Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201624587 nr. 629

24 587 Justitiële Inrichtingen

29 911 Bestrijding georganiseerde criminaliteit

Nr. 629 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 november 2015

Met deze brief informeer ik u over de stand van zaken van het tegengaan van voortgezet crimineel handelen tijdens detentie. Aanleiding vormt de toezegging van de toenmalig Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie in het mondeling vragenuur van 3 februari 20151.

Voortgezet crimineel handelen tijdens detentie (hierna VCHD) betreft criminele activiteiten die ontplooid worden vanuit detentie en gericht zijn op de buitenwereld. Doorgaans gaat het om het voortzetten van de oorspronkelijke criminele activiteiten. Het gaat daarbij in de regel om moeilijk grijpbare gedragingen of gedragspatronen.

De omvang van het fenomeen VCHD is niet precies te duiden. Volgens schatting van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), het Openbaar Ministerie (OM) en de politie doen zich jaarlijks tientallen gevallen van daadwerkelijk voorgezet crimineel handelen of voorbereidingen daarop voor. VCHD levert risico’s op voor de maatschappij en voor de orde en veiligheid in de penitentiaire inrichting. Om deze reden is elk geval van VCHD een geval te veel.

Pilot VCHD

In de periode september 2013 tot april 2015 is door de DJI, het OM en de politie een pilot uitgevoerd. Doel van de pilot was de samenwerking tussen de DJI, de politie en het OM bij bestrijding van VCHD te verbeteren door knelpunten met betrekking tot VCHD te signaleren en op te lossen. In het kader van de pilot zijn 29 gedetineerden op basis van (gedrags-)indicatoren geselecteerd die zich mogelijk schuldig maken aan voortgezet crimineel handelen. Deze gedetineerden zijn gemonitord. Tijdens de pilot zijn verschillende interventies uitgevoerd, zoals het uitlezen van mobiele telefoons die tijdens cel-inspectie zijn gevonden en het aanscherpen en handhaven van de maximale uitgaven in de PI-winkel.

Tijdens de duur van de pilot is bij geen van de gemonitorde gedetineerden daadwerkelijk VCHD vastgesteld. Dat vind ik een geruststellende uitkomst, maar gezien de ontwrichtende aard van daadwerkelijk VCHD is bij het tegengaan van VCHD aanhoudende scherpte van belang.

Gedurende de pilot is eveneens geïnvesteerd in het vergroten van het bewustzijn over VCHD van medewerkers van de verschillende betrokken organisaties. De mate van kennis over en ervaring met gevallen van voortgezet crimineel handelen spelen een belangrijke rol bij het signaleren van nieuwe gevallen van VCHD (Kamerstuk 29 628, nr. 554).

De DJI, het OM en politie hebben mij in november de uitkomsten van de pilot toegezonden, inclusief een aantal aanbevelingen. Bij de verzending van deze brief leg ik uw Kamer de rapportage naar aanleiding van de pilot voor ter vertrouwelijke inzage2.

Conclusies en maatregelen

Een effectieve aanpak van VCHD vergt de gezamenlijke inspanning en betrokkenheid van de DJI, het OM en de politie. De pilot heeft geleerd dat intensiever kan worden samengewerkt. Op basis van de uitkomsten van de pilot kom ik tot de volgende conclusies en maatregelen.

Structureel overleg

Op operationeel niveau wordt VCHD een vast agendapunt bij het bestaande overleg over gedetineerden met vlucht- of maatschappelijk risico, het zogenoemde GVM-overleg. Daarnaast komt er een structureel overleg tussen de DJI, het OM en de politie waar ontwikkelingen ten aanzien van VCHD worden besproken. Ik verwacht dat dit strategisch overleg begin 2016 start.

Samenwerking DJI, politie en OM

Het herkennen en actief tegengaan van VCHD vraagt om kennis van modus operandi, om voldoende capaciteit en om een goede samenwerking tussen de meest betrokken partijen: de DJI, het OM en de politie. Signalen en informatie die wijzen op VCHD moeten door betrokken organisaties worden gedeeld om specifieke gedetineerden gericht te kunnen volgen en maatregelen te nemen. Het Gedetineerden Recherche Informatiepunt van de politie (het GRIP) voldoet als reeds bestaande samenwerkingsvoorziening. Het GRIP is een meldpunt dat in 1994 is opgericht om de samenwerking tussen de politie en de penitentiaire inrichtingen te verbeteren.

Door versterking van het GRIP met gegevensanalisten kan meer inzicht verkregen worden in het fenomeen VCHD. Om op het gebied van de opsporing effectieve uitvoering en opbouw van expertise te bevorderen, zou volgens de betrokken organisaties ook opsporingscapaciteit moeten worden toegevoegd aan de aanpak van VCHD.

Ik zie op dit moment echter, ook tegen de achtergrond van de Herijking van de realisatie van de nationale politie die de Minister op 31 augustus jl. met uw Kamer heeft gedeeld, geen ruimte voor de inzet van extra capaciteit voor het GRIP en de opsporing van VCHD.

Persoonsgerichte aanpak

In de pilot is geconstateerd dat de samenwerking tussen de PI’s en het GRIP verbetert als een penitentiaire inrichting beschikt over personeel dat zich specifiek kan richten op veiligheid en inlichtingen. In alle PI’s is al een hoofd Beveiliging werkzaam. Afgesproken is dat DJI de positie van de hoofden Beveiliging versterkt. De positie van de hoofden Beveiliging wordt versterkt door met ict gerichter en efficiënter veiligheidsrisico's en signalen van VCHD te traceren. Het opleidingsinstituut levert daarnaast aan de hoofden Beveiliging informatie- en trainingsmateriaal waarmee zij het personeel in de PI bewuster en alerter maken met betrekking tot VCHD.

Verder bevelen de DJI, het OM en politie aan te bezien welke mogelijkheden bestaan (delen van) een Brits model, dat daar onder de titel «lifetime management» bekend is, over te nemen in Nederland. Het gaat in dit model om het volgen van een beroepscrimineel op persoonsniveau tijdens detentie, mede op basis van diens levensloop. Onderzoek naar de mogelijkheden van dit model start medio 2016.

Penitentiaire scherpte

De penitentiaire scherpte van het personeel van de PI’s is over het algemeen goed op orde, maar het bewustzijn over VCHD en de mate waarin VCHD herkend wordt kan verbeterd worden. Het besef van VCHD kan worden vergroot door aandacht te besteden aan verschijningsvormen van VCHD. Ook ervaring, training en goede informatieoverdracht helpen bij de alertheid van de medewerkers, evenals het delen van resultaten en aansprekende casuïstiek. DJI treft maatregelen om de begeleiding en training van bestaande en nieuwe medewerkers op het punt van VCHD aan te scherpen.

Om te voorkomen dat het personeel van de PI’s betrokken raakt bij criminele activiteiten, is betrouwbaar personeel van groot belang. Om de betrouwbaarheid van het personeel te beoordelen wordt als onderdeel van een breder gevoerd integriteitsbeleid gebruik gemaakt van de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Bij de beoordeling van een aanvraag om afgifte van een VOG voor een potentiële werknemer in een inrichting of voorziening van DJI, wordt het justitiële verleden van de kandidaat tot 30 jaar terug onderzocht. In dit kader zijn afspraken gemaakt door DJI en Justis over de relevante functieaspecten en de bijbehorende risico’s in de samenleving. Justis voert als onderdeel van het Ministerie van Veiligheid en Justitie de screening uit. Naar aanleiding van de pilot wil ik de mogelijkheden met betrekking tot de screening van het personeel in het gevangeniswezen aanscherpen en in overleg met betrokken organisaties onderzoek ik de mogelijkheid van periodieke herziening van screening. De visie op screening die ik dit jaar naar uw Kamer zal sturen zal daarvoor handvatten bieden.

Regime

De pilot laat zien dat het penitentiaire regime en de aan de gedetineerde opgelegde toezichtsmaatregelen in hoge mate de ruimte bepalen om crimineel handelen voort te zetten. Alleen de Extra Beveiligde Inrichting kent in Nederland een regime waarbij de invloed van een gedetineerde op de buitenwereld volledig kan worden ingeperkt. Het extra beveiligde regime kan tot dusver alleen worden ingezet indien sprake is van vluchtgevaar of een maatschappelijk risico waaraan het ontvluchtingsgevaar ondergeschikt is. Het maatschappelijk risico van beroepscriminelen van wie is vastgesteld dat zij hun criminele handelen voortzetten tijdens detentie is groot. Ik onderzoek daarom of het mogelijk is gedetineerden die zich schuldig maken aan (voorbereidingen van) VCHD in het extra beveiligde regime te plaatsen. De criteria voor plaatsing in de EBI die zijn opgenomen in de Regeling Selectie Plaatsing en Overplaatsing Gedetineerden zouden daarvoor aangepast moeten worden. Een eventuele aanpassing dient vanzelfsprekend met de nodige zorgvuldigheid en een goede afweging van de belangen van gedetineerden te gebeuren.

Communicatie VCHD

Alle gedetineerden, ook gedetineerden die zich schuldig maken aan VCHD, voeren telefoongesprekken met vaste telefoons die door het gevangeniswezen ter beschikking worden gesteld. Op basis van de pilot is de wenselijkheid geuit alle telefoongesprekken op te nemen ten behoeve van de handhaving van de orde en veiligheid in de inrichting. Ook is gesteld dat het standaard opnemen van telefoongesprekken een bredere preventieve werking heeft en mogelijk VCHD ontmoedigt wanneer bij gedetineerden bekend is dat telefoongesprekken uitgeluisterd kunnen worden. DJI, OM en politie hebben aangegeven de mogelijkheden om uit preventief oogpunt telefoongesprekken standaard op te nemen, te willen onderzoeken.

Het volgende is daarbij van belang. De beroepscommissie van de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) heeft op 8 september 2014 een uitspraak3 gedaan over het opnemen van telefoongesprekken in PI's. De beroepscommissie is in die zaak tot het oordeel gekomen dat het opnemen en beluisteren van telefoongesprekken gedifferentieerd dient plaats te vinden.

Het afgelopen jaar is door DJI met de telefonieaanbieder onderzocht op welke wijze hieraan uitvoering kon worden gegeven. Het huidige telefoniecontract blijkt te beperkt voor het op persoonsniveau gedifferentieerd opnemen van telefoongesprekken. Momenteel wordt bezien hoe met de aanbeveling uit de het pilot moet worden omgegaan, in relatie tot bovengenoemde uitspraak van de RSJ.

Monitoring

De beleidsmatige en operationele inzet op VCHD zal de eerstkomende jaren worden geïntensiveerd. De effectieve en efficiënte inzet van mensen en middelen zijn gediend bij periodieke monitoring. Ik heb de Inspectie van Veiligheid en Justitie (Inspectie VenJ) gevraagd deze monitoring uit te voeren. De Inspectie VenJ heeft als toezichthouder reeds een intensieve rol bij toezicht op locaties van detentie en heeft aangegeven in principe bereid te zijn de genoemde maatregelen voor Veiligheid en Justitie te monitoren.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff


X Noot
1

Handelingen II, 2014/15, nr. 49, item 2

X Noot
2

Ter vertrouwelijke inzage gelegd, alleen voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
3

Uitspraak 14/794/GA, 8 september 2014