dit is een individuele beslissing. De meldingen worden geanalyseerd, soms samen met gegevens op Europees en mondiaal niveau en in samenhang met de wetenschappelijke medische literatuur. Indien een nieuwe bijwerking gevonden wordt, wordt dit gecommuniceerd met de partijen die op de hoogte gesteld moeten worden. Dit zijn onder andere de medicijnautoriteit College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, het RIVM, Ministerie van VWS, zorgverleners en de Nederlandse burgers. Op basis van deze informatie kan elk partij dan beslissen of deze informatie wel of niet moet leiden tot aanpassingen van het vaccinatiebeleid.

Het is mogelijk dat een bijwerking het gevolg is van een afwijking in een «vaccin-batch». Daarom is het belangrijk om ook het batchnummer van de gegeven vaccins te weten, daarmee kunnen dit soort problemen worden geïdentificeerd. Het batchnummer wordt gevraagd in het Lareb meldformulier, of als de melder het nummer niet weet, dan kan met toestemming van de melder het nummer opgehaald worden uit het CIMS. Mocht Lareb onverhoopt een kans op een ernstige bijwerking of een fout in een bepaalde batch vinden, dan is het mogelijk om via het CIMS contact op te nemen met alle mensen die gevaccineerd zijn met die batch en die toestemming hebben gegeven om die informatie met het RIVM te delen, zodat zij persoonlijk op de hoogte gesteld kunnen worden van de mogelijke risico’s.

In de nota van toelichting staat op pagina 5: «Met het oog op het bevorderen van het vrij verkeer van personen voorziet de verordening in afgifte, verificatie en aanvaarding van interoperabele vaccinatie, test en herstelcertificaten». De leden van de PVV-fractie vragen in hoeverre het «bevorderen van vrij verkeer van personen» ook onverminderd van toepassing is op personen die (vrijwillig) de keus maken om niet te vaccineren of te testen of uit principe geen gebruik willen maken van een QR-coronacertificaat. Zijn voor deze groep de certificaten niet juist belemmerend in plaats van bevorderend in het vrij verkeer van personen?

De verordening waar in de toelichting naar verwezen wordt, betreft de EU-verordening 2021/953 van het Europees parlement en de raad van 14 juni 2021 betreffende een kader voor de afgifte, verificatie en aanvaarding van interoperabele COVID-19-vaccinatie-, test- en herstelcertificaten (digitaal EU-COVID-certificaat) teneinde het vrije verkeer tijdens de COVID-19-pandemie te faciliteren. Aanleiding voor de verordening is het fundamentele recht van lidstaten om vrij verkeer te beperken om redenen van volksgezondheid.

De verordening voorziet in een geharmoniseerde aanpak om te voorkomen dat lidstaten elk afzonderlijk maatregelen afkondigen met als gevolg aanzienlijke verstoringen bij de uitoefening van het recht van vrij verkeer en belemmeringen van de goede werking van de interne markt, waaronder de toerismesector, aangezien nationale autoriteiten en passagiersvervoersdiensten, zoals luchtvaartmaatschappijen, spoorwegondernemingen, touringcardiensten en veerdiensten, dan kunnen worden geconfronteerd met een breed scala aan uiteenlopende documentformaten.

In welke gevallen het DCC wordt gevraagd aan inreizigers is aan de lidstaten zelf. Dit wordt niet geregeld in de Europese verordening. Wel zijn hier Europese afspraken over gemaakt in Raadsaanbeveling 2020/1475. Voor Nederland geldt dat de huidige epidemiologische situatie in Nederland, maar ook binnen in het buitenland, reden vormt om voorlopig vast te houden aan het DCC voor inreizen.

In dat kader wordt voorgeschreven dat reizigers uit een aangewezen hoogrisicogebied, zeer hoogrisicogebied of uitzonderlijk hoogrisicogebied een DCC moeten tonen. De harmonisatie van deze certificaten conform de voorwaarden in de verordening en wederzijdse acceptatie van deze certificaten zorgt ervoor dat het vrije verkeer van personen wordt bevorderd.

«Bij het gegevensverkeer worden daarnaast gegevens gebruikt zoals een Ip-adres». De leden van deze fractie vragen voor welk doel, met welke noodzaak en onder welke voorwaarden in dit verband een Ip-adres wordt gebruikt.

Zoals ook in de Data Protection Impact Assessment (DPIA)9 van CoronaCheck beschreven, is voor het omzetten van test-, vaccinatie-, of herstelgegevens in een door de Minister van VWS digitaal ondertekend coronabewijs, een IP-adres van de smartphone van de betreffende burger nodig. Dit om via het internet verbinding te kunnen maken met de servers van VWS waar dit gebeurt. Het IP-adres zelf wordt niet vastgelegd maar wordt enkel bewaard voor logging ten behoeve van beveiligingsdoeleinden en na maximaal 7 dagen vernietigd. Betreffende servers zien daarnaast niet welk coronabewijs aan welk IP-adres is gekoppeld.

«Teneinde de persoonsgegevens voor certificaten beschikbaar te kunnen maken, treft de Minister van VWS verder de benodigde technische voorzieningen om zorgaanbieders, GGD'en en het RIVM in staat te stellen hun automatiseringssystemen voor dit doel aan te sluiten op CoronaCheck, de webapplicatie en de portalapplicatie. Bij het aanbieden van deze software worden gebruiks- en aansluitvoorwaarden gesteld, waarbij het vooral om veiligheid en betrouwbaarheid van de gegevens en het gegevensverkeer gaat.» Kunt u aangeven hoe deze op pagina 5 vermelde gebruiks- en aansluitvoorwaarden tot stand komen, wat de concrete strekking van deze voorwaarden wordt en in hoeverre hier gebruik wordt gemaakt van open source software?

Bij de aansluiting op CoronaCheck worden hoge eisen gesteld aan aspecten als privacy en informatiebeveiliging. Bescherming van persoonsgegevens wordt daarbij geborgd in aansluit- en gebruiksvoorwaarden. Daarbij moeten aanbieders ervoor zorgdragen dat de aansluiting op een wijze is beveiligd die in overeenstemming is met geldende wet- en regelgeving, waaronder in het bijzonder de AVG en de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg. Ook na aansluiting wordt hierop actief gemonitord.

In het geval van testaanbieders geldt dat strenge aansluitvoorwaarden worden gesteld voordat zij kunnen aansluiten op CoronaCheck. Deze hebben betrekking op onder andere technische vereisten en informatiebeveiliging en zijn openbaar in te zien via de website van de rijksoverheid.10 Als onderdeel van de aansluitprocedure wordt gevraagd om ter ondersteuning hiervan bewijsstukken aan te leveren die onder meer bestaan uit een DPIA en een pentestrapportage.

Alle software die door het Ministerie van VWS wordt ontwikkeld ter ondersteuning van het Coronatoegangsbewijs en het internationale DCC bewijs wordt gepubliceerd als open source.

«Wat betreft het RIVM en de GGD'en wordt nog opgemerkt dat deze ook bestuurlijk kunnen worden aangesproken op een adequate uitvoering van de verordening en de regeling. Het RIVM ressorteert onder de Minister van VWS en de GGD'en vallen onder de colleges van burgemeester en wethouders, al dan niet via een gemeenschappelijke regeling» (pagina 8 van de nota van toelichting). Tot nu toe is altijd gesteld dat de GGD’en het coronabeleid uitvoeren in opdracht van het Ministerie van VWS en er daarmee dus geen directe betrokkenheid en verantwoordelijkheid is vanuit de lokale overheid. De leden van de PVV-fractie krijgen graag uitgelegd waarom nu toch de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de colleges van B&W wordt genoemd en wat dan concreet hun rol, betrokkenheid en verantwoordelijkheid is bij de uitvoering van dit beleid. Kunt u tevens aangeven hoe de gemeenteraden betrokken worden als er sprake is van aanspreekbaarheid van de colleges van B&W?

Aan de GGD’en is op basis van art 7, eerste lid Wpg opgedragen een aantal maatregelen te treffen ter bestrijding van de COVID-19 pandemie. Daarnaast voeren de GGD’en opgedragen wettelijke taken uit, zoals bijvoorbeeld opgenomen in het Tijdelijk besluit DCC. Hierover is veel afstemming tussen de Staat en GGD’en om de wettelijke taken goed te kunnen uitvoeren. Op basis van het genoemde bevel worden de GGD’en financieel gecompenseerd. De GGD’en leggen op reguliere wijze verantwoording af aan de colleges van burgemeester en wethouders en – al dan niet via de burgemeester en wethouders – aan de raden van de betrokken gemeentes. Dit volgt uit art 14, eerste lid, Wpg, waarin is vastgelegd dat de colleges van burgemeesters en wethouders via gemeenschappelijke regelingen zorgdragen voor de instandhouding van een GGD, de Wet gemeenschappelijke regelingen, waarin onder andere staat op welke wijze een gemeenschappelijke regeling verantwoording aflegt en de Gemeentewet waarin onder andere staat op welke wijze de colleges van burgemeesters en wethouders verantwoording afleggen aan de gemeenteraad.

Daarnaast heeft de Staat door middel van dienstverleningsovereenkomsten diverse opdrachten gegeven aan de Stichting Projectenbureau Publieke Gezondheid en Veiligheid Nederland handelende onder de naam GGD GHOR Nederland, bijvoorbeeld ten aanzien van het uitvoeren van een bron- en contactonderzoek en het inrichten van een landelijk klantcontactcentrum. De GGD GHOR legt hiervoor rechtstreeks verantwoording af aan het Ministerie van VWS.

«De uitgifte door de Minister van VWS is niet gericht op enig rechtsgevolg. Ook de verordening verbindt geen juridische consequenties aan het al dan niet bezitten van een certificaat.» Nu op pagina 9 gesteld wordt dat het certificaat niet gericht is op enig rechtsgevolg en er geen juridische consequenties aan verbonden worden, vragen deze leden of er in het verlengde van deze redenering dus ook geen rechtsgevolg of consequenties zitten aan het niet overleggen van dit certificaat en er dus vanwege het niet tonen van dit certificaat ook op geen enkele manier boetes of andere maatregelen kunnen worden opgelegd.

De verplichting om een resultaat (dat wil zeggen een testuitslag, vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2 of herstel van infectie met dit virus) te tonen moet worden onderscheiden van het verstrekken door de Minister van VWS van een certificaat c.q. QR-code. Dit laatste houdt in het vertalen van een resultaat door middel van een applicatie naar een machine-leesbare code.11 Het betreft daarmee enkel een bewijs van een feitelijke medische situatie. Waar het tonen van een resultaat wettelijk is voorgeschreven kan door middel van de CoronaCheck-applicatie een QR-code worden aangemaakt. Het niet overleggen van een certificaat in situaties waarin dit wel is voorgeschreven, kan wel degelijk consequenties hebben. Deze consequenties zijn voor wat betreft de Nederlandse situatie neergelegd in de Wet publieke gezondheid en de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19. De consequenties verschillen naar gelang de situatie. Zo kan een reiziger die naar Nederland wil reizen vanuit een hoogrisicogebied, zeer hoogrisicogebied of uitzonderlijk hoogrisicogebied de toegang tot het vervoermiddel worden geweigerd indien deze reiziger geen geldig certificaat kan tonen, dan wel kan deze persoon een boete krijgen op het moment dat er zonder geldig certificaat met eigen vervoer wordt gereisd. Bovendien kan een bezoeker de deelname aan een activiteit of de toegang tot een voorziening geweigerd worden als er geen geldig certificaat getoond kan worden indien dit bij wet en ministeriele regeling verplicht is gesteld.

Ingevolge artikel 5, derde lid, van de Europese Verordening moet het certificaat duidelijk vermelden of de vaccinatie voltooid is, zo staat op pagina 12 van de nota van toelichting: «Daarvan is uiteraard sprake als alle doses van de vaccinatiecyclus zijn toegediend. Een vaccinatie wordt ook als voltooid aangemerkt indien één van de twee doses van een cyclus is toegediend aan iemand die eerder geïnfecteerd was met het coronavirus.» Kunt u uitsluiten dat in dit kader voor een voltooide vaccinatie om meer dan twee doses zal worden gevraagd?

Een voltooide vaccinatiecyclus wordt in Nederland op dit moment gedefinieerd zoals in de vraag is aangegeven. Op dit moment is er geen medische aanleiding om meer dan twee doses te vragen. Een eventuele boostervaccinatie, die uit voorzorg wordt gegeven, maakt daarom geen onderdeel uit van de primaire vaccinatiecyclus. Of dit ook op de langere termijn zo zal blijven is nog niet bekend, dit hangt af van de ontwikkeling van de vaccineffectiviteit.

De leden van de PVV-fractie vernemen graag hoe met de toepassing van het certificaat wordt omgegaan als andere landen wel meer dan twee doses eisen voor de status van voltooide vaccinatie.

De Europese Verordening ten aanzien van het DCC laat aan de lidstaten om te bepalen wanneer zij een vaccinatiecyclus als voltooid aanmerken. Er kan dus niet worden uitgesloten dat lidstaten om meer dan twee doses zullen vragen, reizigers zullen in die gevallen zich dan moeten laten testen. Nederland vraagt dit niet, omdat daar op dit moment geen medische aanleiding voor is. Dit standpunt zal Nederland op de Europese onderhandelingstafels inbrengen.

Zij vragen ook of de geldigheid van het certificaat behouden blijft indien de gebruiker na vaccinatie of herstel alsnog positief op corona test.12 Zorgen deze maatregelen hierdoor niet louter voor schijnveiligheid?

Ja, het afgegeven coronacertificaat blijft geldig indien de gebruiker na vaccinatie of herstel alsnog positief test op corona. Het is de eigen verantwoordelijkheid van mensen om thuis te blijven na een positieve test en de eerder uitgegeven QR-code dan niet te gebruiken voor toegang. Het dringende en breed uitgedragen advies is om bij besmetting thuis te blijven.

Een coronatoegangsbewijs dat op basis van een volledige vaccinatie is afgegeven, kan niet worden ingetrokken zonder afbreuk te doen aan de hoge eisen van gegevensbescherming die zijn gesteld aan het ontwikkelen van de CoronaCheck-app. Bij de ontwikkeling van het Nederlandse coronatoegangsbewijs (zowel digitaal in de CoronaCheck-app als ook geprint op papier) is een afweging gemaakt in de balans tussen de bescherming van persoonsgegevens en het tegengaan van misbruik. De CoronaCheck-app is ontwikkeld volgens de principes van privacy- en security by design waarbij verschillende maatregelen zijn getroffen om de privacy van burgers te borgen. Onder meer zijn de gegevens alleen op de telefoon van de gebruiker beschikbaar nadat deze zelf zijn opgehaald en kan de app zonder verbinding met het internet worden gebruikt.

Deze ontwerpkeuzes staan automatisch intrekken van codes in de weg. Intrekken kan daarnaast ook niet over de volle breedte, omdat op papier uitgegeven coronatoegangsbewijzen niet ingetrokken kunnen worden. Wel zou, in theorie, aan de kant van de scanner een controle kunnen plaatsvinden om betreffende QR-code als ongeldig aan te merken. Om dat mogelijk te maken moeten coronatoegangsbewijzen technisch zo aangepast worden dat elk bewijs aan een specifiek persoon te koppelen is. Dit leidt ertoe dat kwaadwillenden CoronaCheck-gebruikers kunnen gaan volgen. Ook is het nodig dat de positieve testresultaten in een of andere vorm beschikbaar gemaakt worden voor alle scanners. Dat kan op twee manieren, namelijk door alle testresultaten aan alle scanners te distribueren of de scanner bij elke controle een database te laten raadplegen waarmee altijd een verbinding met internet beschikbaar moet zijn. Testresultaten beschikbaar stellen heeft het risico dat positieve testresultaten in verkeerde handen komen en geeft dus minder privacy waarborgen. De Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit doet nu bijvoorbeeld onderzoek naar een mogelijk datalek bij een bepaalde versleutelde lijst met ruim 39.000 codes die gebruikt wordt om QR-codes te blokkeren bij scannen. De voordelen van het wel kunnen intrekken van bewijzen wegen voor mij niet op tegen de nadelen hiervan en risico’s die daarbij ontstaan.

Het advies is dus om thuis te blijven als iemand positief is getest. Die maatregel gold vanaf het begin van deze crisis en nu nog net zo. Alleen op die manier wordt voorkomen dat anderen worden besmet.

De EU heeft onlangs afspraken gemaakt met niet-EU landen zoals Marokko en Turkije over het erkennen van de corona-certificaten.13 De leden van de PVV-fractie vragen tot slot in hoeverre deze landen daarmee inzage krijgen in medische gegevens en andere privacygevoelige data.

In de Europese verordening voor het DCC is inderdaad de mogelijkheid opgenomen dat COVID test-, herstel- en vaccinatiecertificaten uit derde landen als equivalent van het DCC kunnen worden erkend, mits zij aan de technische vereisten op het gebied van betrouwbaarheid en interoperabiliteit voldoen. Bij het scannen van deze certificaten kan de controleur de gegevens zien die in het DCC of equivalent staan. Dit betreffen medische gegevens. In de bijlage van de Verordening vindt u een overzicht van de datasets van de verschillende certificaten.14 Andersom geldt ook dat Nederlandse controleurs de gegevens kunnen zien die een buitenlandse bezoeker toont.

Op Europees niveau worden geen persoonsgegevens centraal opgeslagen, alleen de publieke digitale sleutels van alle aangesloten landen, zodat in elk land de geldigheid van een DCC uit een ander land kan worden vastgesteld aan de hand van de digitale handtekening.

Ik ga ervan uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge


X Noot
1

Samenstelling: Backer (D66), De Boer (GL) (voorzitter), Van Dijk (SGP), Van Hattem (PVV), Rombouts (CDA), Baay-Timmerman (50PLUS), Adriaansens (VVD), Arbouw (VVD), Bezaan (PVV), De Blécourt-Wouterse (VVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Janssen (SP), Karimi (GL), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD), Otten (Fractie-Otten), (ondervoorzitter), Recourt (PvdA), Rietkerk (CDA), Veldhoen (GL), Van Wely (Fractie-Nanninga), Nanninga (Fractie-Nanninga), Raven (OSF), Karakus (PvdA), Talsma (CU) en Hiddema (FVD).

X Noot
2

Samenstelling: Ganzevoort (GL), Gerkens (SP), Van Dijk (SGP), Van Hattem (PVV), Oomen-Ruijten (CDA), Rombouts (CDA), Bredenoord (D66), Koole (PvdA), De Bruijn-Wezeman (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), A.J.M. van Kesteren (PVV), Adriaansens (VVD), (voorzitter), Van der Burg (VVD), Dessing (FVD), Van Gurp (GL), Prast (PvdD), Van Pareren (Fractie-Nanninga), (ondervoorzitter), Prins (CDA), Vendrik (GL), Verkerk (CU), De Vries (Fractie-Otten), Van der Voort (D66), Keunen (VVD), Hermans (Fractie-Nanninga), Raven (OSF) en Karakus (PvdA).

X Noot
3

Samenstelling: Kox (SP), Ganzevoort (GL), De Boer (GL), Van Hattem (PVV), Pijlman (D66), Rombouts (CDA), Schalk (SGP), Koole (PvdA), Klip-Martin (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), Bezaan (VVD), Van der Burg (VVD), Crone (PvdA), Dittrich (D66), (voorzitter), Doornhof (CDA), Frentrop (FVD), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD), (ondervoorzitter), Rietkerk (CDA), Rosenmöller (GL), De Vries (Fractie-Otten), Keunen (VVD), Van der Linden (Fractie-Nanninga), Van Pareren (Fractie-Nanninga), Raven (OSF) en Talsma (CU).

X Noot
4

Kamerstukken I 2020/21, 25 295, P en bijlagen.

X Noot
5

Kamerstukken I 2020/21, 25 295, P en bijlagen.

X Noot
8

Verordening (EU) 2021/953 van het Europees parlement en de Raad van 14 juni 2021 betreffende een kader voor de afgifte, verificatie en aanvaarding van interoperabele COVID-19-vaccinatie-, test- en herstelcertificaten (digitaal EU-COVID-certificaat) https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A32021R0953#d1e32-22-1

X Noot
9

DPIA EU Digitaal Corona Certificaat & nationaal Coronatoegangsbewijs (Bijlage bij Kamerstuk 25 295, nr. 1356)

X Noot
11

Kamerstukken II, 2020/21, 35 807, nr. 3, p. 24

X Noot
14

Verordening (EU) 2021/953 van het Europees parlement en de Raad van 14 juni 2021 betreffende een kader voor de afgifte, verificatie en aanvaarding van interoperabele COVID-19-vaccinatie-, test- en herstelcertificaten (digitaal EU-COVID-certificaatEUR-Lex – 32021R0953 – EN – EUR-Lex (europa.eu)

Naar boven