Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 mei 2026
Hierbij doe ik u de evaluatie van het Kadaster toekomen. Op grond van artikel 39 van
de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen ontvangen beide Kamers der Staten-Generaal
elke vijf jaar een verslag ten behoeve van de beoordeling van de doelmatigheid en
doeltreffendheid van het functioneren van een zelfstandig bestuursorgaan (verder:
zbo). Deze evaluatie gaat over de periode 2020–2024 en is uitgevoerd door ABDTOPConsult.
De evaluatie heeft zich gericht op de volgende hoofdthema’s:
-
• De ontwikkeling van de doeltreffendheid
-
• De ontwikkeling van de doelmatigheid (onderzoek uitgevoerd door KWINK Groep); rapportage
is opgenomen als bijlage bij het eindrapport
-
• De ontwikkeling van de governance
In deze evaluatie is ook aandacht besteed aan de opvolging van de aanbevelingen uit
de voorgaande evaluatie. Daarnaast is specifiek aandacht besteed aan de vraag of het
Kadaster voldoende in staat is om in te spelen op ontwikkelingen in de omgeving en
in hoeverre de daarvoor benodigde randvoorwaarden voldoende aanwezig zijn.
Conclusies
Hieronder geef ik in het kort de belangrijkste conclusies weer van de onderzoekers.
De onderzoekers concluderen dat het Kadaster in de periode 2020–2024 goed heeft gepresteerd.
Het Kadaster vervult zijn wettelijke taken doeltreffend en levert een belangrijke
bijdrage aan de rechtszekerheid, de geo-informatie-infrastructuur en de informatievoorziening
voor overheden en maatschappelijke partners. De kwaliteit van de basisregistraties
is over het algemeen op orde en gebruikers zijn tevreden over de dienstverlening.
Ook in een periode met grote conjunctuurschommelingen en de implementatie van omvangrijke
trajecten, zoals de inwerkingtreding van de Landelijke Voorziening Digitaal Stelsel
Omgevingswet, is het Kadaster erin geslaagd de continuïteit van dienstverlening te
waarborgen.
De evaluatie laat zien dat het Kadaster in toenemende mate maatschappelijke waarde
creëert door data beter toegankelijk te maken en in te zetten bij complexe maatschappelijke
opgaven, zoals woningbouw, energietransitie en de aanpak van ondermijning. Daarmee
ontwikkelt het Kadaster zich verder als data- en informatieorganisatie.
Tegelijkertijd constateren de onderzoekers dat er aandachtspunten zijn op het gebied
van governance, financiering en juridische borging. De aanbevelingen betreffen:
-
1- De externe randvoorwaarden versneld op orde brengen.
-
2- De interne randvoorwaarden bij het Kadaster op orde brengen.
-
3- De kosten van externe inhuur reduceren.
-
4- In breed interbestuurlijk verband over de gewenste rol en portfolio van het Kadaster
reflecteren.
Opvolging aanbevelingen en inzet kabinet
Ik onderschrijf het belang van de aanbevelingen uit de evaluatie en neem deze dan
ook volledig over. De rechtszekerheid en de betrouwbaarheid van publieke registraties
vormen een fundament onder onze rechtsstaat en economie. Dat vraagt om een toekomstbestendig
Kadaster, met heldere verantwoordelijkheden, een passende governance en een robuuste
financieringsstructuur.
Ik zal de Eerste en Tweede Kamer over een jaar informeren over de voortgang van de
opvolging van de aanbevelingen.
Tot slot
Vanuit mijn beeld dat iedereen een dak boven het hoofd hoort te hebben en kan wonen
en werken in een prettige en veilige omgeving is het Kadaster één van de steunpilaren
in de samenleving. Vanuit mijn stelselverantwoordelijkheid draag ik zorg voor een
goed functionerende organisatie met een helder en duidelijk oogmerk.
Het Kadaster is een stabiel en deskundig zbo. Als uitvoeringsorganisatie heeft deze
in de evaluatieperiode, onder soms uitdagende omstandigheden, goed gefunctioneerd.
De aanbevelingen uit deze evaluatie bieden een waardevol handvat om de organisatie
verder te versterken en toekomstbestendig te maken.
Graag spreek ik tenslotte mijn waardering uit voor de inzet van het bestuur en de
medewerkers van het Kadaster in de afgelopen periode.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
E. Boekholt-O’Sullivan