25 268 Zelfstandige bestuursorganen

AG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 3 september 2026

De vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Klimaat en Groene Groei over Stand van de uitvoering 2025/2026 Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • • De uitgaande brief van 1 juli 2026.

  • • De antwoordbrief van 2 september 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, Karthaus

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ECONOMISCHE ZAKEN / KLIMAAT EN GROENE GROEI

Aan de Minister van Klimaat en Groene Groei

Den Haag, 1 juli 2026

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei hebben met belangstelling kennisgenomen van de Stand van de Uitvoering 2025/2026 van de Nederlandse Emissieautoriteit (hierna: NEa).2 Deze rapportage richt zich op de klimaatinstrumenten waarvoor de NEa verantwoordelijk is, zoals het EU Emissiehandelssysteem (inclusief nieuwe onderdelen als ETS2 en zeevaart), de verplichtingen voor hernieuwbare energie voor vervoer en aanvullende instrumenten zoals CBAM en nationale CO2-heffingen. De leden van de fractie van de BBB hebben naar aanleiding daarvan een aantal vragen en opmerkingen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de BBB

De NEa waarschuwt dat een eenzijdige focus op CO2-beprijzing vooral pijn doet bij en leidt tot het vertrek van de maakindustrie, oftewel «grijze krimp», zolang er geen reële duurzame alternatieven zijn. Hiermee verdwijnen ook vele banen in de regio.3 De fractieleden van de BBB vragen wat u gaat doen om dit te voorkomen.

Uit het rapport blijkt dat klimaatregels inmiddels zo complex zijn geworden dat de NEa bedrijven praktisch bij de hand moet nemen om ze te laten voldoen aan de wet, wat arbeidsintensief is.4 Wanneer begint u met een drastische vereenvoudiging van het stelsel?

Nederland legt zichzelf hoge klimaatdoelen op, maar tegelijkertijd lezen de leden van de BBB-fractie dat Nederland zelf maar 4% van de grondstoffen voor biobrandstoffen levert, terwijl maar liefst 70% van buiten de EU moet worden gehaald.5 Wat gaat u doen om de afhankelijkheid van landen van buiten de EU te verminderen?

De NEa geeft aan dat het toezicht op lange, internationale duurzaamheidsketens relatief fraudegevoelig is en lokaal toezicht soms tekortschiet, zoals bij houtpellets uit Maleisië.6 In hoeverre is hier nog sprake van een gelijk speelveld? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Het onrealistische ambitieniveau en de hoge snelheid van het Europese «Fit for 55»-pakket zorgen ervoor dat regels alweer worden gewijzigd voordat de implementatie goed en wel is gestart.7 Bent u bereid om op de rem te trappen om zo de uitvoerbaarheid van regelgeving te bevorderen? In hoeverre kan het Adviescollege Toetsing Regeldruk hierin een rol spelen? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

De leden van de BBB-fractie stellen dat Europese ICT-systemen, zoals het ETS Zeevaart-portaal en de Uniedatabase voor biobrandstoffen, onvoldoende aansluiten bij de praktijk. Dit kan volgens de NEa zelfs leiden tot een lagere naleving.8 Wat kunt u doen om de systemen beter aan te laten sluiten op de praktijk?

Een gelijk speelveld in Europa is cruciaal, maar doordat lidstaten allemaal op hun eigen, verschillende manieren handhaven, dreigt dit uit het zicht te verdwijnen.9 Wat gaat de u doen om te garanderen dat Nederlandse bedrijven niet te maken krijgen met veel strenger toezicht hier ten opzichte van bedrijven over de grens?

Het Emissiehandelssysteem (ETS) en andere klimaatheffingen leveren miljarden op, maar de NEa vraagt zich af of deze opbrengsten in alle gevallen wel effectief worden besteed.10 Kunt u inzicht geven in hoe deze miljarden nu (grofweg) besteed worden en hoe de effectiviteit van deze bestedingen geëvalueerd wordt?

Een afschrift van deze brief wordt gestuurd aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat.

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk op 1 september 2026, zodat deze in de eerste commissievergadering na het zomerreces behandeld kan worden.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, S.M. Kluit

BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 september 2026

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van de leden van de fractie van de BBB over de rapportage Stand van de Uitvoering 2025/2026 van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa), ingezonden 1 juli 2026.

De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer

181637

1

De NEa waarschuwt dat een eenzijdige focus op CO2-beprijzing vooral pijn doet bij en leidt tot het vertrek van de maakindustrie, oftewel «grijze krimp», zolang er geen reële duurzame alternatieven zijn. Hiermee verdwijnen ook vele banen in de regio. De fractieleden van de BBB vragen wat u gaat doen om dit te voorkomen.

Antwoord

Het kabinet zet langs twee lijnen in op behoud van de industrie door de industrie te helpen de noodzakelijke investeringen in uitstootreductie te kunnen doen en te werken aan een gelijk speelveld in de elektriciteitskosten. In het coalitieakkoord is opgenomen dat de CO2-heffing wordt afgeschaft en de hoge elektriciteitskosten voor de industrie gemitigeerd worden met de IKC-regeling en de envelop tegemoetkoming elektriciteitskosten. Om ervoor te zorgen dat de industrie ook daadwerkelijk de stap kan maken wordt volop ingezet op het uitbreiden van de beschikbaarheid van duurzame alternatieven, bijvoorbeeld via de versterking van het elektriciteitsnet en de realisatie van waterstof- en CO2-infrastructuur. Daarnaast stelt het kabinet diverse subsidies beschikbaar (SDE++, VEKI, DEI etc.) om verduurzamingsmogelijkheden betaalbaarder te maken.

2

Uit het rapport blijkt dat klimaatregels inmiddels zo complex zijn geworden dat de NEa bedrijven praktisch bij de hand moet nemen om ze te laten voldoen aan de wet, wat arbeidsintensief is. Wanneer begint u met een drastische vereenvoudiging van het stelsel?

Antwoord

Het kabinet hecht grote waarde aan zo eenvoudig mogelijke wetgeving. Tegelijk erkent het kabinet dat een zekere mate van regeldruk onvermijdelijk is bij een effectief instrumentarium voor het reduceren van emissies, onder meer voor monitoring en rapportage. Het kabinet gaat het Commissievoorstel voor de herziening van het ETS beoordelen op de effecten voor regeldruk en voorstellen doen om de regeldruk verder te verlagen.

3

Nederland legt zichzelf hoge klimaatdoelen op, maar tegelijkertijd lezen de leden van de BBB-fractie dat Nederland zelf maar 4% van de grondstoffen voor biobrandstoffen levert, terwijl maar liefst 70% van buiten de EU moet worden gehaald. Wat gaat u doen om de afhankelijkheid van landen van buiten de EU te verminderen?

Antwoord

Bijna 100% van de fossiele aardolie komt van buiten Nederland en de EU. Het kabinet kiest ervoor om steeds minder afhankelijk te worden van fossiele olie. Op dit moment komt al 30% van de grondstoffen uit de EU. Er is potentie om dit aandeel te vergroten, zonder dat dit ten koste gaat van de natuur. Het gebruik van vang-, dek- en tussengewassen op bestaande landbouwgronden is hier een mogelijkheid, net als het geschikt maken van een deel van de 20 miljoen hectare gedegradeerde gronden in Europa. Daarbij moeten we uiteraard ook rekening houden met de toenemende vraag die vanuit andere landen en sectoren groeit naar hernieuwbare grondstoffen, zoals voor hernieuwbare bouwmaterialen. In lijn met het Biogrondstoffenkader waakt het kabinet voor een onevenredige vraag naar biogrondstoffen voor binnenlands gebruik en weegt zij toepassing ervan tussen de sectoren. Vanaf dit jaar houdt de NEa – naast het herkomstland van de grondstoffen – ook bij in welk land de biobrandstof is geproduceerd. Dat vergroot het inzicht.

4

De NEa geeft aan dat het toezicht op lange, internationale duurzaamheidsketens relatief fraudegevoelig is en lokaal toezicht soms tekortschiet, zoals bij houtpellets uit Maleisië. In hoeverre is hier nog sprake van een gelijk speelveld? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Antwoord

Nederland zet zich in Europa in voor een steeds robuuster toezicht op de keten, om fraude te voorkomen. Wij doen dat door samen met Duitsland en andere Europese landen in te zetten op Europees toezicht op de duurzaamheidsschema’s waar grondstofhandelaren aan kunnen deelnemen voor duidelijk afgesproken richtlijnen over certificering, en door in te zetten op een betere taakverdeling tussen de lidstaten aangaande het toezicht op de certificeringsinstanties. De NEa voert bijvoorbeeld risicogericht toezicht uit op de duurzaamheid van groen gas. De Europese lanceert bovendien een Uniedatabank, waardoor de keten digitaal kan worden gevolgd. Deze stappen zorgen voor een versterking van de fraudebestendigheid. Ten aanzien van het gelijke speelveld zet het kabinet zich ook in voor harmonisatie en versterking van internationaal toezicht.

5

Het onrealistische ambitieniveau en de hoge snelheid van het Europese «Fit for 55»-pakket zorgen ervoor dat regels alweer worden gewijzigd voordat de implementatie goed en wel is gestart. Bent u bereid om op de rem te trappen om zo de uitvoerbaarheid van regelgeving te bevorderen? In hoeverre kan het Adviescollege Toetsing Regeldruk hierin een rol spelen? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Antwoord

Naar aanleiding van de vaststelling van het Europese klimaatdoel voor 2040 worden verschillende onderdelen van het Fit-for-55-pakket herijkt en verlengd om in lijn te komen met het klimaatdoel voor 2040. Het kabinet steunt deze aanpak. Het Adviescollege Toetsing Regeldruk wordt betrokken bij de opstelling van het BNC-fiche voor het herzieningsvoorstel en bij de uiteindelijke implementatie.

6

De leden van de BBB-fractie stellen dat Europese ICT-systemen, zoals het ETS Zeevaart-portaal en de Uniedatabase voor biobrandstoffen, onvoldoende aansluiten bij de praktijk. Dit kan volgens de NEa zelfs leiden tot een lagere naleving. Wat kunt u doen om de systemen beter aan te laten sluiten op de praktijk?

Antwoord

Het kabinet hecht veel waarde aan goed werkende Europese ICT-systemen met meerwaarde voor zowel het bedrijfsleven, als voor de uitvoering- en toezichttaken van lidstaten. Om deze systemen zo goed mogelijk aan te laten sluiten op de praktijk in Nederland, benadrukt de NEa bij de Europese Commissie het belang van het betrekken van lidstaten bij het ontwikkelen en testen van de ICT-systemen en doet zij concrete ontwikkel- en verbetersuggesties. De toegevoegde waarde van dergelijke (Europese) ICT-systemen is groot voor bedrijfsleven, de uitvoering van klimaatinstrumenten en het toezicht daarop.

7

Een gelijk speelveld in Europa is cruciaal, maar doordat lidstaten allemaal op hun eigen, verschillende manieren handhaven, dreigt dit uit het zicht te verdwijnen. Wat gaat de u doen om te garanderen dat Nederlandse bedrijven niet te maken krijgen met veel strenger toezicht hier ten opzichte van bedrijven over de grens?

Antwoord

Het gelijke speelveld is voor het kabinet van groot belang en daarom is het ook van belang dat in elke lidstaat voldoende wordt gehandhaafd. De NEa werkt daarom met andere Europese toezichthouders samen om verschillen te verkleinen en neemt het initiatief tot een onderzoek op dit vlak.

8

Het Emissiehandelssysteem (ETS) en andere klimaatheffingen leveren miljarden op, maar de NEa vraagt zich af of deze opbrengsten in alle gevallen wel effectief worden besteed. Kunt u inzicht geven in hoe deze miljarden nu (grofweg) besteed worden en hoe de effectiviteit van deze bestedingen geëvalueerd wordt?

Antwoord

Nederland kent een begrotingssystematiek waarin uitgaven en inkomsten gescheiden zijn en daarom kunnen de ETS-inkomsten niet een-op-een gekoppeld worden aan specifieke klimaatuitgaven. Lidstaten zijn wel verplicht om een equivalent bedrag aan de veilinginkomsten te besteden aan klimaat-, energie- en industriebeleid. Tot op heden investeert Nederland een groter bedrag in de vernieuwing van het energiesysteem (door onder meer SDE++- en ISDE-subsidies en infrastructuurinvesteringen) dan het ontvangt aan veilinginkomsten. Beleidsinstrumenten als SDE++ en ISDE worden periodiek geëvalueerd.


X Noot
1

Samenstelling:

Van Aelst-den Uijl (SP), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Dessing (FVD), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Holterhues (ChristenUnie), Karaaslan (D66), Kluit (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Kroon (BBB), Van Langen-Visbeek (BBB) (ondervoorzitter), Van Meenen (D66), Panman (BBB), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Steenkamp (CDA), Straus (VVD), Van Strien (PVV), Thijsssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

NEa, Stand van de Uitvoering 2025/2026.

X Noot
3

NEa, Stand van de Uitvoering 2025/2026, p. 11.

X Noot
4

NEa, Stand van de Uitvoering 2025/2026, p. 5.

X Noot
5

NEa, Stand van de Uitvoering 2025/2026, p. 10.

X Noot
6

NEa, Stand van de Uitvoering 2025/2026, p. 13.

X Noot
7

NEa, Stand van de Uitvoering 2025/2026, p. 5.

X Noot
8

NEa, Stand van de Uitvoering 2025/2026, p. 6.

X Noot
9

NEa, Stand van de Uitvoering 2025/2026, p. 6.

X Noot
10

NEa, Stand van de Uitvoering 2025/2026, p. 11.

Naar boven