Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal1996-199725052 nr. 15

25 052
Wijziging van enkele belastingwetten c.a. (belastingplan 1997)

nr. 15
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 21 november 1996

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A. In artikel I, onderdeel B, onder 4, vervalt in het voorgestelde zesde lid het onderdeel 3°, en wordt de puntkomma aan het einde van het onderdeel 2° vervangen door een punt.

B. Na artikel VI wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL VIA

Onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden en beperkingen kan, met het oog op het verminderen van onwenselijke grenseffecten als gevolg van het verschil in accijnsniveaus dat voortvloeit uit de in artikel VI bedoelde verhoging, tijdelijk een voorziening worden getroffen ter vermindering van dit verschil met betrekking tot de accijns voor lichte olie die is afgeleverd binnen een bij die regeling vast te stellen aan het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland grenzende zone.

C. Na artikel XVC wordt ingevoegd:

ARTIKEL XVD

Indien het bij koninklijke boodschap van 4 juni 1996 ingediende voorstel van wet tot wijziging van enige belastingwetten (herziening regime ter zake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting) tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt in de onderhavige wet in artikel XII na onderdeel A ingevoegd:

Aa. In artikel 2, vierde lid, wordt «onderdelen a, b en d» vervangen door: a, b en e.

D. In artikel XVI worden de volgende wijzigingen aangebracht:

a. In het eerste lid wordt «met uitzondering van de artikelen VI, VII, VIII en XI, die in werking treden met ingang van 1 juli 1997» vervangen door: met uitzondering van de artikelen VI, VII, VIII en XI, die in werking treden met ingang van 1 juli 1997 en artikel VIA dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip.

b. In het derde lid wordt «onderdelen D en J» vervangen door: onderdelen A, D, G.2., H.2. en J.

c. Na het achtste lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

9. Voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, eerste volzin, onder b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 worden voorts niet tot de bedrijfsmiddelen gerekend, bedrijfsmiddelen ter zake waarvan voor 1 januari 1997 door een natuurlijke persoon of lichaam verplichtingen zijn aangegaan of voortbrengingskosten zijn gemaakt en welke daarna door de belastingplichtige zijn verworven en bestemd zijn om – direct of indirect – hoofdzakelijk ter beschikking te worden gesteld aan de personen die of het lichaam dat voor 1 januari 1997 verplichtingen is aangegaan of voortbrengingskosten heeft gemaakt, dan wel aan een natuurlijke persoon of lichaam waartoe degene die voor 1 januari 1997 verplichtingen is aangegaan of voortbrengingskosten heeft gemaakt in een verhouding staat als is omschreven in het achtste lid van voornoemd artikel 11 of in artikel 8, tweede lid, onder b of onderdeel c, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

TOELICHTING

Deze tweede nota van wijziging op het belastingplan 1997 bevat een delegatiebepaling ten einde een voorziening te kunnen treffen voor pomphouders in een zone aan de oostgrens ter vermindering van onwenselijke grenseffecten als gevolg van de accijnsverhoging voor benzine, een bepaling met betrekking tot sale-lease-back constructies, alsmede een samenloopbepaling en een wijziging van de inwerkingtredingsbepaling.

Artikel I en artikel XVI

In het wetsvoorstel is een bepaling opgenomen waarmee is beoogd sale-lease-back constructies uit te sluiten voor de toepassing van de energie-investeringsaftrek. Gebleken is dat deze bepaling voor de structurele regeling een te ruime strekking heeft omdat in het wetsvoorstel de eis is opgenomen dat het moet gaan om investeringen in niet eerder gebruikte bedrijfsmiddelen. De bepaling behoudt evenwel haar belang voor gevallen waarin bedrijfsmiddelen zijn besteld of vervaardigd voor 1 januari 1997 en deze bedrijfsmiddelen na die datum worden vervreemd aan de belastingplichtige met het doel dat de belastingplichtige deze weer terug verhuurt aan de vervreemder. De voorgestelde wijzigingen strekken er derhalve toe de structurele sale-lease-back bepaling te vervangen door een overgangsbepaling waarvan de werking zal zijn beperkt tot laatstgenoemde gevallen.

Artikel VIA

De onderhavige delegatiebepaling houdt in dat tijdelijk een voorziening kan worden getroffen ter vermindering van het verschil in accijnsniveaus tussen Nederland en de Bondsrepubliek Duitsland dat voortvloeit uit de voorgestelde accijnsverhoging.

Bij ministeriële regeling wordt nadere invulling gegeven aan de afbakening van de zone aan de grens met de Bondsrepubliek Duitsland.

Bij de vaststelling of een tankstation in de zone ligt verdient het de voorkeur een voldoende flexibele regeling in het leven te roepen, waarbij zo veel mogelijk rekening wordt gehouden met specifieke plaatselijke omstandigheden. Wij hebben ervoor gekozen de details van deze regeling neer te leggen in een ministeriële regeling.

Gelet op het feit dat voor de voorgestelde regeling toestemming van Brussel vereist is, heeft de beschreven regeling een voorwaardelijk karakter. Artikel VIA treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Het streven is erop gericht de regeling gelijktijdig met de accijnsverhoging in werking te laten treden, mits op dat moment een derogatie van Brussel is verkregen.

Artikel XVD

In dit onderdeel is een artikel opgenomen dat samenloop regelt met het inmiddels door de Tweede Kamer aanvaarde wetsvoorstel 24 761 (herziening regime ter zake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting).

Artikel XVI, derde lid

De wijziging die wordt voorgesteld in artikel XII, onderdelen A, G.2. en H.2., is reeds beoogd geweest vanaf de inwerkingtreding van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen. Deze wijziging, waarmee wordt bereikt dat spaarloon niet tot het toetsloon voor de afdrachtvermindering gerekend hoeft te worden, waardoor de faciliteit administratief eenvoudiger kan worden toegepast, dient daarom terug te werken tot en met 1 januari 1996.

De Minister van Financiën,

G. Zalm

De Staatssecretaris van Financiën,

W. A. F. G. Vermeend