25 268 Zelfstandige bestuursorganen

Nr. 119 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 1 juli 2015

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het verslag van een schriftelijk overleg van 23 maart 2015 over het Besluit inzake toezegging aan het Erasmus Medisch Centrum over de totstandkoming van een bijzondere kapitaallastenregeling ten behoeve van voorgenomen nieuwbouw bij dit academisch ziekenhuis (Kamerstuk 25 268, nr. 110).

De vragen en opmerkingen zijn op 20 april 2015 aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 30 juni 2015 zijn de vragen beantwoord.

De voorzitter van de commissie, Lodders

De adjunct-griffier van de commissie, Clemens

Inhoudsopgave

blz.

   

I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

2

II. Reactie van de Minister

3

I. VRAGEN EN OPMERKINGEN VANUIT DE FRACTIES

Vragen en opmerkingen van de SP-fractie

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het verslag van het schriftelijk overleg «Besluit inzake toezegging aan het Erasmus Medisch Centrum over de totstandkoming van een bijzondere kapitaallastenregeling ten behoeve van voorgenomen nieuwbouw bij dit academisch ziekenhuis». Genoemde leden hebben naar aanleiding van de beantwoording nog een aantal vragen waarop zij graag alsnog een reactie willen ontvangen.

De leden van de SP-fractie vragen de Minister (nogmaals) een uitgebreid feitenrelaas op te stellen over alle gesprekken en contacten die er zijn geweest sinds begin 2009, met daarbij een helder overzicht van personen met wie deze gesprekken zijn gevoerd, wanneer deze plaats hebben gevonden en waarover deze gesprekken gingen. Een verwijzing naar de brief van 1 september 2014 (Kamerstuk 25 268, nr. 88) achten zij niet voldoende.

Eind november 2014 was de deadline voor de schriftelijke inbreng. In deze inbreng vroegen de leden van de SP-fractie direct op de hoogte gesteld te worden als bekend was wie was gekozen als de expert die een onafhankelijk oordeel moet gaan vellen. In het verslag van het schriftelijk overleg lezen deze leden dat er begin februari 2015 een besluit is genomen over het gekozen bureau, namelijk NautaDutilh NV. De leden van de SP-fractie vragen waarom zij pas anderhalve maand ná het besluit, namelijk op 23 maart 2015 in het verslag van het schriftelijke overleg, op de hoogte zijn gesteld.

De leden van de SP-fractie lezen in het verslag: «Uitgangspunt voor de bepaling van het schadebedrag is de daadwerkelijke geleden schade als gevolg van de toezeggingen. Het betreft de geleden schade als gevolg van het handelen en investeren door Erasmus MC op basis van het gewekte vertrouwen dat zonder die toezeggingen niet of op andere wijze zou hebben plaatsgevonden.» Deze leden lezen dat «de door de onafhankelijk expert vastgestelde schade niet hoger is dan de daadwerkelijk door het Erasmus MC geleden schade». Genoemde leden begrijpen hieruit dat de geleden schade het uitgangspunt is en het maximale schadebedrag. De leden van de SP-fractie krijgen hun constatering graag zwart op wit bevestigd.

Vragen en opmerkingen van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de antwoorden van de Minister op het eerder gehouden schriftelijk overleg. Deze leden hebben nog een enkele aanvullende vraag.

De leden van de CDA-fractie vragen wanneer de Minister verwacht in overleg met het Erasmus Medisch Centrum te bepalen welke expert ingehuurd zal worden om het schadebedrag vast te stellen.

De leden van de CDA-fractie vragen wanneer de Minister verwacht dat er overeenstemming zal zijn over de hoogte van het te betalen schadebedrag. Wanneer zal de Minister de Kamer hierover informeren? Hoe hoog schat de Minister in dat het schadebedrag zal zijn?

Vragen en opmerkingen van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de eerdere beantwoording maar hebben nog enkele vragen. Graag vernemen deze leden wat de uitkomsten zijn van het onderzoek zoals gedaan door NautaDutilh NV. Eind maart 2015 zou het onderzoek afgerond zijn. Kan de Minister de resultaten openbaar maken? Wat is de geleden schade door het Erasmus MC als gevolg van het niet uitvoeren van de regeling door VWS en hoe is deze vastgesteld? Gaat het Erasmus MC akkoord met deze schadeberekening en wanneer zal deze aan het Erasmus MC toekomen? Valt de schadevergoeding lager uit dan de eerdere toezegging door VWS? Zo ja, met hoeveel procent? Zo nee, met hoeveel procent en wat zijn daarvan de gevolgen?

De leden van de D66-fractie horen graag een toelichting van de Minister. Op 31 oktober 2014 verwachtte de Minister voor het eind van het jaar (2014) tot de vaststelling van een schadebedrag te kunnen komen. Op 20 maart 2015 verwachtte de Minister eind maart 2015 tot een schadebedrag te kunnen komen. Graag ontvangen deze leden een reactie van de Minister op de reden(en) voor dit uitstel.

II. REACTIE VAN DE MINISTER

Vragen en opmerkingen van de SP-fractie

De leden van de SP-fractie vragen de Minister (nogmaals) een uitgebreid feitenrelaas op te stellen over alle gesprekken en contacten die er zijn geweest sinds begin 2009, met daarbij een helder overzicht van personen met wie deze gesprekken zijn gevoerd, wanneer deze plaats hebben gevonden en waarover deze gesprekken gingen. Een verwijzing naar de brief van 1 september 2014 (Kamerstuk 25 268, nr. 88) achten zij niet voldoende.

In de antwoorden op het verslag van het schriftelijk overleg die de Kamer 23 maart jl. heeft ontvangen geef ik aan dat ik niet alleen met de brief van 1 september 2014, maar ook met mijn uitleg in het NZa-debat een zo helder mogelijk beeld heb proberen te schetsen van de totstandkoming van de toezegging en de gang van zaken vanaf de toezeggingen tot aan de Kamerbrief van 1 september 2014. In het debat is ook aandacht besteed aan de strekking van de gesprekken en de partijen met wie de gesprekken zijn gevoerd. Voor meer informatie wil ik dan ook verwijzen naar het stenogram van het NZa-debat van 9 september 2014.

In het verslag van het schriftelijk overleg lezen deze leden dat er begin februari 2015 een besluit is genomen over het gekozen bureau, namelijk NautaDutilh NV. De leden van de SP-fractie vragen waarom zij pas anderhalve maand ná het besluit, namelijk op 23 maart 2015 in het verslag van het schriftelijke overleg, op de hoogte zijn gesteld.

Het voornemen was om de antwoorden op de vragen van het VSO in de eerste helft van februari naar de Kamer te sturen. Toen was NautaDutilh N.V. net uitgekozen. Door het streven om de Tweede Kamer van aanvullende informatie te voorzien is het verzenden van de antwoorden op het VSO met daarin ook de naam van de onafhankelijk expert vertraagd.

De leden van de SP-fractie lezen dat «de door de onafhankelijk expert vastgestelde schade niet hoger is dan de daadwerkelijk door het Erasmus MC geleden schade». Genoemde leden begrijpen hieruit dat de geleden schade het uitgangspunt is en het maximale schadebedrag. De leden van de SP-fractie krijgen hun constatering graag zwart op wit bevestigd.

De geleden schade is inderdaad het uitgangspunt. De onafhankelijk expert heeft de opdracht om uit te komen op één bedrag dat de daadwerkelijk geleden schade zo goed mogelijk vertegenwoordigt.

Vragen en opmerkingen van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie vragen wanneer de Minister verwacht in overleg met het Erasmus Medisch Centrum te bepalen welke expert ingehuurd zal worden om het schadebedrag vast te stellen.

Begin februari hebben het Erasmus MC en het Ministerie van VWS een overeenkomst gesloten met advocatenkantoor NautaDutilh N.V. om het schadebedrag vast te stellen. NautaDutilh N.V. huurt voor de financiële expertise Deloitte in.

De leden van de CDA-fractie vragen wanneer de Minister verwacht dat er overeenstemming zal zijn over de hoogte van het te betalen schadebedrag. Wanneer zal de Minister de Kamer hierover informeren? Hoe hoog schat de Minister in dat het schadebedrag zal zijn?

Met het Erasmus MC en NautaDutilh N.V. is afgesproken dat het advies over de hoogte van het schadebedrag in 2 fases wordt opgesteld en opgeleverd. In fase 1 schetst NautaDutilh N.V.het juridische kader waarbinnen zij zal toetsen. Onderzocht is of er ruimte is om een schadevergoeding aan het Erasmus MC te betalen binnen de regels die gelden omtrent staatssteun. NautaDutilh N.V. geeft aan dat die ruimte er is indien de schadevergoeding is vastgesteld op basis van een strikte toepassing van het Nederlandse aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht en niet hoger is dan het verschil tussen de relevante kosten en inkomsten.

In fase 2 zal een voor beide partijen bindend advies worden opgesteld over de hoogte van het schadebedrag.

Beide rapporten (fase 1 en fase 2) worden met de Tweede Kamer gedeeld. Het rapport over fase 1 ontvangt u separaat aan deze reactie op het verslag van het schriftelijk overleg van 23 maart 2015. Indien er bedrijfsgevoelige informatie in de rapporten staat zal daarvoor gecorrigeerd worden alvorens de rapporten naar de Tweede Kamer worden gestuurd. Het rapport over fase 2 zal naar verwachting in augustus worden afgerond.

Gelet op de gezamenlijke opdracht van het Erasmus MC en het Ministerie van VWS aan NautaDutilh N.V. als onafhankelijk expert, past het mij niet om een inschatting te maken van het schadebedrag.

Vragen en opmerkingen van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de eerdere beantwoording maar hebben nog enkele vragen. Graag vernemen deze leden wat de uitkomsten zijn van het onderzoek zoals gedaan door NautaDutilh NV. Eind maart 2015 zou het onderzoek afgerond zijn. Kan de Minister de resultaten openbaar maken? Wat is de geleden schade door het Erasmus MC als gevolg van het niet uitvoeren van de regeling door VWS en hoe is deze vastgesteld? Gaat het Erasmus MC akkoord met deze schadeberekening en wanneer zal deze aan het Erasmus MC toekomen? Valt de schadevergoeding lager uit dan de eerdere toezegging door VWS? Zo ja, met hoeveel procent? Zo nee, met hoeveel procent en wat zijn daarvan de gevolgen?

Met het Erasmus MC en NautaDutilh N.V. is afgesproken dat het advies over de hoogte van het schadebedrag in 2 fases wordt opgesteld en opgeleverd. In fase 1 schetst NautaDutilh N.V. het juridische kader waarbinnen zij zal toetsen. Onderzocht is of er ruimte is om een schadevergoeding aan het Erasmus MC te betalen binnen de regels die gelden omtrent staatssteun. NautaDutilh N.V. geeft aan dat die ruimte er is indien de schadevergoeding is vastgesteld op basis van een strikte toepassing van het Nederlandse aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht en niet hoger is dan het verschil tussen de relevante kosten en inkomsten.

In fase 2 zal een voor beide partijen bindend advies worden opgesteld over de hoogte van het schadebedrag.

Beide rapporten (fase 1 en fase 2) worden met de Tweede Kamer gedeeld. Het rapport over fase 1 ontvangt u separaat aan deze reactie op het verslag van het schriftelijk overleg van 23 maart 2015. Indien er bedrijfsgevoelige informatie in de rapporten staat zal daarvoor gecorrigeerd worden alvorens de rapporten naar de Tweede Kamer worden gestuurd. Het rapport over fase 2 zal naar verwachting in augustus worden afgerond.

De vragen over de hoogte van de geleden schade c.q. de daarvoor te betalen schadevergoeding kunnen op dit moment derhalve nog niet worden beantwoord.

De leden van de D66-fractie horen graag een toelichting van de Minister. Op 31 oktober 2014 verwachtte de Minister voor het eind van het jaar (2014) tot de vaststelling van een schadebedrag te kunnen komen. Op 20 maart 2015 verwachtte de Minister eind maart 2015 tot een schadebedrag te kunnen komen. Graag ontvangen deze leden een reactie van de Minister op de reden(en) voor dit uitstel.

Overeenstemming bereiken over welke expert in te huren, het formuleren van een duidelijke onderzoeksopdracht en het komen tot een overeenkomst waar zowel het Erasmus MC, VWS als NautaDutilh N.V. zich in kunnen vinden heeft na 31 oktober meer tijd in beslag genomen dan in eerste instantie gedacht. Toen begin februari de overeenkomst er lag is NautaDutilh N.V. begonnen met fase 1.

Ik vind het belangrijk dat de betrokken partijen en ook de Tweede Kamer snel duidelijkheid hebben over de uitkomst van het onderzoek. Echter, ik vind het nog meer van belang dat het onderzoek zorgvuldig gebeurt. Dit neemt meer tijd in beslag dan ik initieel voor ogen had.

Naar boven