25 268 Zelfstandige bestuursorganen

AA VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 8 januari 2025

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de beleidsreactie zbo-evaluatie Commissariaat voor de Media. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 22 oktober 2024.

  • De antwoordbrief van 19 december 2024.

De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dragstra

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Den Haag, 22 oktober 2024

De leden van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 10 september 2024 met betrekking tot de beleidsreactie zbo-evaluatie Commissariaat voor de Media.2 De leden van de fracties van de BBB, GroenLinks-PvdA en D66 gezamenlijk, en PVV hebben naar aanleiding daarvan een aantal vragen en opmerkingen. De leden van de SP-fractie, de PvdD-fractie en het lid van de OPNL-fractie sluiten zich bij de vragen van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA en D66 aan.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de BBB

Naar aanleiding van uw brief maken de fractieleden van de BBB zich grote zorgen over het functioneren van het Commissariaat voor de Media. De leden van de BBB-fractie willen daarom de navolgende vragen stellen om meer duidelijkheid te verkrijgen over het functioneren en de toekomst van het Commissariaat voor de Media.

De fractieleden van de BBB vragen zich af waarom het Commissariaat voor de Media nodig is, als iedere burger of organisatie kritiek kan uiten bij de betrokken mediaorganisatie, in media kritiek kan leveren of, wie zich echt benadeeld voelt, naar de rechter kan gaan.

De fractieleden van de BBB vragen of u kunt aangeven welke boetes het Commissariaat voor de Media de afgelopen jaren aan mediaorganisaties heeft uitgedeeld, en welke onderzoeken het heeft uitgevoerd. Hoeveel verandering denkt u dat deze boetes en onderzoeken bij mediaorganisaties teweeg hebben gebracht? Met andere woorden: hoe groot is het nut van het Commissariaat voor de Media?

De fractieleden van de BBB vragen of de output en outcome van het Commissariaat voor de Media volgens u de kosten waard zijn (10 miljoen euro per jaar en 62 medewerkers).

Een beperkt gedeelte van het toezicht van het Commissariaat voor de Media richt zich op het internet, aldus de fractieleden van de BBB. Is het Commissariaat voor de Media ondanks dit gegeven nog relevant, gezien de afname van kijkers en luisteraars naar de publieke omroep, en de enorme toename van het gebruik van internet, inclusief sociale media, van de laatste 10 tot 15 jaar?

De fractieleden van de BBB vragen zich af of het niet efficiënter is om de taak van het Commissariaat voor de Media over te dragen aan een andere toezichthoudende organisatie, zoals de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI; voorheen Agentschap Telecom) in Amersfoort. Hiermee zou ook meer nadruk gelegd kunnen worden op toezicht op internet-media. Zou de RDI, met een beperkte personeelsuitbreiding of -overname, niet een groot deel van het werk van het huidige Commissariaat voor de Media kunnen doen?

De Mediawet schrijft voor dat het Commissariaat voor de Media bestaat uit een voorzitter en twee of vier andere leden.3 De fractieleden van de BBB vragen of u kunt uitleggen waarom er nu een voorzitter en maar één commissaris bij het Commissariaat voor de Media werkzaam zijn. Ook vragen deze leden of u niet van mening dat er voor goed toezicht beter vier dan twee commissarissen kunnen zijn.

De fractieleden van de BBB vragen of u, mede gezien het voornemen de publieke omroep te hervormen, de delen van de Mediawet die gaan over het Commissariaat voor de Media apart wilt evalueren, met het parlement wilt bespreken, en indien de resultaten hiertoe aanleiding geven, een wetswijziging wilt voorstellen.

Het Commissariaat voor de Media is gevestigd in Hilversum, zoals ook een groot gedeelte van de organisaties waarop het moet toezien. De vestigingsplaats is verplicht, aldus de Mediawet.4 De fractieleden van de BBB vragen of het volgens u niet beter zou zijn om toezicht te houden vanaf een locatie buiten Hilversum. Deze leden vragen ook of het niet beter is de vestigingsplaats uit de Mediawet te schrappen.

Het gedeelte van de Mediawet over het Commissariaat voor de Media is andersoortig dan de voorgaande delen. Dat geldt ook voor het gedeelte over het Stimuleringsfonds voor de journalistiek. De fractieleden van de BBB vragen of het volgens u niet beter zou zijn deze twee delen uit de Mediawet te halen. Zou u willen overwegen voor de beide organisaties elk een eigen, aparte wet te maken, zo vragen voornoemde leden.

Bij het Commissariaat voor de Media is slechts 32% van de medewerkers mannelijk, zo blijkt uit het Jaarverslag van 2023. De fractieleden van de BBB vragen of u bereid bent om bij de leiding van het Commissariaat voor de Media aan te dringen op een gelijke verdeling.

Volgens het Jaarverslag 2023 komen de medewerkers van het Commissariaat voor de Media bijna allemaal uit de (noordwestelijke) Randstad. De fractieleden van de BBB vragen of u het met deze leden eens bent dat het beter zou zijn als er veel meer medewerkers bij het Commissariaat voor de Media zouden werken die van buiten de Randstad komen. Wilt u hier bij de leiding van het Commissariaat voor de Media op aandringen?

De fractieleden van de BBB vragen of het juist is dat de voorzitter van het Commissariaat voor de Media lid is van de politieke partij BIJ1. Zo ja, bent u van mening dat dit niet bijdraagt aan het beeld van neutraal toezicht op de media? Zo ja, wilt u een voordracht doen voor een meer politiek neutrale voorzitter van het Commissariaat voor de Media?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fracties van de GroenLinks-PvdA en D66

De fractieleden van GroenLinks-PvdA en D66 stellen dat objectieve en onafhankelijke media, lokaal en (inter)nationaal, essentieel zijn om de betrouwbare en toegankelijke informatie te bieden die de basis vormt voor onze democratie.

In het eindrapport evaluatie Commissariaat voor de Media staat dat er zorgen zijn ontstaan over het voortbestaan van lokale en regionale media.5 Het verdwijnen van lokale media op lange termijn zorgt ervoor dat burgers onvoldoende op de hoogte zijn van wat er gebeurt in hun directe omgeving. Ook het waarborgen van lokale informatievoorziening raakt aan de taken van het Commissariaat voor de Media betreffende pluriforme en onafhankelijke nieuwsvoorzieningen van hoge kwaliteit. Regionale journalistiek zal getroffen worden door de btw-verhoging op de media. De fractieleden van GroenLinks-PvdA en D66 vragen hoe u gaat zorgen dat lokale en regionale nieuwsvoorzieningen blijven voortbestaan.6

Volgens het Digital News Report Nederland 2024 van het Commissariaat voor de Media zijn er zorgen over het toenemen van desinformatie.7 De fractieleden van GroenLinks-PvdA en D66 vinden dat er geen ruimte is voor desinformatie op de publieke omroep. Deze leden vragen welke concrete stappen er zullen worden genomen om desinformatie en fake news tegen te gaan. Hoe gaat u de rol van het Commissariaat voor de Media in het tegengaan van desinformatie versterken?

Het Commissariaat voor de Media houdt sinds juli 2021 toezicht op de naleving van de Gedragscode Integriteit Publieke Omroep. Uit een onderzoek naar de werkcultuur bij de publieke omroep van de Onderzoekscommissie Gedrag en Cultuur Omroepen bleek dat drie op de vier respondenten tussen mei 2022 en mei 2023 te maken hebben gehad met grensoverschrijdend gedrag.8 De fractieleden van GroenLinks-PvdA en D66 vragen welke strategie u hanteert opdat in het vervolg minder medewerkers met grensoverschrijdend gedrag geconfronteerd worden. Welke rol ziet de regering voor zichzelf weggelegd om de naleving te bevorderen?

In de brief geeft u aan dat het Commissariaat voor de Media nog dit jaar de meerjarenstrategie zal actualiseren en dat het met betrekking tot doeltreffendheid en doelmatigheid sinds 2023 een intern programma is gestart dat ten doel heeft de gegevens over toezicht meer gestructureerd vast te leggen, te analyseren, hierop te sturen en de resultaten daarvan zichtbaar te maken. Verder geeft u aan dat u sinds de evaluatie in gesprek bent met het Commissariaat voor de Media over de invulling van de aanbevelingen.

Voorts memoreert u dat in het hoofdlijnenakkoord is aangekondigd dat de publieke omroep wordt hervormd. U geeft daarbij aan dat bij een dergelijke hervorming een gedachtevorming over de rol van de toezichthouder hoort en dat u de komende maanden ideeën hierover nader zal uitwerken, waarbij het Commissariaat voor de Media zal worden betrokken. De fractieleden van GroenLinks-PvdA en D66 vragen of u kunt uiteenzetten op welke wijze het Commissariaat voor de Media wordt betrokken en op welke beleidsthema's.

De fractieleden van GroenLinks-PvdA en D66 hebben kennisgenomen van het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (hierna WRR) «Aandacht voor media. Naar nieuwe waarborgen voor hun democratische functies». De WRR spreekt in zijn rapport van een transformatie van de informatieomgeving en wijst op twee brede ontwikkelingen, (1) de platformisering van de online publieke ruimte en (2) het bestaan van een nieuw (online) speelveld voor journalistieke media.

De fractieleden van GroenLinks-PvdA en D66 vragen of u kunt aangeven of en, zo ja, op welke wijze het Commissariaat voor de Media op dit moment in staat is om op een toekomstbestendige wijze invulling geeft aan zijn toezichthoudende taak, daar waar het gaat om deze nieuwe ontwikkelingen. Is het Commissariaat voor de Media op dit moment voldoende geëquipeerd om toezicht te houden op deze ontwikkelingen en in het bijzonder of de wijze waarop dit in de praktijk plaatsvindt in overeenstemming is met bestaande wet- en regelgeving, waaronder mensenrechten?

Deze fractieleden lezen in het eindrapport zbo-evaluatie Commissariaat voor de Media dat uit de evaluatie van Rijnconsult in 2023 blijkt dat het Commissariaat voor de Media is gestart met het introduceren van vak- en projectgroepen en dat de vakgroep AI inmiddels van start is gegaan. Zij vinden het zorgelijk dat eerst in 2023 met deze vakgroep een aanvang is gemaakt, terwijl het medialandschap in brede zin al langere tijd gebruik maakt van AI. De fractieleden van GroenLinks-PvdA en D66 wensen graag gemotiveerd te vernemen op welke wijze het Commissariaat voor de Media zijn toezichthoudende rol zal invullen ten aanzien van deze nieuwe technologieën zoals generatieve artificiële intelligentie.

De fractieleden van GroenLinks-PvdA en D66 wensen voorts graag van u te vernemen of en, zo ja, in welke mate de vier hoofdaanbevelingen voor het regeringsbeleid, zoals geformuleerd in voornoemd WRR-rapport, door u worden meegenomen bij de gesprekken die u met het Commissariaat voor de Media voert ten aanzien van de implementatie van de aanbevelingen uit het eindrapport zbo-evaluatie Commissariaat voor de Media en tevens bij de aangekondigde hervormingen van de publieke omroep. Deze fractieleden vragen of u per aanbeveling onderbouwd kunt aangeven of en, zo ja, op welke wijze deze aanbevelingen van de WRR geagendeerd zijn in deze gesprekken met het Commissariaat voor de Media en tevens welke rol deze aanbevelingen zouden kunnen of moeten spelen bij de wijze waarop de Commissariaat voor de Media zijn wettelijke taken uitvoert. Geven deze aanbevelingen aanleiding tot aanpassing van beleid en/of regelgeving?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PVV

In uw brief lezen de fractieleden van de PVV dat de publieke omroep zal worden hervormd en dat de rol van de toezichthouder daarin nader zal worden bepaald opdat het Commissariaat voor de Media zijn rol in de toekomst nog beter zal kunnen invullen. Dat een goed functionerende democratie goed geïnformeerde burgers nodig heeft en dat media, zowel commercieel als publiek, daarin een belangrijke taak hebben. Het Commissariaat voor de Media ziet erop toe dat het media-aanbod onafhankelijk, pluriform en toegankelijk is. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Commissariaat voor de Media gaan streven naar een goed samenspel tussen toezicht en beleid.

De fractieleden van de PVV vragen of u kunt aangeven wat er wezenlijk zal moeten veranderen, bij met name de publieke omroep en in de toezichthoudende rol van het Commissariaat voor de Media, om de onafhankelijkheid, de pluriformiteit en toegankelijkheid van het media-aanbod optimaal te kunnen borgen.

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ziet met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangt deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

Voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Th.W. Rietkerk

BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 december 2024

Hierbij stuur ik u de antwoorden op de vragen van de commissie over mijn brief van 10 september 2024 inzake beleidsreactie op zbo-evaluatie over het Commissariaat voor de Media.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, E.E.W. Bruins

Beantwoording Minister

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de BBB

Naar aanleiding van uw brief maken de fractieleden van de BBB zich grote zorgen over het functioneren van het Commissariaat voor de Media. De leden van de BBB-fractie willen daarom de navolgende vragen stellen om meer duidelijkheid te verkrijgen over het functioneren en de toekomst van het Commissariaat voor de Media. De fractieleden van de BBB vragen zich af waarom het Commissariaat voor de Media nodig is, als iedere burger of organisatie kritiek kan uiten bij de betrokken mediaorganisatie, in media kritiek kan leveren of, wie zich echt benadeeld voelt, naar de rechter kan gaan.

Antwoord

De vraag van deze leden, of het Commissariaat voor de Media (CvdM) nodig is, raakt de kern van het belang van onafhankelijke media. Het CvdM vervult als toezichthouder een belangrijke rol die verder gaat dan het faciliteren van kritiek op mediaorganisaties. Het CvdM stimuleert en bewaakt dat het media-aanbod onafhankelijk, toegankelijk, pluriform en veilig is, zodat iedereen zich een vrije mening kan vormen. Dit kan niet uitsluitend aan burgers of de rechter worden overgelaten. Het CvdM houdt toezicht op de naleving van de Mediawet door instellingen als publieke en commerciële omroepen, mediaplatforms, streamingsdiensten en influencers. Daarnaast doet het onderzoek naar trends en risico’s in het medialandschap, zoals recent bijvoorbeeld naar nieuwsgebruik onder jongeren. Door risico’s te signaleren en te agenderen bij media-instellingen, beleidsmakers en het publiek, fungeert het Commissariaat als waarborg dat de mediasector recht doet aan de diversiteit en de pluriformiteit in de samenleving. Zo draagt het CvdM bij aan een veilig en toegankelijk medialandschap en aan het publieke vertrouwen en de integriteit van de media in Nederland.

De fractieleden van de BBB vragen of u kunt aangeven welke boetes het Commissariaat voor de Media de afgelopen jaren aan mediaorganisaties heeft uitgedeeld, en welke onderzoeken het heeft uitgevoerd. Hoeveel verandering denkt u dat deze boetes en onderzoeken bij mediaorganisaties teweeg hebben gebracht? Met andere woorden: hoe groot is het nut van het Commissariaat voor de Media?

Antwoord

In 2023 heeft het CvdM één boete opgelegd en in 2024 tot nu toe twee boetes. Boetes opleggen is overigens niet het enige instrument dat de toezichthouder kan inzetten. Het CvdM stuurt echter ook het gedrag van onder toezichtgestelden (bijv. omroepen of influencers) bij door het voeren van normoverdragende gesprekken. Dit soort gesprekken, waarin het CvdM een informele waarschuwing kan uitdelen, kan het opleggen van boetes in een latere fase voorkomen.

De fractieleden van de BBB vragen of de output en outcome van het Commissariaat voor de Media volgens u de kosten waard zijn (10 miljoen euro per jaar en 62 medewerkers).

Antwoord

Zoals is bepaald in Europese richtlijnen hebben alle Europese landen een toezichthouder op media. Het CvdM beschermt de kernwaarden van het mediabeleid voor zowel publieke als commerciële mediadiensten. Daartoe ziet het CvdM er onder meer op toe dat redacties onafhankelijk werken van politieke en commerciële belangen. Omdat de betrouwbaarheid van de nieuwsvoorziening van groot belang is voor onze democratie is het ook goed uitlegbaar dat hieraan kosten zijn verbonden. De zbo-evaluatie is zowel voor mij als voor het CvdM een aansporing om verder te werken aan de doelmatigheid en doeltreffendheid.

Een beperkt gedeelte van het toezicht van het Commissariaat voor de Media richt zich op het internet, aldus de fractieleden van de BBB. Is het Commissariaat voor de Media ondanks dit gegeven nog relevant, gezien de afname van kijkers en luisteraars naar de publieke omroep, en de enorme toename van het gebruik van internet, inclusief sociale media, van de laatste 10 tot 15 jaar?

Antwoord

Het CvdM beschermt en bevordert publieke belangen ongeacht het distributiekanaal (zoals radio, tv of online) waarmee media de gebruiker bereiken. Naast taken ten aanzien van de publieke omroep houdt het CvdM ook toezicht op platforms, vloggers, commerciële omroepen en partijen als Netflix en Snapchat. Maar vooral omdat de publieke omroep wordt gefinancierd met belastinggeld gelden voor de publieke omroep meer toezichtnormen dan voor commerciële media. Daarom besteedt het CvdM ook een belangrijk deel van zijn capaciteit aan de publieke omroep. Dat neemt niet weg dat een steeds groter deel van het mediagebruik (publiek en commercieel) verloopt via digitale kanalen, wat ook terug te zien is in een verschuiving binnen het toezicht. Het CvdM geeft in toenemende mate invulling aan toezicht op online media, getuige onder meer een in 2024 aan een vlogger opgelegde boete.

De fractieleden van de BBB vragen zich af of het niet efficiënter is om de taak van het Commissariaat voor de Media over te dragen aan een andere toezichthoudende organisatie, zoals de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI; voorheen Agentschap Telecom) in Amersfoort. Hiermee zou ook meer nadruk gelegd kunnen worden op toezicht op internet-media. Zou de RDI, met een beperkte personeelsuitbreiding of -overname, niet een groot deel van het werk van het huidige Commissariaat voor de Media kunnen doen?

Antwoord

Het belang van onafhankelijk toezicht is van grote waarde. Het betreft hier immers de mediasector die onafhankelijk moet blijven van de politiek. Daar hoort ook bij dat het toezicht onafhankelijk is. Met dit doel is het toezicht bewust op afstand geplaatst van de Minister. Daarnaast ziet de RDI toe op andersoortige, vooral technische, normen die vanzelfsprekend ook andersoortige expertise vragen. Overdracht van werkzaamheden is dan ook niet aan de orde. Uiteraard moedig ik kennisuitwisseling en samenwerking tussen verschillende toezichthouders van harte aan.

De Mediawet schrijft voor dat het Commissariaat voor de Media bestaat uit een voorzitter en twee of vier andere leden. De fractieleden van de BBB vragen of u kunt uitleggen waarom er nu een voorzitter en maar één commissaris bij het Commissariaat voor de Media werkzaam zijn. Ook vragen deze leden of u niet van mening dat er voor goed toezicht beter vier dan twee commissarissen kunnen zijn.

Antwoord

Wettelijk is bepaald dat het college uit drie of vijf commissarissen bestaat. Inmiddels is de eerder bestaande vacature vervuld en is medio 2024 een derde commissaris aangesteld. Met de aanstelling voldoet het CvdM aan de wettelijke norm.

De fractieleden van de BBB vragen of u, mede gezien het voornemen de publieke omroep te hervormen, de delen van de Mediawet die gaan over het Commissariaat voor de Media apart wilt evalueren, met het parlement wilt bespreken, en indien de resultaten hiertoe aanleiding geven, een wetswijziging wilt voorstellen.

Antwoord

De vormgeving van het toezicht binnen een hervormd publiek bestel is onderdeel van de plannen tot hervorming die in het regeerprogramma zijn afgesproken. Ik zal de Tweede Kamer in het eerste kwartaal van 2025 berichten over de uitwerking van deze plannen.

Het Commissariaat voor de Media is gevestigd in Hilversum, zoals ook een groot gedeelte van de organisaties waarop het moet toezien. De vestigingsplaats is verplicht, aldus de Mediawet. De fractieleden van de BBB vragen of het volgens u niet beter zou zijn om toezicht te houden vanaf een locatie buiten Hilversum. Deze leden vragen ook of het niet beter is de vestigingsplaats uit de Mediawet te schrappen.

Antwoord

Een groot deel van de mediaorganisaties is gevestigd in Hilversum, vanuit dit oogpunt is vestiging in Hilversum een efficiënte keuze. Belangrijker vind ik dat het CvdM onafhankelijk opereert, waar het ook gevestigd is. Ik heb geen aanleiding te twijfelen aan de onafhankelijke opstelling van het CvdM.

Het gedeelte van de Mediawet over het Commissariaat voor de Media is andersoortig dan de voorgaande delen. Dat geldt ook voor het gedeelte over het Stimuleringsfonds voor de journalistiek. De fractieleden van de BBB vragen of het volgens u niet beter zou zijn deze twee delen uit de Mediawet te halen. Zou u willen overwegen voor de beide organisaties elk een eigen, aparte wet te maken, zo vragen voornoemde leden.

Antwoord

Nee. Toezicht is een onlosmakelijk onderdeel van het mediabestel en hoort daarom thuis in de Mediawet. Ook het mediabeleid, inclusief de ondersteuning van de journalistiek, valt onder de reikwijdte van deze wet. Dit zorgt voor een samenhangend juridisch kader waarbinnen beleidsdoelen kunnen worden aangepast aan nieuwe ontwikkelingen zonder hiervoor steeds nieuwe regelgeving te hoeven opstellen.

Bij het Commissariaat voor de Media is slechts 32% van de medewerkers mannelijk, zo blijkt uit het Jaarverslag van 2023. De fractieleden van de BBB vragen of u bereid bent om bij de leiding van het Commissariaat voor de Media aan te dringen op een gelijke verdeling.

Antwoord

Ik deel in het algemeen de notie dat diversiteit belangrijk is voor goede bedrijfsvoering en besluitvorming in organisaties. Het CvdM gaat als onafhankelijk toezichthouder over het eigen personeelsbeleid. De CAO Rijk is van toepassing.

Volgens het Jaarverslag 2023 komen de medewerkers van het Commissariaat voor de Media bijna allemaal uit de (noordwestelijke) Randstad. De fractieleden van de BBB vragen of u het met deze leden eens bent dat het beter zou zijn als er veel meer medewerkers bij het Commissariaat voor de Media zouden werken die van buiten de Randstad komen. Wilt u hier bij de leiding van het Commissariaat voor de Media op aandringen?

Antwoord

Zie mijn antwoord op de vraag hierboven. Overigens wil het feit dat de medewerkers nu voornamelijk in de buurt van Hilversum wonen niet zeggen dat zij allemaal uit dat deel van het land afkomstig zijn.

De fractieleden van de BBB vragen of het juist is dat de voorzitter van het Commissariaat voor de Media lid is van de politieke partij BIJ1. Zo ja, bent u van mening dat dit niet bijdraagt aan het beeld van neutraal toezicht op de media? Zo ja, wilt u een voordracht doen voor een meer politiek neutrale voorzitter van het Commissariaat voor de Media?

Antwoord

De voorzitter is niet lid van een politieke partij. Overigens is het lidmaatschap van een politieke partij volgens de Mediawet geen beletsel voor het vervullen van de functie van commissaris.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fracties van de GroenLinks-PvdA en D66

De fractieleden van GroenLinks-PvdA en D66 stellen dat objectieve en onafhankelijke media, lokaal en (inter)nationaal, essentieel zijn om de betrouwbare en toegankelijke informatie te bieden die de basis vormt voor onze democratie. In het eindrapport evaluatie Commissariaat voor de Media staat dat er zorgen zijn ontstaan over het voortbestaan van lokale en regionale media. Het verdwijnen van lokale media op lange termijn zorgt ervoor dat burgers onvoldoende op de hoogte zijn van wat er gebeurt in hun directe omgeving. Ook het waarborgen van lokale informatievoorziening raakt aan de taken van het Commissariaat voor de Media betreffende pluriforme en onafhankelijke nieuwsvoorzieningen van hoge kwaliteit. Regionale journalistiek zal getroffen worden door de btw-verhoging op de media. De fractieleden van GroenLinks-PvdA en D66 vragen hoe u gaat zorgen dat lokale en regionale nieuwsvoorzieningen blijven voortbestaan.

Antwoord

Het kabinet heeft het voornemen de aanvankelijk voorgenomen btw-verhoging op media geen doorgang te laten vinden. Verder bereid ik wetgeving voor ten behoeve van de hervorming van het lokale mediabestel waarmee ik met name de lokale journalistiek toekomstbestendig wil maken.

Volgens het Digital News Report Nederland 2024 van het Commissariaat voor de Media zijn er zorgen over het toenemen van desinformatie. De fractieleden van GroenLinks-PvdA en D66 vinden dat er geen ruimte is voor desinformatie op de publieke omroep. Deze leden vragen welke concrete stappen er zullen worden genomen om desinformatie en fake news tegen te gaan. Hoe gaat u de rol van het Commissariaat voor de Media in het tegengaan van desinformatie versterken?

Antwoord

Met deze leden ben ik van mening dat er geen ruimte is voor desinformatie op de kanalen van de publieke omroep. Het CvdM houdt toezicht op de journalistieke kwaliteitseisen voor de publieke media-instellingen. Het CvdM kan daarnaast toezicht houden op platforms wanneer een platform gevestigd is in Nederland. Voor platforms die buiten Nederland zijn gevestigd en wier aanbod ook in Nederland wordt geconsumeerd werkt het CvdM op basis van Europese regelgeving samen met landen waar deze platforms hun Europese hoofdkantoor hebben gevestigd. Ook de digitaledienstenverordening, waar de ACM de Nederlandse toezichthouder voor is, is hierbij cruciaal. In het beleid om de gevolgen van desinformatie tegen te gaan, is de onderzoeksfunctie van het Commissariaat van belang. Dat onderzoek helpt om goed inzicht te krijgen in het mediagebruik en kan dus inzicht bieden in bijvoorbeeld de verspreiding van desinformatie. Binnen het mediabeleid wordt vooral ingezet op bewustwording van de gebruiker, zoals door acties van Netwerk Mediawijsheid.

Het Commissariaat voor de Media houdt sinds juli 2021 toezicht op de naleving van de Gedragscode Integriteit Publieke Omroep. Uit een onderzoek naar de werkcultuur bij de publieke omroep van de Onderzoekscommissie Gedrag en Cultuur Omroepen bleek dat drie op de vier respondenten tussen mei 2022 en mei 2023 te maken hebben gehad met grensoverschrijdend gedrag. De fractieleden van GroenLinks-PvdA en D66 vragen welke strategie u hanteert opdat in het vervolg minder medewerkers met grensoverschrijdend gedrag geconfronteerd worden. Welke rol ziet de regering voor zichzelf weggelegd om de naleving te bevorderen?

Antwoord

Vanuit mijn stelselverantwoordelijkheid draag ik er – door het scheppen van de juiste randvoorwaarden – zorg voor dat de publieke omroep de uitvoering van de publieke mediaopdracht kan realiseren. De publieke omroep moet een veilige werkomgeving zijn voor iedereen die daar werkzaam is. Daarom heeft OCW de NPO na het verschijnen van het rapport van de onderzoekscommissie verzocht om als coördinerende partij een plan van aanpak op te stellen. Dit heeft geresulteerd in een overkoepelend plan van aanpak dat in maart van dit jaar is vastgesteld. De individuele omroepen hebben daarnaast eigen plannen van aanpak opgesteld, waarin het overkoepelende plan is uitgewerkt. Het CvdM houdt toezicht op de kwaliteit van de individuele plannen van aanpak. Op mijn verzoek hebben NPO, CvdM en de regeringscommissaris voor seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld tussenrapportages uitgebracht over de voortgang van de plannen. Hierover heb ik de Tweede Kamer recent geïnformeerd. De rapportages laten zien dat de omroepen voortvarend van start zijn gegaan met de opvolging van de aanbevelingen uit het rapport van de Commissie Van Rijn, maar schetsen tegelijkertijd een zorgelijk beeld als het gaat om de verdieping die nodig is om daadwerkelijk een verandering in gang te zetten. Het is nu zaak dat de gemaakte plannen ook daadwerkelijk in werking treden en zich uitbetalen in door de medewerkers ervaren grotere sociale veiligheid. Met genoemde partijen zal ik dan ook de voortgang op dit thema blijven monitoren en zal ik mij blijven inspannen voor een sociaal veilige publieke omroep.

In de brief geeft u aan dat het Commissariaat voor de Media nog dit jaar de meerjarenstrategie zal actualiseren en dat het met betrekking tot doeltreffendheid en doelmatigheid sinds 2023 een intern programma is gestart dat ten doel heeft de gegevens over toezicht meer gestructureerd vast te leggen, te analyseren, hierop te sturen en de resultaten daarvan zichtbaar te maken. Verder geeft u aan dat u sinds de evaluatie in gesprek bent met het Commissariaat voor de Media over de invulling van de aanbevelingen. Voorts memoreert u dat in het hoofdlijnenakkoord is aangekondigd dat de publieke omroep wordt hervormd. U geeft daarbij aan dat bij een dergelijke hervorming een gedachtevorming over de rol van de toezichthouder hoort en dat u de komende maanden ideeën hierover nader zal uitwerken, waarbij het Commissariaat voor de Media zal worden betrokken. De fractieleden van GroenLinks-PvdA en D66 vragen of u kunt uiteenzetten op welke wijze het Commissariaat voor de Media wordt betrokken en op welke beleidsthema's.

Antwoord

Ik zal het CvdM uitnodigen input te leveren over een aantal onderwerpen en knelpunten die bij de hervorming een rol spelen. Dit gaat bijvoorbeeld over samenwerkingsomroepen en de mate van samenwerking daarbinnen, over de rol van coördinatie bij totstandkoming van de programmering en over het verbeteren en duidelijker beleggen van toezichttaken. Contacten met het CvdM vinden zowel plaats op uitvoerend als op bestuurlijk niveau.

De fractieleden van GroenLinks-PvdA en D66 hebben kennisgenomen van het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (hierna WRR) «Aandacht voor media. Naar nieuwe waarborgen voor hun democratische functies». De WRR spreekt in zijn rapport van een transformatie van de informatieomgeving en wijst op twee brede ontwikkelingen, (1) de platformisering van de online publieke ruimte en (2) het bestaan van een nieuw (online) speelveld voor journalistieke media. De fractieleden van GroenLinks-PvdA en D66 vragen of u kunt aangeven of en, zo ja, op welke wijze het Commissariaat voor de Media op dit moment in staat is om op een toekomstbestendige wijze invulling geeft aan zijn toezichthoudende taak, daar waar het gaat om deze nieuwe ontwikkelingen. Is het Commissariaat voor de Media op dit moment voldoende geëquipeerd om toezicht te houden op deze ontwikkelingen en in het bijzonder of de wijze waarop dit in de praktijk plaatsvindt in overeenstemming is met bestaande wet- en regelgeving, waaronder mensenrechten? Deze fractieleden lezen in het eindrapport zbo-evaluatie Commissariaat voor de Media dat uit de evaluatie van Rijnconsult in 2023 blijkt dat het Commissariaat voor de Media is gestart met het introduceren van vak- en projectgroepen en dat de vakgroep AI inmiddels van start is gegaan. Zij vinden het zorgelijk dat eerst in 2023 met deze vakgroep een aanvang is gemaakt, terwijl het medialandschap in brede zin al langere tijd gebruik maakt van AI. De fractieleden van GroenLinks-PvdA en D66 wensen graag gemotiveerd te vernemen op welke wijze het Commissariaat voor de Media zijn toezichthoudende rol zal invullen ten aanzien van deze nieuwe technologieën zoals generatieve artificiële intelligentie.

Antwoord

Met betrekking tot de vraag over het toezicht op het onlinedomein stel ik allereerst vast dat de risico’s toenemen, onder meer door de enorme toename van het aantal aanbieders. Het is dan ook noodzakelijk het toezicht daarop goed vorm te geven. Het CvdM doet dit als onafhankelijk toezichthouder, bijvoorbeeld door invulling te geven aan de Europese verordening EMFA (European Media Freedom Act). Daarnaast was «online» in de afgelopen periode ook een van de focuspunten van het CvdM zodat het nu in steeds toenemende mate toezicht houdt op online media op de in Nederland gevestigde platforms. Een voorbeeld is toezicht op de «uploaders». In eerste instantie hield het CvdM toezicht op uploaders met minimaal 500.000 volgers. Deze grens wordt nu losgelaten omdat er ook grote risico’s zijn bij uploaders van minder dan 500.000 volgers. In verband met de beschikbare middelen dient het CvdM wel scherpe keuzes te maken in wat het wel en niet oppakt. Over deze ontwikkelingen en bijbehorende toezichtlast sta ik in regelmatig contact met het CvdM.

In reactie op de vraag over het toezicht in relatie tot AI ziet het Commissariaat voor zichzelf vooral een rol met betrekking tot het verantwoord gebruik van AI-toepassingen in de media. Dit komt concreet naar voren in de recente CvdM-verkenning naar de kansen en risico’s van de inzet van AI voor de pluriformiteit, onafhankelijkheid, toegankelijkheid en veiligheid van het media-aanbod (juni 2024). Met dergelijk onderzoek signaleert het CvdM kansen en risico’s voor de sector. Het toezicht op AI wordt in Europese regelgeving belegd bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Daar waar het gaat om AI-toepassingen in de media trekt het CvdM samen op met de AP. Samenwerking tussen toezichthouders is cruciaal om goed functionerend en samenhangend toezicht te organiseren op de ontwikkeling en inzet van AI en algoritmes. Als lid van een kennisnetwerk bereidt het CvdM zich dan ook samen met toezichthouders uit andere sectoren voor op nieuwe taken die de Europese AI-verordening zal brengen.

De fractieleden van GroenLinks-PvdA en D66 wensen voorts graag van u te vernemen of en, zo ja, in welke mate de vier hoofdaanbevelingen voor het regeringsbeleid, zoals geformuleerd in voornoemd WRR-rapport, door u worden meegenomen bij de gesprekken die u met het Commissariaat voor de Media voert ten aanzien van de implementatie van de aanbevelingen uit het eindrapport zbo-evaluatie Commissariaat voor de Media en tevens bij de aangekondigde hervormingen van de publieke omroep. Deze fractieleden vragen of u per aanbeveling onderbouwd kunt aangeven of en, zo ja, op welke wijze deze aanbevelingen van de WRR geagendeerd zijn in deze gesprekken met het Commissariaat voor de Media en tevens welke rol deze aanbevelingen zouden kunnen of moeten spelen bij de wijze waarop de Commissariaat voor de Media zijn wettelijke taken uitvoert. Geven deze aanbevelingen aanleiding tot aanpassing van beleid en/of regelgeving?

Antwoord

Het kabinet beraadt zich momenteel nog op een reactie op het omvangrijke WRR-rapport. Het hecht daarbij aan zorgvuldigheid om recht te kunnen doen aan de uitgebreide analyses en veelomvattende aanbevelingen. In de beleidsreactie zullen ook de positie, functie en rol van het Commissariaat betrokken worden ten aanzien van de aanbevelingen. Er zal ook met het CvdM gesproken worden over de beleidsreactie op het WRR-rapport.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PVV

In uw brief lezen de fractieleden van de PVV dat de publieke omroep zal worden hervormd en dat de rol van de toezichthouder daarin nader zal worden bepaald opdat het Commissariaat voor de Media zijn rol in de toekomst nog beter zal kunnen invullen. Dat een goed functionerende democratie goed geïnformeerde burgers nodig heeft en dat media, zowel commercieel als publiek, daarin een belangrijke taak hebben. Het Commissariaat voor de Media ziet erop toe dat het media-aanbod onafhankelijk, pluriform en toegankelijk is. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Commissariaat voor de Media gaan streven naar een goed samenspel tussen toezicht en beleid. De fractieleden van de PVV vragen of u kunt aangeven wat er wezenlijk zal moeten veranderen, bij met name de publieke omroep en in de toezichthoudende rol van het Commissariaat voor de Media, om de onafhankelijkheid, de pluriformiteit en toegankelijkheid van het media-aanbod optimaal te kunnen borgen.

Antwoord

In het regeerprogramma is afgesproken dat de landelijke publieke omroep hervormd wordt. De rol van de toezichthouder, pluriformiteit en toegankelijkheid van het aanbod zijn daarbij belangrijke thema’s. Zoals ik hierboven ook meldde, ben ik op dit moment bezig met de uitwerking van de plannen en verwacht de Tweede Kamer daar in het eerste kwartaal van 2025 verder over te berichten.


X Noot
1

Samenstelling:

Lagas (BBB), Jaspers (BBB), Van Knapen (BBB), Roovers (GroenLinks-PvdA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Fiers (GroenLinks-PvdA), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Kaljouw (VVD), Geerdink (VVD), Rietkerk (CDA) (voorzitter), Doornhof (CDA), Van Meenen (D66), Belhirch (D66), Van Kesteren (PVV), Nicolaï (PvdD), Van Bijsterveld (JA21), Van Apeldoorn (SP), Talsma (CU), Van den Oetelaar (FVD), De Vries (SGP), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)

X Noot
2

Kamerstukken I 2024/25, 25 268, Y.

X Noot
3

Artikel 7.3 Mediawet 2008.

X Noot
4

Artikel 7.1 Mediawet 2008.

X Noot
5

KWINK Groep 2024, Eindrapport Evaluatie Commissariaat voor de Media, p. 16.

X Noot
6

Gerritsen & Roes, «Bedreigd regionaal nieuws is vitaal voor lokale democratie», NRC, 7 oktober 2024, geraadpleegd op: https://www.nrc.nl/nieuws/2024/10/07/bedreigd-regionaal-nieuws-is-vitaal-voor-lokale-democratie-a4868455

X Noot
7

Commissariaat voor de Media 2024, Digital News Report Nederland 2024, geraadpleegd op: https://www.cvdm.nl/wp-content/uploads/2024/06/2031086-CvdM-DigitalNewsReport-2024_def.pdf

X Noot
8

KWINK Groep 2024, Eindrapport Evaluatie Commissariaat voor de Media, p. 13.

Naar boven