Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201124095 nr. 270

24 095 Frequentiebeleid

Nr. 270 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 februari 2011

Tijdens het Algemeen Overleg Telecommunicatie op 15 december jl. is een aantal vragen gesteld over signalen vanuit de markt over Agentschap Telecom.1 Hierbij stuur ik de toegezegde schriftelijke reactie op deze vragen. Ik ga achtereenvolgens in op de systematiek van de toezichtskosten, het opvragen van vergunningen, de verhouding tussen beleid en uitvoering en tot slot de toegankelijkheid en aanspreekbaarheid.

Toezichtskosten

Er is gevraagd naar de wijze van het omslaan van de toezichtskosten naar de marktpartijen, gelet op de hoeveelheid spectrum die partijen gebruiken. De hoeveelheid spectrum alleen is niet bepalend voor de hoogte van de kosten die Agentschap Telecom maakt. Deze kosten worden bepaald door de kans op en de mate van verstoring van het frequentiespectrum en de activiteiten die het agentschap moet verrichten om storingen te voorkomen of te beëindigen. Daarbij zijn met name aspecten als het aantal opstelpunten, de hoogte daarvan en de gebruikte zendvermogens maatgevend. Dit kan zich vertalen in een relatief hogere bijdrage voor omroepen dan bijvoorbeeld Defensie en telecomoperators.

Ook is gevraagd naar de splitsing van de kosten voor een vergunning in een eenmalige en jaarlijkse vergoeding. Partijen betalen een eenmalige vergoeding bij de vergunningverlening voor de kosten die zijn gemoeid met het opstellen van de vergunning en het (internationaal) verwerven van het te vergeven frequentiespectrum. Daarnaast betalen zij een jaarlijkse vergoeding voor de toezicht- en uitvoeringshandelingen, zoals het controleren van vergunningen op juist gebruik, het voorkomen van verstoringen en het afhandelen van storingsklachten (in het AO op 15 december aangeduid als het «schoonhouden» van frequenties).

De noodzaak tot het onderscheiden van de eenmalige en jaarlijkse vergoeding vloeit in de eerste plaats voort uit de lagere regelgeving bij de Telecommunicatiewet.2 Grondgedachte is het streven naar transparantie voor marktpartijen in de kosten die op grond van de wet bij hen in rekening worden gebracht. Met het onderscheid is immers inzichtelijk welk gedeelte betrekking heeft op de verlening van de vergunning zelf, welk deel met het toezicht op de naleving en de jaarlijkse uitvoeringskosten.

Daarbij is het ook zo dat als de jaarlijkse toezichts- en uitvoeringskosten direct bij de vergunningverlening in rekening zouden worden gebracht, partijen in één keer een hoog bedrag moeten betalen (voor de gehele looptijd van de vergunning). Met de systematiek van jaarlijkse bijdragen worden deze kosten gespreid. Behalve spreiding van betaling geeft dat ook een garantie dat er over de looptijd van de vergunning niet te veel en niet te weinig wordt betaald. Deze systematiek biedt dus de flexibiliteit om de vergoedingen aan te passen aan de feitelijke kostenontwikkeling. Agentschap Telecom heeft de afgelopen jaren de efficiëntie vergroot. De tarieven van het agentschap zijn sinds 2005 gemiddeld genomen in reële termen gelijk gebleven (slechts inflatiecorrectie) of zelfs gedaald.

Ook kan het gebeuren dat een partij een vergunning teruggeeft voor de looptijd is verstreken. Met de systematiek van jaarlijkse vergoedingen wordt voorkomen dat bij de vergunningsverlening reeds vooruitbetaalde toezichtskosten weer moeten worden verrekend bij (voortijdige) teruggave van de frequenties.

Het opvragen van vergunningen

Opgemerkt is dat het feit dat het opvragen van een vergunning een WOB-verzoek vereist duidt op overmatige juridisering. Het agentschap opereert in een zeer concurrentiegevoelige sector. Bedrijfsvertrouwelijke informatie mag dan ook niet aan derden worden verspreid. Om die reden verstrekt het agentschap vergunningeninformatie na een zorgvuldige WOB-procedure. Tegelijkertijd onderkent het agentschap bij mobiele telecom- en landelijke omroeppartijen een toenemende behoefte aan informatie over uitgegeven vergunningen. Om hieraan tegemoet te komen gaat het agentschap medio dit jaar over op een nieuwe systematiek voor het weergeven van mobiele telecom- en omroepvergunningen. Hierbij is concurrentiegevoelige informatie op voorhand niet meer zichtbaar, waardoor deze vergunningen zonder een WOB-verzoek kunnen worden opgevraagd.

Beleid en uitvoering

De vraag is gesteld in hoeverre sprake is van overlap in beleidsontwikkeling door het kerndepartement en door Agentschap Telecom. Het beleid wordt ontwikkeld op het kerndepartement, Agentschap Telecom geeft hieraan uitvoering en houdt toezicht. Het agentschap heeft hierbij enige discretionaire ruimte en kan bijvoorbeeld beleidsregels stellen, zodat goed kan worden ingespeeld op de praktijk in de markt. Ook voert Het agenthet agentschap uitvoeringstoetsen uit op voorgenomen wet- en regelgeving. Bij de voorbereiding van frequentieveilingen is sprake van intensieve interactie tussen het kerndepartement en het agentschap. Tot slot schakelt het kerndepartement capaciteit van het agentschap in bij internationale frequentieonderhandelingen, gelet op de vereiste technische expertise. Beleid en uitvoering kennen dus een sterke wisselwerking en kunnen als complementair worden gezien. Beide partijen letten hierbij nauwlettend op de verschillende rollen die zij vervullen.

Toegankelijkheid en aanspreekbaarheid

Er is aandacht gevraagd voor de toegankelijkheid en aanspreekbaarheid van Agentschap Telecom. Het agentschap hecht zeer veel waarde aan een goed contact met marktpartijen en andere vergunning- of registratiehouders. De technici van het agentschap hebben zeer regelmatig direct contact met marktpartijen. In verreweg de meeste gevallen kan dit ook. Juristen worden slechts ingeschakeld daar waar sprake is van uitleg van wet- en regelgeving. Het agentschap spant zich in om de klanttevredenheid en dienstverlening verder te optimaliseren. Hiertoe laat het periodiek klanttevredenheidsonderzoek uitvoeren.3 Een belangrijke conclusie die wordt getrokken uit het recente onderzoek (november 2010) is dat het agentschap behoort tot de 20% bestscorende inspecties als het gaat om de algemene tevredenheid van klanten, met een algehele score van 3,9 op een schaal van 1 tot 5. Het agentschap is zich ervan bewust dat er altijd zaken zijn die kunnen worden verbeterd. Het agentschap staat dan ook open voor suggesties om zijn dienstverlening verder te verbeteren en gaat hierover graag het gesprek aan met marktpartijen.

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

M. J. M. Verhagen


X Noot
1

Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, Kamerstuk 24 095, nr. 268.

X Noot
2

Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet, Stb. 1999, 130.

X Noot
3

In opdracht van de Inspectieraad heeft InternetSpiegel in samenwerking met de Rijksinspecties het klanttevredenheidsonderzoek ontwikkeld. InternetSpiegel is een programma van stichting ICTU en is ontwikkeld door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Met behulp van InternetSpiegel kunnen organisaties in de publieke sector zelf medewerker- en klantonderzoek uitvoeren. De InternetSpiegel wordt inmiddels op grote schaal gebruikt door gemeenten, provincies, waterschappen, uitvoeringsinstanties en departementen. Voor de doorontwikkeling van het instrument en dataverzameling heeft InternetSpiegel in dit project samengewerkt met TNS NIPO. Het onderzoek is tot nu toe bij acht rijksinspecties uitgevoerd. Agentschap Telecom is in 2010 overgestapt op deze methodiek voor klanttevredenheidsonderzoek.