Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal1996-199724321 nr. 14

24 321
Aanvulling van de Wet milieubeheer met een regeling ter waarborging dat gesloten stortplaatsen geen of zo min mogelijk nadelige gevolgen voor het milieu hebben, alsmede wijziging van de Wet bodembescherming

nr. 14
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 18 oktober 1996

Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel «Aanvulling van de Wet milieubeheer met een regeling ter waarborging dat gesloten stortplaatsen geen of zo min mogelijk nadelige gevolgen voor het milieu hebben, alsmede wijziging van de Wet bodembescherming (TK 24 321)» is door het lid Hendriks gevraagd of is nagegaan of er in Europees verband mogelijkheden zijn subsidie te verkrijgen voor het schoonmaken van baggerspecie.

Hierbij doe ik u, mede namens de Minister van Verkeer en Waterstaat, het antwoord op deze vraag toekomen.

Ten aanzien van het ontwikkelen van reinigingstechnieken voor verontreinigde baggerspecie ligt het voortouw bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Dit heeft hiertoe onder andere het Programma Ontwikkeling Saneringsprocessen Waterbodems (POSW) in het leven geroepen. In dit programma worden een aantal reinigings- en verwerkingstechnieken op hun doelmatigheid onderzocht.

De EU biedt geen specifieke mogelijkheden voor financiële bijdragen in de waterbodemsanering. Het LIFE-fonds (450 mln ECU over 4 jaar) biedt in principe mogelijkheden voor bijdragen in de milieu- en natuursector. Het Programmabureau Ontwikkeling Saneringsprocessen Waterbodem (POSW), ondergebracht bij Rijkwaterstaat-RIZA, steunt aanvragen door bedrijven voor bijdragen voor proefprojecten voor de verwerking van baggerspecie. De «concurrentie» op het LIFE-fonds is groot en de middelen zijn vrij beperkt. In opdracht van de Europese Top te Essen (december 1994) doet de Europese Commissie momenteel verkennend onderzoek naar de potentie van Joint Environmental Projects. Dit onderzoek bevindt zich nog in een pril stadium. Geconstateerd is dat door samenwerking op afval- en watergebied schaalvoordelen zijn te behalen.

In dit kader is het relevant om te vermelden dat de provincie Flevoland, met ondersteuning van Rijkswaterstaat, Europese subsidie voor de sanering van de waterbodem van het Ketelmeer heeft aangevraagd. De Minister van Verkeer en Waterstaat heeft uw Kamer hiervan op de hoogte gesteld bij brief van 11 januari 1994. Deze aanvraag heeft overigens niet geresulteerd in een Europese bijdrage in de financiering van de waterbodemsanering van het Ketelmeer.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

M. de Boer