Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201825268 nr. 162

25 268 Zelfstandige bestuursorganen

Nr. 162 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 mei 2018

Skal Biocontrole (voortaan Skal) valt sinds 1 januari 2010 onder de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen (zbo). Het functioneren van Skal dient periodiek te worden geëvalueerd op doelmatigheid en doeltreffendheid. Eind 2017 is daarom opdracht gegeven aan Bureau Kwink om dit evaluatieonderzoek uit te voeren. De evaluatie beslaat de periode 2010 – 2016. In het onderzoek zijn ook feiten en percepties over 2017 en begin 2018 verzameld. Middels deze brief biedt ik u deze evaluatie aan1.

Rol en positie Skal

Skal is belast met het toezicht op de biologische productie en het certificeren van marktdeelnemers binnen de biologische sector. Stichting Skal is een privaatrechtelijke zbo, valt onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van LNV en is aangewezen als controlerende autoriteit als bedoeld in de Europese verordening 834/2007. Het Ministerie van LNV fungeert als bevoegde autoriteit als bedoeld in deze verordening. Op grond van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 is Skal belast met het toezicht op biologische productiemethoden in de landbouw en de uitvoering van de registratie van marktdeelnemers die biologische producten produceren, verwerken of opslaan. Naast dit toezicht op landbouwproducten valt ook de controle op de biologische productie van dierlijke producten en diervoeders onder de taken van Skal.

Onderzoeksvragen en -opzet

De centrale vraag in deze evaluatie luidde: in hoeverre heeft Skal de wettelijke taken doelmatig en doeltreffend uitgevoerd over de jaren 2010 – 2016?

De Kwinkgroep heeft onderzoek gedaan naar de kosten, de taakuitvoering en de resultaten van Skal, en of Skal daarmee bijdraagt aan de aantoonbare betrouwbaarheid van biologische producten. Daarnaast hebben de onderzoekers gereflecteerd op het functioneren van Skal vanuit het achterliggende doel van de Europese verordening: eerlijke handel en consumentenvertrouwen. Daarbij is tevens bezien in hoeverre Skal als controlerende autoriteit de sterke groei in de biologische sector kan «bijbenen», met name op het gebied van deskundigheid en de organisatie van het eigen werk. De bevindingen van dit onderzoek zijn gebaseerd op de uitkomsten van een documentstudie, een door Skal ingevulde zelfevaluatie en interviews met Skal, het Ministerie van LNV, de NVWA, RVO.nl, de Douane en sector- en brancheorganisaties.

Belangrijkste uitkomsten onderzoek Skal Biocontrole

In het algemeen is de evaluatie van Skal positief. De onderzoekers concluderen dat Skal op wettelijk voorgeschreven en kwalitatief voldoende wijze uitvoering geeft aan certificatie en toezicht, en daarmee de goede aanduiding van producten afkomstig van de biologische productiemethode bevordert (doeltreffendheid). De Kwinkgroep vindt het aannemelijk dat de doelmatigheid in de uitvoering van de wettelijke taken door Skal gedurende de evaluatieperiode is verbeterd. Skal groeit ook mee met de snelle groei van de biologische sector. Verder opereert Skal onafhankelijk en transparant en handelt over het algemeen zorgvuldig.

Wel wordt in het rapport geconcludeerd dat Skal meer aandacht moet besteden aan de effectiviteit van de samenwerking met de NVWA. Het interventiebeleid moet verder worden ontwikkeld middels het beter benutten van de beschikbare handhavings- en sanctiemogelijkheden en een effectievere samenwerking met de NVWA-IOD. Skal en de NVWA hebben afgesproken binnenkort hierover met elkaar in overleg te gaan.

Ook wordt Skal geadviseerd om de huidige methodiek voor risicogebaseerd toezicht door te ontwikkelen. Bijvoorbeeld door meer gebruik te maken van eigen en externe data en het tegelijkertijd stimuleren van risicoanalyses bij bedrijven, zodat Skal zich meer op monitoring in combinatie met gerichte inspecties kan richten.

Tot slot

Uit de evaluatie komt naar voren dat Skal in de evaluatieperiode professioneler en efficiënter is geworden. Met name vanaf 2014 zijn er verschillende maatregelen en voorzieningen getroffen om de efficiëntie van de taakuitvoering te verbeteren. Verder is de tariefontwikkeling bij Skal vanaf 2013 stabiel.

Daarnaast wordt geconstateerd dat de huidige methodiek voor risicogebaseerd toezicht een sterk onderdeel is in de controlewerkzaamheden van Skal. De nieuwe Europese controleverordening gaat hiervoor ook meer ruimte bieden. Een verdere professionalisering van het controleregime acht ik belangrijk voor enerzijds het borgen van het consumentenvertrouwen in biologische producten en anderzijds het voorkomen van lastenverzwaring voor bedrijven die hun zaken goed op orde hebben.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl