Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201624587 nr. 636

24 587 Justitiële Inrichtingen

Nr. 636 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 maart 2016

Naar aanleiding van het op 1 maart 2016 gevoerde debat over onder meer enkele berichten in de media over het gevangeniswezen en de forensische zorg en het verzoek van het lid Volp (PvdA) om een reactie op deze berichten (Handelingen II 2015/16, nr. 58, item 20), stuur ik uw Kamer hierbij een toelichting. In deze brief ga ik eerst kort in op de berichten die recentelijk in de media is verschenen over het gevangeniswezen. Vervolgens ga ik in op (1) het scheppen van de voorwaarden voor de veiligheid binnen penitentiaire inrichtingen, (2) de wijze waarop getracht wordt te voorkomen dat contrabande aanwezig zijn binnen het gevangeniswezen en (3) de wijze waarop de integriteit van de medewerkers van het gevangeniswezen wordt gewaarborgd. Voor een toelichting op het incident op de forensisch psychiatrische afdeling van de GGz-instelling De Woenselse Poort op 25 februari 2016, verwijs ik u naar de beantwoording van de vragen van het lid Van Toorenburg (CDA) van uw Kamer (Aanhangsel Handelingen II 2015/16, nr. 2136).

Berichten in de media

In de afgelopen weken is er in de media een groot aantal berichten verschenen waaruit zou blijken dat de gedetineerden het voor het zeggen zouden hebben binnen de penitentiaire inrichtingen (PI’s), dat de veiligheid van medewerkers van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) niet zou zijn gewaarborgd, dat er binnen DJI corrupte medewerkers werkzaam zouden zijn en dat gedetineerden over wapens en drugs zouden beschikken in hun cellen.

Zoals ik ook al heb aangegeven in de beantwoording van de vragen van de leden Helder (PVV), Kooiman (SP), Van Toorenburg (CDA) en Van Oosten (VVD), aan uw Kamer verzonden op 3 en 16 maart jongstleden (Aanhangsel Handelingen II 2015/16, nrs. 1781, 1782, 1783, 1784 en 2146), worden de beweringen in de berichten van de media niet herkend door de leiding van DJI, de vestigingsdirecteuren en de ondernemingsraden van de in de berichten genoemde penitentiaire inrichtingen. Gelet echter op het verschijnen van bovengenoemde berichten in de media, alsook op het gegeven dat binnen de PI’s het handhaven van de orde en veiligheid de hoogste prioriteit heeft, heb ik de Inspectie Veiligheid en Justitie (IVenJ) gevraagd haar reeds aangekondigde onderzoek naar contrabande en integriteit binnen het gevangeniswezen naar voren te halen. Daarnaast heb ik DJI verzocht om haar medewerkers nogmaals te wijzen op de mogelijkheden om intern melding te maken van hun zorgen en de door hen opgevangen signalen over gevaarlijke situaties en/of medewerkers die niet-integer handelen. Deze mogelijkheden zijn er namelijk volop, zoals later in deze brief uiteen zal worden gezet, en het melden van zorgen en signalen moet zonder drempels kunnen gebeuren zodat adequaat gehandeld kan worden bij misstanden.

Veiligheid van de medewerkers en de gedetineerden onderling

Het werken aan het waarborgen van de veiligheid binnen de inrichting begint bij binnenkomst van een gedetineerde in een PI. Gedetineerden worden na binnenkomst gedurende twee weken gescreend en geobserveerd. In beginsel worden gedetineerden op een reguliere afdeling geplaatst, tenzij uit de screening en observatie blijkt dat er een verhoogd veiligheidsrisico bestaat, dan wel dat er sprake is van een zorgbehoefte. Indien er een verhoogd veiligheidsrisico bestaat, wordt een gedetineerde op een afdeling met een hoog veiligheidsniveau geplaatst, zoals de afdeling voor beheersproblematische gedetineerden. Voorts worden voor de medewerkers van DJI opleidingen, trainingen en oefeningen georganiseerd en zijn er richtlijnen, maatregelen en protocollen opgesteld, waarin is vastgelegd hoe moet worden gehandeld bij onveilige situaties. Daarnaast is er binnen DJI een Intern Bijstand Team (IBT) dat een aanvullende bijdrage levert aan de veiligheid van medewerkers, justitieel ingeslotenen en de organisatie als geheel. De inzet van een IBT vindt plaats in situaties waarbij de veiligheid in het geding is of dreigt te zijn en deze niet op een gepaste wijze met de gebruikelijke middelen door de executieve medewerkers beheersbaar gehouden of gemaakt kan worden. Tot slot kan, waar nodig, de Landelijke Bijzondere Bijstandseenheid van de Dienst Vervoer & Ondersteuning ingezet worden voor zoekacties, ordehandhaving, evacuaties en ziekenhuisbewakingen.

Ik acht het in dit verband van belang u te melden dat uit de gegevens van DJI in getal, waarin jaarlijks de cijfers omtrent geweldsincidenten worden opgenomen, blijkt dat het aantal fysieke geweldsincidenten tegen personeel per 100 bezette plaatsen is gedaald van 5,5 keer in 2010 tot 3 keer in 2015. Het aantal fysieke geweldsincidenten tussen gedetineerden onderling per 100 bezette plaatsen is eveneens gedaald, te weten van 7,9 keer in 2010 tot 7,0 keer in 2015.

Aanwezigheid van contrabande

Om te voorkomen dat contrabande de PI’s binnenkomt, wordt door de medewerkers van DJI onder meer gebruik gemaakt van detectiepoorten en zogeheten bagagedoorlichtingssystemen. Verder wordt in de PI’s gewerkt met aanwezigheidscontroles van gedetineerden, cel-inspecties en urinecontroles. Cel-inspecties worden onaangekondigd uitgevoerd. Bij dagelijkse reguliere cel-inspecties vindt onder meer controle plaats op deuren, ramen, tralies, hang- en sluitwerk, hygiëne, vernielingen, defecten en verboden goederen. Tijdens uitgebreidere cel-inspecties, die plaatsvinden bij grootschalige spitacties of bij vermoedens van aanwezigheid van contrabande, worden onder meer gecontroleerd: celwanden, roosters, holle ruimtes, meubilair, matrassen, verlichting en kleding (op naden, zomen, banden, zakken, kragen). Voor de opsporing van drugs worden daarnaast ook drugshonden ingezet en voor opsporing van telefoons wordt gebruik gemaakt van de zogenoemde Mobifinder. Voor al deze toezichtmaatregelen zijn werkinstructies opgesteld. Het in acht nemen hiervan wordt dagelijks aan de hand van een checklist gecontroleerd.

Naast het toepassen van bovengenoemde toezichtmaatregelen vinden op iedere afdeling twee maal per jaar integrale veiligheidsinspecties plaats die worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van het hoofd Veiligheid. De conclusies en aanbevelingen uit deze inspecties worden voorgelegd aan de vestigingsdirecteur die waar nodig maatregelen treft. Ondanks alle preventieve en repressieve maatregelen kan het voorkomen dat tijdens cel-inspecties contrabande wordt aangetroffen. Al naar gelang de aard en de omvang van de aangetroffen goederen, kunnen daarop de volgende sancties volgen: afzondering in eigen cel of in een strafcel, het intrekken van verlof, degradatie van het plusprogramma naar het basisprogramma en het uitsluiten van promotie naar een regime met meer vrijheden of een penitentiair programma. Van strafrechtelijke feiten wordt daarnaast altijd aangifte gedaan.

Integriteit

Het waarborgen van de integriteit binnen DJI begint bij de werving en selectie van medewerkers. Om in dienst te kunnen treden bij DJI dient een aspirant medewerker van DJI een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) te overleggen. Bij de beoordeling van een aanvraag om afgifte van een VOG voor een potentiële werknemer in een inrichting of voorziening van DJI, wordt het justitiële verleden van de aspirant werknemer tot 30 jaar terug onderzocht, in plaats van de standaard 4 jaar. Bij brief van 24 november 20151 heb ik aangegeven de mogelijkheden met betrekking tot screening van het personeel in penitentiaire inrichtingen aan te willen scherpen. Ik onderzoek daartoe, in lijn met de brief over de VOG van 11 februari 20162, de mogelijkheid van invoering van een periodiek heronderzoek.

Mochten er zorgen of signalen zijn over het handelen van een medewerker, dan zijn er verschillende mogelijkheden voor de medewerkers van DJI om deze zorgen of signalen te melden. Dit kan ten eerste bij de direct leidinggevende van de medewerker. Deze is gehouden zorg te dragen voor een veilig klimaat voor de melder, indien nodig voor een goed (feiten)onderzoek en een goede afwikkeling van de zaak. Mocht de melding de leidinggevende betreffen of er geen vertrouwen zijn bij de melder dat de melding goed wordt opgepakt, dan kan de melder zich ook richten tot het naast hogere bevoegd gezag, de leidinggevende van de leidinggevende en uiteindelijk tot de secretaris-generaal. Daarnaast staat de mogelijkheid open zich buiten de organisatie te richten tot de Onderzoeksraad Integriteit Overheid (OIO). De melder kan zich te allen tijde wenden tot een vertrouwenspersoon om hem bij te staan in het proces van de melding. De vertrouwenspersoon kan de melder van begin tot eind bij het proces begeleiden en mede zorgdragen voor het veilige klimaat en goede afhandeling van de melding. Mocht de casus zodanig zijn dat de melder anoniem wenst te blijven, dan kan de vertrouwenspersoon de melding doen bij het bevoegd gezag zonder de identiteit van de melder kenbaar te maken. Ten slotte kan de melder, met of zonder vertrouwenspersoon zich binnen het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) richten tot het meldpunt dat beheerd wordt door de integriteitcoördinator, indien er geen vertrouwen is in of bekendheid met de andere mogelijkheden. Deze mogelijkheid is binnen VenJ ingesteld om medewerkers zo goed mogelijk in de gelegenheid te stellen een misstand te melden.

Binnen DJI speelt het Bureau Veiligheid en Integriteit (BVI) bij dit alles een grote rol. Dit bureau registreert integriteitsschendingen, voert verkennende, feiten- en disciplinaire onderzoeken uit, stelt onderzoeksrapporten op, doet aangifte(n) en adviseert het bevoegd gezag. Alle meldingen over niet-integer gedrag van medewerkers worden door BVI zorgvuldig in behandeling genomen.

Mocht na onderzoek blijken dat er sprake is van een integriteitsschending dan kan op grond van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, al naar gelang de ernst van de schending, gekozen worden voor een berisping (de lichtste straf), overplaatsing, vermindering van salaris, het terugzetten in salaris en ontslag (de zwaarste straf).

Ik vertrouw er op uw Kamer op deze wijze voldoende te hebben geïnformeerd. Uiteraard zal ik uw Kamer na ontvangst van het rapport naar aanleiding van eerdergenoemd onderzoek van de IVenJ, informeren over de uitkomsten hiervan.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff


X Noot
1

Kamerstuk 24 587, nr. 629.

X Noot
2

Kamerstuk 34 300 VI, nr. 78.