nr. 2
BRIEF VAN DE MINISTER EN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN
EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Rijswijk, 28 mei 1996
1. Inleiding
Deze Voorjaarsbrief Zorg geeft een eerste, nog zeer voorlopig
inzicht in de uitgavenontwikkeling in de zorgsector in 1996. Voorts wordt
een beeld geschetst van de meerjarige doorwerking. De cijfers sluiten aan
op de Voorjaarsnota 1996 welke gelijktijdig met deze brief door de Minister
van Financiën aan de Kamer wordt aangeboden.
2. Achtergrond cijfermateriaal
De in deze brief gepresenteerde cijfers hebben het Februari-advies van
de Ziekenfondsraad als uitgangspunt. Deze advisering biedt nieuwe cijfers
voor 1995 die gebaseerd zijn op een waarneming van de uitgaven in de eerste
drie kwartalen van 1995. De uitgaven in het laatste kwartaal zijn door de
Ziekenfondsraad geraamd, met uitzondering van de uitgaven AWBZ die via het
Centraal Administratie Kantoor worden betaald; deze uitgaven betreffen een
voorlopige opgave over geheel 1995. Bij deze cijfers dient te worden bedacht
dat het steeds om financieringsgegevens gaat, aangevuld met enkele nog zeer
voorlopige COTG-indrukken over de ontwikkelingen van de instellingsbudgetten.
In hoeverre deze gegevens incidentele componenten bevatten, bij voorbeeld
door nabetalingen over voorgaande jaren, kan eerst exact worden aangegeven
in de loop van de zomer wanneer uitvoerige COTG-informatie over de instellingsbudgetten
beschikbaar is.
Op dit moment zijn nog geen gegevens beschikbaar over de ziektekosten
voorzover particulier verzekerd. Technisch is verondersteld dat de nu in de
ZFW waargenomen ontwikkelingen zich ook in de particuliere sector hebben voorgedaan.
Het moge dan ook duidelijk zijn dat de hierna te presenteren cijfers nog
met grote onzekerheden zijn omgeven. Anders dan bij de in de Voorjaarsnota
gepresenteerde cijfers over de uitvoering van de rijksbegroting vormen de
zorgcijfers geen weergave van de feitelijke ontwikkeling in het lopende jaar
1996, maar gaat het om een inschatting van de ontwikkeling in 1996 op basis
van voorlopige inzichten in de gedeeltelijke realisatie in 1995. Desalniettemin
achten wij het zinvol de Kamer reeds in dit vroegtijdige stadium op de hoogte
te brengen van de eerste inzichten in de te verwachten uitgavenontwikkeling,
hoe voorlopig ook. Een nauwkeuriger en meer gedetailleerd beeld zal de Kamer
bereiken bij gelegenheid van het Jaaroverzicht Zorg (JOZ) 1997 later dit jaar.
3. Uitgavenontwikkeling zorgsector
In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de netto-uitgavenontwikkeling
1996 en de meerjarige doorwerking hiervan in de zorgsector, voor zover deze
betrekking heeft op het Budgettair Kader Zorg (BKZ).
Tabel 1. Ontwikkeling van de netto uitgaven conform BKZ1 (lopende prijzen; mrd gld; – = lagere netto uitgaven)
| | 1996 | 1997 | 1998 |
|---|
| 1. Stand FOZ 1996 | 53,9 | 55,1 | 57,8 |
| 2. Mee/tegenvallers | 0,5 | 0,5 | 0,5 |
| 3. Beleidsmatige mutaties | 0,3 | 0,0 | 0,0 |
| 4. Technische
mutaties | 0,0 | 0,1 | 0,0 |
| 5. Totale mutatie (2+3+4) | 0,8 | 0,6 | 0,6 |
| 6. Stand Voorjaarsbrief (1+5) | 54,7 | 55,7 | 58,3 |
1 Als gevolg van afrondingen hoeven afzonderlijke regels niet
op te tellen tot het totaal.
Uit tabel 1 blijkt dat er vooralsnog sprake is van een opwaartse mutatie
van de netto uitgaven met circa 0,8 miljard gulden in 1996 (regel 5). De mutaties
in latere jaren betreffen de technische doorwerking van de bijstelling in
1996 en zijn derhalve niet gebaseerd op een geactualiseerde integrale doorrekening
voor 1997 en latere jaren.
Bij de mee- en tegenvallers gaat het om een opwaartse bijstelling van
de geraamde uitgaven-ontwikkeling in een aantal sectoren. Deze bestaat voor
meer dan de helft uit een tegenvaller bij de genees- en hulpmiddelen.
De beleidsmatige mutatie wordt vrijwel volledig bepaald door het uitstel
van de prijzenwet geneesmiddelen tot 1-7-1996.
De in tabel 1 weergegeven uitgavenontwikkeling leidt in 1996 tot een overschrijding
van het geactualiseerde1 Budgettair Kader Zorg
met 0,4 miljard.
4. Voorgestelde aanpak
Voor de gesignaleerde overschrijding dienen in beginsel compenserende
maatregelen te worden getroffen. Het is niet goed mogelijk om in de zorgsector
nog maatregelen te treffen die dit jaar bijdragen aan het oplossen van de
overschrijding 1996. De structurele doorwerking van de te compenseren mutaties
wordt betrokken bij de begrotingsvoorbereiding 1997. Het beleid is erop gericht
zodanige maatregelen te nemen dat overschrijdingen in 1997 en
latere jaren worden voorkomen. In het Jaaroverzicht Zorg 1997 zullen de maatregelen
worden gepresenteerd. In dit JOZ 1997 zal ook worden ingegaan op de nieuwe
inzichten in de realisatie 1995 en de doorwerking daarvan naar 1996 en verder.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. G. Terpstra