Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal1994-199524137 nr. 1;2

24 137
Wijziging van de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs inzake samenwerkingsscholen

nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet houdende wijziging van de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs inzake samenwerkingsscholen.

De toelichtende memorie (en bijlagen) die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.

En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

's-Gravenhage

10 april 1995

Beatrix

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het gewenst is de samenwerkingsscholen nader gestalte te geven;

dat in verband hiermee wijziging van de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs noodzakelijk is;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet op het basisonderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt aan de begripsomschrijving van «bevoegd gezag van volgens deze wet bekostigde scholen» een onderdeel toegevoegd, luidende:

c. een samenwerkingsschool als bedoeld in artikel 45: de rechtspersoon, bedoeld in dat artikel;.

B

Artikel 45 komt te luiden:

Artikel 45. Samenwerkingsschool

1. Een samenwerkingsschool voor onderwijs van een of meer richtingen en openbaar onderwijs wordt in stand gehouden door een openbaar lichaam, ingesteld bij gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, een openbare rechtspersoon of een stichting.

2. De voorschriften van deze wet en van andere wetten die het basisonderwijs betreffen, alsmede de daarop gebaseerde regelingen, voor zover die voorschriften en regelingen betrekking hebben op een bijzondere school, zijn van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsschool als bedoeld in het eerste lid, tenzij het tegendeel blijkt.

3. Indien in een samenwerkingsschool mede openbaar onderwijs wordt gegeven:

a. is het doel van de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, in elk geval het geven van openbaar onderwijs en onderwijs van een of meer richtingen,

b. brengt het bestuur van de rechtspersoon jaarlijks aan de gemeenteraad of gemeenteraden verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs alsmede aan het gevoerde en het te voeren financieel beleid, en met dien verstande dat het verslag wordt bekendgemaakt,

c. voorzien de gemeenschappelijke regeling, onderscheidenlijk de verordening of de statuten in ieder geval in een regeling omtrent:

1°. de samenstelling, werkwijze en inrichting van het bestuur,

2°. de wijze van benoeming, herbenoeming, schorsing en ontslag van de bestuursleden,

3°. de wijze waarop de gemeenteraad of gemeenteraden toezicht op het bestuur uitoefenen, en

4°. de termijn waarvoor de bestuursleden worden benoemd,

met dien verstande dat in de regeling een overheersende invloed van de overheid in het bestuur is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft,

d. kunnen de statuten van de stichting slechts worden gewijzigd na goedkeuring van de desbetreffende gemeenteraad of gemeenteraden indien de samenwerkingsschool in stand wordt gehouden door een stichting,

e. is het personeel op gelijke voet benoembaar voor zover het openbaar onderwijs betreft,

f. zijn de artikelen 40 tot en met 42 niet van toepassing,

g. is artikel 155 van de Gemeentewet niet van toepassing indien de samenwerkingsschool in stand wordt gehouden door een stichting, en

h. brengt de gemeenteraad jaarlijks aan Onze minister verslag uit over de samenwerkingsscholen, bedoeld in het eerste lid, in de gemeente, waarbij in het bijzonder aandacht wordt geschonken aan de vraag of aan de voorschriften van dit lid is voldaan.

4. Indien een samenwerkingsschool mede openbaar onderwijs omvat, kan de gemeenteraad het besluit tot samenwerken in een samenwerkingsschool intrekken, indien het belang van de zorg voor voldoende openbaar onderwijs in de gemeente dat vordert. Indien een gemeente een besluit neemt als bedoeld in de eerste volzin:

a. worden de leden van het bestuur van de rechtspersoon die de samenwerkingsschool in stand houdt, aangemerkt als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht, en

b. wordt de feitelijke samenwerking op 1 augustus van het jaar na dat van het nemen van het besluit, beëindigd.

C

In de inhoudsopgave komt de omschrijving van artikel 45 te luiden:

Artikel 45. Samenwerkingsschool.

ARTIKEL II

De Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt aan de begripsomschrijving van «bevoegd gezag van volgens deze wet bekostigde scholen» een onderdeel toegevoegd, luidende:

c. een samenwerkingsschool als bedoeld in artikel 54: de rechtspersoon, bedoeld in dat artikel;.

B

Artikel 54 komt te luiden:

Artikel 54. Samenwerkingsschool

1. Een samenwerkingsschool voor onderwijs van een of meer richtingen en openbaar onderwijs wordt in stand gehouden door een openbaar lichaam, ingesteld bij gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, een openbare rechtspersoon of een stichting.

2. De voorschriften van deze wet en van andere wetten die het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs betreffen, alsmede de daarop gebaseerde regelingen, voor zover die voorschriften en regelingen betrekking hebben op een bijzondere school, zijn van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsschool als bedoeld in het eerste lid, tenzij het tegendeel blijkt.

3. Indien in een samenwerkingsschool mede openbaar onderwijs wordt gegeven:

a. is het doel van de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, in elk geval het geven van openbaar onderwijs en onderwijs van een of meer richtingen,

b. brengt het bestuur van de rechtspersoon jaarlijks aan de gemeenteraad of gemeenteraden verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs alsmede aan het gevoerde en het te voeren financieel beleid, en met dien verstande dat het verslag wordt bekendgemaakt,

c. voorzien de gemeenschappelijke regeling, onderscheidenlijk de verordening of de statuten in ieder geval in een regeling omtrent:

1°. de samenstelling, werkwijze en inrichting van het bestuur,

2°. de wijze van benoeming, herbenoeming, schorsing en ontslag van de bestuursleden,

3°. de wijze waarop de gemeenteraad of gemeenteraden toezicht op het bestuur uitoefenen, en

4°. de termijn waarvoor de bestuursleden worden benoemd,

met dien verstande dat in de regeling een overheersende invloed van de overheid in het bestuur is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft,

d. kunnen de statuten van de stichting slechts worden gewijzigd na goedkeuring van de desbetreffende gemeenteraad of gemeenteraden indien de samenwerkingsschool in stand wordt gehouden door een stichting,

e. is het personeel op gelijke voet benoembaar voor zover het openbaar onderwijs betreft,

f. zijn de artikelen 49 tot en met 51 niet van toepassing,

g. is artikel 155 van de Gemeentewet niet van toepassing indien de samenwerkingsschool in stand wordt gehouden door een stichting, en

h. brengt de gemeenteraad jaarlijks aan Onze minister verslag uit over de samenwerkingsscholen, bedoeld in het eerste lid, in de gemeente, waarbij in het bijzonder aandacht wordt geschonken aan de vraag of aan de voorschriften van dit lid is voldaan.

4. Indien een samenwerkingsschool mede openbaar onderwijs omvat, kan de gemeenteraad het besluit tot samenwerken in een samenwerkingsschool intrekken, indien het belang van de zorg voor voldoende openbaar onderwijs in de gemeente dat vordert. Indien een gemeente een besluit neemt als bedoeld in de eerste volzin:

a. worden de leden van het bestuur van de rechtspersoon die de samenwerkingsschool in stand houdt, aangemerkt als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht, en

b. wordt de feitelijke samenwerking op 1 augustus van het jaar na dat van het nemen van het besluit, beëindigd.

C

Artikel 60a, tweede lid, komt te luiden:

2. Tot een bij de wet te bepalen datum kan Onze minister op verzoek van het bevoegd gezag, onder door hem te stellen voorwaarden, een school voor bekostiging in aanmerking brengen indien de school is gelegen in een gebied waarin sprake is van een uitzonderlijke bevolkingstoename, indien sprake is van een verandering van de plaats van vestiging van een reeds bekostigde school dan wel indien sprake is van omzetting van een bekostigde bijzondere school in een gelijksoortige openbare school of omgekeerd, bij omzetting van een bekostigde bijzondere school in een gelijksoortige bijzondere school van een andere richting en bij uitbreiding van het onderwijs aan een school met openbaar onderwijs of met onderwijs van een of meer andere richtingen. Het verzoek is met redenen omkleed en gaat vergezeld van de gegevens, genoemd in artikel 65, tweede lid. Onze minister willigt het verzoek slechts in indien de school bij toepassing van artikel 67, eerste en derde lid, op grond van het eerste lid van dat artikel in een door provinciale staten of Onze minister vast te stellen plan van nieuwe scholen zou worden opgenomen.

D

In de inhoudsopgave komt de omschrijving van artikel 54 te luiden:

Artikel 54. Samenwerkingsschool.

ARTIKEL III

De Wet op het voortgezet onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt aan de begripsomschrijving van «bevoegd gezag» een onderdeel toegevoegd, luidende:

e. een samenwerkingsschool als bedoeld in artikel 6a: het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in dat artikel;.

B

Na artikel 6 wordt in afdeling I voorafgaand aan hoofdstuk I een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 6a. Samenwerkingsschool

1. Een samenwerkingsschool voor onderwijs van een of meer richtingen en openbaar onderwijs wordt in stand gehouden door een openbaar lichaam, ingesteld bij gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, een openbare rechtspersoon of een stichting.

2. De voorschriften van deze wet en van andere wetten die het voortgezet onderwijs betreffen, alsmede de daarop gebaseerde regelingen, voor zover die voorschriften en regelingen betrekking hebben op een bijzondere school, zijn van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsschool als bedoeld in het eerste lid, tenzij het tegendeel blijkt.

3. Indien in een samenwerkingsschool mede openbaar onderwijs wordt gegeven:

a. is het doel van de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, in elk geval het geven van openbaar onderwijs en onderwijs van een of meer richtingen,

b. brengt het bestuur van de rechtspersoon jaarlijks aan de gemeenteraad of gemeenteraden verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs alsmede aan het gevoerde en het te voeren financieel beleid, en met dien verstande dat het verslag wordt bekendgemaakt,

c. voorzien de gemeenschappelijke regeling, onderscheidenlijk de verordening of de statuten in ieder geval in een regeling omtrent:

1°. de samenstelling, werkwijze en inrichting van het bestuur,

2°. de wijze van benoeming, herbenoeming, schorsing en ontslag van de bestuursleden,

3°. de wijze waarop de gemeenteraad of gemeenteraden toezicht op het bestuur uitoefenen, en

4°. de termijn waarvoor de bestuursleden worden benoemd,

met dien verstande dat in de regeling een overheersende invloed van de overheid in het bestuur is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft,

d. kunnen de statuten van de stichting slechts worden gewijzigd na goedkeuring van de desbetreffende gemeenteraad of gemeenteraden indien de samenwerkingsschool in stand wordt gehouden door een stichting,

e. is het personeel op gelijke voet benoembaar voor zover het openbaar onderwijs betreft,

f. zijn de artikelen 52 tot en met 53 niet van toepassing,

g. is artikel 155 van de Gemeentewet niet van toepassing indien de samenwerkingsschool in stand wordt gehouden door een stichting, en

h. brengt de gemeenteraad jaarlijks aan Onze minister verslag uit over de samenwerkingsscholen, bedoeld in het eerste lid, in de gemeente, waarbij in het bijzonder aandacht wordt geschonken aan de vraag of aan de voorschriften van dit lid is voldaan.

4. Indien een samenwerkingsschool mede openbaar onderwijs omvat, kan de gemeenteraad het besluit tot samenwerken in een samenwerkingsschool intrekken, indien het belang van de zorg voor voldoende openbaar onderwijs in de gemeente dat vordert. Indien een gemeente een besluit neemt als bedoeld in de eerste volzin:

a. worden de leden van het bestuur van de rechtspersoon die de samenwerkingsschool in stand houdt, aangemerkt als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht, en

b. wordt de feitelijke samenwerking op 1 augustus van het jaar na dat van het nemen van het besluit, beëindigd.

C

Artikel 64, tweede lid, onder c, komt te luiden:

c. bij omzetting van een bekostigde bijzondere school in een gelijksoortige openbare school of omgekeerd, bij omzetting van een bekostigde bijzondere school in een gelijksoortige bijzondere school van een andere richting en bij uitbreiding van het onderwijs aan een school met openbaar onderwijs of met onderwijs van een of meer andere richtingen.

D

In artikel 75 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Het opschrift komt te luiden: Artikel 75. Omzetting, uitbreiding met openbaar of bijzonder onderwijs, splitsing en verplaatsing.

2. Het eerste lid komt te luiden:

1. Onze minister kan, de daarvoor in aanmerking komende organisaties gehoord, onder door hem te stellen voorwaarden voor bekostiging in aanmerking brengen een school die wordt opgericht door middel van een omzetting, als bedoeld in artikel 64, tweede lid, onder c, of waaraan het onderwijs wordt uitgebreid met openbaar onderwijs of met onderwijs van een of meer richtingen.

ARTIKEL IV

Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst doch niet eerder dan de dag waarop het bij koninklijke boodschap van 10 april 1995 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs inzake de bestuursvorm van het openbaar onderwijs (Kamerstukken II 1994/95, 24 138) tot wet wordt verheven en in werking treedt.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,