Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201625268 nr. 136

25 268 Zelfstandige bestuursorganen

Nr. 136 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 augustus 2016

Sinds 1 januari 2010 is het bestuur van de Raad voor Accreditatie (RvA) aangewezen als zelfstandig bestuursorgaan. De RvA is de nationale accreditatie instantie van Nederland. De wettelijke taak van de RvA bestaat uit het beoordelen van instanties die conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, zoals testen, inspecteren en certificeren, uitvoeren. Als een dergelijke instantie voldoet aan specifieke internationale normen geeft de RvA een accreditatieverklaring af. Vervolgens monitort de RvA de instanties waaraan een verklaring is afgegeven. Instanties kunnen met een accreditatie aantonen dat ze een bepaalde activiteit onafhankelijk, onpartijdig en deskundig kunnen uitvoeren.

De RvA valt onder de reikwijdte van de kaderwet zelfstandige bestuursorganen en moet daarom conform artikel 39 van die wet elke vijf jaar geëvalueerd worden op doelmatigheid en doeltreffendheid. Voor de periode 1 januari 2010 tot en met 31 december 2015 is de RvA geëvalueerd door het onafhankelijke onderzoeksbureau Kwink. Met deze brief informeer ik uw Kamer over de uitkomsten van de evaluatie. Het onderzoeksrapport van Kwink is als bijlage bij deze brief bijgevoegd1.

Werkwijze evaluatie

De centrale onderzoeksvraag van het onderzoek was in hoeverre de RvA in de evaluatieperiode zijn (wettelijke) taken doeltreffend en doelmatig heeft uitgevoerd. Het onderzoekbureau heeft zich dus gericht op het functioneren van de RvA als organisatie en niet op de vraag of het uiteindelijke doel van de door de RvA verleende accreditaties, namelijk het bevorderen van het vertrouwen in onafhankelijkheid en deskundigheid van uitgevoerde conformiteitsbeoordelingen, wordt behaald. Om de onderzoeksvraag te beantwoorden heeft het onderzoeksbureau gebruik gemaakt van een enquête onder en interviews met externe stakeholders van de RvA, analyse en gesprekken met diverse vertegenwoordigers van de RvA. Bij de analyse heeft het onderzoeksbureau ook gebruik gemaakt van de informatie uit de voor de RvA verplichte intercollegiale toetsing. Dit is een strikt en transparant systeem waarbij wordt getoetst of een nationale accreditatie instantie aan de eisen voldoet. Nationale accreditatie instanties zijn op basis van Europese regelgeving (verordening nr. 765/2008) verplicht hier elke vier jaar aan deel te nemen.

Conclusies en aanbevelingen

De algehele conclusie van Kwink is dat de RvA in de evaluatieperiode op een doeltreffende en doelmatige invulling heeft gegeven aan haar wettelijke taak. Kwink concludeert dat de RvA deskundig, onafhankelijk, zorgvuldig en consistent te werk gaat. De RvA heeft binnen haar mogelijkheden de nodige waarborgen getroffen om dit zo te houden. De RvA geeft voldoende duidelijkheid over het accreditatieproces aan klanten. Op organisatieniveau is de RvA responsief en verzamelt zij actief input vanuit de buitenwereld. Op individueel niveau zijn klanten over het algemeen (zeer) tevreden over de toegevoegde waarde van accreditatie voor hun organisatie. Met betrekking tot de doelmatigheid concludeert Kwink dat de RvA voldoende voorzieningen heeft getroffen voor kostenbeheersing en een doelmatige besteding van de middelen.

Kwink doet vier aanbevelingen aan de RvA die kunnen bijdragen aan het nog verder verbeteren van doeltreffend en doelmatig functioneren:

  • 1. Een nog actievere rol spelen in het voor het voetlicht brengen van de rol van accreditatie in het systeem van toezicht als geheel. Bijvoorbeeld door middel van voorlichting via websites, vakbladen en bijdragen op congressen;

  • 2. Een feedback systeem inrichten zodat klanten op een laagdrempelige manier feedback kunnen geven. Het proactief verzamelen van signalen en verbeterpunten is voor de RvA van belang gezien de positie als nationale accreditatie-instantie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een evaluatie(formulier) na afloop van een beoordeling;

  • 3. Inspanningen blijven plegen om administratieve lasten verder te verlichten en transparantie en voorspelbaarheid van de kosten verder te vergroten. Bijvoorbeeld door verdere automatisering van het accreditatieproces en klanten vooraf meer duidelijkheid te bieden over de te verwachten tijdsbesteding en dus de uiteindelijke kosten van de accreditatie;

  • 4. Meer centraal zetten van de doorlooptijden van een accreditatie. De RvA zou maatregelen moeten nemen om het verkorten van doorlooptijden nog meer terug te laten komen in de werkcultuur en meer sturen op kortere doorlooptijden.

Uitvoering van de aanbevelingen

De RvA vindt dat voor de RvA zelf, net als voor de klanten die ze accrediteert, «continu verbeteren» de norm is. De RvA heeft in 2015 op eigen initiatief een imago-onderzoek uit laten voeren. Onder andere op basis van de uitkomsten van dat imago-onderzoek heeft de RvA in 2015 vier strategische thema’s vastgesteld op basis waarvan de RvA de komende jaren aan die continue verbetering zal gaan werken. Het gaat om de volgende thema’s:

  • 1. «Recources»: dit betreft activiteiten om te zorgen dat de capaciteit aan beoordelaars van de RvA goed is afgestemd op de behoefte;

  • 2. Excellente operationele performance: in dit thema werkt de RvA kort gezegd aan verdere professionalisering van een klantgerichte dienstverlening;

  • 3. Harmonisatie: hiermee doelt de RvA op het zowel intern, Europees als internationaal verder harmoniseren van de werkwijzen;

  • 4. Accreditatie als instrument voor toezien op publieke belangen: hieronder passen acties die bijdragen aan nadere invulling van de rol van accreditatie in het bredere kader van regulering en toezicht.

De RvA heeft, zoals Kwink ook constateert, de aanbevelingen van Kwink deels al ter hand genomen. De RvA zal de verdere uitvoering van de aanbevelingen in de uitvoering van de hiervoor genoemde vier strategische thema’s meenemen. Zo wordt de aanbeveling van Kwink om een nog actievere rol te spelen in voorlichting over de rol en maatschappelijke waarde van accreditatie afgedekt door het vierde strategische thema. De overige aanbevelingen van Kwink horen bij het tweede strategische thema. Op het gebied van transparantie over de kosten heeft de RvA de afgelopen jaren al verbeteringen doorgevoerd door voor een deel van de activiteiten de intensiteit van beoordelingsregimes uit te werken in openbare documenten (specifieke accreditatie protocollen). Hier zal de RvA mee doorgaan. Tevens probeert de RvA de lasten te beperken door beoordelingen voor verschillende soorten accreditaties te combineren in één beoordeling.

Tot slot

Een goed functionerende nationale accreditatie instantie is van belang voor het goed functioneren van markten en voor het borgen van publieke belangen. Ik ben dan ook tevreden over het feit dat de conclusie uit de evaluatie is dat de RvA op doeltreffende en doelmatige wijze invulling geeft aan haar taak. Ik heb er vertrouwen in dat de RvA de door Kwink geformuleerde aanbevelingen op de hierboven aangeven manier voortvarend oppakt. In het reguliere overleg tussen mijn departement en de RvA zal de komende jaren ook aandacht besteed worden aan de ontwikkelingen met betrekking tot de uitvoering van de aanbevelingen.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl