Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201724587 nr. 674

24 587 Justitiële Inrichtingen

Nr. 674 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 februari 2017

Hierbij bied ik uw Kamer het onderzoek aan Zelfredzaamheid in Detentie. Evaluatie van de pilot Participerende Detentie & Maatschappelijke Arbeid in de PI Nieuwersluis1. In het onderzoek, dat in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) is uitgevoerd door expertisebureau Van Montfoort, is de pilot «Participerende Detentie en Maatschappelijke Arbeid» (hierna pilot) in de penitentiaire inrichting (PI) Nieuwersluis geëvalueerd. In de pilot wordt aan de deelnemers de ruimte gegeven om zelfredzaam te zijn binnen de PI en maatschappelijke arbeid te verrichten buiten de PI – binnen de kaders die vanuit veiligheidsoverwegingen hieraan worden gesteld.

In een recent onderzoek van het WODC (2016), Het Leefklimaat binnen justitiële inrichtingen, komt naar voren dat het optimaliseren van het leefklimaat in justitiële inrichtingen van belang is, zowel voor de veiligheid binnen de inrichting alsook voor een succesvolle re-integratie na de straf of maatregel. Het leefklimaat kan worden bevorderd door in te zetten op zelfredzaamheid. Ter bevordering van de zelfredzaamheid van gedetineerden in het gevangeniswezen is een aantal pilots gestart. Inmiddels zijn drie hiervan geëvalueerd, waaronder de pilot in de PI Nieuwersluis. Op 24 november 2015 zijn Kamervragen2 beantwoord over de evaluatie van de pilots in PI Heerhugowaard en PI Arnhem-Zuid. Ook in 2017 zal een aantal pilots gericht op zelfredzaamheid in verschillende PI’s worden ingezet.

Hoewel geen onderdeel van de evaluatie, is in de pilot naast het bevorderen van de zelfredzaamheid, ook invulling gegeven aan het voornemen gedetineerden maatschappelijke arbeid buiten de PI te laten uitvoeren. De pilotdeelnemers werken grotendeels buiten het penitentiair gebied, hebben meer vrijheid en verantwoordelijkheid en werken fulltime. Mijn ambtsvoorganger heeft aan twee PI’s toestemming gegeven hiermee te experimenteren.3 Naast PI Nieuwersluis geeft ook PI Sittard hier invulling aan. De pilot maatschappelijke arbeid in Sittard is nog niet afgerond.

Bevindingen

Gedetineerden kwamen in aanmerking voor deelname aan de pilot wanneer zij een strafrestant hadden van maximaal 12 maanden en deelnamen aan het plusprogramma. Er verblijven alleen vrouwelijke gedetineerden in de PI Nieuwersluis. In de pilot zijn maatregelen genomen die meer vrijheid en verantwoordelijkheid geven aan de pilotdeelnemers, zoals verminderd toezicht op de afdeling, langere recreatietijd, gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de boodschappen, koken en het gebruik van een mobiele telefoon buiten het penitentiaire gebied. Uit de evaluatie blijkt dat de meerderheid van de deelnemers een positieve verandering op het gebied van zelfredzaamheid ervaart. Dit wordt onderschreven door de uitkomsten op de vragenlijst die is uitgezet onder het personeel. Deelnemers ervaren een gevoel van rust en controle en minder stress. Ook zijn deelnemers meer gericht op de toekomst en zien zij hun terugkeer naar de samenleving positiever in.

Daarnaast blijkt dat de veiligheid in de PI Nieuwersluis niet is verminderd gedurende de pilot: het aantal incidenten is niet toegenomen ten opzichte van het jaar daarvoor. Ook geven zowel de gedetineerden als de medewerkers in de interviews aan dat zij zich veilig voelen. Als aandachtspunt noemen de onderzoekers het meenemen van de personeelsleden in de veranderingen. Sommige personeelsleden geven aan dat de vrijheden mogelijk tot incidenten kunnen leiden. De onderzoekers concluderen echter dat deze angst gebaseerd is op gevoelens en niet berust op feitelijkheden.

Ook komt naar voren dat de pilot besparingen heeft opgeleverd door gedetineerden werkzaamheden te laten uitvoeren waarvoor normaal gesproken externe partijen zouden worden ingehuurd. Voor het onderdeel maatschappelijke arbeid geldt dat er minder of zelfs geen personeel op de afdeling nodig zou zijn als de gedetineerden overdag aan het werk zijn, hiervan is nu echter nog geen sprake.

De onderzoekers plaatsen ook enkele kritische kanttekeningen. Zo schrijven zij dat sommige deelnemers de gegeven ruimte om zelfredzaam te zijn enkel benutten omdat er een beloning tegenover staat in de vorm van meer vrijheden en verantwoordelijkheden. De onderzoekers stellen vast dat dit vraagt om een aanpak op maat vanuit het personeel. In het kader van de houding van het personeel wordt voorts opgemerkt dat de cultuur van beheersen en controleren plaats dient te maken voor een cultuur van vertrouwen en samenwerken. De onderzoekers doen hiertoe de aanbeveling te investeren in het personeel.

Beleidsreactie

Hoewel beperkt in omvang, is de pilot veelbelovend. Het bevorderen van zelfredzaamheid en het mogelijk maken van maatschappelijke arbeid lijkt een positief effect te hebben op de re-integratie van ex-gedetineerden. Deze conclusie komt bovendien overeen met de uitkomsten van de eerdere pilots gericht op zelfredzaamheid.4 Ik ben dan ook ingenomen met deze ontwikkelingen, waarin elementen terugkomen die de toekomstige ontwikkelrichting van «Koers en Kansen voor de sanctie-uitvoering» ondersteunen.

Ten aanzien van de aanbeveling van de onderzoekers om te investeren in het personeel, merk ik op dat er een investering plaatsvindt binnen de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), in de vorm van het programma Vakmanschap. De bevordering van het vakmanschap van de medewerkers zal de komende jaren een centraal thema zijn. Er wordt geïnvesteerd in opleidingen en praktijkoefeningen, zoals op het gebied van morele oordeelsvorming. Hierdoor worden medewerkers in staat gesteld passende handelingsperspectieven zich eigen te maken en leren zij minder eenzijdig op protocollen te varen. Hiermee komt DJI tegemoet aan de aanbeveling van de onderzoekers.

Zoals eerder genoemd, vinden momenteel meerdere pilots plaats, waarbij de ervaringen uit deze en eerdere evaluaties betrokken worden. Ik hecht eraan de uitkomsten hiervan in volle omvang en in samenhang te bezien, alvorens een structurele verandering te kunnen inzetten. Op dat moment zal ook blijken in hoeverre er hiermee een kostenreductie gerealiseerd kan worden. Zodra alle pilots gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid in de PI’s en de evaluaties daarvan zijn afgerond, zal uw Kamer een gebundelde beleidsreactie ontvangen. Uw Kamer kan deze naar verwachting eind 2018 tegemoetzien.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Aanhangsel Handelingen II 2015/16, nr. 697

X Noot
3

Kamerstuk 24 587, nr. 608

X Noot
4

Aanhangsel Handelingen II 2015/16, nr. 697