Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201324587 nr. 490

24 587 Justitiële Inrichtingen

Nr. 490 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 maart 2013

De financieel-economische situatie waarin Nederland verkeert, dwingt de gehele (rijks)overheid tot ingrijpende bezuinigingsmaatregelen. Dat geldt ook voor het ministerie van Veiligheid en Justitie. De taakstelling voor dit departement als geheel loopt op van bijna € 400 miljoen in 2013 tot ruim € 1 miljard in 2018. De taakstelling van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), een onderdeel van het ministerie van Veiligheid en Justitie, loopt op van € 78 miljoen in 2013 tot € 340 miljoen in 2018 (op een DJI-budget van thans ca. € 2 miljard). Deze omvangrijke taakstelling voor DJI is met name het gevolg van de besluitvorming in het kader van het Lenteakkoord en het Regeerakkoord. Het is duidelijk dat bij een bezuinigingstaakstelling van deze omvang ingrijpende maatregelen dienen te worden getroffen. Aangezien het overgrote deel van het DJI-budget bestaat uit personeels- en huisvestingskosten, is het onvermijdelijk dat ook op deze kosten ingrijpend moet worden bespaard.

Tegelijkertijd heeft dit kabinet grote ambities op het gebied van veiligheid. Veiligheid is een kerntaak van de overheid. Burgers moeten zich veilig kunnen voelen. De DJI speelt hierbij een belangrijke rol in het kader van de tenuitvoerlegging van straffen en vrijheidsbenemende maatregelen. Strafbaar gedrag vraagt immers om een adequate justitiële reactie. De sanctietoepassing moet geloofwaardig zijn, anders verliest zij haar gezag en daarmee haar effectiviteit in termen van vergelding en recidivebeperking. Voor het sanctiestelsel geldt dat de uitgangspunten die daaraan ten grondslag liggen – waarvan de eigen verantwoordelijkheid van de gedetineerde, de levensloopbenadering en de dadergerichte aanpak de belangrijkste zijn – gehandhaafd blijven. De wijziging van het financiële kader brengt hier geen verandering in. Het strikte beleid dat de afgelopen jaren is gevoerd wordt dan ook doorgezet en de algemene doelstelling van een daling van de recidive met 10% in 2020 blijft onverkort gehandhaafd.

Het Regeerakkoord bevat een aantal beleidsvoornemens om de slagkracht en effectiviteit van de strafrechtsketen te vergroten. Het gaat hierbij onder meer om de volgende beleidsvoornemens:

  • De intensivering van de aanpak van georganiseerde misdaad over de hele linie;

  • De intensivering van de opsporing en berechting van jeugdcriminaliteit;

  • Het opnemen van minimale strafeisen in de strafvorderingsrichtlijnen van het Openbaar Ministerie voor ernstige gevallen van recidive;

  • Het direct ten uitvoerleggen van vrijheidsstraffen van meer dan 2 jaar die in eerste aanleg zijn opgelegd (en van straffen van meer dan 1 jaar als er slachtoffers zijn).

  • Het afschaffen van de algemene detentiefasering.

Enerzijds is er dus een noodzaak om op personeel en huisvesting te besparen. Anderzijds zijn er belangrijke beleidsdoelstellingen in het Regeerakkoord opgenomen om de maatschappelijke veiligheid te vergroten, en die – op onderdelen – tot een grotere vraag leiden naar sanctiecapaciteit. In het bijgevoegde Masterplan DJI 2013–20181, dat ik uw Kamer bij brief van 27 november 2012 heb toegezegd2, staat beschreven hoe het kabinet voornemens is om te gaan met deze opgave. Het Masterplan brengt de financiële taakstelling van DJI in beeld, schetst de uitgangspunten die zijn gehanteerd bij de invulling van de taakstelling en biedt inzicht in de concrete uitwerking van de maatregelen en hun effecten op het personeel en de detentiecapaciteit.

In deze brief ga ik in op de hoofdlijnen van dit Masterplan. De (beleids)maatregelen die worden getroffen, worden toegelicht in paragraaf 2. In paragraaf 3 wordt ingegaan op de effecten van de ombuigingsmaatregelen op de detentiecapaciteit van DJI.

In paragraaf 4.1 worden de effecten van de maatregelen voor het DJI-personeel in beeld gebracht. Het kabinet is zich bewust dat het gaat om een operatie die wat omvang en ingrijpendheid betreft haar gelijke niet kent in de geschiedenis van DJI. Als goed werkgever zal mijn departement er dan ook alles aan doen om DJI-medewerkers die boventallig worden zo goed mogelijk van werk naar werk te begeleiden. In paragraaf 4.2 licht ik op hoofdlijnen toe welke sociaal flankerende maatregelen worden getroffen om het van werk naar werk begeleiden van de medewerkers zo goed mogelijk te bevorderen.

2. Ombuigingsmaatregelen DJI

Zoals in de inleiding reeds vermeld, bedraagt de taakstelling voor DJI ca. € 340 miljoen. Alle onderdelen van DJI dienen hieraan hun bijdrage te leveren. Het betreft het Gevangeniswezen, de forensische zorg, de jeugdinrichtingen (JJI) en de vreemdelingenbewaring. Ook het hoofdkantoor en de landelijke ondersteunende diensten, zoals de Dienst Geestelijke Verzorging, het NIFP, de Dienst Vervoer en Ondersteuning, de Shared Service Centers en het Opleidingsinstituut zijn in de taakstelling betrokken.

Bij de keuze voor ombuigingsmaatregelen staat voorop dat DJI haar kerntaken onverkort blijft uitvoeren. De kerntaken van DJI zijn:

  • de ongestoorde tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen;

  • het samen met de ketenpartners zo goed mogelijk voorbereiden van de terugkeer van ingeslotenen in de samenleving, zowel binnen Nederland als in het buitenland;

  • het terugdringen van de recidive.

Het ongestoord ten uitvoer leggen van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen vereist dat DJI te allen tijde over voldoende detentiecapaciteit kan beschikken. Heenzendingen wegens plaatsgebrek zijn niet aanvaardbaar. De benodigde detentiecapaciteit wordt jaarlijks geraamd met behulp van het Prognosemodel Justitiële Ketens van het WODC. De meest recente prognoses, waarin de in de inleiding genoemde beleidsintensiveringen inmiddels zijn verwerkt, wijzen op verschillende ontwikkelingen voor de vier sectoren. Bij het gevangeniswezen evenals bij de JJI’s is sprake van een licht stijgende vraag naar detentiecapaciteit, in beide gevallen als gevolg van beleidsintensiveringen. Bij de tbs zet de dalende tendens zich ook de komende jaren voort. De verwachte capaciteitsbehoefte bij de vreemdelingenbewaring ligt de komende jaren (substantieel) onder de thans feitelijk beschikbare capaciteit. Deze verschillende ontwikkelingen vergen een sectorspecifieke aanpak om de vraag naar detentiecapaciteit terug te brengen. Dat is immers voor DJI, veel meer nog dan efficiencymaatregelen, de belangrijkste optie om besparingen te kunnen boeken op de twee grootste posten: het personeel en de detentiecapaciteit.

2.1 Maatregelen gevangeniswezen

De prognoses voor het gevangeniswezen laten voor de komende jaren een licht stijgende vraag naar sanctiecapaciteit zien. Om binnen dit kader besparingen bij het gevangeniswezen te realiseren heeft het kabinet gekozen voor maatregelen die een mix zijn van versobering, het vrijspelen van capaciteit en het aanscherpen van de externe vrijheden. Het betreft de volgende maatregelen:

  • het maximaal intensiveren van het meerpersoonscelgebruik;

  • de invoering van een sober regime voor arrestanten en preventief gehechten en en het deels afschaffen van het avond- en weekendprogramma;

  • het afschaffen van de detentiefasering en de invoering van elektronische detentie.

Intensivering meerpersoonscelgebruik (MPC)

Meerpersoonscelgebruik is een volwaardige vorm van tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen die in 2004 landelijk is ingevoerd. Meerpersoonscelgebruik is goedkoper dan het huisvesten van gedetineerden in eenpersoonscellen. Daarnaast maakt het een flexibeler capaciteitsbeheer mogelijk waardoor beter ingespeeld kan worden op schommelingen in de vraag naar celcapaciteit.

In 2012 waren er 1431 MPC-cellen in gesloten inrichtingen (2862 celplaatsen). Dit aantal zal door (beperkte) verbouwingen worden verhoogd tot 2856 meerpersoonscellen (5712 celplaatsen). Hiermee stijgt het aandeel van de gevangenispopulatie dat in meerpersoonscellen is ondergebracht tot ca. 50%. Dit is het maximale percentage dat mogelijk is zonder zeer ingrijpende en kostbare verbouwingen.

Invoering sober regime voor arrestanten en preventief gehechten en het (deels) afschaffen van het avond- en weekendprogramma

Zoals vastgelegd in het Lenteakkoord wordt vanaf 1 juni 2013 een aanvang gemaakt met de invoering van een sober regime voor arrestanten. Dit houdt in dat arrestanten de eerste 8 weken centraal worden geplaatst binnen het gevangeniswezen in een regime van beperkte gemeenschap waar hen een beperkt activiteitenprogramma (28 uur) zonder arbeid wordt aangeboden. Tevens zal per 1 juni 2013 voor de arrestanten het avond- en weekendprogramma worden afgeschaft.

Met ingang van 1 juni 2013 wordt het avond- en weekendprogramma voor preventief gehechten afgeschaft. Daarnaast wordt met ingang van 1 januari 2014 het sober regime ingevoerd voor preventief gehechten. Dat houdt in dat deze gedetineerden in een regime van beperkte gemeenschap worden geplaatst waar hen een beperkt activiteitenprogramma (28 uur) zonder arbeid wordt aangeboden. Per 1 januari 2014 wordt het avond- en weekendprogramma (deels) afgeschaft voor alle regimes.

Afschaffen detentiefasering en invoering elektronische detentie

In het Regeerakkoord is afgesproken dat de algemene detentiefasering wordt afgeschaft. Dit houdt in dat alle bestaande externe vrijheden, zoals het penitentiair programma en het re-integratieverlof, komen te vervallen. In de plaats hiervan zal elektronische detentie (ED) worden ingevoerd. Mede in het licht van het zoveel mogelijk beperken van de personele consequenties voor het DJI-personeel zal DJI belast worden met de uitvoering van ED.

Tot de invoering van ED is reeds besloten in het kader van het Lenteakkoord. Op dit moment wordt gewerkt aan een wetsvoorstel dat de toepassing van ED in de praktijk regelt. Het kabinet is van mening dat detentie met ED zo veel mogelijk in het teken van arbeid dient te staan. ED’ers met een dienstverband zullen in staat worden gesteld hun verplichtingen na te komen die voortvloeien uit dat dienstverband. Tevens zullen gedetineerden met ED, die recht hebben op een uitkering, in de gelegenheid worden gesteld hun sollicitatieverplichtingen te vervullen. In samenspraak met de gemeentes en andere relevante partijen wordt daarnaast de komende tijd maximaal ingezet op arbeid. Verwacht wordt dat de combinatie van insluiting van gedetineerden bij wie dat noodzakelijk is met elektronische detentie voor delinquenten bij wie dat verantwoord is tot een reductie van de recidive zal leiden. Met name het kunnen verrichten van arbeid speelt hierbij een grote rol. Tegelijkertijd kan met de invoering van ED de vraag naar intramurale detentiecapaciteit op een verantwoorde manier aanzienlijk worden teruggedrongen. Het streven is dit wetsvoorstel medio dit jaar aan uw Kamer voor te leggen.

Het invoeren van ED is een verdere stap in het aanscherpen van het externe vrijhedenbeleid van DJI. In mijn brief van 8 november 20113 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de invoering van het systeem van promoveren en degraderen, waarmee op een gestandaardiseerde wijze goed gedrag kan worden beloond en verkeerd gedrag kan worden gecorrigeerd. De eigen verantwoordelijkheid van de gedetineerde staat hierbij voorop. Interne vrijheden (meer bewegingsruimte binnen de muren) en externe vrijheden moeten in dit systeem worden verdiend.

Het toekennen van externe vrijheden maakt een geleidelijke overgang van de gedetineerde naar de maatschappij mogelijk, hetgeen uit een oogpunt van recidivebeperking van grote waarde is. Dit moet echter wel op een verantwoorde wijze plaatsvinden. Door externe vrijheden voortaan alleen in de vorm van ED te laten plaatsvinden, kan er met behulp van elektronische voorzieningen op worden toegezien dat de ED’er zich aan de voorwaarden houdt. Hiermee zijn de veiligheid van de samenleving en de belangen van slachtoffers en nabestaanden gediend. Uiteraard worden gedetineerden zorgvuldig gescreend alvorens ED wordt toegepast. DJI zal hierbij intensief samenwerken met haar ketenpartners, waaronder de gemeenten. Indien een gedetineerde zich niet houdt aan de voorwaarden waaraan zijn elektronische detentie is verbonden, zal de gedetineerde in beginsel weer dadelijk intramuraal gedetineerd worden. Het wetsvoorstel ED voorziet er ook in dat ED aan «de voorkant» kan worden toegepast bij straffen korter dan zes maanden, tenzij de rechter in zijn vonnis de executie van de vrijheidsstraf door middel van ED expliciet heeft uitgesloten. Bij gelegenheid van de indiening van het wetsvoorstel wordt uw Kamer nader geïnformeerd over de vormgeving van elektronische detentie.

2.2 Maatregelen tbs en forensische zorg

Het budget voor forensische zorg moet de komende jaren worden teruggebracht van € 725 miljoen tot € 602 miljoen in 2017. Met de overkoepelende brancheorganisaties in de forensische zorg heb ik de afgelopen maanden gesprekken gevoerd over een agenda die enerzijds recht doet aan de inhoudelijke ambities en mogelijkheden, en anderzijds op verantwoorde wijze de bezuinigingen verwerkt. Het verheugt mij uw Kamer te kunnen melden dat deze gesprekken tot een convenant hebben geleid met de voorzitters van GGZ Nederland en de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland. Hiermee staat niet alleen het budgettaire kader tot en met 2017 vast, maar is ook een inhoudelijke agenda vastgesteld op basis waarvan, ondanks de forse bezuinigingen, een betekenisvolle stap voorwaarts wordt gezet in de ontwikkeling van de forensische behandelingen in Nederland. Het convenant is als bijlage van het Masterplan DJI bij deze brief gevoegd.

Naast de bezuinigingsopgave heeft de forensische-zorgsector te kampen met een teruglopende behoefte aan tbs-capaciteit. Met de sector ben ik overeengekomen dat het de voorkeur verdient om gericht te snijden in de capaciteit, in plaats van overal een beetje te korten. Dit heeft tot gevolg dat DJI bij drie van de 13 forensisch psychiatrische centra in ons land geen tbs-gestelden meer zal plaatsen. Daarmee is een eerste stap gezet op weg naar een compacte, maar robuuste sector met bedrijfsmatig gezonde inrichtingen. Met deze beslissing worden ruim 500 van de thans ingekochte 1800 bedden afgestoten.

Hierdoor ontstaat druk op de overige forensische voorzieningen: instellingen worden geprikkeld patiënten eerder te laten doorstromen naar lager beveiligde, minder zorgintensieve plaatsen. Vanzelfsprekend stromen patiënten alleen door als dat in hun individuele casus verantwoord is; dit risico zal voortdurend worden gemeten volgens internationaal vastgestelde, wetenschappelijk bewezen taxatie-methodieken. De meetgegevens worden bewaard, verzameld en geanalyseerd, zodat op alle aggregatieniveaus lessen kunnen worden getrokken uit de voortgang van de behandeling. Bovendien wordt zo voorkomen dat dure behandelplekken onnodig bezet blijven. Met de brancheorganisaties is overeengekomen dat de gemiddelde behandelduur in de tbs in de convenantsperiode met een half jaar per jaar zal worden teruggebracht, zodat een tbs-behandeling in 2017 gemiddeld acht jaar in beslag neemt.

Doorstroom is overigens niet een zaak van de forensische zorgsector alleen. Samenwerking met de reguliere GGZ en andere aanpalende sectoren, bijvoorbeeld de reclassering en de instellingen voor beschermd wonen, zijn noodzakelijk voor een goede doorstroming. Het RVZ-advies «stoornis en delict» is als uitgangspunt genomen voor de maatregelen die V&J enerzijds en zorgaanbieders anderzijds kunnen nemen om te bevorderen dat de problematiek van de patiënt centraal wordt gesteld, en niet de (justitiële dan wel civiele) titel. Door titel en bed te ontkoppelen, kan winst worden geboekt in de behandelduur zonder enige concessie aan de veiligheid van de samenleving of effectiviteit van de behandeling.

2.3 Maatregelen Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI’s)

De prognoses voor de justitiële jeugdinrichtingen laten voor de komende jaren, mede ten gevolge van de invoering van het adolescentenstrafrecht, een licht stijgende vraag naar capaciteit zien. Als gevolg hiervan wordt de taakstelling voor de sector JJI ingevuld door een combinatie van capaciteits- en efficiencymaatregelen. De reeds buiten gebruik gestelde capaciteit bij de Jeugdinrichtingen wordt definitief afgestoten. Voorts zal één thans operationele JJI buiten gebruik worden gesteld. De verhouding tussen de beschikbare capaciteit en de verwachte capaciteitsbehoefte wordt door deze maatregelen dichter bij elkaar gebracht. Om de capaciteitsbehoefte te kunnen dekken, wordt de inzet van elektronische controle geïntensiveerd. De uitvoering van het beleidskader «Elektronische controle bij minderjarigen» – recent opgesteld in het kader van het adolescentenstrafrecht – dient te bewerkstelligen dat de inzet van elektronische controle vaker en eerder zal leiden tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Een piek of eventuele onvoorziene groei in de capaciteitsbehoefte kan worden opgevangen door het tijdelijk vergroten van de groepsgrootte of door het activeren van de resterende reservecapaciteit. Tot slot zullen de bestaande 4 Rijksinrichtingen worden samengevoegd tot één RijksJJI. De daling van de kostprijs door de samenvoeging van de Rijksinrichtingen, wordt taakstellend opgelegd aan de particuliere JJI’s.

2.4 Maatregelen Vreemdelingenbewaring

De bezettingscijfers van de capaciteit voor vreemdelingenbewaring, inclusief grensdetentie, laten zien dat de vraag naar capaciteit de afgelopen jaren is afgenomen. Om de capaciteit in lijn te brengen met de bezetting enerzijds en de meerjaren prognoses voor vreemdelingenbewaring en grensdetentie anderzijds, wordt de capaciteit teruggebracht tot 933 plaatsen. Een deel van de besparingen die hiermee worden gerealiseerd, zal worden ingezet voor alternatieve toezichtsmiddelen bij de terugkeer van vreemdelingen die Nederland dienen te verlaten. Met de inzet van deze toezichtmiddelen wordt ingezet op het voorkomen van illegaal verblijf en het realiseren van terugkeer. De plaatsing van vreemdelingen in de strafrechtsketen (VRIS) wordt maximaal gecentraliseerd.

2.5 Maatregelen Landelijke Diensten en het Hoofdkantoor

Als gevolg van eerdere taakstellingen in het recente verleden zijn al verschillende maatregelen getroffen om de efficiency binnen DJI te vergroten, onder meer door het terugbrengen van de overhead. In aanvulling hierop treft DJI nieuwe efficiencymaatregelen die moeten leiden tot een besparing van 10% boven op de besparingen die het directe gevolg zijn van de ombuigingen bij de vier sectoren. Voor een nadere toelichting op deze maatregelen verwijs ik naar hoofdstuk 4 van het Masterplan.

3. Effecten ombuigingsmaatregelen op de detentiecapaciteit

Zowel de reeds ingezette daling van de capaciteitsbehoefte bij de tbs en vreemdelingenbewaring als de hierboven toegelichte ombuigingsmaatregelen hebben als onvermijdelijk gevolg dat justitiële inrichtingen moeten worden gesloten. Ik ben me ervan bewust van de grote impact die sluiting heeft op het betrokken personeel en de DJI-organisatie als geheel. Juist ook met het oog op de ingrijpende gevolgen voor het personeel was de besluitvorming over de inrichtingen die moeten worden gesloten niet eenvoudig. Een belangrijk criterium bij de besluitvorming was dan ook welke effecten de sluiting van een inrichting heeft op het DJI-personeel in relatie tot de regionale werkgelegenheidssituatie. Krimpregio’s hebben daarbij bijzondere aandacht. Bij de besluitvorming is gehandeld in lijn met de strekking van de motie van de leden Oskam en Kooiman over berichten dat er € 100 miljoen zou worden bezuinigd op het gevangeniswezen 4 en de gewijzigde motie-Schouw/Segers over het in kaart brengen van de effecten van de bezuinigingen5. Verder heeft het kabinet zich conform mijn eerder vermelde brief van 27 november 2012 bij zijn afweging laten leiden door de volgende criteria:

  • bedrijfsvoeringsaspecten;

  • de spreiding van inrichtingen over Nederland, mede in het licht van samenwerking met de ketenpartners om de recidive terug te dringen;

  • de optimale inzet van specialismen in de strafrechtsketen met het oog op een zo hoog mogelijke kwaliteit van de uitvoering.

Er heeft een zorgvuldig besluitvormingsproces plaatsgevonden op basis waarvan een keuze is gemaakt welke (locaties van) inrichtingen zullen sluiten en welke inrichtingen open zullen blijven. Ik ben tevens voornemens nieuwe inrichtingen te bouwen: in Zaanstad en Veenhuizen. De reeds eerder aan uw Kamer aangekondigde nieuwe penitentiaire inrichting Zaanstad vervangt verouderde capaciteit in Veenhuizen en zal worden gebouwd in een pps-constructie (publiek-private samenwerking). De verouderde capaciteit die door de nieuwe PI Zaanstad wordt vervangen, voldoet niet aan de eisen op het gebied van een moderne bedrijfsvoering. Deze inrichtingen zijn evenmin voldoende geschikt voor maximaal meerpersoonscelgebruik, waartoe het kabinet heeft besloten. Daarnaast zijn deze inrichtingen niet multifunctioneel, waardoor zij niet inzetbaar zijn voor meerdere bestemmingen. Dit beperkt de mogelijkheden tot flexibel capaciteitsbeheer, waardoor DJI onvoldoende in staat is om snel mee te bewegen met het wisselende aanbod van justitiabelen. Ook de huidige capaciteit in Veenhuizen voldoet niet aan de hierboven toegelichte eisen op het gebied van een moderne bedrijfsvoering en is niet geschikt voor maximaal meerpersoonscelgebruik. Aangezien uit een oogpunt van regionale werkgelegenheid het kabinet van mening is dat de werkgelegenheid in Veenhuizenbehouden moet blijven, is gekozen voor nieuwbouw. Onderzocht zal worden of de nieuwe penitentiaire inrichting in Veenhuizen niet alleen gebouwd, maar ook geëxploiteerd kan worden door een private partij.

De voorgenomen sluiting van penitentiaire inrichtingen zal fasegewijs plaatsvinden in de periode 2013–2018. In de eerste plaats is hiervoor gekozen in het kader van een zorgvuldig personeelsbeleid, waardoor er voldoende tijd beschikbaar is om boventallige personeelsleden zoveel mogelijk van werk naar werk te kunnen begeleiden. Daarnaast kan op deze wijze aansluiting worden gehouden op de actuele ontwikkeling van de behoefte aan sanctiecapaciteit, die jaarlijks wordt herijkt aan de hand van het prognosemodel justitiële ketens. Het is immers van belang dat te allen tijde voldoende sanctiecapaciteit beschikbaar is om te voldoen aan de dan geldende vraag. Dit betekent dat toekomstige sluitingen alleen plaatsvinden wanneer en voor zover de actuele capaciteitsbehoefte deze ook daadwerkelijk mogelijk maken.

De plannen zullen worden uitgevoerd in afstemming met de minister voor Wonen en Rijksdienst. Voor 1 juli 2013 worden er geen onomkeerbare stappen gezet. De sluiting van inrichtingen waartoe voor 1 januari 2013 reeds was besloten, zal conform planning worden doorgevoerd.

Tabel 1 Overzicht te sluiten inrichtingen

Te sluiten inrichtingen (locaties)

Aantal plaatsen reductie

2014

 

PI Heerhugowaard Alkmaar, locatie Westlinge

PI Amsterdam, locatie Havenstraat

PI Almelo, locatie Niendure

PI Veenhuizen, locatie Bankenbosch1

PI Veenhuizen, locatie Fleddervoort (komt nieuwbouw)

PI Hoogeveen

PI Breda, locatie PIV

PI Limburg Zuid, locatie Overmaze

PI Tilburg

Ca. 271 plaatsen

Ca. 214 plaatsen

Ca. 38 plaatsen

Ca. 120 plaatsen

Ca. 24 plaatsen

Ca. 287 plaatsen

Ca. 140 plaatsen

Ca. 72 plaatsen

Ca. 681 plaatsen (België)

2015

 

PI Haaglanden, locatie Scheveningen (incl. ZBBI)

PI Almelo

PI Arnhem, locatie de Berg

PI Achterhoek, locatie de Kruisberg Doetinchem

PI Utrecht, locatie Wolvenplein

PI Middelburg, locatie De Nederhof

FPC Oldenkotte (Particuliere inrichting)

Ca. 240 plaatsen

Ca. 176 plaatsen

Ca. 245 plaatsen

Ca. 118 plaatsen

Ca. 124 plaatsen

Ca. 27 plaatsen

Ca. 134 plaatsen

2016

 

PI Breda, locatie de Boschpoort

PI Haarlem

PI Amsterdam Over-Amstel

PI Amsterdam, locatie Tafelbergweg

FPC Veldzicht

FPC 2Landen (Particuliere inrichting)

Ca. 312 plaatsen

Ca. 393 plaatsen

Ca. 608 plaatsen

Ca. 96 plaatsen

Ca. 220 plaatsen

Ca. 58 plaatsen

2017

 

PI Heerhugowaard Alkmaar, locatie Zuyderbos

PI Heerhugowaard Alkmaar, locatie Amerswiel

PI Grave, locatie De Marstal

JJI De Heuvelrug Eikenstein

Ca. 242 plaatsen

Ca. 98 plaatsen

Ca. 30 plaatsen

Ca. 50 plaatsen

2018

 

PI Haaglanden, locatie Zoetermeer

PI Veenhuizen, locatie Esserheem (komt nieuwbouw)

PI Veenhuizen, locatie Norgerhaven (komt nieuwbouw)

PI Rotterdam, locatie Hoogvliet

Ca. 376 plaatsen

Ca. 270 plaatsen

Ca. 272 plaatsen

Ca. 214 plaatsen

X Noot
1

Sluiting in het kader van het Masterplan Gevangeniswezen 2009–2014.

Tabel 2 Overzicht inrichtingen vanaf 2018 (exclusief particuliere inrichtingen)

Inrichtingen DJI vanaf 2018

Aantal plaatsen

PI Achterhoek, locatie Zutphen

PI Almere

PI Alphen aan den Rijn

PI Arnhem, locatie Zuid

PI Dordrecht

PI Grave

PI Krimpen aan den IJssel

PI Leeuwarden

PI Lelystad

Detentie concept Lelystad (DCL)

PI Limburg Zuid, locatie de Geerhorst Sittard

PI Middelburg

PI Nieuwegein

PI Rotterdam, locatie de Schie

PI Ter Apel

PI Utrecht, locatie Nieuwersluis

PI Vught

PI Zuid Oost, locatie Ter Peel,

PI Zuid Oost, locaties Roermond en Te Roer

PI Zwaag Hoorn, locatie Zwaag

PI Zwolle

PI Veenhuizen (nieuwbouw)

PI Zaanstad (nieuwbouw)

DC Alphen aan den Rijn (wordt PI)

JC Schiphol (GW deel)

JC Schiphol (DBV deel)

DC Rotterdam

DC Zeist

JJI Den Hey-Acker

JJI De Hunnerberg

JJI De Hartelborgt

FPC Oostvaarderskliniek

ca. 240 plaatsen waarvan 48 mpc

ca. 405 plaatsen waarvan 87 mpc

ca. 442 plaatsen waarvan 118 mpc

ca. 277 plaatsen waarvan 48 mpc

ca. 442 plaatsen waarvan 118 mpc

ca. 480 plaatsen waarvan 128 mcp

ca. 560 plaatsen waarvan 140 mpc

ca. 342 plaatsen waarvan 94 mpc

ca. 534 plaatsen waarvan 150 mpc

ca. 150 plaatsen

ca. 323 plaatsen waarvan 42 mpc

ca. 177 plaatsen waarvan 23 mpc

ca. 477 plaatsen waarvan 111 mpc

ca. 298 plaatsen waarvan 44 mpc

ca. 434 plaatsen waarvan 50 mpc

ca. 243 plaatsen waarvan 42 mpc

ca. 612 plaatsen

ca. 286 plaatsen waarvan 48 mpc

ca. 303 plaatsen waarvan 87 mpc

ca. 360 plaatsen waarvan 72 mpc

ca. 396 plaatsen waarvan 70 mpc

ca. 576 plaatsen waarvan 288 mpc

ca. 1040 plaatsen waarvan 432 mpc

ca. 1014 plaatsen waarvan 450 mpc

ca. 370 plaatsen waarvan 166 mpc

4. Personele paragraaf

4.1 Personele consequenties ombuigingsmaatregelen

Uitvoering van het Masterplan heeft een grote impact op de betrokken medewerkers. Er moeten ruim 3700 medewerkers6 mobiel worden buiten hun huidige vestiging, sector, directie of dienst. Dit betreft voor het overgrote deel medewerkers van het Gevangeniswezen. De verwachting is dat van deze 3700 medewerkers ruim 1300 medewerkers in het jaar dat hun werk vervalt binnen de regio geplaatst kunnen worden op passende vacante plekken. Voor rond de 2400 medewerkers van de 3700 medewerkers zijn meer mobiliteitsinspanningen nodig.

De personeelsreductie is van een zodanige omvang dat deze niet is op te vangen met het reguliere natuurlijk verloop. Het ministerie van Veiligheid en Justitie zal zich maximaal inspannen om de medewerkers van werk naar werk te begeleiden. De kans is echter reëel dat niet aan iedere boventallige medewerker een nieuwe baan binnen DJI of binnen het Rijk aangeboden kan worden. Gedwongen uitstroom, uiteraard binnen de daarvoor gestelde regelgeving, kan dus niet op voorhand worden uitgesloten. Voor het goed faciliteren van de personele mobiliteit zijn flankerende middelen beschikbaar. Deze middelen zijn budgettair opgevangen binnen dit Masterplan.

Parallel aan dit Masterplan is ook een personeelsplan opgesteld. Hierin zijn de personele en organisatorische uitgangspunten en keuzen ten behoeve van de realisatie van het Masterplan verder uitgewerkt.

4.2 Sociaal Flankerend beleid

In paragraaf 4.1 zijn de personele consequenties van de ombuigingsmaatregelen in beeld gebracht. Die consequenties zijn zeer ingrijpend. Inrichtingen moeten worden gesloten, werkprocessen moeten worden aangepast en bestaande functies moeten worden opgeheven.

Met ingang van 1 april 2013 voert DJI een selectieve vacaturestop in. Het doel hiervan is dat vacatures binnen DJI zoveel mogelijk vervuld worden door de huidige medewerkers van DJI. Alleen voor die functies waarvan voorzienbaar is dat vervulling door DJI medewerkers onmogelijk is, zal een uitzondering worden gemaakt op de vacaturestop. Zo kan het nodig zijn om een uitzondering te maken op de vacaturestop als het gaat om vitale functies binnen DJI die niet intern kunnen worden vervuld, bijvoorbeeld op het gebied van ICT.

Niettemin zullen veel medewerkers hun (arbeids)perspectief elders moeten vinden, waar mogelijk binnen het ministerie van Veiligheid en Justitie en waar nodig daarbuiten. Het departement zal de DJI-medewerkers zo goed mogelijk ondersteunen bij het vinden van een nieuw perspectief. De hiervoor benodigde middelen worden ter beschikking gesteld. In overleg met de bonden wordt zolang er geen rijksbreed akkoord is gesloten een stelsel van Sociaal Flankerende Maatregelen opgesteld dat het kader biedt voor de ondersteuning en begeleiding van VenJ-medewerkers naar werk. Dit kader gaat ook gelden voor het DJI-personeel. Binnen dit algemene kader is ruimte voor individueel maatwerk.

De hoofdlijnen voor het Sociaal Flankerend Beleid van het ministerie van Veiligheid en Justitie zijn:

  • Een efficiënte aanpak voor iedereen in de begeleiding van werk naar werk (VWNW). Hierbij geldt als voorwaarde dat de medewerker actief meewerkt aan het traject dat wordt aangeboden;

  • De rechten en plichten die volgen uit de VWNW-maatregelen blijven binnen de wettelijke kaders die thans gelden;

  • Er wordt individueel maatwerk geboden. De wederzijdse verplichtingen van werkgever en werknemer worden vastgelegd in een VWNW-plan. Dit individuele plan wordt opgesteld op basis van een VWNW-onderzoek dat zich richt op de wensen en ontwikkelmogelijkheden van de medewerker en diens mogelijkheden binnen en buiten de sector Rijk.

  • Afhankelijk van de uitkomsten van het VWNW-onderzoek kunnen specifieke voorzieningen worden toegekend als het volgen van opleidingen, het tijdelijk verrichten van ander werken het lopen van stages. Ook individuele professionele begeleiding behoort tot de mogelijkheden.

Tot slot

In deze brief heb ik toegelicht op welke wijze het kabinet voornemens is de taakstelling van € 340 miljoen die is opgelegd aan DJI te realiseren. Op mijn verzoek heeft DJI de maatregelen, die naar de mening van het kabinet dienen te worden getroffen, nader uitgewerkt in het Masterplan DJI 2013–2018. Zeker in het licht van de grote consequenties voor het DJI-personeel heb ik veel respect voor de constructieve wijze waarop DJI dit verzoek heeft uitgevoerd.

In het licht van de noodzakelijke ombuigingen ligt er nu een afgewogen Masterplan DJI. De realisatie van de beleidsdoelstellingen van dit kabinet op het gebied van de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen is hiermee gewaarborgd. Tegelijkertijd is op een verantwoorde wijze invulling gegeven aan de noodzakelijke ombuigingen bij DJI, inclusief de onvermijdelijke sluiting van inrichtingen.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
2

Kamerstukken II 2012–2013, 24 587, nr. 479

X Noot
3

Kamerstukken II, 2011–2012, 29 270, nr. 61

X Noot
4

Kamerstukken II, 2012–2013, 33 400VI, nr. 36

X Noot
5

Kamerstukken II, 2012–2013, 33 400VI, nr. 48

X Noot
6

Dit aantal is onder voorwaarde van maximaal gebruik van het natuurlijk verloop.